archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 17
Jaargang 16
4 juli 2019
Nummer 18 verschijnt op
29 augustus 2019
Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Wat mij frappeert Arie de Jong

1606BS Drees5Toen ik 40 jaar geleden de economische wetenschap aanleerde, met het tweedelige handboek van Paul Samuelson als leidraad, waren er verschillende zaken die grote indruk op mij maakten. Bijvoorbeeld de elasticiteit van markten en de soms op het eerste oog onlogische gedragingen van consumenten. Of het dunne ideologische onderscheid tussen economische activiteiten van private ondernemers en van de staat. Maar niets maakte zo veel indruk als de vaak paradoxale verhouding van micro en macro in de economie.

Samuelson leerde dat je er niet goed aan doet de werkelijkheid door een gepolariseerde bril te bekijken. Neem de aandelenbeurs. Als er wat meer vraag dan aanbod is stijgen de prijzen van de aandelen. Als dan nogal wat mensen de winst willen pakken en hun aandelen te koop aanbieden daalt die prijs juist. De optelsom van rationele microbeslissingen heeft macrogevolgen. Wat mij zo frappeert is dat dit inzicht nooit gemeengoed wordt, dat die paradoxale spanning telkens weer opduikt. Laat ik concreet zijn, want sommige lezers dreigen misschien nu al af te haken.

Het nogal uit de kluiten gewassen bedrijf Amazon, vrucht van de nieuwe economie van het internet, wil een nieuw hoofdkantoor vestigen, ergens in de Verenigde Staten. Dat hoofdkantoor moet zelfs zo veel mensen bevatten, dat Amazon twee locaties wil benutten, omdat de behoeften en effecten van één hoofdkantoor een lokale economie kunnen verpletteren. Uiteraard heeft Amazon dat naar buiten gebracht als zorg voor de maatschappelijke gevolgen, maar de drijfveren lagen eerder in de nadelige consequenties voor Amazon zelf. Maar daar gaat het me niet om. Waar het mij om gaat is, dat Amazon de gelegenheid gaf aan Amerikaanse steden om een bieding te doen voor de vestiging van het hoofdkantoor.
Op 13 november maakte Amazon bekend dat de keuze was gevallen op New York en Arlington (Virginia). Overigens: eigenlijk gaat het niet eens om het hoofdkantoor, want dat blijft gewoon in Californië.

De keuze voor de twee nieuwe locaties was de uitkomst van een procedure van ongeveer twee jaar waarbij ongeveer 240 Amerikaanse steden een bod deden. Elke stad wilde natuurlijk graag zo’n grote vis binnenhalen! Goedkope grond, belastingfaciliteiten, noem maar op, niets was te gek. Zo werden de steden tegen elkaar uitgespeeld. Volgens de berichten krijgt Amazon in New York een belastingvoordeel van 1,5 miljard dollar, al is me niet helder of dat eenmalig of jaarlijks is. In Virginia was het belastingvoordeel ongeveer een half miljard dollar. Omgerekend naar de bijdrage per werkplek zou het gaan om ruim 60.000 dollar in New York en ruim 30.000 dollar bij Arlington.

Op microniveau, dus voor zo’n stad, is het een plus om zo’n grote vis binnen te halen. Op macroniveau is het allemaal flauwekul. Want ergens in de Verenigde Staten wilde Amazon zich vestigen. Dat nu enkele steden door het stof zijn gegaan en ternauwernood een netto-voordeel overhouden aan het binnenhalen van Amazon  kan op macroniveau een groot probleem worden. Andere investeerders zullen dit trucje ook gaan uitproberen en dan zullen andere steden waarschijnlijk volgen.
Het beteken dat zulke steden hun uitgaven moeten afwentelen op de rest van hun lokale economie, dus op de andere bedrijven of op de burgers. Dat vermindert doelmatige belastingheffing en de balans raakt zoek tussen wat wordt bijgedragen door bedrijven en burgers en de voordelen die ze genieten van wat de overheid levert (wegen, politie en brandweer, een schone en aantrekkelijke omgeving, een fatsoenlijke culturele infrastructuur, goede zorg).

Op die manier gaat het er ook internationaal aan toe, met het bieden van fiscale voordelen, zoals het verlagen van de winstbelasting, of denk aan het gedoe in Nederland over de afschaffing van de dividendbelasting voor buitenlanders. Internationale ondernemingen verkneukelen zich wanneer landen tegen elkaar opbieden om ze binnen te halen.

Zulke voorbeelden zijn er ook legio op heel andere gebieden dan de economie.
Op 28 november was ik bij de zogeheten Dreeslezing in Den Haag. Ter nagedachtenis aan Willem Drees als wethouder wordt daar jaarlijks een bijeenkomst belegd, waarbij iemand met enige bekendheid een inleiding houdt. Deze keer was Rosanne Herzberger aan de beurt, iemand die zich overigens naar mijn mening in de gevarenzone bevindt van (zelf)overschatting.

