archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 18
Jaargang 15
30 augustus 2018
Nummer 20 verschijnt op
27 september 2018
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept delen printen terug
Willoughbyland (Koloniale herinneringen) Frits Hoorweg

1518VG Willoughbyland‘Willoughbyland, England’s lost colony’ van Matthew Parker leek mij wel iets voor deze serie. Het gaat over wat wij later Suriname zijn gaan noemen en beschrijft vooral de periode van 1590 tot 1670. In de eeuw die daaraan voorafging waren de Spanjaarden en de Portugezen actief in Zuid-Amerika, overigens was Guyana bij hen niet zo in trek. De natuur, met al die grote rivieren, was meer indrukwekkend dan uitnodigend. Een enkele goudzoeker waagde het er toch op en betaalde veelal de onvermijdelijke tol. Dat er goud te vinden zou zijn (El Dorado!) bleef overigens een droom die de mensen fascineerde.

Aanvankelijk was het gebied een toevluchtsoord voor echte avonturiers en mensen die elders in hun vrijheid beknot werden. Parker heeft het vizier natuurlijk vooral op een paar interessante Engelsen gericht en die worden met plezier voor het voetlicht gebracht. Prima, maar al snel kreeg ik het gevoel dat mijn kennis van de Engelse geschiedenis tekortschoot om het allemaal op waarde te kunnen schatten. Halverwege heb ik daarom ook nog een boekje aangeschaft waarin die geschiedenis, door ene Simon Jenkins, op lichtvoetige toon, verbluffend knap, wordt samengevat.

De eerste Engelsman die belangstelling voor Guyana aan de dag legde was Sir Walter Rale(i)gh (consequent zonder i in dit boek!). Waar kennen we die ook al weer van? Juist dat was volgens de overlevering een tijd de lieveling van Queen Elizabeth I, totdat de verhouding verzuurde. Reden voor hem om zich een tijdje uit de voeten te maken. Hij verkende de streek, zocht naar goud, vond het niet, keek z’n ogen uit en schreef een boek over zijn ervaringen en indrukken. Dat boek werd naar de begrippen van toen een bestseller en bracht mensen op ideeën. Zo zorgde het voor emigratie op bescheiden schaal in die richting.

Dan komen we, tientallen jaren later, bij Willoughby terecht. Om iets van zijn rol te begrijpen is kennis nodig van wat zich in Engeland afspeelde in de 17e eeuw. Een langlopend conflict tussen Koning en Parlement mondde daar uit in een heuse burgeroorlog, die niet een-twee-drie gedaan was. Na jaren beslisten de parlementariërs (‘Roundheads’, een bijnaam die verwijst naar de haardracht) de strijd in hun voordeel, maar vervolgens maakten zij er een potje van en haalden ze toch maar weer een prins terug (uit Holland!) om hem koning te maken. Daarna ontstond er met horten en stoten zoiets als een constitutioneel koningschap.

Willoughby1518BS Short history hoorde dan bij de ene partij en vervolgens bij de andere. Hij leek vooral bezig met het veiligstellen van bezittingen en – voor het geval het echt zou tegenzitten – het regelen van een veilig onderkomen. Hij bezat niet alleen onroerend goed in Engeland, maar ook op Barbados, een kolonie die al echt tot bloei was gekomen. Verder was hem op een gegeven moment een soort van recht toegekend om aan de oever van de Suriname-rivier een eigen kolonie te stichten en daar de baas te spelen. Het wonderlijke is dat deze ‘aanspraak’ door alle partijen blijkbaar min of meer werd erkend, zonder dat hij duidelijk omschreven was; en dat tijdens een burgeroorlog!

Vooralsnog maakte hij er ook weinig werk van. Pas in de jaren ’60 van de 17e eeuw ging hij er wat aan doen, overigens zonder er zelf langdurig domicilie te kiezen. In de laatste jaren van de burgeroorlog raakten de verhoudingen op Barbados ernstig verstoord en dat leidde er toe dat Willoughbyland steeds populairder werd. Pas toen ontstond er iets dat op een echte kolonie begon te lijken, hoewel het bestuurlijk een chaos was.
In het thuisland hadden ze het nog steeds druk met de naweeën van de burgeroorlog en bovendien was het land in oorlog geraakt met … Holland. Die oorlog werd min of meer beslecht door het kunststukje dat Michiel Adriaanszoon de Ruyter uithaalde op de Medway (enige kennis van de Vaderlandse Geschiedenis komt ook van pas!). Vroeger werd mij bijgebracht dat hier iets was gebeurd waar wij Nederlanders heel trots op mogen zijn. Nu ik weet in welke desolate toestand Engeland toen verkeerde (het centrum van Londen was ook nog pas in vlammen opgegaan) krijgt een zekere schaamte de overhand.

Het leidde tot een voor Engeland oneervol einde van de oorlog. In het vredesverdrag werd bepaald dat wij Willoughbyland kregen. Wij maakten er Suriname van en het ontwikkelde zich tot wat je een succesvolle kolonie zou kunnen noemen, als je even voorbijgaat aan het leed dat daartoe werd aangericht onder de slaven die uit Afrika werden gehaald.

Matthew Parker: Willoughbyland, England’s lost colony, Hutchinson 2015
Simon Jenkins: A short history of England, Profile Books 2011

---------
Om dit verhaal niet al te warrig te maken (het boek zelf ontkomt daar niet helemaal aan) ben ik voorbij gegaan aan het bezoek dat Aphra Behn aan Willoughbyland bracht. Ze schreef een op dat bezoek geïnspireerd boek (Oroonoko).


