archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 9
Jaargang 16
28 februari 2019
Nummer 11 verschijnt op
28 maart 2019
Beschouwingen > Een rustig mens delen printen terug
Orkney doet me aan Chris denken * Willem Minderhout

1609BS Chris EnsNu ik niet meer rook vind ik dat ik er recht op heb om dat gemis enigszins te compenseren. Daarom sta ik mezelf toe om af en toe een fles singlemalt-whisky te kopen. Mijn laatste aankoop was een fles Highland Park. Ik had dat ooit wel eens ergens geproefd, maar ik had het nog nooit gekocht. Ik dacht dat het Islay-whisky was. Bij het bestuderen van de fles bleek echter dat het van Orkney komt, uit de meest noordelijke whiskydestilleerderij ter wereld. Qua smaak lijkt hij, volgens mij, wel op de betere Islay-whisky’s: pittige turf.

Toen ik ’s avonds het eerste slokje had genomen van mijn nieuwe aanwinst, keek ik tijdens het nippen naar de berichten op Facebook. Ik werd getroffen door een bericht van de broer van Chris, een jeugdvriend. Hij meldde dat Chris was overleden. Op Orkney. Ik was hem minstens vijfendertig jaar geleden uit het oog verloren. Ik had gehoord dat hij in Schotland was gaan wonen en had het daar wel eens over met zijn vader, een onvermoeibare activist van de fietsersbond, maar met Chris zelf had ik nooit meer contact gehad.

Ik vertelde dit verhaal aan Martin, een voormalig Statenlid met wie ik zat te eten in het restaurant van het Zuid-Hollandse provinciehuis. Om een of andere reden was ons gesprek op whisky terechtgekomen en ik had hem van deze toevallige samenloop van omstandigheden verteld. Martin vertelde mij hoe hij ooit whisky had ontdekt. Hij had in zijn jeugd op Vlieland de restjes whisky die in aangespoelde flessen waren achtergebleven opgedronken en dat was hem goed bevallen. Hij was op Vlieland in een NJN-kamp geweest.

Mijn mond viel open. Ik had Chris namelijk op diezelfde NJN, de Nederlands Jeugdbond voor Natuurstudie, leren kennen. Met zijn broer Bruno, die het droevige nieuws verteld had, had ik zelfs in het bestuur van de Vogel Werkgroep gezeten. Ik was Martin daar nooit tegengekomen, maar we bleken diverse wederzijdse kennissen uit die tijd te delen, waaronder Bruno. De NJN was (en is) een piepklein jeugdbondje, dat ook werkelijk helemaal door jongeren geregeld wordt. Op je drieëntwintigste word je als ‘oude sok’ weggebonjourd.

Iedere zondag gingen we met de afdeling Walcheren op excursie en tijdens de vakanties gingen we naar allerlei kampen, waar naar vogels werd gekeken, planten werden gedetermineerd en andere zaken die jongeren zoal bezighouden. Misschien niet al te gewone jongeren, want het percentage vegetarische volksdansers was wel heel erg hoog. Het liefst bezochten we die kampen per fiets. Als tiener fietste ik heel Nederland door op een zware fiets bepakt en bezakt met tenten, primussen, verrekijkers, natuurboeken en wat de jonge natuurvorser niet allemaal nog meer nodig heeft. Ik ben zelfs op de fiets tot in Harlingen gekomen, voor de boot naar Vlieland, waar ik van alles op het strand vond, tot kapotgeschoten tanks op de Vliehors aan toe, maar waar ik niet op het idee gekomen was om whiskyflessen te onderzoeken op drinkbare restanten.

Ik weet niet meer of ik Chris voor het eerst in Twente ontmoet heb, maar de beste herinneringen heb ik aan een kamp in Buurse. Ik was daar in twee dagen heen gefietst vanuit Middelburg. Op de tweede etappe, van Mierlo naar Buurse, wilde ik een stukje afsnijden door Duitsland. Een onverbiddelijke douanier belette dat omdat ik geen paspoort had. Eenmaal op het kamp wilden Chris en een aantal andere Tukkers er een paar dagen tussenuit naar het Teutoburgerwald. Ik wilde graag mee, maar ik vreesde wederom te worden gestuit bij de grens. Gelukkig bleek Chris allerlei achterafweggetjes te kennen waarlangs je illegaal Duitsland in kon fietsen. Het werden een paar onvergetelijke dagen.

