archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 3
Jaargang 16
8 november 2018
Nummer 4 verschijnt op
29 november 2018
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept delen printen terug
Vernielzucht en martelvreugd Willem Minderhout

1518VG VernielenOnlangs ontspon zich op Twitter, het ‘sociale medium’ waar tweespalt de regel lijkt te zijn, een merkwaardige discussie toen de aimabele pastoor Van Peperstraaten de vernielingen tijdens de beeldenstorm van 1566 betreurde. Een aantal twitteraars meende dat we mede dankzij die beeldenstorm toch maar mooi van die Paapse inquisitie afgekomen waren. Je treurnis uitspreken over die verwoesting bleek met terugwerkende kracht te grenzen aan landverraad.

Nu is dit maar gekwetter op Twitter, maar het zette mij toch – wederom – aan het denken over het verschijnsel iconoclasme, de wetenschappelijke naam voor deze vernielzucht. Het sloot bovendien mooi aan op het boek dat ik aan het lezen was: ‘The darkening age’ van Catherine Nixey. De aanleiding om dit boek aan te schaffen was een ander boek, namelijk ‘Het Visioen van Constantijn’ van Jona Lendering. Ik wist niet beter dan dat de Romeinse keizer Constantijn, door het visioen van een kruis aan de hemel voorafgaande aan een veldslag die hij won (In Hoc Signo Vincis), van het ene moment op het andere Christen was geworden. Lendering pluist in dit boek op zijn bekende nauwkeurige wijze deze beroemde geschiedenis uit en wat blijkt: Constantijn heeft naar alle waarschijnlijkheid wel een visioen gehad, maar zijn definitieve bekering tot het Christendom vond pas later plaats. Het boek verdient een veel diepgravender bespreking dan deze ene regel. Ik beperk me er nu toe dat ik na lezing besefte dat ik slechts zeer weinig wist over het vroege Christendom. ‘The darkening age’ heeft juist dat als onderwerp.

Ook Nixey noemt een verklaring voor Constantijns bekering. De ‘heidense’ historicus Zosimus beweerde dat Constantijn wroeging had vanwege het feit dat hij zijn vrouw in haar bad had gekookt, als wraak voor incest met hun zoon, die hij ook ter dood bracht. De traditionele goden zouden hiervoor geen vergeving willen verlenen, maar de Christelijke god wel. Nixey schrijft echter dat Constantijn tijdens de moord  op zijn vrouw al lang Christen was, dus ook deze uitleg kan niet kloppen. De bekering tot het Ware Geloof had hem blijkbaar niet belet om zijn echtgenote te koken, een wapenfeit dat ook zijn latere heiligverklaring niet in de weg heeft gestaan. (Lendering vermoedt dat ‘Zosimos het moment heeft geregistreerd dat Constantijn openlijker dan voorheen partij begon te kiezen voor samenwerking met de kerk’.)

Nixey begint haar boek met een beschrijving van de vernieling van Palmyra door een bende Christelijke zeloten. De boodschap is direct duidelijk: de eerste Christenen deden niet onder voor de hedendaagse IS-strijders die begin 2017 de vernietiging van Palmyra nog eens dunnetjes over deden.
Wat volgt is een beschrijving, hoofdstuk na hoofdstuk, van de vernietiging van alles wat niet rijmde met de Christelijke godsdienst. Het is een wonder dat er toch nog het een en ander is overgebleven.

Een hedendaagse twitteraar zou misschien kunnen opmerken dat hierdoor toch maar mooi een einde kwam aan de Christenvervolging. Nixey heeft hierover ook veel lezenswaardigs te bieden. Veel vroege Christenen bleken in de marteldood een begerenswaardige enkele reis paradijs te zien.  Er werd zelfs geklaagd dat keizer Julianus de Afvallige, die de ‘heidense goden’ in ere trachtte te herstellen, niet overging tot de vervolging van Christenen. Hij zou ze de ‘eer van het martelaarschap’ ontzeggen.

