archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 3
Jaargang 16
8 november 2018
Nummer 4 verschijnt op
29 november 2018
Vermaak en Genot > Een omweg waard delen printen terug
Valencia beviel me eigenlijk beter Katharina Kouwenhoven

1516VG Valencia1Een maand nadat ik in Barcelona vertoefde, heb ik Valencia bezocht, dat ik slechts kende van een oud liedje van misschien wel Eddy Christiani. Die stad is me zeer goed bevallen. Eigenlijk had ik het er meer naar mijn zin dan in Barcelona, hoewel het in Valencia ook druk was.

Valencia is heel harmonisch gebouwd. Centraal ligt de tamelijk omvangrijke oude stad, met natuurlijk de kathedraal en nog twee torens van de oude muur. Die oude stad wordt geflankeerd door twee wijken van eind negentiende eeuw en is in de loop van de twintigste eeuw verder uitgebreid, maar op een heel aangename manier. Je komt eigenlijk nergens bouwsels tegen waarvan je denkt ‘moest dat nou’. Een vondst is het geweest om alles rond de rivier de Turia, die een halve cirkel beschrijft om de stad, om te toveren tot park, waarin je kunt lopen en fietsen en allerlei sporten bedrijven.

Het is een flink park geworden, dat bijna bij zee eindigt. Er zijn meer steden in Spanje waar zoiets tot stand is gebracht, maar in Valencia is het verreweg het omvangrijkst. Aan het einde van het park, dus niet ver van zee, bevinden zich de bouwwerken van de in Spanje beroemde, maar verder omstreden architect Kalatrava. De man van de tuibruggen waarvan hij er ook drie heeft neergelegd in de Haarlemmermeerpolder, over een paar sloten. Hier is ook zo’n tuibrug en een operahuis, dat veel gelijkenis vertoont met dat van Sydney.

Verder een sciencemuseum in de vorm van een rechthoekige doos met aan het dak allerlei punten, dat ik wel kon waarderen en nog wat kleinere bouwsels waarvan de functie mij niet geheel duidelijk was. Voor Kalatrava maakt dat niet veel uit, want hij is niet geïnteresseerd in de functies van gebouwen. In verhouding tot de rest van de stad zijn deze gebouwen disproportioneel, maar ook dat stoort niet, want ze liggen ver van de rest van de bebouwing en hebben daar geen verband mee. Dat hebben ze heel goed gedaan daar in Valencia.

Een van de aantrekkelijkheden van Valencia is dat het dicht bij zee ligt. Ruim een uur lopen of een kwartiertje met de bus en je komt uit bij een prachtig breed strand van fijn en schoon zand. Vandaar heb je uitzicht op de haven en daar kun je naartoe lopen langs een hele parade van eet- en drinkgelegenheden. Daar hebben we paella gegeten, want dat moet in Valencia. Helaas was die van een zeer bedroevende kwaliteit. Maar eten kun je overal, de oude stad bestaat1516VG Valencia2 uit niets dan horecastraatjes en daar hebben we het nog eens over gedaan met een beter resultaat. Er is een zeer gevarieerd aanbod aan tapas en elk restaurant heeft wel iets speciaals. En de wijn is natuurlijk ook perfect.

Valencia heeft een paar aantrekkelijke musea. Het museum van schone kunsten, net buiten het Turiapark gelegen, heeft een mooie collectie panelen en triptieken uit de 13e en 14e eeuw in schitterende kleuren en met veel goud. Helaas is het werk uit de 16e en 17e eeuw van een treurig niveau, met uitzondering van twee kleine portretjes van Velazques. Het gebouw van het museum heeft een koepel bedekt met dakpannen van een bijzonder soort blauw, daar zijn er trouwens meer van. Vanaf ons dakterras op de 7e verdieping, naast de kathedraal, konden we een heleboel van die koepels zien, maar ik heb alleen die van het museum thuis kunnen brengen.

In het museum voor moderne kunst was toevallig een tentoonstelling van Miro en één van Gonzales, die tot voor kort te zien was in het Gemeentemuseum van Den Haag. Gonzales (1876 – 1972) is bijzonder omdat hij sculpturen van metaal maakte. De benodigde techniek had hij geleerd in de smederij van zijn vader. Smeden en lassen, dat was niet ieders stiel, maar Gonzales kon het en zijn werk is indrukwekkend. De expositie van Miro vormde een dwarsdoorsnee van zijn gehele oeuvre, zowel figuratief werk uit het begin van zijn loopbaan als schilderijen waarin gaten gebrand zijn van bijna aan het eind en van alles er tussenin. Ik viel met mijn neus in de boter, want veel van deze werken kende ik niet.