Chris woonde indertijd zelf in Twente. In Delden als ik me niet vergis. Het toeval wilde dat hij naar Den Haag was verhuisd toen ik er de eerste keer heen moest om het staatsexamen HAVO te doen. Ik had namelijk besloten dat ik niet meer naar school wilde. Gelukkig was ik nog wel zo verstandig om in ieder geval te proberen dat examen te halen. Ik kende maar één iemand in Den Haag en dat was Chris. (Bruno was al lang en breed ergens aan het studeren. Biologie uiteraard.) Ik vroeg of ik mocht komen logeren en ik werd zeer gastvrij onthaald in het ouderlijk huis in Mariahoeve waar ik ook zijn zus Margreet, die tegen de familietraditie in geen NJN-lid bleek te zijn, leerde kennen. Ik slaagde nog bovendien.

Een jaar later bracht het lot mij definitief naar Den Haag. Ik zocht Chris weer op, maar dat was niet echt een succes. Hij blowde heel veel. Ik was daar indertijd ook niet vies van, ik heb daar mijn recent overwonnen tabaksverslaving aan overgehouden, maar Chris was door te veel gerook in die tijd niet echt aanspreekbaar. Het is de vraag of dat alleen van het blowen kwam of van de psychische problemen waarmee hij bleek te kampen.

Eén periode zag ik hem weer redelijk vaak. Hij woonde in het grote Haagse kraakpand De Blauwe Aanslag, een voormalig belastingkantoor, op een kamer die ’s winters ijskoud was. Ik heb hem nog geholpen met de aanschaf en de aanleg van een kachel. Volgens mij ging het in die periode wel goed met hem. Maar ineens was hij weg.

Volgens het bericht van Bruno leefde Chris al jaren op de Orkneys en stond hij daar onder gedwongen behandeling, omdat hij leed aan een zeer zware vorm van paranoïde schizofrenie. ‘Dankzij een compulsory treatment order kon hij wel gewoon thuis in zijn eigen huis leven. Ik denk niet dat hij elders een beter leven had kunnen leiden.’

Ik weet niet of de lokale whisky ook bijgedragen heeft aan dat goede leven. Ik denk wel dat ik nooit meer een druppel Highland Park kan drinken zonder even aan Chris te denken.

------
Het plaatje is een zelfportret van Chris


© 2019 Willem Minderhout meer Willem Minderhout - meer "Een rustig mens" -
Beschouwingen > Een rustig mens
Orkney doet me aan Chris denken * Willem Minderhout
1609BS Chris EnsNu ik niet meer rook vind ik dat ik er recht op heb om dat gemis enigszins te compenseren. Daarom sta ik mezelf toe om af en toe een fles singlemalt-whisky te kopen. Mijn laatste aankoop was een fles Highland Park. Ik had dat ooit wel eens ergens geproefd, maar ik had het nog nooit gekocht. Ik dacht dat het Islay-whisky was. Bij het bestuderen van de fles bleek echter dat het van Orkney komt, uit de meest noordelijke whiskydestilleerderij ter wereld. Qua smaak lijkt hij, volgens mij, wel op de betere Islay-whisky’s: pittige turf.

Toen ik ’s avonds het eerste slokje had genomen van mijn nieuwe aanwinst, keek ik tijdens het nippen naar de berichten op Facebook. Ik werd getroffen door een bericht van de broer van Chris, een jeugdvriend. Hij meldde dat Chris was overleden. Op Orkney. Ik was hem minstens vijfendertig jaar geleden uit het oog verloren. Ik had gehoord dat hij in Schotland was gaan wonen en had het daar wel eens over met zijn vader, een onvermoeibare activist van de fietsersbond, maar met Chris zelf had ik nooit meer contact gehad.

Ik vertelde dit verhaal aan Martin, een voormalig Statenlid met wie ik zat te eten in het restaurant van het Zuid-Hollandse provinciehuis. Om een of andere reden was ons gesprek op whisky terechtgekomen en ik had hem van deze toevallige samenloop van omstandigheden verteld. Martin vertelde mij hoe hij ooit whisky had ontdekt. Hij had in zijn jeugd op Vlieland de restjes whisky die in aangespoelde flessen waren achtergebleven opgedronken en dat was hem goed bevallen. Hij was op Vlieland in een NJN-kamp geweest.

