archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 17
Jaargang 16
4 juli 2019
Nummer 18 verschijnt op
29 augustus 2019
Bezigheden > Ontmoetingen delen printen terug
Van wie was dat stokje? Reinier van Delden

1606VG StokjeIk vond zo’n stokje met een draadje aan het eind.
Om je tanden te flossen, je weet wel.
Had iemand achtergelaten op het station.
Ik had de neiging om het op te rapen.
Maar ja, dat is ook weer zo wat.
Is toch een beetje viezig.
Hè getsie, dacht ik, nee dat doe ik niet.
Ik liet het stokje dus liggen.

Het bleef wel door mijn hoofd spoken.
Van wie zou dat stokje zijn geweest?
Een haastig dametje, zat ik aan te denken.
Had natuurlijk net een saucijzenbroodje gekocht.
Omdat ze voor de zoveelste keer geen brood in huis had.
Dus zij in no time dat saucijzenbroodje weggewerkt.
En nu had ze allemaal van die stukjes tussen d’r kronen.
Het stokje bood uitkomst.
Die had ze altijd standaard in haar tas zitten.
Tussen de make-up en andere prullaria.
Je kunt je er vast een voorstelling van maken.
Op die hoge hakjes van der, die trap afrennend.
Nog bijna struikelend ook.
Om die trein maar te halen.
En dan onderwijl, in alle haast, haar gebit aan het flossen.

Een gejaagd leven.
Maar goed, ze wist niet beter.
En die man van d’r, wat zal die doen?
Die lag natuurlijk nog in bed te meuren.
Ga toch eens wat doen vent!
Het was tegen dovemans oren gericht.
Aan de andere kant, ze hield van hem.
En daar is weinig tegen bestand.
Dus ze had nogal wat aan haar hoofd.
Dat dametje, met die hoge hakjes van d’r.
Die ik in gedachte de trein zag halen.
En achteloos dat stokje uit haar hand liet vallen.
Alsof niemand dat zag.

-----
Het plaatje is van Elène Klaren


© 2019 Reinier van Delden meer Reinier van Delden - meer "Ontmoetingen" -
Bezigheden > Ontmoetingen
Van wie was dat stokje? Reinier van Delden
1606VG StokjeIk vond zo’n stokje met een draadje aan het eind.
Om je tanden te flossen, je weet wel.
Had iemand achtergelaten op het station.
Ik had de neiging om het op te rapen.
Maar ja, dat is ook weer zo wat.
Is toch een beetje viezig.
Hè getsie, dacht ik, nee dat doe ik niet.
Ik liet het stokje dus liggen.

Het bleef wel door mijn hoofd spoken.
Van wie zou dat stokje zijn geweest?
Een haastig dametje, zat ik aan te denken.
Had natuurlijk net een saucijzenbroodje gekocht.
Omdat ze voor de zoveelste keer geen brood in huis had.
Dus zij in no time dat saucijzenbroodje weggewerkt.
En nu had ze allemaal van die stukjes tussen d’r kronen.
Het stokje bood uitkomst.
Die had ze altijd standaard in haar tas zitten.
Tussen de make-up en andere prullaria.
Je kunt je er vast een voorstelling van maken.
Op die hoge hakjes van der, die trap afrennend.
Nog bijna struikelend ook.
Om die trein maar te halen.
En dan onderwijl, in alle haast, haar gebit aan het flossen.

Een gejaagd leven.
Maar goed, ze wist niet beter.
En die man van d’r, wat zal die doen?
Die lag natuurlijk nog in bed te meuren.
Ga toch eens wat doen vent!
Het was tegen dovemans oren gericht.
Aan de andere kant, ze hield van hem.
En daar is weinig tegen bestand.
Dus ze had nogal wat aan haar hoofd.
Dat dametje, met die hoge hakjes van d’r.
Die ik in gedachte de trein zag halen.
En achteloos dat stokje uit haar hand liet vallen.
Alsof niemand dat zag.

-----
Het plaatje is van Elène Klaren
© 2019 Reinier van Delden
powered by CJ2