Als de staat je niet wil martelen dan kun je natuurlijk altijd nog jezelf martelen. Alles wat maar enigszins plezierig is, met name alles wat naar seks rook, werd tot zonde verklaard en velen volgden het voorbeeld van Antonius, trokken de woestijn in en wijdden zich aan de versterving des vlezes. De voor mij niet te vatten logica dat hoe onprettiger het leven op aarde was, des te groter de genietingen in de hemel zouden zijn bleek een grote aantrekkingskracht te hebben en horden mannen (vrouwen werden in dit milieu niet gewenst) trokken zich terug in spelonken en legden zich allerlei beproevingen op. Contemporaine niet-Christelijke auteurs vonden het maar een stinkende bende bedelende profiteurs, maar het werd al ras riskant om deze opinie openlijk te berde te brengen.

Simeon de pilaarheilige verstopte zich niet in de woestijn, maar stond decennia lang in Syrië op een pilaar totdat zijn voeten van deze inspanning uit elkaar spatten. Dit werd als een Gode zeer welgevallige daad gezien.

Het martelen van on- of niet geheel rechtgelovigen zou de Heere uiteraard ook vast plezieren. Men probeerde immers het zielenheil van het slachtoffer veilig te stellen. Wat later als de Inquisitie zijn kop zou opsteken, was in de vroege kerk al volop aanwezig.

Wat leert ons deze vernielzucht en martelvreugd? Dat religie niet deugt? Ondanks dat, of juist omdat ik zelf niet religieus ben, denk ik dat dat er niets mee te maken heeft. De Terreur in Frankrijk en de zuiveringen onder Stalin zijn volgens mij onder dezelfde noemer te scharen. Blijkbaar heeft de mensheid af en toe een enorme behoefte aan een niet al te 'creative destruction'. Na zo’n orgie van geweld en bloedvergieten treedt meestal een kalme periode op waarin kunst en wetenschap weer tot bloei kunnen komen.  

Het vage vermoeden dat zo’n orgie van geweld ook in onze contreien weer zijn kop zou kunnen opsteken verontrust mij echter wel.

PS: Kort nadat ik deze bijdrage naar de hoofdredacteur had gestuurd publiceerde Jona Lendering op zijn onvolprezen weblog 'Mainzer Beobachter; een stukje over Simeon de Pilaarheilige: Symeon de Styliet

--------
Het plaatje is van Han Busstra


© 2018 Willem Minderhout meer Willem Minderhout - meer "De wereldliteratuur roept" -
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept
Vernielzucht en martelvreugd Willem Minderhout
1518VG VernielenOnlangs ontspon zich op Twitter, het ‘sociale medium’ waar tweespalt de regel lijkt te zijn, een merkwaardige discussie toen de aimabele pastoor Van Peperstraaten de vernielingen tijdens de beeldenstorm van 1566 betreurde. Een aantal twitteraars meende dat we mede dankzij die beeldenstorm toch maar mooi van die Paapse inquisitie afgekomen waren. Je treurnis uitspreken over die verwoesting bleek met terugwerkende kracht te grenzen aan landverraad.

Nu is dit maar gekwetter op Twitter, maar het zette mij toch – wederom – aan het denken over het verschijnsel iconoclasme, de wetenschappelijke naam voor deze vernielzucht. Het sloot bovendien mooi aan op het boek dat ik aan het lezen was: ‘The darkening age’ van Catherine Nixey. De aanleiding om dit boek aan te schaffen was een ander boek, namelijk ‘Het Visioen van Constantijn’ van Jona Lendering. Ik wist niet beter dan dat de Romeinse keizer Constantijn, door het visioen van een kruis aan de hemel voorafgaande aan een veldslag die hij won (In Hoc Signo Vincis), van het ene moment op het andere Christen was geworden. Lendering pluist in dit boek op zijn bekende nauwkeurige wijze deze beroemde geschiedenis uit en wat blijkt: Constantijn heeft naar alle waarschijnlijkheid wel een visioen gehad, maar zijn definitieve bekering tot het Christendom vond pas later plaats. Het boek verdient een veel diepgravender bespreking dan deze ene regel. Ik beperk me er nu toe dat ik na lezing besefte dat ik slechts zeer weinig wist over het vroege Christendom. ‘The darkening age’ heeft juist dat als onderwerp.

