archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 3
Jaargang 16
8 november 2018
Nummer 4 verschijnt op
29 november 2018
Beschouwingen > Een rustig mens delen printen terug
Ashwin Jethoe: 'Ik kan mijn eigen weg gaan Willem Minderhout

1516BS Ashwin Jethoe... omdat ik niet in de regels pas'.

Ashwin Jethoe (26), pas afgestudeerd aan de opleiding Bestuurskunde aan de Haagse Hogeschool, waar ik docent ben, vroeg of hij mij mocht interviewen voor het wijkblad van de Haagse Stationsbuurt, waar hij voor schrijft. Ik stemde daarin toe als ik hem voor De Leunstoel mocht interviewen. Ashwin was een van die studenten die het leven van een docent veraangenamen. Hij is intelligent, welbespraakt en geïnteresseerd: eigenschappen die men, vooral in het zeer rumoerige jaar waarin hij op de opleiding kwam, niet bij iedere student aantreft. Als actief JOVD-lid stak hij ook zijn mening niet onder stoelen of banken. Wat ook opviel was dat hij met een ogenschijnlijk enorm zelfvertrouwen voor zijn homoseksualiteit uitkwam. Zijn studie ging hem gemakkelijk af, maar vreemd genoeg wilde het afstuderen niet zo vlotten.

Ashwin is geboren in Dordrecht. Zijn ouders waren allebei, zij het op verschillende plaatsen, in het midden van de jaren zeventig in Brabant aangeland nadat zij Suriname verlaten hadden. Zoals de overgrote meerderheid van de Hindoestaanse Surinamers zagen ze niets in de onafhankelijkheid van dat land en verkozen ze naar Nederland uit te wijken.

‘Eind jaren 80 waren mijn ouders nog vrijgezel. In die tijd was het nogal een ding als je de dertig passeerde en nog niet ’onder de pannen’ was’, vertelt Ashwin. ‘Via de pandit (priester) zijn ze toen aan elkaar voorgesteld.’

‘In Dordrecht woonden niet zoveel Hindoestanen. Eigenlijk waren de enige Hindoestanen waar we mee omgingen familieleden van mijn ouders. Ik zat in Dordt op een zeer witte protestantse school. Ik zat aanvankelijk op het VWO, maar op een gegeven moment ging dat niet meer omdat ik nogal met mezelf in de knoop zat, vooral met mijn homoseksualiteit. Ik ging toen van die vrij kakkineuze VWO school naar het HAVO. Dat was wel een cultuurschok. Ze vonden mij maar een rare snoeshaan, omdat ik keurig Nederlands sprak. Toch vond ik het op die HAVO school veel fijner. Op het VWO was iedereen vooral met zichzelf bezig, maar op het HAVO helpt iedereen elkaar. Dat vond ik ook zo fijn aan de Haagse Hogeschool in vergelijking tot de Leidse Universiteit. Zeker toen de grootste onruststokers uit het eerste jaar verdwenen of gekalmeerd waren.

Voordat ik op de Haagse Hogeschool terecht kwam heb ik een tijdje geschiedenis gestudeerd in Leiden. Na het HAVO heb ik wat omzwervingen gemaakt. Eerst de lerarenopleiding, waar ik er achter kwam dat ik absoluut geen leraar wilde worden en daarna naar de universiteit. Ik had daar weer dat VWO-gevoel: iedereen was er voor zichzelf bezig en ik voelde me totaal verloren. Op de Haagse Hogeschool voelde ik me wat dat betreft, ondanks het rumoerige jaar waarin ik terecht kwam, weer helemaal thuis.

