archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 2
Jaargang 16
25 oktober 2018
Nummer 4 verschijnt op
29 november 2018
Beschouwingen > Het leven zelf delen printen terug
Friezen in de diaspora Henk Klaren

1602BS DokkumMijn vrouw vond laatst een medaille van mijn vader terug. Er staat een wat stijve kaatser op de voorkant. Achterop stond een datum en: ‘1e prijs’. Het is een medaille van een kaatspartij van de Fryske Krite in Sutfen. Dat is de spelling op de medaille. Die club bestaat niet meer. Friezen in diaspora kruipen wat minder bij elkaar tegenwoordig. Kaatsen was mijn vaders sport. Hij ging regelmatig naar de PC in Franeker, de belangrijkste kaatspartij van het jaar.

Kortebaanschaatsen vond hij ook leuk en voetballen als het Heerenveen betrof en dan vooral Abe Lenstra. Hij heeft me nog eens meegenomen naar een wedstrijd van SC Enschede. Dan kon ik zijn Abe ook nog eens in het echt zien spelen. Ik koester die herinnering (en hij was nog góed hoor, ûs Abe).

Mijn moeder zag zichzelf als een trotse Friezin. En dat was ze ook. Ze heette Hinke Lammertsma en kwam uit Boalsert. Ze zei nóóit Bolsward. Met haar ouders heeft ze een tijdlang gewoond in de Wipstraat, nummer 1. ‘We woonden oppe Wip’, zei ze altijd. In dat pand is tegenwoordig een klein museum gevestigd. Het is het ‘bertehûs fen Gysbert Japiks, Fryslâns Dichter’. Ik heb nog een foto van mijn grootmoeder in de deuropening van dat huis en op die foto staat een plaquette met de geciteerde tekst. Goed leesbaar. Ik ben er geweest tijdens Simmer 2000, de grote reünie van alle Friezen. Je kunt in het museumpje geen uren doorbrengen. Het is een klein huisje, maar het is wel leuk.

Kortom: hoe Fries kun je zijn? Ach, ik ben er niet geboren. Ik heb er nooit gewoond. Mijn naam klinkt niet Fries (hoewel zo’n 60% van alle Klarens nog steeds rond Heerenveen woont). Ik spreek de taal niet en ik heb geen accent en ben ook helemaal niet trots op mijn Fries zijn. Waarom zou je trots zijn op iets waar je niets aan kunt doen? Maar leuk is het wel. Langzaam groeit de door mijn moeder gestarte verzameling wandborden met Friese spreuken. Ik heb een ijsmuts met de Friese vlag erop, droeg hem vaak tijdens mijn schaatstochten. De Elfstedentocht is/was een vrije dag waard. In de kast ligt een Friese Asterix en op mijn gitaar klinkt het Friese volkslied onovertroffen (nou ja, het is me wel eens gelukt). Verder zing ik nog wel eens een paar zinnetjes uit Het Dokkumer Lokaeltsje.

Het boemeltje naar Dokkum bestaat al sinds mensenheugenis niet meer. Dus moesten de anti-Zwarte Piet demonstranten met de bus. Toen die werden tegengehouden zag je op TV allemaal lui met Friese Vlaggen zwaaien. De kranten stonden vol met termen als ‘blokkeerfriezen’. Het lijkt wel alsof het woord ‘Fries’ hetzelfde is als pro-Zwarte Piet activist.
Dat voelt helemaal niet goed. Ik betrap me zelfs op de gedachte: ‘Zo zijn wij niet’. Dat had ik een jaar of wat geleden ook al bij dat gedoe rond het AZC in Kollum. Het is natuurlijk onzin om zo te denken, er is niet zoiets als ‘wij’. De meeste mensen in Friesland, én de meeste ‘Friezen in diaspora’, zouden niet met vlaggen op de A27 aangetroffen  willen worden. En dan tóch die wat onaangename smaak in de mond …  .
Tussen haakjes: wat de kleur van Zwarte Piet betreft: geen mening.

