archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 9
Jaargang 16
28 februari 2019
Nummer 11 verschijnt op
28 maart 2019
Beschouwingen > Het leven zelf delen printen terug
Daarom ben ik geen Canadees * Arie de Jong

1609BS CanadeesAanvankelijk was ik van plan voor dit themanummer te schrijven over de plannen om op Mars of de Maan een nederzetting te vestigen en zelfs na te gaan of mensen daar kunnen gaan leven. Dergelijke ideeën worden mede ingegeven door de gedachte dat de aarde onleefbaar wordt. Of men wil gewoon aandacht en denkt er misschien geld aan te verdienen, natuurlijk.

Er is echter zo weinig voor nodig om aan te tonen dat dit regelrechte kletskoek is en verspilling van geld en energie, dat het me beter leek het thema te plaatsen in waar het echt om gaat. Wat beweegt al die miljoenen mensen die zich afvragen of het niet beter is naar een ander land te verhuizen en wat komt daar dan vervolgens bij kijken? Zodoende wil ik het over mijzelf hebben: waarom ben ik Nederlander en geen Canadees?

Mijn vader vertelde ooit dat hij vlak na de oorlog serieus van plan was naar Canada te emigreren. Hij kwam uit een gezin waarvan de vader afwisselend werk had, dus het was geen vetpot. Meer dan lagere school heeft mijn vader dan ook niet gehad. We spreken van voor de oorlog, hij werd geboren in 1915. Niet alleen dat zijn vader afwisselend werk had, het gezin verhuisde ook om de haverklap. Woningnood bestond blijkbaar niet voor de oorlog, maar je moest wel tevreden zijn met een krot.

Hij was een verwoed liefhebber van het spelen op de klarinet. Een professionele opleiding voor muzikant zat er voor mijn vader niet in. Hij ontwikkelde zich daarom in amateurorkesten, zoals het sociaaldemocratische ‘De Pionier’ in Gouda. Daarnaast zat hij ook in een mondharmonica-orkest. Weinig instrumenten zijn immers zo goedkoop als een mondharmonica, het orgel voor wie geen geld heeft. Als amateur kon je ook allerlei diploma’s halen en dat deed mijn vader dan ook. Klarinet spelen ging hem prima af, maar hij had grote moeite met het theoretische deel dat er aan elk examen vastzat.

Al snel na de oorlog was de opinie in Nederland dat het land erg vol was en dat het een goede zaak was te emigreren. Er werd van alles opgetuigd om mensen ertoe te bewegen hun heil elders te zoeken. Populair was emigratie naar Engelstalige landen: Australië, Nieuw Zeeland, Canada, de Verenigde Staten en Zuid-Afrika. Die landen hadden wel een toelatingsbeleid: je moest een vak beheersen, er moest werk voor je zijn. Van mijn vader begreep ik dat hij naar Canada kon emigreren en zijn favoriete hobby kon omzetten in een beroep: het spelen van de klarinet in een orkest. Alleen: mijn moeder wilde niet. En dus ging het feest niet door.

Was het wel doorgegaan ik was nu Canadees. Wellicht sprak ik dan geen woord Nederlands. Al weet je dat niet zeker, want mijn ouders hadden met hun lagere school tot dan geen woord Engels geleerd of gesproken. Dus zoals veel emigranten zouden ze thuis Nederlands zijn blijven praten en buiten de deur met moeite meekomen in het Engels. (Ik ga er maar even van uit, dat ze niet terecht waren gekomen in het Franstalige deel van Canada.)

Het prikkelt wel de fantasie: hoe anders zou mijn leven zijn verlopen als je opgroeit in een ander land? Ver van je familie die achterbleef in Nederland. Alles wat je hebt meegemaakt zou anders zijn geweest. Een andere loopbaan, een andere partner, andere kinderen, een ander idee van de wereld. De bevestiging dat je levensloop op toeval berust.
Zo is het gelopen, en daarom ben ik geen Canadees.

