archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 4
Jaargang 16
29 november 2018
Nummer 5 verschijnt op
13 december 2018
Beschouwingen > Brief uit ... delen printen terug
Een nostalgisch reisje Yorkshire (2) Frits Hoorweg

1520BS YorkshireDie schapen zijn nogal beeldbepalend als je iets hoger komt in de ‘Dales’. Ze schijnen er al duizenden jaren te bivakkeren en zijn blijkbaar goed tegen harde winters bestand, hoewel je dat er niet direct aan af ziet. Ik heb er eens één uit een zompig stukje ‘moor’ getrokken, die daar lijdzaam z’n einde zat af te wachten; geen overlever van nature zo te zien. Bij de verspreiding van de schapenteelt hebben de Cisterciënzer monniken een belangrijke rol gespeeld. Hier en daar zijn nog restanten van hun abdijen te bewonderen. Die van Fountains Abbey hadden we in het verleden al meerdere malen bezocht en daarom gingen we deze keer maar eens bij Rievaulx Abbey kijken.

Dat was in 1132 de eerste van zijn soort in Engeland. De monniken die zich daar settelden kwamen uit Clairvaux in Bourgondië en namen niet alleen religieuze principes en gewoonten mee, maar ook overlevingsstrategieën. Eén daarvan bestond uit het houden van schapen (waar ook een soort van horigen of pachters aan te pas kwamen) en het verwerken van wol. Wie goed zoekt, zoals Dr. Arthur Raistrick * vindt nog allerlei sporen van paden, waar schapen langs naar de markt werden gedreven, en dergelijke. Bij de ruïne van de Abbey zelf gaat de aandacht meer uit naar bouwtechnieken en de religieuze functie van ruimten die nog te herkennen zijn. Dat zoveel van die Abbeys tot (weliswaar wonderschone) ruïnes gereduceerd zijn hebben we te danken aan de Suppression in 1538. Op gezag van Hendrik VIII werden toen meer dan 800 kloosters gesloten.

Na ons bezoek aan Rievaulx werd het tijd om het Nidderdale te gaan opzoeken. Daar maakten we voor het eerst echt kennis met Yorkshire. Onze aankomst daar staat me nog levendig voor de geest. Stel u voor: een man en een vrouw, midden dertig en twee zoontjes van amper 10, in een cognackleurige Opel Kadett. De auto bevatte behalve de vier inzittenden een volledige kampeeruitrusting: twee tenten, een kooktoestelletje, pannen, borden, bestek, vier slaapzakken, wandelschoenen, laarzen, extra kleding en toiletartikelen. Als we ergens opbraken kwamen de andere kampeerders kijken hoe we dat allemaal in het Opeltje kregen. Achter de chauffeursstoel was trouwens ook nog enige ruimte gereserveerd voor de boeken die we onderweg aanschaften.

Afijn met dat hele gedoetje kwamen we dus aan op Studfold Farm, achterin het Nidderdale, ongeveer daar waar de River Nidd aan de oppervlakte komt. We hadden in een of ander gidsje gezien dat daar een piepkleine camping was die bij een nog functionerende boerderij hoorde. Dat bleek op zich een voltreffer, alleen het weer werkte even niet mee. Direct na aankomst begon het te gieten, geen ideale omstandigheden om twee tenten te gaan opzetten. Maar geen nood, juist op dat moment liepen er studenten van een kleinkunstacademie over de camping om reclame te maken1520BS Yorkshire2 voor een voorstelling die zij die avond zouden geven. ‘We are doing Biggles in the Village Hall tonight!’ Afijn, het werd een memorabele avond. Na afloop van de voorstelling was het opgehouden met regenen en konden we de tenten alsnog opzetten. De volgende ochtend (of was dat de dag erna?) was onze oudste zoon verdwenen. Na enig zoeken bleek hij te zijn gaan helpen bij het melken van de koeien. We zijn daar nog heel vaak terug geweest.

De camping wordt nu gedreven door de kinderen van Stan en Frieda, die er in onze tijd de scepter zwaaiden. Van een boerderij is eigenlijk geen sprake meer. De stal is omgebouwd tot kantoor annex ‘tearoom’. Stan is inmiddels overleden en Frieda schuifelt nog wat rond in hun huisje. Ze raakt steeds meer in de greep van dementia, maar ze herkende ons wel! Ze informeerde zelfs naar Erik, hij van het melken; buitengewoon ontroerend. De camping doet het zo te zien prima, zonder dat hij veel groter of gelikter is geworden. Ze hebben zelfs een website, zie onder.