Zij hield een verhaal met als conclusie dat aan de wetenschap niet zoveel gezag moet worden toegekend als nu vaak het geval is *. Zij kwam daarmee op het terrein van de wetenschapsfilosofie en het was maar al te duidelijk dat ze daar niet zo veel te zoeken heeft. Daar gaat het me echter niet om. Bij de bevraging vanuit de zaal kwam weer haar pleidooi op tafel dat vaccinatieprogramma’s niet verplicht gesteld moeten worden, omdat het een inbreuk is op een grondrecht (integriteit van het eigen lichaam) en omdat er ook wel wat kanttekeningen bij het rendement van vaccinatieprogramma’s gezet kunnen worden.

Uiteraard wilde ze tegelijkertijd niet gerekend worden tot de bevindelijke gelovigen die vaccinatie afwijzen, omdat het aan God is om te bepalen of je ziek wordt of niet, of bij de vaak goed opgeleide groep die elkaar wijsmaakt dat er grote gevaren kleven aan vaccinatie. Terecht wees ze er op, dat het geheel zinloos is met die laatste groep, de anti-vaccinatie-activisten, in debat te gaan, want die verdraaien feiten naar het hun goeddunkt en zijn toch niet te overtuigen van de wenselijkheid van vaccinatie.

Zij stelde zich desalniettemin op achter de microtoets van het individu om wel of niet toe te staan dat een kind een prik krijgt. Als dat individu dat niet wil, dan maar niet. Wat mij opviel was dat ze weinig woorden vuil maakte aan de andere kant van de medaille: als veel mensen zo’n beslissing om niet te vaccineren nemen, dan zakt het aantal mensen dat gevaccineerd is onder een veilige marge. Ze gaf aan dat het een ideologische keuze is om geen vaccinatieplicht te willen, maar dan lijkt het mij ook een ideologische keuze om daar wel voor te kiezen. In haar ogen moet er dan maar gestemd worden, dan komt het wel goed.

Beter lijkt het mij om er in alle rust goed over te praten met voor- en tegenstanders en na te gaan of de beweegredenen en de weging van de feiten over en weer stand houden. Interessant is dat ook hier, voor zo ver het de ideologische kant aangaat, micro (recht om vaccinatie te weigeren) en macro (de verantwoordelijkheid naar de samenleving vergt verplichte vaccinatie bij sommige ziektes) tegenover elkaar staan. Allebei hebben in zekere mate het gelijk aan hun zijde en dat is weer een prachtige paradox van micro-macro.

* De Dreeslezing is te vinden op www.willemdrees.nl onder Overzicht lezingen.


© 2019 Arie de Jong meer Arie de Jong - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
Wat mij frappeert Arie de Jong
1606BS Drees5Toen ik 40 jaar geleden de economische wetenschap aanleerde, met het tweedelige handboek van Paul Samuelson als leidraad, waren er verschillende zaken die grote indruk op mij maakten. Bijvoorbeeld de elasticiteit van markten en de soms op het eerste oog onlogische gedragingen van consumenten. Of het dunne ideologische onderscheid tussen economische activiteiten van private ondernemers en van de staat. Maar niets maakte zo veel indruk als de vaak paradoxale verhouding van micro en macro in de economie.

Samuelson leerde dat je er niet goed aan doet de werkelijkheid door een gepolariseerde bril te bekijken. Neem de aandelenbeurs. Als er wat meer vraag dan aanbod is stijgen de prijzen van de aandelen. Als dan nogal wat mensen de winst willen pakken en hun aandelen te koop aanbieden daalt die prijs juist. De optelsom van rationele microbeslissingen heeft macrogevolgen. Wat mij zo frappeert is dat dit inzicht nooit gemeengoed wordt, dat die paradoxale spanning telkens weer opduikt. Laat ik concreet zijn, want sommige lezers dreigen misschien nu al af te haken.

Het nogal uit de kluiten gewassen bedrijf Amazon, vrucht van de nieuwe economie van het internet, wil een nieuw hoofdkantoor vestigen, ergens in de Verenigde Staten. Dat hoofdkantoor moet zelfs zo veel mensen bevatten, dat Amazon twee locaties wil benutten, omdat de behoeften en effecten van één hoofdkantoor een lokale economie kunnen verpletteren. Uiteraard heeft Amazon dat naar buiten gebracht als zorg voor de maatschappelijke gevolgen, maar de drijfveren lagen eerder in de nadelige consequenties voor Amazon zelf. Maar daar gaat het me niet om. Waar het mij om gaat is, dat Amazon de gelegenheid gaf aan Amerikaanse steden om een bieding te doen voor de vestiging van het hoofdkantoor.
Op 13 november maakte Amazon bekend dat de keuze was gevallen op New York en Arlington (Virginia). Overigens: eigenlijk gaat het niet eens om het hoofdkantoor, want dat blijft gewoon in Californië.