Op mijn achttiende werd ik lid van de JOVD en de VVD. Mijn ouders waren niet zo politiek geïnteresseerd, maar stemden altijd PvdA. Nu niet meer, hoor. Ik heb ze weten over te halen. Ik denk dat ik vooral voor de VVD koos om mij af te zetten tegen mijn leraren, die vrijwel allemaal links waren. Ik was in die tijd een stuk rechtser dan ik nu ben. Door mijn jaren op de opleiding bestuurskunde en mijn huidige werk bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken realiseer ik me dat niet iedereen mee kan komen in de samenleving. Dat heeft mij milder gemaakt en daardoor ben ik meer opgeschoven naar het midden van het politieke spectrum.

Mijn opvattingen over integratie hebben misschien wel met mijn achtergrond te maken. Surinaamse Hindoestanen, Javanen en Chinezen behouden hun culturele eigenheid, maar conformeren zich wel aan de Nederlandse normen en waarden. Dat mis ik bij veel, maar zeker niet alle, Turkse en Marokkaanse Nederlanders. Je merkt dat zij meer ruimte claimen in de Nederlandse samenleving dan andere minderheden. Daar stoor ik mij aan.

De Hindoestanen integreren heel goed in Nederland, maar intern zijn er nog wel dingen mis in de gemeenschap. Ze oefenen een enorme sociale controle op elkaar uit. Vooral de positie van vrouwen is niet makkelijk. Jongens en meisjes worden niet gelijkwaardig opgevoed. Mijn nichtjes hebben bijvoorbeeld veel minder vrijheid dan mijn neefjes. Wat dat betreft heb ik geluk gehad, omdat ik in Dordrecht eigenlijk nooit onderdeel uitmaakte van ‘de Hindoestaanse gemeenschap’. Als ik in Den Haag was opgegroeid was dat misschien anders geweest.

Toen ik zo rond mijn twintigste aan mijn ouders vertelde dat ik homo ben, viel hun reactie alleszins mee. Eigenlijk wisten ze het al. Voor homo’s zijn er geen duidelijke regels en voorschriften in de Hindoestaanse belevingswereld, dus ik kan ontsnappen aan de sociale controle.

Het is wel zo dat ik altijd de meeste last heb gehad van Marokkaanse en Turkse jongens. Op een gegeven moment in het eerste jaar van de studie Bestuurskunde hoorde ik dat ze zeiden dat ik ‘een verkeerde keuze’ gemaakt had. Ik ben toen tijdens college opgestaan en heb gezegd dat, als het een keuze was ik wel voor een heterobestaan had gekozen, want dan had ik veel minder moeilijkheden gehad. Niet dat ik zou willen kiezen om hetero te zijn overigens. Het maakt het leven weliswaar makkelijker omdat je gewoon ‘normaal’ bent, maar ik ben blij met wie ik ben. Nadat ik was uitgesproken was het doodstil.

Met de Turkse en Marokkaanse meisjes had ik die problemen overigens helemaal niet. Integendeel. Met een voormalige mede-studente ga ik regelmatig naar de film. We vormen dan wel een paar apart: zij met haar strenge hoofddoek en ik met mijn Swarovski juwelen. We kunnen gewoon heel erg goed met elkaar opschieten en we accepteren elkaar zoals we zijn. Zo hoort dat, vind ik.

Je hebt wel vaker gezegd dat je mijn zelfverzekerde optreden met betrekking tot mijn homoseksualiteit zo slecht kan rijmen met mijn buien van onzekerheid. Als ik iets voor het eerst moet doen dan twijfel ik aan alles. Het gekke is dat, terwijl ik zo zat aan te hikken tegen mijn eindonderzoek, het op mijn werk hartstikke goed ging. Ik had een leer-arbeidsplaats bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en daar ben ik aangenomen als beleidsondersteuner.

Maar nu het me toch is gelukt om mijn diploma van de Haagse Hogeschool te halen weet ik zeker dat ik ook een Masterstudie aankan. Binnenkort ga ik beginnen. Terug naar de Leidse Universiteit. Gelukkig zit de faculteit Bestuurskunde gewoon in Den Haag, dus ik kan er heen wandelen.’

