archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 3
Jaargang 16
8 november 2018
Nummer 5 verschijnt op
13 december 2018
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept delen printen terug
Van stinkzeep naar Cornetto's Willem Minderhout

1603VG SunlightDe Belle Epoque, de periode voor de Eerste Wereldoorlog, kenmerkte zich onder veel meer door de opkomst van het merkartikel en de reclame die daarmee gepaard ging. Voor die tijd werden kruidenierswaren als boter, suiker, zout, zeep etc. van grote anonieme brokken gesneden tot porties voor de consument.

Sommige fabrikanten voelden de nieuwe tijd feilloos aan. De heer Tate, bijvoorbeeld, vond het suikerklontje uit. Keurig verpakt maakte dit product eindelijk het antwoord op de vraag hoeveel suiker in de thee gewenst was beantwoordbaar in een precies aantal ‘lumps’. De heer Tate werd schatrijk van het suikerklontje. Zijn centen besteedde hij aan de kunstverzameling die we nu in de Tate Gallery en Tate Modern kunnen bewonderen.

Ook William Lever had een fijne neus voor consumentenverlangens. Als een van de Lever Brothers bestierde hij het door zijn vader opgerichtte kruideniersconcern. Hij deed dat niet alleen vanachter zijn bureau, maar hij bezocht zijn winkels om het consumentengedrag te observeren.  Zo zag hij tot zijn verbazing dat een bepaalde zeep, die ‘stinky soap’ genoemd werd ondanks de geur heel populair was bij de huisvrouw. De reden was dat de onaangename geur ruimschoots gecompenseerd werd door het rijke schuim dat bij het wassen ontstond.

Het bleek zeep te zijn die van plantaardige olie gemaakt werd. Deze zeep schuimde veel lekkerder dan de harde zeep die van dierlijk vet werd gemaakt. Hij ging daardoor ook veel minder lang mee, wat wel een pluspunt was voor de verkoop. De onaangename geur kwam doordat de buitenkant nogal snel oxideerde. Hier was wel wat aan te doen. William Lever voegde er een aangename geurstof aan toe, verpakte het in kleine porties in een aantrekkelijke verpakking en verzon een aansprekend merk: Sunlight Soap was geboren!

Hier liet William Lever het niet bij: hij kocht een stuk moerasland bij Liverpool, maakte het bouwrijp, bouwde er niet alleen een fabriek voor zijn zeep, maar ook een stad waarin zijn arbeiders konden wonen: Port Sunlight!
De schatrijke grootgrutter werd nu een nog schatrijkere zeepkoning. Bovendien had hij deze tweede carrière helemaal aan zichzelf te danken. Sun Light werd een wereldsucces en Port Sun Light was een modelstad waarin het welzijn van de arbeider centraal stond. Als de arbeider netjes zijn werk deed, uiteraard. Lord William Leverhulme, die toen hij geridderd werd de naam van zijn overleden vrouw aan zijn naam toevoegde, was een ‘liberale autocraat’.

Na de zeep zocht deze workaholic een nieuwe uitdaging. Hij wilde zelf, dus los van het Lever Brothers-concern, nog eenmaal iets groots verrichten. Die kans deed zich voor toen na de Eerste Wereldoorlog het Schotse eiland Lewis te koop werd aangeboden. Hij wilde dit nooddruftige eiland tot ontwikkeling brengen, maar dan wel op zijn condities: hij zou er een enorme visindustrie tot stand brengen. De mensen van Lewis konden op zijn vloot en in zijn visverwerkende industrie werken. Hij zou de visvangst wetenschappelijk aanpakken. Met verkenningsvliegtuigen, die na de oorlog overvloedig voorradig waren, zouden de scholen vis worden opgespoord zodat de vissers altijd een goede vangst zouden hebben.

Plannen werden gemaakt om de nieuwe werknemers voor de vis-inblikkerij van Lord Leverhulme in Stornoway, het hoofdstadje van Lewis, te huisvesten, maar toen ging het mis. In de dromen van Lord Leverhulme zou Stornoway veel nieuwe inwoners krijgen. Om die te voeden vond hij het om een of andere reden noodzakelijk dat er verse melk in de buurt van het stadje geproduceerd zou worden. Hij wilde daarom rond Stornaway moderne melkveehouderijen oprichten. De  mensen van Lewis hadden echter net het zwaarbevochten recht gekregen om de boerderijen weer te verdelen in kleine pachtkavels (‘crofts’) en ze voelden er niets voor om daarvan af te zien ten bate van de zuivel. Ze hadden ook geen trek om in loondienst te gaan werken. Het bestaan van keuterboer (crofter) was wellicht karig en zwaar, maar het enige leven dat ze echt wilden leiden.