Mijn mond viel open. Ik had Chris namelijk op diezelfde NJN, de Nederlands Jeugdbond voor Natuurstudie, leren kennen. Met zijn broer Bruno, die het droevige nieuws verteld had, had ik zelfs in het bestuur van de Vogel Werkgroep gezeten. Ik was Martin daar nooit tegengekomen, maar we bleken diverse wederzijdse kennissen uit die tijd te delen, waaronder Bruno. De NJN was (en is) een piepklein jeugdbondje, dat ook werkelijk helemaal door jongeren geregeld wordt. Op je drieëntwintigste word je als ‘oude sok’ weggebonjourd.

Iedere zondag gingen we met de afdeling Walcheren op excursie en tijdens de vakanties gingen we naar allerlei kampen, waar naar vogels werd gekeken, planten werden gedetermineerd en andere zaken die jongeren zoal bezighouden. Misschien niet al te gewone jongeren, want het percentage vegetarische volksdansers was wel heel erg hoog. Het liefst bezochten we die kampen per fiets. Als tiener fietste ik heel Nederland door op een zware fiets bepakt en bezakt met tenten, primussen, verrekijkers, natuurboeken en wat de jonge natuurvorser niet allemaal nog meer nodig heeft. Ik ben zelfs op de fiets tot in Harlingen gekomen, voor de boot naar Vlieland, waar ik van alles op het strand vond, tot kapotgeschoten tanks op de Vliehors aan toe, maar waar ik niet op het idee gekomen was om whiskyflessen te onderzoeken op drinkbare restanten.

Ik weet niet meer of ik Chris voor het eerst in Twente ontmoet heb, maar de beste herinneringen heb ik aan een kamp in Buurse. Ik was daar in twee dagen heen gefietst vanuit Middelburg. Op de tweede etappe, van Mierlo naar Buurse, wilde ik een stukje afsnijden door Duitsland. Een onverbiddelijke douanier belette dat omdat ik geen paspoort had. Eenmaal op het kamp wilden Chris en een aantal andere Tukkers er een paar dagen tussenuit naar het Teutoburgerwald. Ik wilde graag mee, maar ik vreesde wederom te worden gestuit bij de grens. Gelukkig bleek Chris allerlei achterafweggetjes te kennen waarlangs je illegaal Duitsland in kon fietsen. Het werden een paar onvergetelijke dagen.

Chris woonde indertijd zelf in Twente. In Delden als ik me niet vergis. Het toeval wilde dat hij naar Den Haag was verhuisd toen ik er de eerste keer heen moest om het staatsexamen HAVO te doen. Ik had namelijk besloten dat ik niet meer naar school wilde. Gelukkig was ik nog wel zo verstandig om in ieder geval te proberen dat examen te halen. Ik kende maar één iemand in Den Haag en dat was Chris. (Bruno was al lang en breed ergens aan het studeren. Biologie uiteraard.) Ik vroeg of ik mocht komen logeren en ik werd zeer gastvrij onthaald in het ouderlijk huis in Mariahoeve waar ik ook zijn zus Margreet, die tegen de familietraditie in geen NJN-lid bleek te zijn, leerde kennen. Ik slaagde nog bovendien.

Een jaar later bracht het lot mij definitief naar Den Haag. Ik zocht Chris weer op, maar dat was niet echt een succes. Hij blowde heel veel. Ik was daar indertijd ook niet vies van, ik heb daar mijn recent overwonnen tabaksverslaving aan overgehouden, maar Chris was door te veel gerook in die tijd niet echt aanspreekbaar. Het is de vraag of dat alleen van het blowen kwam of van de psychische problemen waarmee hij bleek te kampen.

Eén periode zag ik hem weer redelijk vaak. Hij woonde in het grote Haagse kraakpand De Blauwe Aanslag, een voormalig belastingkantoor, op een kamer die ’s winters ijskoud was. Ik heb hem nog geholpen met de aanschaf en de aanleg van een kachel. Volgens mij ging het in die periode wel goed met hem. Maar ineens was hij weg.

Volgens het bericht van Bruno leefde Chris al jaren op de Orkneys en stond hij daar onder gedwongen behandeling, omdat hij leed aan een zeer zware vorm van paranoïde schizofrenie. ‘Dankzij een compulsory treatment order kon hij wel gewoon thuis in zijn eigen huis leven. Ik denk niet dat hij elders een beter leven had kunnen leiden.’

Ik weet niet of de lokale whisky ook bijgedragen heeft aan dat goede leven. Ik denk wel dat ik nooit meer een druppel Highland Park kan drinken zonder even aan Chris te denken.

------
Het plaatje is een zelfportret van Chris
© 2019 Willem Minderhout
powered by CJ2