archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 9
Jaargang 16
28 februari 2019
Nummer 11 verschijnt op
28 maart 2019
Beschouwingen > Brief uit ... delen printen terug
... het migrerende Noorden * Dik Kruithof

1609BS NoordenIn het Fries Landbouwmuseum is een paneel gewijd aan de Hannekemaaiers. Dat waren Duitse seizoenarbeiders die van de 17e tot de 19e eeuw in het voorjaar vanuit Duitsland naar Friesland trokken, om hun geld te verdienen in de oogsttijd. Ze kwamen te voet over paden die op zandrichels door de veengebieden in Drenthe liepen. Bij Bakkeveen ligt een kruispunt van die wegen en daar is een groep mensen uit de wereld van de lange afstand wandelaars bezig met het verzamelen van kennis over de paden en de gebeurtenissen rond hannekemaaiers in het verleden. Er is een bescheiden monument opgericht voor de slachtoffers van overvallen. 

Overigens is de naam afgeleid van de heilige Johannes, zijn naamdag, 24 juni, was de traditionele dag voor het in dienst nemen van arbeiders. Voor de hannekemaaier staat een standbeeld in de Duitse plaats Uelsen. Waarschijnlijk is met de hannekemaaiers ook de lapkepoepen meegekomen, of misschien deden ze het er soms bij. De lapkepoepen (Poep is een oud woord voor Duitser) boden Westfaals linnen aan op de Friese boerderijen. Omdat ze goed verkochten richten ze ook eigen winkels op. Zo ontstonden de eerste vestigingen van C&A, Lampe, Voss, P&C, Kreymborg. In Sneek staat voor de oorspronkelijke eerste vestiging van C&A een beeld van een Lapkepoep die zijn stof toont aan een Friese boerin.

Weg uit de Friese kleistreek
Om economische, politieke en godsdienstige redenen emigreerde in de tweede helft van de negentiende eeuw tot 1914 ruim een kwart van de bevolking van de Friese kleistreek naar Amerika, Canada en Brazilië. De emigratie ging groepsgewijs en de nieuwkomers trokken afhankelijk van hun achtergrond naar vestigingsplaatsen waar ze zich aansloten bij voorgangers. Zo ontstond Vriesland in Michigan als dorp van een afgescheiden dominee uit Hallum en Orange City in Iowa vanuit andere emigranten uit Noord-Oost Fryslân.
Een tweede emigratiegolf vond plaats in de jaren 1948-1954 naar (vooral) Canada, Australië, Nieuw Zeeland en de Verenigde Staten. Canada had de voorkeur, omdat bijna de helft van de emigranten1609 BS Noorden2 van het boerenbedrijf kwam. Algemeen kenmerk van Friese emigranten is de drietaligheid: thuis Fries, in scholen en kerken Nederlands, daarbuiten Engels. Ze richtten Fryske Selskippen op om cultuur en sport te bewaren. Het Fries handhaaft zich soms tot twee of drie generaties.

Met z’n allen bij de Amsterdamse politie
De Italiaan Edmondo de Amicis, die in 1783 een rondreis door Nederland maakte, schreef:
‘Tussen Zeeland en Holland, tussen Holland en Friesland, tussen Friesland en Gelderland, tussen Groningen en Brabant, bestaat, ondanks alle gemeenschappelijke banden en ondanks de geringe afstand, niet minder verschil dan tussen de meest verwijderde provincies van Italië of Frankrijk: verschil van taal, van gewoonten, van karakter, verschil van ras en godsdienst’.
Dit staat in de inleiding van een verhaal over Friezen in Amsterdam van Frank Suurenbroek in het Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis van december 2000. Ik kwam het tegen omdat ik een onderbouwing zocht voor een opmerking die ik mij herinnerde dat de helft van de politiemensen in Amsterdam uit Friesland kwam.

Die onderbouwing heb ik niet gevonden maar op de website Onsamsterdam staat wel een mooi verhaal opgetekend van dezelfde Frank Suurenbroek. Over een kennismaking tussen Commissaris Henk Voordewind en een politieman Boersma die hun gesprek in het Fries konden voortzetten en ‘hij bleef met het geven van antwoorden niet aan de oppervlakte. Het feit dat hij tegen een landgenoot sprak in zijn moedertaal was daaraan mijns inziens niet vreemd’.
Het verhaal Friezen in Amsterdam geeft talrijke voorbeelden van groepsvorming onder Friezen in Amsterdam: gezamenlijke verenigingen, winkels met Friese producten. Wat de invloed daarvan op langere termijn was kon nog niet aangegeven worden. Maar op de website van It Frysk Boun om Utens komt geen krite (club) Amsterdam meer voor.