Ook Nixey noemt een verklaring voor Constantijns bekering. De ‘heidense’ historicus Zosimus beweerde dat Constantijn wroeging had vanwege het feit dat hij zijn vrouw in haar bad had gekookt, als wraak voor incest met hun zoon, die hij ook ter dood bracht. De traditionele goden zouden hiervoor geen vergeving willen verlenen, maar de Christelijke god wel. Nixey schrijft echter dat Constantijn tijdens de moord  op zijn vrouw al lang Christen was, dus ook deze uitleg kan niet kloppen. De bekering tot het Ware Geloof had hem blijkbaar niet belet om zijn echtgenote te koken, een wapenfeit dat ook zijn latere heiligverklaring niet in de weg heeft gestaan. (Lendering vermoedt dat ‘Zosimos het moment heeft geregistreerd dat Constantijn openlijker dan voorheen partij begon te kiezen voor samenwerking met de kerk’.)

Nixey begint haar boek met een beschrijving van de vernieling van Palmyra door een bende Christelijke zeloten. De boodschap is direct duidelijk: de eerste Christenen deden niet onder voor de hedendaagse IS-strijders die begin 2017 de vernietiging van Palmyra nog eens dunnetjes over deden.
Wat volgt is een beschrijving, hoofdstuk na hoofdstuk, van de vernietiging van alles wat niet rijmde met de Christelijke godsdienst. Het is een wonder dat er toch nog het een en ander is overgebleven.

Een hedendaagse twitteraar zou misschien kunnen opmerken dat hierdoor toch maar mooi een einde kwam aan de Christenvervolging. Nixey heeft hierover ook veel lezenswaardigs te bieden. Veel vroege Christenen bleken in de marteldood een begerenswaardige enkele reis paradijs te zien.  Er werd zelfs geklaagd dat keizer Julianus de Afvallige, die de ‘heidense goden’ in ere trachtte te herstellen, niet overging tot de vervolging van Christenen. Hij zou ze de ‘eer van het martelaarschap’ ontzeggen.

Als de staat je niet wil martelen dan kun je natuurlijk altijd nog jezelf martelen. Alles wat maar enigszins plezierig is, met name alles wat naar seks rook, werd tot zonde verklaard en velen volgden het voorbeeld van Antonius, trokken de woestijn in en wijdden zich aan de versterving des vlezes. De voor mij niet te vatten logica dat hoe onprettiger het leven op aarde was, des te groter de genietingen in de hemel zouden zijn bleek een grote aantrekkingskracht te hebben en horden mannen (vrouwen werden in dit milieu niet gewenst) trokken zich terug in spelonken en legden zich allerlei beproevingen op. Contemporaine niet-Christelijke auteurs vonden het maar een stinkende bende bedelende profiteurs, maar het werd al ras riskant om deze opinie openlijk te berde te brengen.

Simeon de pilaarheilige verstopte zich niet in de woestijn, maar stond decennia lang in Syrië op een pilaar totdat zijn voeten van deze inspanning uit elkaar spatten. Dit werd als een Gode zeer welgevallige daad gezien.

Het martelen van on- of niet geheel rechtgelovigen zou de Heere uiteraard ook vast plezieren. Men probeerde immers het zielenheil van het slachtoffer veilig te stellen. Wat later als de Inquisitie zijn kop zou opsteken, was in de vroege kerk al volop aanwezig.

Wat leert ons deze vernielzucht en martelvreugd? Dat religie niet deugt? Ondanks dat, of juist omdat ik zelf niet religieus ben, denk ik dat dat er niets mee te maken heeft. De Terreur in Frankrijk en de zuiveringen onder Stalin zijn volgens mij onder dezelfde noemer te scharen. Blijkbaar heeft de mensheid af en toe een enorme behoefte aan een niet al te 'creative destruction'. Na zo’n orgie van geweld en bloedvergieten treedt meestal een kalme periode op waarin kunst en wetenschap weer tot bloei kunnen komen.  

Het vage vermoeden dat zo’n orgie van geweld ook in onze contreien weer zijn kop zou kunnen opsteken verontrust mij echter wel.

PS: Kort nadat ik deze bijdrage naar de hoofdredacteur had gestuurd publiceerde Jona Lendering op zijn onvolprezen weblog 'Mainzer Beobachter; een stukje over Simeon de Pilaarheilige: Symeon de Styliet

--------
Het plaatje is van Han Busstra
© 2018 Willem Minderhout
powered by CJ2