Deze ‘melkoorlog’ leidde uiteindelijk tot het echec van Leverhulmes’s plannen voor Lewis. De ware reden is overigens dat de marktwaarde van vis kelderde door afnemende vraag enerzijds en goedkoper aanbod uit landen als Noorwegen en Nederland anderzijds. Tot overmaat van ramp zorgde een haringembargo tegen de Sovjet Unie ervoor dat de enorme Russische haringmarkt wegviel. Onder die condities zouden zijn investeringen zich nooit terugbetalen. De mislukking van Leverhulme op Lewis had echter wel grote gevolgen voor de Lever Brothers en zijn nog steeds van invloed op het huidige Unilever.

Leverhulme, die graag de hele keten van productie tot consumptie beheerste, had namelijk vooruitlopend op zijn visplannen op Lewis al tientallen viswinkels in Groot Brittannië gekocht die ‘MacFisheries’ gedoopt werden. Ook zonder vis van Lewis werd dit concept een groot succes. Om het assortiment van MacFisheries wat uit te breiden werd worst verkocht. Leverhulme kocht daartoe gelijk een worstfabriek, de fabriek van Wall’s.

In de zomer zakte ook de consumptie van worst wat in. Om deze seizoensdip tegen te gaan besloot Wall’s om naast worst ook roomijs te gaan maken. Wall’s bestaat in het Verenigd Koninkrijk nog steeds als ijsmerk. Bij ons heet het Ola en Magnum.
Als u een Cornetto of een Magnum eet, weet dan dat u die traktatie te danken heeft aan de mislukte avonturen van Lord Leverhulme op Lewis!

Roger Hutchinson, The Soap Man. Lewis, Harris and Lord Leverhulme, Birlinn, 2009

-----
Het plaatje is van Katharina Kouwenhoven


© 2018 Willem Minderhout meer Willem Minderhout - meer "De wereldliteratuur roept" -
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept
Van stinkzeep naar Cornetto's Willem Minderhout
1603VG SunlightDe Belle Epoque, de periode voor de Eerste Wereldoorlog, kenmerkte zich onder veel meer door de opkomst van het merkartikel en de reclame die daarmee gepaard ging. Voor die tijd werden kruidenierswaren als boter, suiker, zout, zeep etc. van grote anonieme brokken gesneden tot porties voor de consument.

Sommige fabrikanten voelden de nieuwe tijd feilloos aan. De heer Tate, bijvoorbeeld, vond het suikerklontje uit. Keurig verpakt maakte dit product eindelijk het antwoord op de vraag hoeveel suiker in de thee gewenst was beantwoordbaar in een precies aantal ‘lumps’. De heer Tate werd schatrijk van het suikerklontje. Zijn centen besteedde hij aan de kunstverzameling die we nu in de Tate Gallery en Tate Modern kunnen bewonderen.

Ook William Lever had een fijne neus voor consumentenverlangens. Als een van de Lever Brothers bestierde hij het door zijn vader opgerichtte kruideniersconcern. Hij deed dat niet alleen vanachter zijn bureau, maar hij bezocht zijn winkels om het consumentengedrag te observeren.  Zo zag hij tot zijn verbazing dat een bepaalde zeep, die ‘stinky soap’ genoemd werd ondanks de geur heel populair was bij de huisvrouw. De reden was dat de onaangename geur ruimschoots gecompenseerd werd door het rijke schuim dat bij het wassen ontstond.

Het bleek zeep te zijn die van plantaardige olie gemaakt werd. Deze zeep schuimde veel lekkerder dan de harde zeep die van dierlijk vet werd gemaakt. Hij ging daardoor ook veel minder lang mee, wat wel een pluspunt was voor de verkoop. De onaangename geur kwam doordat de buitenkant nogal snel oxideerde. Hier was wel wat aan te doen. William Lever voegde er een aangename geurstof aan toe, verpakte het in kleine porties in een aantrekkelijke verpakking en verzon een aansprekend merk: Sunlight Soap was geboren!

