archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 4
Jaargang 16
29 november 2018
Nummer 5 verschijnt op
13 december 2018
Bezigheden > Op de fiets delen printen terug
... naar de Kuip, jawel * Thomas van der Steen

1520BZ FeyenoordNa vijf minuten wist ik dat hij Feyenoord-supporter was, mijn nieuwe collega. Na tien minuten wist ik dat hij hardcore lid was van het Legioen. Met alles wat daar bij hoort. Een seizoenkaart, radio Rijnmond in de auto, ‘dat clubje uit 020’ vervloeken, met de bus naar Kraków voor een Europese uitwedstrijd, een complot zien in alles wat de scheidsrechters, Aboutaleb, media in Hilversum en vooral de KNVB doen om hun club dwars te zitten. Foeteren op het bestuur, hun aankoopbeleid, de vrekkige havenbaronnen, de trainer … maar ook op de spelers want die werken niet hard genoeg. Eigenlijk zijn zij de enigen die de club overeind houden: de loyale hardwerkende fans, de 12e man die keer op keer weer de tribunes van die machtige Kuip beklimt.

Bij de uitgang van het station, onder die nieuwe stoere luifel, is het duidelijk: ik ben in de stad van Feyenoord. De fanshop van de club kleurt rood-wit en het is er druk. Gezinnen lopen langs uitgestalde shirts, sjaaltjes en posters; niet alleen de kinderen kijken begerig. Ik liep ook ooit met mijn zoon door zo’n shop, in die andere stad, zijn vriendjes hadden allemaal een shirt met rugnummer en eigen naam. Het was vlak na de invoering van de euro en toen ik het bedrag hoorde wat zo’n shirt kostte, rekende ik het om naar guldens. ‘Jongen, daar ging je vader vroeger een week van op vakantie.’ Ach, met die sokken was hij ook zielsgelukkig.

Als ik uit de fietsenstalling kom knippert zonlicht net tussen de kantoorreuzen van het Weena door. Dichter bij het Manhattan-gevoel kom je nergens in Nederland. Bij de fontein van het Hofplein sla ik rechtsaf, hier ligt de Coolsingel. De plek waar supporters samenkomen als er eindelijk weer eens wat te vieren is. Ik fiets langs het nu lege balkon van het Stadhuis waar dan hossende spelers een schaal of cup kussen.
Om in Zuid te komen moet ik de Erasmusbrug over. Nu zie ik hoe groot hij is en hoe dik de tuien zijn die de brug dragen, vinnig klimmetje trouwens. De weg naar de legendarische Kuip is almaar rechtdoor. Ik speur de horizon af om te zien of ik de lichtmasten al zie maar de minaretten van de Essalam moskee doemen als eerste op. Ik glimlach als ik denk aan de overeenkomsten tussen clubliefde en religie. Af en toe ben ik nog jaloers op dat gevoel. Ik was fanatiek supporter van Ajax - misselijk voor belangrijke wedstrijden - maar liet haar als vuile was vallen toen mijn eerste vriendinnetje zich aandiende.

In de fanshop - ja, nog een - moet ik me melden voor de rondleiding. Ik ben een van de 10, er zit een Duitser, ja zelfs een Argentijn bij. Toegewijd rijgt de gids anekdotes en glorieuze jaartallen aan elkaar. Mooi om te zien dat Feyenoord ook een gewoon bedrijf is met kantoren, secretaressen, koffiejuffrouwen, vergaderruimten en kopieermachines. De spelerstunnel is vaak op tv en nu ik er zelf doorheen loop galmt het tikken van noppen in mijn hoofd. De grasmat ligt er onberispelijk bij, geen sprietje groeit scheef. De gids praat over het veld als ware het heilig, we mogen de groene mat dan ook niet betreden.

Met de stad in mijn rug verlaat ik de Kuip. De huizen staan verder uit elkaar naarmate ik zuidelijker kom. Sportvelden en parken winnen terrein. Op de Zuiderbegraafplaats heerst de rust die daar hoort. De begraafplaats is enorm, het is een fikse wandeling naar het Feyenoord-vak. Geloof het of niet, maar je kunt je hier te midden van Feyenoord-monumenten laten begraven of je as laten uitstrooien. Op gras dat ooit in de Kuip heeft gegroeid, dat spreekt vanzelf.
Aan de schoffelende medewerker vraag ik of hij de club ook in het hart draagt. In smeuïg Rotterdams antwoordt hij: ‘Meneer, het is een ziekte, een dodelijke … ha ha ha.’

PS Van mijn inmiddels ex-collega kreeg ik 14 mei 2017 een selfie van hem, drijfnat in de Hofpleinvijver.