De keuze voor de twee nieuwe locaties was de uitkomst van een procedure van ongeveer twee jaar waarbij ongeveer 240 Amerikaanse steden een bod deden. Elke stad wilde natuurlijk graag zo’n grote vis binnenhalen! Goedkope grond, belastingfaciliteiten, noem maar op, niets was te gek. Zo werden de steden tegen elkaar uitgespeeld. Volgens de berichten krijgt Amazon in New York een belastingvoordeel van 1,5 miljard dollar, al is me niet helder of dat eenmalig of jaarlijks is. In Virginia was het belastingvoordeel ongeveer een half miljard dollar. Omgerekend naar de bijdrage per werkplek zou het gaan om ruim 60.000 dollar in New York en ruim 30.000 dollar bij Arlington.

Op microniveau, dus voor zo’n stad, is het een plus om zo’n grote vis binnen te halen. Op macroniveau is het allemaal flauwekul. Want ergens in de Verenigde Staten wilde Amazon zich vestigen. Dat nu enkele steden door het stof zijn gegaan en ternauwernood een netto-voordeel overhouden aan het binnenhalen van Amazon  kan op macroniveau een groot probleem worden. Andere investeerders zullen dit trucje ook gaan uitproberen en dan zullen andere steden waarschijnlijk volgen.
Het beteken dat zulke steden hun uitgaven moeten afwentelen op de rest van hun lokale economie, dus op de andere bedrijven of op de burgers. Dat vermindert doelmatige belastingheffing en de balans raakt zoek tussen wat wordt bijgedragen door bedrijven en burgers en de voordelen die ze genieten van wat de overheid levert (wegen, politie en brandweer, een schone en aantrekkelijke omgeving, een fatsoenlijke culturele infrastructuur, goede zorg).

Op die manier gaat het er ook internationaal aan toe, met het bieden van fiscale voordelen, zoals het verlagen van de winstbelasting, of denk aan het gedoe in Nederland over de afschaffing van de dividendbelasting voor buitenlanders. Internationale ondernemingen verkneukelen zich wanneer landen tegen elkaar opbieden om ze binnen te halen.

Zulke voorbeelden zijn er ook legio op heel andere gebieden dan de economie.
Op 28 november was ik bij de zogeheten Dreeslezing in Den Haag. Ter nagedachtenis aan Willem Drees als wethouder wordt daar jaarlijks een bijeenkomst belegd, waarbij iemand met enige bekendheid een inleiding houdt. Deze keer was Rosanne Herzberger aan de beurt, iemand die zich overigens naar mijn mening in de gevarenzone bevindt van (zelf)overschatting.

Zij hield een verhaal met als conclusie dat aan de wetenschap niet zoveel gezag moet worden toegekend als nu vaak het geval is *. Zij kwam daarmee op het terrein van de wetenschapsfilosofie en het was maar al te duidelijk dat ze daar niet zo veel te zoeken heeft. Daar gaat het me echter niet om. Bij de bevraging vanuit de zaal kwam weer haar pleidooi op tafel dat vaccinatieprogramma’s niet verplicht gesteld moeten worden, omdat het een inbreuk is op een grondrecht (integriteit van het eigen lichaam) en omdat er ook wel wat kanttekeningen bij het rendement van vaccinatieprogramma’s gezet kunnen worden.

Uiteraard wilde ze tegelijkertijd niet gerekend worden tot de bevindelijke gelovigen die vaccinatie afwijzen, omdat het aan God is om te bepalen of je ziek wordt of niet, of bij de vaak goed opgeleide groep die elkaar wijsmaakt dat er grote gevaren kleven aan vaccinatie. Terecht wees ze er op, dat het geheel zinloos is met die laatste groep, de anti-vaccinatie-activisten, in debat te gaan, want die verdraaien feiten naar het hun goeddunkt en zijn toch niet te overtuigen van de wenselijkheid van vaccinatie.

Zij stelde zich desalniettemin op achter de microtoets van het individu om wel of niet toe te staan dat een kind een prik krijgt. Als dat individu dat niet wil, dan maar niet. Wat mij opviel was dat ze weinig woorden vuil maakte aan de andere kant van de medaille: als veel mensen zo’n beslissing om niet te vaccineren nemen, dan zakt het aantal mensen dat gevaccineerd is onder een veilige marge. Ze gaf aan dat het een ideologische keuze is om geen vaccinatieplicht te willen, maar dan lijkt het mij ook een ideologische keuze om daar wel voor te kiezen. In haar ogen moet er dan maar gestemd worden, dan komt het wel goed.

Beter lijkt het mij om er in alle rust goed over te praten met voor- en tegenstanders en na te gaan of de beweegredenen en de weging van de feiten over en weer stand houden. Interessant is dat ook hier, voor zo ver het de ideologische kant aangaat, micro (recht om vaccinatie te weigeren) en macro (de verantwoordelijkheid naar de samenleving vergt verplichte vaccinatie bij sommige ziektes) tegenover elkaar staan. Allebei hebben in zekere mate het gelijk aan hun zijde en dat is weer een prachtige paradox van micro-macro.

* De Dreeslezing is te vinden op www.willemdrees.nl onder Overzicht lezingen.
© 2019 Arie de Jong
powered by CJ2