------
Het plaatje is van Henk Klaren


© 2019 Arie de Jong meer Arie de Jong - meer "Het leven zelf" -
Beschouwingen > Het leven zelf
Daarom ben ik geen Canadees * Arie de Jong
1609BS CanadeesAanvankelijk was ik van plan voor dit themanummer te schrijven over de plannen om op Mars of de Maan een nederzetting te vestigen en zelfs na te gaan of mensen daar kunnen gaan leven. Dergelijke ideeën worden mede ingegeven door de gedachte dat de aarde onleefbaar wordt. Of men wil gewoon aandacht en denkt er misschien geld aan te verdienen, natuurlijk.

Er is echter zo weinig voor nodig om aan te tonen dat dit regelrechte kletskoek is en verspilling van geld en energie, dat het me beter leek het thema te plaatsen in waar het echt om gaat. Wat beweegt al die miljoenen mensen die zich afvragen of het niet beter is naar een ander land te verhuizen en wat komt daar dan vervolgens bij kijken? Zodoende wil ik het over mijzelf hebben: waarom ben ik Nederlander en geen Canadees?

Mijn vader vertelde ooit dat hij vlak na de oorlog serieus van plan was naar Canada te emigreren. Hij kwam uit een gezin waarvan de vader afwisselend werk had, dus het was geen vetpot. Meer dan lagere school heeft mijn vader dan ook niet gehad. We spreken van voor de oorlog, hij werd geboren in 1915. Niet alleen dat zijn vader afwisselend werk had, het gezin verhuisde ook om de haverklap. Woningnood bestond blijkbaar niet voor de oorlog, maar je moest wel tevreden zijn met een krot.

Hij was een verwoed liefhebber van het spelen op de klarinet. Een professionele opleiding voor muzikant zat er voor mijn vader niet in. Hij ontwikkelde zich daarom in amateurorkesten, zoals het sociaaldemocratische ‘De Pionier’ in Gouda. Daarnaast zat hij ook in een mondharmonica-orkest. Weinig instrumenten zijn immers zo goedkoop als een mondharmonica, het orgel voor wie geen geld heeft. Als amateur kon je ook allerlei diploma’s halen en dat deed mijn vader dan ook. Klarinet spelen ging hem prima af, maar hij had grote moeite met het theoretische deel dat er aan elk examen vastzat.

Al snel na de oorlog was de opinie in Nederland dat het land erg vol was en dat het een goede zaak was te emigreren. Er werd van alles opgetuigd om mensen ertoe te bewegen hun heil elders te zoeken. Populair was emigratie naar Engelstalige landen: Australië, Nieuw Zeeland, Canada, de Verenigde Staten en Zuid-Afrika. Die landen hadden wel een toelatingsbeleid: je moest een vak beheersen, er moest werk voor je zijn. Van mijn vader begreep ik dat hij naar Canada kon emigreren en zijn favoriete hobby kon omzetten in een beroep: het spelen van de klarinet in een orkest. Alleen: mijn moeder wilde niet. En dus ging het feest niet door.

Was het wel doorgegaan ik was nu Canadees. Wellicht sprak ik dan geen woord Nederlands. Al weet je dat niet zeker, want mijn ouders hadden met hun lagere school tot dan geen woord Engels geleerd of gesproken. Dus zoals veel emigranten zouden ze thuis Nederlands zijn blijven praten en buiten de deur met moeite meekomen in het Engels. (Ik ga er maar even van uit, dat ze niet terecht waren gekomen in het Franstalige deel van Canada.)

Het prikkelt wel de fantasie: hoe anders zou mijn leven zijn verlopen als je opgroeit in een ander land? Ver van je familie die achterbleef in Nederland. Alles wat je hebt meegemaakt zou anders zijn geweest. Een andere loopbaan, een andere partner, andere kinderen, een ander idee van de wereld. De bevestiging dat je levensloop op toeval berust.
Zo is het gelopen, en daarom ben ik geen Canadees.

------
Het plaatje is van Henk Klaren
© 2019 Arie de Jong
powered by CJ2