-------
De foto is van de schrijver


© 2018 Willem Minderhout meer Willem Minderhout - meer "Een rustig mens" -
Beschouwingen > Een rustig mens
Ashwin Jethoe: 'Ik kan mijn eigen weg gaan Willem Minderhout
1516BS Ashwin Jethoe... omdat ik niet in de regels pas'.

Ashwin Jethoe (26), pas afgestudeerd aan de opleiding Bestuurskunde aan de Haagse Hogeschool, waar ik docent ben, vroeg of hij mij mocht interviewen voor het wijkblad van de Haagse Stationsbuurt, waar hij voor schrijft. Ik stemde daarin toe als ik hem voor De Leunstoel mocht interviewen. Ashwin was een van die studenten die het leven van een docent veraangenamen. Hij is intelligent, welbespraakt en geïnteresseerd: eigenschappen die men, vooral in het zeer rumoerige jaar waarin hij op de opleiding kwam, niet bij iedere student aantreft. Als actief JOVD-lid stak hij ook zijn mening niet onder stoelen of banken. Wat ook opviel was dat hij met een ogenschijnlijk enorm zelfvertrouwen voor zijn homoseksualiteit uitkwam. Zijn studie ging hem gemakkelijk af, maar vreemd genoeg wilde het afstuderen niet zo vlotten.

Ashwin is geboren in Dordrecht. Zijn ouders waren allebei, zij het op verschillende plaatsen, in het midden van de jaren zeventig in Brabant aangeland nadat zij Suriname verlaten hadden. Zoals de overgrote meerderheid van de Hindoestaanse Surinamers zagen ze niets in de onafhankelijkheid van dat land en verkozen ze naar Nederland uit te wijken.

‘Eind jaren 80 waren mijn ouders nog vrijgezel. In die tijd was het nogal een ding als je de dertig passeerde en nog niet ’onder de pannen’ was’, vertelt Ashwin. ‘Via de pandit (priester) zijn ze toen aan elkaar voorgesteld.’

‘In Dordrecht woonden niet zoveel Hindoestanen. Eigenlijk waren de enige Hindoestanen waar we mee omgingen familieleden van mijn ouders. Ik zat in Dordt op een zeer witte protestantse school. Ik zat aanvankelijk op het VWO, maar op een gegeven moment ging dat niet meer omdat ik nogal met mezelf in de knoop zat, vooral met mijn homoseksualiteit. Ik ging toen van die vrij kakkineuze VWO school naar het HAVO. Dat was wel een cultuurschok. Ze vonden mij maar een rare snoeshaan, omdat ik keurig Nederlands sprak. Toch vond ik het op die HAVO school veel fijner. Op het VWO was iedereen vooral met zichzelf bezig, maar op het HAVO helpt iedereen elkaar. Dat vond ik ook zo fijn aan de Haagse Hogeschool in vergelijking tot de Leidse Universiteit. Zeker toen de grootste onruststokers uit het eerste jaar verdwenen of gekalmeerd waren.

Voordat ik op de Haagse Hogeschool terecht kwam heb ik een tijdje geschiedenis gestudeerd in Leiden. Na het HAVO heb ik wat omzwervingen gemaakt. Eerst de lerarenopleiding, waar ik er achter kwam dat ik absoluut geen leraar wilde worden en daarna naar de universiteit. Ik had daar weer dat VWO-gevoel: iedereen was er voor zichzelf bezig en ik voelde me totaal verloren. Op de Haagse Hogeschool voelde ik me wat dat betreft, ondanks het rumoerige jaar waarin ik terecht kwam, weer helemaal thuis.

Op mijn achttiende werd ik lid van de JOVD en de VVD. Mijn ouders waren niet zo politiek geïnteresseerd, maar stemden altijd PvdA. Nu niet meer, hoor. Ik heb ze weten over te halen. Ik denk dat ik vooral voor de VVD koos om mij af te zetten tegen mijn leraren, die vrijwel allemaal links waren. Ik was in die tijd een stuk rechtser dan ik nu ben. Door mijn jaren op de opleiding bestuurskunde en mijn huidige werk bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken realiseer ik me dat niet iedereen mee kan komen in de samenleving. Dat heeft mij milder gemaakt en daardoor ben ik meer opgeschoven naar het midden van het politieke spectrum.