Kamperen doen wij niet meer en daarom hadden we een onderkomen gezocht in Pateley Bridge, een plaatsje verderop aan de Nidd. Van daaruit deden we alle oude vertrouwde bestemmingen aan. Zoals Masham, waar de laatste zaterdag van juli altijd een grootse stoommanifestatie plaatsvindt: Masham Steam. Als het toevallig regent moet je er door de modder baggeren, maar daar was nu geen sprake van. We sjokten als vanouds weer langs eindeloze uitstallingen van oude apparaten, waar de eigenaar (liefst met z’n hele familie) naast zit, op krukjes of tuinstoelen. Er zijn optochten van oude tractoren en er was deze keer ook nog een motorrijder die gevaarlijke stunts uithaalde, terwijl zijn eigen commentaar via een geluidsinstallatie te horen was. Nou ja, verder waren er natuurlijk allerlei verkopers van het soort dat je ook op rommelmarkten aantreft en niet te vergeten: koek en zopie.

De enige stad in de omgeving die deze kwalificatie echt voluit verdiend is Harrogate. Van origine is dat een 'spa', een groot deel van de bebouwing dateert van het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw. We gingen er langs, op de weg terug naar de boot. Tenslotte hadden we nog geen echte serieuze boekhandel bezocht en dat hoort er wel bij. Bij Waterstone’s bleek mij dat m’n kortingskaart (zo één met stempels) nog steeds geldig was. Sterker nog door de aankopen die we deze keer deden konden we zomaar 10 pond incasseren. Zo’n bedrag weegt natuurlijk nauwelijks op tegen de uitgaven die je verder doet tijdens zo’n vakantie, maar toch bezorgde het mij een gelukzalig gevoel.

* Monks & Shepherds in the Yorkshire Dales, Dr. Arthur Raistrick, Yorkshire Dales National Park
* www.studfold.com

------
Het eerste plaatje is van Linda Hulshof
Meer informatie op: www.lindahulshof.nl


© 2018 Frits Hoorweg meer Frits Hoorweg - meer "Brief uit ..." -
Beschouwingen > Brief uit ...
Een nostalgisch reisje Yorkshire (2) Frits Hoorweg
1520BS YorkshireDie schapen zijn nogal beeldbepalend als je iets hoger komt in de ‘Dales’. Ze schijnen er al duizenden jaren te bivakkeren en zijn blijkbaar goed tegen harde winters bestand, hoewel je dat er niet direct aan af ziet. Ik heb er eens één uit een zompig stukje ‘moor’ getrokken, die daar lijdzaam z’n einde zat af te wachten; geen overlever van nature zo te zien. Bij de verspreiding van de schapenteelt hebben de Cisterciënzer monniken een belangrijke rol gespeeld. Hier en daar zijn nog restanten van hun abdijen te bewonderen. Die van Fountains Abbey hadden we in het verleden al meerdere malen bezocht en daarom gingen we deze keer maar eens bij Rievaulx Abbey kijken.

Dat was in 1132 de eerste van zijn soort in Engeland. De monniken die zich daar settelden kwamen uit Clairvaux in Bourgondië en namen niet alleen religieuze principes en gewoonten mee, maar ook overlevingsstrategieën. Eén daarvan bestond uit het houden van schapen (waar ook een soort van horigen of pachters aan te pas kwamen) en het verwerken van wol. Wie goed zoekt, zoals Dr. Arthur Raistrick * vindt nog allerlei sporen van paden, waar schapen langs naar de markt werden gedreven, en dergelijke. Bij de ruïne van de Abbey zelf gaat de aandacht meer uit naar bouwtechnieken en de religieuze functie van ruimten die nog te herkennen zijn. Dat zoveel van die Abbeys tot (weliswaar wonderschone) ruïnes gereduceerd zijn hebben we te danken aan de Suppression in 1538. Op gezag van Hendrik VIII werden toen meer dan 800 kloosters gesloten.