--------
Het plaatje is van de schrijver


© 2018 Thomas van der Steen meer Thomas van der Steen - meer "Op de fiets" -
Bezigheden > Op de fiets
... naar de Kuip, jawel * Thomas van der Steen
1520BZ FeyenoordNa vijf minuten wist ik dat hij Feyenoord-supporter was, mijn nieuwe collega. Na tien minuten wist ik dat hij hardcore lid was van het Legioen. Met alles wat daar bij hoort. Een seizoenkaart, radio Rijnmond in de auto, ‘dat clubje uit 020’ vervloeken, met de bus naar Kraków voor een Europese uitwedstrijd, een complot zien in alles wat de scheidsrechters, Aboutaleb, media in Hilversum en vooral de KNVB doen om hun club dwars te zitten. Foeteren op het bestuur, hun aankoopbeleid, de vrekkige havenbaronnen, de trainer … maar ook op de spelers want die werken niet hard genoeg. Eigenlijk zijn zij de enigen die de club overeind houden: de loyale hardwerkende fans, de 12e man die keer op keer weer de tribunes van die machtige Kuip beklimt.

Bij de uitgang van het station, onder die nieuwe stoere luifel, is het duidelijk: ik ben in de stad van Feyenoord. De fanshop van de club kleurt rood-wit en het is er druk. Gezinnen lopen langs uitgestalde shirts, sjaaltjes en posters; niet alleen de kinderen kijken begerig. Ik liep ook ooit met mijn zoon door zo’n shop, in die andere stad, zijn vriendjes hadden allemaal een shirt met rugnummer en eigen naam. Het was vlak na de invoering van de euro en toen ik het bedrag hoorde wat zo’n shirt kostte, rekende ik het om naar guldens. ‘Jongen, daar ging je vader vroeger een week van op vakantie.’ Ach, met die sokken was hij ook zielsgelukkig.

Als ik uit de fietsenstalling kom knippert zonlicht net tussen de kantoorreuzen van het Weena door. Dichter bij het Manhattan-gevoel kom je nergens in Nederland. Bij de fontein van het Hofplein sla ik rechtsaf, hier ligt de Coolsingel. De plek waar supporters samenkomen als er eindelijk weer eens wat te vieren is. Ik fiets langs het nu lege balkon van het Stadhuis waar dan hossende spelers een schaal of cup kussen.
Om in Zuid te komen moet ik de Erasmusbrug over. Nu zie ik hoe groot hij is en hoe dik de tuien zijn die de brug dragen, vinnig klimmetje trouwens. De weg naar de legendarische Kuip is almaar rechtdoor. Ik speur de horizon af om te zien of ik de lichtmasten al zie maar de minaretten van de Essalam moskee doemen als eerste op. Ik glimlach als ik denk aan de overeenkomsten tussen clubliefde en religie. Af en toe ben ik nog jaloers op dat gevoel. Ik was fanatiek supporter van Ajax - misselijk voor belangrijke wedstrijden - maar liet haar als vuile was vallen toen mijn eerste vriendinnetje zich aandiende.

In de fanshop - ja, nog een - moet ik me melden voor de rondleiding. Ik ben een van de 10, er zit een Duitser, ja zelfs een Argentijn bij. Toegewijd rijgt de gids anekdotes en glorieuze jaartallen aan elkaar. Mooi om te zien dat Feyenoord ook een gewoon bedrijf is met kantoren, secretaressen, koffiejuffrouwen, vergaderruimten en kopieermachines. De spelerstunnel is vaak op tv en nu ik er zelf doorheen loop galmt het tikken van noppen in mijn hoofd. De grasmat ligt er onberispelijk bij, geen sprietje groeit scheef. De gids praat over het veld als ware het heilig, we mogen de groene mat dan ook niet betreden.

Met de stad in mijn rug verlaat ik de Kuip. De huizen staan verder uit elkaar naarmate ik zuidelijker kom. Sportvelden en parken winnen terrein. Op de Zuiderbegraafplaats heerst de rust die daar hoort. De begraafplaats is enorm, het is een fikse wandeling naar het Feyenoord-vak. Geloof het of niet, maar je kunt je hier te midden van Feyenoord-monumenten laten begraven of je as laten uitstrooien. Op gras dat ooit in de Kuip heeft gegroeid, dat spreekt vanzelf.
Aan de schoffelende medewerker vraag ik of hij de club ook in het hart draagt. In smeuïg Rotterdams antwoordt hij: ‘Meneer, het is een ziekte, een dodelijke … ha ha ha.’

PS Van mijn inmiddels ex-collega kreeg ik 14 mei 2017 een selfie van hem, drijfnat in de Hofpleinvijver.

--------
Het plaatje is van de schrijver
© 2018 Thomas van der Steen
powered by CJ2