© 2018 Frits Hoorweg meer Frits Hoorweg - meer "De wereldliteratuur roept" -
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept
Willoughbyland (Koloniale herinneringen) Frits Hoorweg
1518VG Willoughbyland‘Willoughbyland, England’s lost colony’ van Matthew Parker leek mij wel iets voor deze serie. Het gaat over wat wij later Suriname zijn gaan noemen en beschrijft vooral de periode van 1590 tot 1670. In de eeuw die daaraan voorafging waren de Spanjaarden en de Portugezen actief in Zuid-Amerika, overigens was Guyana bij hen niet zo in trek. De natuur, met al die grote rivieren, was meer indrukwekkend dan uitnodigend. Een enkele goudzoeker waagde het er toch op en betaalde veelal de onvermijdelijke tol. Dat er goud te vinden zou zijn (El Dorado!) bleef overigens een droom die de mensen fascineerde.

Aanvankelijk was het gebied een toevluchtsoord voor echte avonturiers en mensen die elders in hun vrijheid beknot werden. Parker heeft het vizier natuurlijk vooral op een paar interessante Engelsen gericht en die worden met plezier voor het voetlicht gebracht. Prima, maar al snel kreeg ik het gevoel dat mijn kennis van de Engelse geschiedenis tekortschoot om het allemaal op waarde te kunnen schatten. Halverwege heb ik daarom ook nog een boekje aangeschaft waarin die geschiedenis, door ene Simon Jenkins, op lichtvoetige toon, verbluffend knap, wordt samengevat.

De eerste Engelsman die belangstelling voor Guyana aan de dag legde was Sir Walter Rale(i)gh (consequent zonder i in dit boek!). Waar kennen we die ook al weer van? Juist dat was volgens de overlevering een tijd de lieveling van Queen Elizabeth I, totdat de verhouding verzuurde. Reden voor hem om zich een tijdje uit de voeten te maken. Hij verkende de streek, zocht naar goud, vond het niet, keek z’n ogen uit en schreef een boek over zijn ervaringen en indrukken. Dat boek werd naar de begrippen van toen een bestseller en bracht mensen op ideeën. Zo zorgde het voor emigratie op bescheiden schaal in die richting.

Dan komen we, tientallen jaren later, bij Willoughby terecht. Om iets van zijn rol te begrijpen is kennis nodig van wat zich in Engeland afspeelde in de 17e eeuw. Een langlopend conflict tussen Koning en Parlement mondde daar uit in een heuse burgeroorlog, die niet een-twee-drie gedaan was. Na jaren beslisten de parlementariërs (‘Roundheads’, een bijnaam die verwijst naar de haardracht) de strijd in hun voordeel, maar vervolgens maakten zij er een potje van en haalden ze toch maar weer een prins terug (uit Holland!) om hem koning te maken. Daarna ontstond er met horten en stoten zoiets als een constitutioneel koningschap.

Willoughby1518BS Short history hoorde dan bij de ene partij en vervolgens bij de andere. Hij leek vooral bezig met het veiligstellen van bezittingen en – voor het geval het echt zou tegenzitten – het regelen van een veilig onderkomen. Hij bezat niet alleen onroerend goed in Engeland, maar ook op Barbados, een kolonie die al echt tot bloei was gekomen. Verder was hem op een gegeven moment een soort van recht toegekend om aan de oever van de Suriname-rivier een eigen kolonie te stichten en daar de baas te spelen. Het wonderlijke is dat deze ‘aanspraak’ door alle partijen blijkbaar min of meer werd erkend, zonder dat hij duidelijk omschreven was; en dat tijdens een burgeroorlog!

Vooralsnog maakte hij er ook weinig werk van. Pas in de jaren ’60 van de 17e eeuw ging hij er wat aan doen, overigens zonder er zelf langdurig domicilie te kiezen. In de laatste jaren van de burgeroorlog raakten de verhoudingen op Barbados ernstig verstoord en dat leidde er toe dat Willoughbyland steeds populairder werd. Pas toen ontstond er iets dat op een echte kolonie begon te lijken, hoewel het bestuurlijk een chaos was.
In het thuisland hadden ze het nog steeds druk met de naweeën van de burgeroorlog en bovendien was het land in oorlog geraakt met … Holland. Die oorlog werd min of meer beslecht door het kunststukje dat Michiel Adriaanszoon de Ruyter uithaalde op de Medway (enige kennis van de Vaderlandse Geschiedenis komt ook van pas!). Vroeger werd mij bijgebracht dat hier iets was gebeurd waar wij Nederlanders heel trots op mogen zijn. Nu ik weet in welke desolate toestand Engeland toen verkeerde (het centrum van Londen was ook nog pas in vlammen opgegaan) krijgt een zekere schaamte de overhand.

Het leidde tot een voor Engeland oneervol einde van de oorlog. In het vredesverdrag werd bepaald dat wij Willoughbyland kregen. Wij maakten er Suriname van en het ontwikkelde zich tot wat je een succesvolle kolonie zou kunnen noemen, als je even voorbijgaat aan het leed dat daartoe werd aangericht onder de slaven die uit Afrika werden gehaald.

Matthew Parker: Willoughbyland, England’s lost colony, Hutchinson 2015
Simon Jenkins: A short history of England, Profile Books 2011

---------
Om dit verhaal niet al te warrig te maken (het boek zelf ontkomt daar niet helemaal aan) ben ik voorbij gegaan aan het bezoek dat Aphra Behn aan Willoughbyland bracht. Ze schreef een op dat bezoek geïnspireerd boek (Oroonoko).
© 2018 Frits Hoorweg
powered by CJ2