Na ons bezoek aan Rievaulx werd het tijd om het Nidderdale te gaan opzoeken. Daar maakten we voor het eerst echt kennis met Yorkshire. Onze aankomst daar staat me nog levendig voor de geest. Stel u voor: een man en een vrouw, midden dertig en twee zoontjes van amper 10, in een cognackleurige Opel Kadett. De auto bevatte behalve de vier inzittenden een volledige kampeeruitrusting: twee tenten, een kooktoestelletje, pannen, borden, bestek, vier slaapzakken, wandelschoenen, laarzen, extra kleding en toiletartikelen. Als we ergens opbraken kwamen de andere kampeerders kijken hoe we dat allemaal in het Opeltje kregen. Achter de chauffeursstoel was trouwens ook nog enige ruimte gereserveerd voor de boeken die we onderweg aanschaften.

Afijn met dat hele gedoetje kwamen we dus aan op Studfold Farm, achterin het Nidderdale, ongeveer daar waar de River Nidd aan de oppervlakte komt. We hadden in een of ander gidsje gezien dat daar een piepkleine camping was die bij een nog functionerende boerderij hoorde. Dat bleek op zich een voltreffer, alleen het weer werkte even niet mee. Direct na aankomst begon het te gieten, geen ideale omstandigheden om twee tenten te gaan opzetten. Maar geen nood, juist op dat moment liepen er studenten van een kleinkunstacademie over de camping om reclame te maken1520BS Yorkshire2 voor een voorstelling die zij die avond zouden geven. ‘We are doing Biggles in the Village Hall tonight!’ Afijn, het werd een memorabele avond. Na afloop van de voorstelling was het opgehouden met regenen en konden we de tenten alsnog opzetten. De volgende ochtend (of was dat de dag erna?) was onze oudste zoon verdwenen. Na enig zoeken bleek hij te zijn gaan helpen bij het melken van de koeien. We zijn daar nog heel vaak terug geweest.

De camping wordt nu gedreven door de kinderen van Stan en Frieda, die er in onze tijd de scepter zwaaiden. Van een boerderij is eigenlijk geen sprake meer. De stal is omgebouwd tot kantoor annex ‘tearoom’. Stan is inmiddels overleden en Frieda schuifelt nog wat rond in hun huisje. Ze raakt steeds meer in de greep van dementia, maar ze herkende ons wel! Ze informeerde zelfs naar Erik, hij van het melken; buitengewoon ontroerend. De camping doet het zo te zien prima, zonder dat hij veel groter of gelikter is geworden. Ze hebben zelfs een website, zie onder.

Kamperen doen wij niet meer en daarom hadden we een onderkomen gezocht in Pateley Bridge, een plaatsje verderop aan de Nidd. Van daaruit deden we alle oude vertrouwde bestemmingen aan. Zoals Masham, waar de laatste zaterdag van juli altijd een grootse stoommanifestatie plaatsvindt: Masham Steam. Als het toevallig regent moet je er door de modder baggeren, maar daar was nu geen sprake van. We sjokten als vanouds weer langs eindeloze uitstallingen van oude apparaten, waar de eigenaar (liefst met z’n hele familie) naast zit, op krukjes of tuinstoelen. Er zijn optochten van oude tractoren en er was deze keer ook nog een motorrijder die gevaarlijke stunts uithaalde, terwijl zijn eigen commentaar via een geluidsinstallatie te horen was. Nou ja, verder waren er natuurlijk allerlei verkopers van het soort dat je ook op rommelmarkten aantreft en niet te vergeten: koek en zopie.

De enige stad in de omgeving die deze kwalificatie echt voluit verdiend is Harrogate. Van origine is dat een 'spa', een groot deel van de bebouwing dateert van het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw. We gingen er langs, op de weg terug naar de boot. Tenslotte hadden we nog geen echte serieuze boekhandel bezocht en dat hoort er wel bij. Bij Waterstone’s bleek mij dat m’n kortingskaart (zo één met stempels) nog steeds geldig was. Sterker nog door de aankopen die we deze keer deden konden we zomaar 10 pond incasseren. Zo’n bedrag weegt natuurlijk nauwelijks op tegen de uitgaven die je verder doet tijdens zo’n vakantie, maar toch bezorgde het mij een gelukzalig gevoel.

* Monks & Shepherds in the Yorkshire Dales, Dr. Arthur Raistrick, Yorkshire Dales National Park
* www.studfold.com

------
Het eerste plaatje is van Linda Hulshof
Meer informatie op: www.lindahulshof.nl
© 2018 Frits Hoorweg
powered by CJ2