Mijn opvattingen over integratie hebben misschien wel met mijn achtergrond te maken. Surinaamse Hindoestanen, Javanen en Chinezen behouden hun culturele eigenheid, maar conformeren zich wel aan de Nederlandse normen en waarden. Dat mis ik bij veel, maar zeker niet alle, Turkse en Marokkaanse Nederlanders. Je merkt dat zij meer ruimte claimen in de Nederlandse samenleving dan andere minderheden. Daar stoor ik mij aan.

De Hindoestanen integreren heel goed in Nederland, maar intern zijn er nog wel dingen mis in de gemeenschap. Ze oefenen een enorme sociale controle op elkaar uit. Vooral de positie van vrouwen is niet makkelijk. Jongens en meisjes worden niet gelijkwaardig opgevoed. Mijn nichtjes hebben bijvoorbeeld veel minder vrijheid dan mijn neefjes. Wat dat betreft heb ik geluk gehad, omdat ik in Dordrecht eigenlijk nooit onderdeel uitmaakte van ‘de Hindoestaanse gemeenschap’. Als ik in Den Haag was opgegroeid was dat misschien anders geweest.

Toen ik zo rond mijn twintigste aan mijn ouders vertelde dat ik homo ben, viel hun reactie alleszins mee. Eigenlijk wisten ze het al. Voor homo’s zijn er geen duidelijke regels en voorschriften in de Hindoestaanse belevingswereld, dus ik kan ontsnappen aan de sociale controle.

Het is wel zo dat ik altijd de meeste last heb gehad van Marokkaanse en Turkse jongens. Op een gegeven moment in het eerste jaar van de studie Bestuurskunde hoorde ik dat ze zeiden dat ik ‘een verkeerde keuze’ gemaakt had. Ik ben toen tijdens college opgestaan en heb gezegd dat, als het een keuze was ik wel voor een heterobestaan had gekozen, want dan had ik veel minder moeilijkheden gehad. Niet dat ik zou willen kiezen om hetero te zijn overigens. Het maakt het leven weliswaar makkelijker omdat je gewoon ‘normaal’ bent, maar ik ben blij met wie ik ben. Nadat ik was uitgesproken was het doodstil.

Met de Turkse en Marokkaanse meisjes had ik die problemen overigens helemaal niet. Integendeel. Met een voormalige mede-studente ga ik regelmatig naar de film. We vormen dan wel een paar apart: zij met haar strenge hoofddoek en ik met mijn Swarovski juwelen. We kunnen gewoon heel erg goed met elkaar opschieten en we accepteren elkaar zoals we zijn. Zo hoort dat, vind ik.

Je hebt wel vaker gezegd dat je mijn zelfverzekerde optreden met betrekking tot mijn homoseksualiteit zo slecht kan rijmen met mijn buien van onzekerheid. Als ik iets voor het eerst moet doen dan twijfel ik aan alles. Het gekke is dat, terwijl ik zo zat aan te hikken tegen mijn eindonderzoek, het op mijn werk hartstikke goed ging. Ik had een leer-arbeidsplaats bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en daar ben ik aangenomen als beleidsondersteuner.

Maar nu het me toch is gelukt om mijn diploma van de Haagse Hogeschool te halen weet ik zeker dat ik ook een Masterstudie aankan. Binnenkort ga ik beginnen. Terug naar de Leidse Universiteit. Gelukkig zit de faculteit Bestuurskunde gewoon in Den Haag, dus ik kan er heen wandelen.’

-------
De foto is van de schrijver
© 2018 Willem Minderhout
powered by CJ2