archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 9
Jaargang 16
28 februari 2019
Nummer 11 verschijnt op
28 maart 2019
Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Tja, het kinderpardon * Henk Klaren

1609BS KinderpardonIn 1969 bezocht ik een lagere school in mijn veldwerkgebied. Dat was Ismani Division in Iringa Region, Tanzania. Het dorp heette Mangawe. In het allereerste begin van onze aanwezigheid in Ismani wisten we niet van het bestaan van dat dorp. Het stond niet op de kaarten waarover we beschikten. Toch had het wel een paar honderd inwoners. En een school, de enige lagere school (ja, zo noem ik dat nog steeds) in de hele division. Vlakbij het gebied was nog een school voor voortgezet onderwijs. Het werd gerund door Italiaanse paters. Ik ben nog eens bij hun klooster op bezoek geweest. Ik was wel blij dat mijn Engelse collega er bij was. Zij sprak Kiswahili. De paters ook en daarnaast alleen Italiaans.

Het schooltje in Mangawe had een dak. Ik weet niet meer of het van stro was of (luxe!) van golfplaten. Het dak rustte op palen. Tussen de palen waren takken geplaatst met nogal wat ruimte er tussen. Op die manier heb je geen verlichting nodig, geen ramen en geen airco. Er waren enkele tientallen kinderen, van diverse leeftijden. Eén juf, heel jong en heel goedlachs. Ze had een schoolbord en een tekort aan krijt. We hebben haar nog wat extra bezorgd. De kinderen hadden een schriftje en een potlood. En ze konden heel goed in koor praten: ‘Djambo wabwana’, toen we binnen kwamen en: ‘Kwaheri wabwana’, toen we weer vertrokken. Het leek een belangrijke lesmethode, samen dingen opdreunen, zoals de tafels. Dat deden ze om te laten zien hoe goed ze dat konden.

Dat beeld drong zich steeds op bij de discussie rond het kinderpardon. En dan met name over het argument dat de kwaliteit van het onderwijs in – met name – Armenië onvoldoende zou zijn in verband met een tekort aan moderne leermiddelen.

In de discussie rond het kinderpardon – gezinspardon is misschien een beter woord - wordt vaak gebruikgemaakt van individuele tragiek. ‘Geef het probleem een gezicht’ wil nog wel eens helpen. Soms alleen in individuele gevallen zoals bij Mauro en Lily en Howick en soms leidt dat tot aanpassing van beleid, zoals onlangs mede door de draai van het CDA als gevolg van die eindeloze kerkdienst. Inmiddels blijkt overigens dat vermoedelijk veel meer gezinnen onder de uitgebreide regeling gaan vallen. Ik gun het die mensen graag en ook de grotere aantallen kunnen we best bergen. Over een jaar of vijf komt het probleem gewoon terug en wordt het beleid opnieuw aangepast. Dat laatste terzijde. Het viel mij op dat in de Volkskrant werd geprobeerd dat ‘gezicht geven aan’ wat op te rekken. Er werden iets van twintig kinderen in woord en beeld geportretteerd. Dát leidde in mijn waarneming helemaal niet tot media-aandacht voor die kinderen. Kennelijk genereerde dat geen gevoel van ‘zielig kind’. Het was een groep geworden. En groepen zijn niet zo zielig lijkt het wel.

Martin Sommer in de Volkskrant maakte zich in zijn column nogal druk om het gedrag van asieladvocaten en formele en informele hulporganisaties. Ik ben het zelden met Sommer eens, maar nu vond ik toch dat hij een punt had. Kansloze asielprocedures zouden niet eindeloos moeten worden gerekt. Kinderen raken ‘geworteld’ enz. enz. En dan moeten ze toch terug. Maatschappelijk ongewenst. Zo’n soort betoog. De voorzitter van de vereniging van asieladvocaten (ik wist van het bestaan niet af) reageerde de volgende dag. Hij was het er natuurlijk niet mee eens. Zijn stelling in het kort: een advocaat heeft geen boodschap aan het maatschappelijk belang, naar is er slechts voor het belang van de cliënt. En in 10% van de gevallen mogen de gezinnen blijven. En dan was het dus de moeite waard. Hoe dat statistisch in elkaar zit weet ik niet. Misschien was die 10% wel niet zo erg kansloos, maar alla. Het lijkt mij wel dat het rekken van kansloze procedures voor de 90% die niet succesvol zijn niet in het belang van betreffende cliënten is. Die moeten na – pak ‘m beet – tien jaar onzekerheid in azc’s o.i.d terug naar een land dat het hunne niet meer is en zeker niet meer het land van hun kinderen. Dus asieladvocaten en aardige bij de mensen betrokken hulporganisaties: misschien is het tijd het belang van de cliënten enigszins te herdefiniëren.