Het Dokkumer Lokaeltsje

-----
De foto is van de schrijver


© 2018 Henk Klaren meer Henk Klaren - meer "Het leven zelf" -
Beschouwingen > Het leven zelf
Friezen in de diaspora Henk Klaren
1602BS DokkumMijn vrouw vond laatst een medaille van mijn vader terug. Er staat een wat stijve kaatser op de voorkant. Achterop stond een datum en: ‘1e prijs’. Het is een medaille van een kaatspartij van de Fryske Krite in Sutfen. Dat is de spelling op de medaille. Die club bestaat niet meer. Friezen in diaspora kruipen wat minder bij elkaar tegenwoordig. Kaatsen was mijn vaders sport. Hij ging regelmatig naar de PC in Franeker, de belangrijkste kaatspartij van het jaar.

Kortebaanschaatsen vond hij ook leuk en voetballen als het Heerenveen betrof en dan vooral Abe Lenstra. Hij heeft me nog eens meegenomen naar een wedstrijd van SC Enschede. Dan kon ik zijn Abe ook nog eens in het echt zien spelen. Ik koester die herinnering (en hij was nog góed hoor, ûs Abe).

Mijn moeder zag zichzelf als een trotse Friezin. En dat was ze ook. Ze heette Hinke Lammertsma en kwam uit Boalsert. Ze zei nóóit Bolsward. Met haar ouders heeft ze een tijdlang gewoond in de Wipstraat, nummer 1. ‘We woonden oppe Wip’, zei ze altijd. In dat pand is tegenwoordig een klein museum gevestigd. Het is het ‘bertehûs fen Gysbert Japiks, Fryslâns Dichter’. Ik heb nog een foto van mijn grootmoeder in de deuropening van dat huis en op die foto staat een plaquette met de geciteerde tekst. Goed leesbaar. Ik ben er geweest tijdens Simmer 2000, de grote reünie van alle Friezen. Je kunt in het museumpje geen uren doorbrengen. Het is een klein huisje, maar het is wel leuk.

Kortom: hoe Fries kun je zijn? Ach, ik ben er niet geboren. Ik heb er nooit gewoond. Mijn naam klinkt niet Fries (hoewel zo’n 60% van alle Klarens nog steeds rond Heerenveen woont). Ik spreek de taal niet en ik heb geen accent en ben ook helemaal niet trots op mijn Fries zijn. Waarom zou je trots zijn op iets waar je niets aan kunt doen? Maar leuk is het wel. Langzaam groeit de door mijn moeder gestarte verzameling wandborden met Friese spreuken. Ik heb een ijsmuts met de Friese vlag erop, droeg hem vaak tijdens mijn schaatstochten. De Elfstedentocht is/was een vrije dag waard. In de kast ligt een Friese Asterix en op mijn gitaar klinkt het Friese volkslied onovertroffen (nou ja, het is me wel eens gelukt). Verder zing ik nog wel eens een paar zinnetjes uit Het Dokkumer Lokaeltsje.

Het boemeltje naar Dokkum bestaat al sinds mensenheugenis niet meer. Dus moesten de anti-Zwarte Piet demonstranten met de bus. Toen die werden tegengehouden zag je op TV allemaal lui met Friese Vlaggen zwaaien. De kranten stonden vol met termen als ‘blokkeerfriezen’. Het lijkt wel alsof het woord ‘Fries’ hetzelfde is als pro-Zwarte Piet activist.
Dat voelt helemaal niet goed. Ik betrap me zelfs op de gedachte: ‘Zo zijn wij niet’. Dat had ik een jaar of wat geleden ook al bij dat gedoe rond het AZC in Kollum. Het is natuurlijk onzin om zo te denken, er is niet zoiets als ‘wij’. De meeste mensen in Friesland, én de meeste ‘Friezen in diaspora’, zouden niet met vlaggen op de A27 aangetroffen  willen worden. En dan tóch die wat onaangename smaak in de mond …  .
Tussen haakjes: wat de kleur van Zwarte Piet betreft: geen mening.

Het Dokkumer Lokaeltsje

-----
De foto is van de schrijver
© 2018 Henk Klaren
powered by CJ2