Bronnen: Nieuwe Encyclopedie van Fryslân, Internetsites, Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis dec 2000, Ons Amsterdam, internetsites

--------
De plaatjes zijn van de schrijver


© 2019 Dik Kruithof meer Dik Kruithof - meer "Brief uit ..." -
Beschouwingen > Brief uit ...
... het migrerende Noorden * Dik Kruithof
1609BS NoordenIn het Fries Landbouwmuseum is een paneel gewijd aan de Hannekemaaiers. Dat waren Duitse seizoenarbeiders die van de 17e tot de 19e eeuw in het voorjaar vanuit Duitsland naar Friesland trokken, om hun geld te verdienen in de oogsttijd. Ze kwamen te voet over paden die op zandrichels door de veengebieden in Drenthe liepen. Bij Bakkeveen ligt een kruispunt van die wegen en daar is een groep mensen uit de wereld van de lange afstand wandelaars bezig met het verzamelen van kennis over de paden en de gebeurtenissen rond hannekemaaiers in het verleden. Er is een bescheiden monument opgericht voor de slachtoffers van overvallen. 

Overigens is de naam afgeleid van de heilige Johannes, zijn naamdag, 24 juni, was de traditionele dag voor het in dienst nemen van arbeiders. Voor de hannekemaaier staat een standbeeld in de Duitse plaats Uelsen. Waarschijnlijk is met de hannekemaaiers ook de lapkepoepen meegekomen, of misschien deden ze het er soms bij. De lapkepoepen (Poep is een oud woord voor Duitser) boden Westfaals linnen aan op de Friese boerderijen. Omdat ze goed verkochten richten ze ook eigen winkels op. Zo ontstonden de eerste vestigingen van C&A, Lampe, Voss, P&C, Kreymborg. In Sneek staat voor de oorspronkelijke eerste vestiging van C&A een beeld van een Lapkepoep die zijn stof toont aan een Friese boerin.

Weg uit de Friese kleistreek
Om economische, politieke en godsdienstige redenen emigreerde in de tweede helft van de negentiende eeuw tot 1914 ruim een kwart van de bevolking van de Friese kleistreek naar Amerika, Canada en Brazilië. De emigratie ging groepsgewijs en de nieuwkomers trokken afhankelijk van hun achtergrond naar vestigingsplaatsen waar ze zich aansloten bij voorgangers. Zo ontstond Vriesland in Michigan als dorp van een afgescheiden dominee uit Hallum en Orange City in Iowa vanuit andere emigranten uit Noord-Oost Fryslân.
Een tweede emigratiegolf vond plaats in de jaren 1948-1954 naar (vooral) Canada, Australië, Nieuw Zeeland en de Verenigde Staten. Canada had de voorkeur, omdat bijna de helft van de emigranten1609 BS Noorden2 van het boerenbedrijf kwam. Algemeen kenmerk van Friese emigranten is de drietaligheid: thuis Fries, in scholen en kerken Nederlands, daarbuiten Engels. Ze richtten Fryske Selskippen op om cultuur en sport te bewaren. Het Fries handhaaft zich soms tot twee of drie generaties.

Met z’n allen bij de Amsterdamse politie
De Italiaan Edmondo de Amicis, die in 1783 een rondreis door Nederland maakte, schreef:
‘Tussen Zeeland en Holland, tussen Holland en Friesland, tussen Friesland en Gelderland, tussen Groningen en Brabant, bestaat, ondanks alle gemeenschappelijke banden en ondanks de geringe afstand, niet minder verschil dan tussen de meest verwijderde provincies van Italië of Frankrijk: verschil van taal, van gewoonten, van karakter, verschil van ras en godsdienst’.
Dit staat in de inleiding van een verhaal over Friezen in Amsterdam van Frank Suurenbroek in het Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis van december 2000. Ik kwam het tegen omdat ik een onderbouwing zocht voor een opmerking die ik mij herinnerde dat de helft van de politiemensen in Amsterdam uit Friesland kwam.

Die onderbouwing heb ik niet gevonden maar op de website Onsamsterdam staat wel een mooi verhaal opgetekend van dezelfde Frank Suurenbroek. Over een kennismaking tussen Commissaris Henk Voordewind en een politieman Boersma die hun gesprek in het Fries konden voortzetten en ‘hij bleef met het geven van antwoorden niet aan de oppervlakte. Het feit dat hij tegen een landgenoot sprak in zijn moedertaal was daaraan mijns inziens niet vreemd’.
Het verhaal Friezen in Amsterdam geeft talrijke voorbeelden van groepsvorming onder Friezen in Amsterdam: gezamenlijke verenigingen, winkels met Friese producten. Wat de invloed daarvan op langere termijn was kon nog niet aangegeven worden. Maar op de website van It Frysk Boun om Utens komt geen krite (club) Amsterdam meer voor.

Bronnen: Nieuwe Encyclopedie van Fryslân, Internetsites, Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis dec 2000, Ons Amsterdam, internetsites

--------
De plaatjes zijn van de schrijver
© 2019 Dik Kruithof
powered by CJ2