En dan moet ik er steeds aan denken dat er in – bijvoorbeeld – Armenië wel meer kinderen zijn die beter onderwijs verdienen. Om nog maar niet te spreken van de kinderen in Mangawe. Daar zouden ze het trouwens ook wel prettig vinden om waterleiding te hebben en elektriciteit en riolering …

-----
Het plaatje is van Linda Hulshof
Meer informatie op: www.lindahulshof.nl


© 2019 Henk Klaren meer Henk Klaren - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
Tja, het kinderpardon * Henk Klaren
1609BS KinderpardonIn 1969 bezocht ik een lagere school in mijn veldwerkgebied. Dat was Ismani Division in Iringa Region, Tanzania. Het dorp heette Mangawe. In het allereerste begin van onze aanwezigheid in Ismani wisten we niet van het bestaan van dat dorp. Het stond niet op de kaarten waarover we beschikten. Toch had het wel een paar honderd inwoners. En een school, de enige lagere school (ja, zo noem ik dat nog steeds) in de hele division. Vlakbij het gebied was nog een school voor voortgezet onderwijs. Het werd gerund door Italiaanse paters. Ik ben nog eens bij hun klooster op bezoek geweest. Ik was wel blij dat mijn Engelse collega er bij was. Zij sprak Kiswahili. De paters ook en daarnaast alleen Italiaans.

Het schooltje in Mangawe had een dak. Ik weet niet meer of het van stro was of (luxe!) van golfplaten. Het dak rustte op palen. Tussen de palen waren takken geplaatst met nogal wat ruimte er tussen. Op die manier heb je geen verlichting nodig, geen ramen en geen airco. Er waren enkele tientallen kinderen, van diverse leeftijden. Eén juf, heel jong en heel goedlachs. Ze had een schoolbord en een tekort aan krijt. We hebben haar nog wat extra bezorgd. De kinderen hadden een schriftje en een potlood. En ze konden heel goed in koor praten: ‘Djambo wabwana’, toen we binnen kwamen en: ‘Kwaheri wabwana’, toen we weer vertrokken. Het leek een belangrijke lesmethode, samen dingen opdreunen, zoals de tafels. Dat deden ze om te laten zien hoe goed ze dat konden.

Dat beeld drong zich steeds op bij de discussie rond het kinderpardon. En dan met name over het argument dat de kwaliteit van het onderwijs in – met name – Armenië onvoldoende zou zijn in verband met een tekort aan moderne leermiddelen.

In de discussie rond het kinderpardon – gezinspardon is misschien een beter woord - wordt vaak gebruikgemaakt van individuele tragiek. ‘Geef het probleem een gezicht’ wil nog wel eens helpen. Soms alleen in individuele gevallen zoals bij Mauro en Lily en Howick en soms leidt dat tot aanpassing van beleid, zoals onlangs mede door de draai van het CDA als gevolg van die eindeloze kerkdienst. Inmiddels blijkt overigens dat vermoedelijk veel meer gezinnen onder de uitgebreide regeling gaan vallen. Ik gun het die mensen graag en ook de grotere aantallen kunnen we best bergen. Over een jaar of vijf komt het probleem gewoon terug en wordt het beleid opnieuw aangepast. Dat laatste terzijde. Het viel mij op dat in de Volkskrant werd geprobeerd dat ‘gezicht geven aan’ wat op te rekken. Er werden iets van twintig kinderen in woord en beeld geportretteerd. Dát leidde in mijn waarneming helemaal niet tot media-aandacht voor die kinderen. Kennelijk genereerde dat geen gevoel van ‘zielig kind’. Het was een groep geworden. En groepen zijn niet zo zielig lijkt het wel.

Martin Sommer in de Volkskrant maakte zich in zijn column nogal druk om het gedrag van asieladvocaten en formele en informele hulporganisaties. Ik ben het zelden met Sommer eens, maar nu vond ik toch dat hij een punt had. Kansloze asielprocedures zouden niet eindeloos moeten worden gerekt. Kinderen raken ‘geworteld’ enz. enz. En dan moeten ze toch terug. Maatschappelijk ongewenst. Zo’n soort betoog. De voorzitter van de vereniging van asieladvocaten (ik wist van het bestaan niet af) reageerde de volgende dag. Hij was het er natuurlijk niet mee eens. Zijn stelling in het kort: een advocaat heeft geen boodschap aan het maatschappelijk belang, naar is er slechts voor het belang van de cliënt. En in 10% van de gevallen mogen de gezinnen blijven. En dan was het dus de moeite waard. Hoe dat statistisch in elkaar zit weet ik niet. Misschien was die 10% wel niet zo erg kansloos, maar alla. Het lijkt mij wel dat het rekken van kansloze procedures voor de 90% die niet succesvol zijn niet in het belang van betreffende cliënten is. Die moeten na – pak ‘m beet – tien jaar onzekerheid in azc’s o.i.d terug naar een land dat het hunne niet meer is en zeker niet meer het land van hun kinderen. Dus asieladvocaten en aardige bij de mensen betrokken hulporganisaties: misschien is het tijd het belang van de cliënten enigszins te herdefiniëren.

En dan moet ik er steeds aan denken dat er in – bijvoorbeeld – Armenië wel meer kinderen zijn die beter onderwijs verdienen. Om nog maar niet te spreken van de kinderen in Mangawe. Daar zouden ze het trouwens ook wel prettig vinden om waterleiding te hebben en elektriciteit en riolering …

-----
Het plaatje is van Linda Hulshof
Meer informatie op: www.lindahulshof.nl
© 2019 Henk Klaren
powered by CJ2