Hier liet William Lever het niet bij: hij kocht een stuk moerasland bij Liverpool, maakte het bouwrijp, bouwde er niet alleen een fabriek voor zijn zeep, maar ook een stad waarin zijn arbeiders konden wonen: Port Sunlight!
De schatrijke grootgrutter werd nu een nog schatrijkere zeepkoning. Bovendien had hij deze tweede carrière helemaal aan zichzelf te danken. Sun Light werd een wereldsucces en Port Sun Light was een modelstad waarin het welzijn van de arbeider centraal stond. Als de arbeider netjes zijn werk deed, uiteraard. Lord William Leverhulme, die toen hij geridderd werd de naam van zijn overleden vrouw aan zijn naam toevoegde, was een ‘liberale autocraat’.

Na de zeep zocht deze workaholic een nieuwe uitdaging. Hij wilde zelf, dus los van het Lever Brothers-concern, nog eenmaal iets groots verrichten. Die kans deed zich voor toen na de Eerste Wereldoorlog het Schotse eiland Lewis te koop werd aangeboden. Hij wilde dit nooddruftige eiland tot ontwikkeling brengen, maar dan wel op zijn condities: hij zou er een enorme visindustrie tot stand brengen. De mensen van Lewis konden op zijn vloot en in zijn visverwerkende industrie werken. Hij zou de visvangst wetenschappelijk aanpakken. Met verkenningsvliegtuigen, die na de oorlog overvloedig voorradig waren, zouden de scholen vis worden opgespoord zodat de vissers altijd een goede vangst zouden hebben.

Plannen werden gemaakt om de nieuwe werknemers voor de vis-inblikkerij van Lord Leverhulme in Stornoway, het hoofdstadje van Lewis, te huisvesten, maar toen ging het mis. In de dromen van Lord Leverhulme zou Stornoway veel nieuwe inwoners krijgen. Om die te voeden vond hij het om een of andere reden noodzakelijk dat er verse melk in de buurt van het stadje geproduceerd zou worden. Hij wilde daarom rond Stornaway moderne melkveehouderijen oprichten. De  mensen van Lewis hadden echter net het zwaarbevochten recht gekregen om de boerderijen weer te verdelen in kleine pachtkavels (‘crofts’) en ze voelden er niets voor om daarvan af te zien ten bate van de zuivel. Ze hadden ook geen trek om in loondienst te gaan werken. Het bestaan van keuterboer (crofter) was wellicht karig en zwaar, maar het enige leven dat ze echt wilden leiden.

Deze ‘melkoorlog’ leidde uiteindelijk tot het echec van Leverhulmes’s plannen voor Lewis. De ware reden is overigens dat de marktwaarde van vis kelderde door afnemende vraag enerzijds en goedkoper aanbod uit landen als Noorwegen en Nederland anderzijds. Tot overmaat van ramp zorgde een haringembargo tegen de Sovjet Unie ervoor dat de enorme Russische haringmarkt wegviel. Onder die condities zouden zijn investeringen zich nooit terugbetalen. De mislukking van Leverhulme op Lewis had echter wel grote gevolgen voor de Lever Brothers en zijn nog steeds van invloed op het huidige Unilever.

Leverhulme, die graag de hele keten van productie tot consumptie beheerste, had namelijk vooruitlopend op zijn visplannen op Lewis al tientallen viswinkels in Groot Brittannië gekocht die ‘MacFisheries’ gedoopt werden. Ook zonder vis van Lewis werd dit concept een groot succes. Om het assortiment van MacFisheries wat uit te breiden werd worst verkocht. Leverhulme kocht daartoe gelijk een worstfabriek, de fabriek van Wall’s.

In de zomer zakte ook de consumptie van worst wat in. Om deze seizoensdip tegen te gaan besloot Wall’s om naast worst ook roomijs te gaan maken. Wall’s bestaat in het Verenigd Koninkrijk nog steeds als ijsmerk. Bij ons heet het Ola en Magnum.
Als u een Cornetto of een Magnum eet, weet dan dat u die traktatie te danken heeft aan de mislukte avonturen van Lord Leverhulme op Lewis!

Roger Hutchinson, The Soap Man. Lewis, Harris and Lord Leverhulme, Birlinn, 2009

-----
Het plaatje is van Katharina Kouwenhoven
© 2018 Willem Minderhout
powered by CJ2