Vlak naast het museum voor moderne kunst bevindt zich het museum van de prehistorie van Valencia, een gigantisch museum met een enorme collectie, vooral gevonden in allerlei grotten. Het is te veel om in één keer op te kunnen nemen, dwalend van pijlpunt naar pijlpunt.

En dan zijn er nog allerlei prachtige gebouwen, zoals het stadhuis of het keramiekmuseum met zijn barokke voorgevel. Voor mij was de overdekte markt wel het hoogtepunt, een prachtig gebouw van metaal en glas en gigantisch groot. Daar heb ik voor een heel leven saffraan aangeschaft.

Valencia zal ik zeker nog wel eens aandoen, want ik ben er nog lang niet uitgekeken.
------
De plaatjes zijn van de schrijfster


© 2018 Katharina Kouwenhoven meer Katharina Kouwenhoven - meer "Een omweg waard" -
Vermaak en Genot > Een omweg waard
Valencia beviel me eigenlijk beter Katharina Kouwenhoven
1516VG Valencia1Een maand nadat ik in Barcelona vertoefde, heb ik Valencia bezocht, dat ik slechts kende van een oud liedje van misschien wel Eddy Christiani. Die stad is me zeer goed bevallen. Eigenlijk had ik het er meer naar mijn zin dan in Barcelona, hoewel het in Valencia ook druk was.

Valencia is heel harmonisch gebouwd. Centraal ligt de tamelijk omvangrijke oude stad, met natuurlijk de kathedraal en nog twee torens van de oude muur. Die oude stad wordt geflankeerd door twee wijken van eind negentiende eeuw en is in de loop van de twintigste eeuw verder uitgebreid, maar op een heel aangename manier. Je komt eigenlijk nergens bouwsels tegen waarvan je denkt ‘moest dat nou’. Een vondst is het geweest om alles rond de rivier de Turia, die een halve cirkel beschrijft om de stad, om te toveren tot park, waarin je kunt lopen en fietsen en allerlei sporten bedrijven.

Het is een flink park geworden, dat bijna bij zee eindigt. Er zijn meer steden in Spanje waar zoiets tot stand is gebracht, maar in Valencia is het verreweg het omvangrijkst. Aan het einde van het park, dus niet ver van zee, bevinden zich de bouwwerken van de in Spanje beroemde, maar verder omstreden architect Kalatrava. De man van de tuibruggen waarvan hij er ook drie heeft neergelegd in de Haarlemmermeerpolder, over een paar sloten. Hier is ook zo’n tuibrug en een operahuis, dat veel gelijkenis vertoont met dat van Sydney.

Verder een sciencemuseum in de vorm van een rechthoekige doos met aan het dak allerlei punten, dat ik wel kon waarderen en nog wat kleinere bouwsels waarvan de functie mij niet geheel duidelijk was. Voor Kalatrava maakt dat niet veel uit, want hij is niet geïnteresseerd in de functies van gebouwen. In verhouding tot de rest van de stad zijn deze gebouwen disproportioneel, maar ook dat stoort niet, want ze liggen ver van de rest van de bebouwing en hebben daar geen verband mee. Dat hebben ze heel goed gedaan daar in Valencia.

Een van de aantrekkelijkheden van Valencia is dat het dicht bij zee ligt. Ruim een uur lopen of een kwartiertje met de bus en je komt uit bij een prachtig breed strand van fijn en schoon zand. Vandaar heb je uitzicht op de haven en daar kun je naartoe lopen langs een hele parade van eet- en drinkgelegenheden. Daar hebben we paella gegeten, want dat moet in Valencia. Helaas was die van een zeer bedroevende kwaliteit. Maar eten kun je overal, de oude stad bestaat1516VG Valencia2 uit niets dan horecastraatjes en daar hebben we het nog eens over gedaan met een beter resultaat. Er is een zeer gevarieerd aanbod aan tapas en elk restaurant heeft wel iets speciaals. En de wijn is natuurlijk ook perfect.

Valencia heeft een paar aantrekkelijke musea. Het museum van schone kunsten, net buiten het Turiapark gelegen, heeft een mooie collectie panelen en triptieken uit de 13e en 14e eeuw in schitterende kleuren en met veel goud. Helaas is het werk uit de 16e en 17e eeuw van een treurig niveau, met uitzondering van twee kleine portretjes van Velazques. Het gebouw van het museum heeft een koepel bedekt met dakpannen van een bijzonder soort blauw, daar zijn er trouwens meer van. Vanaf ons dakterras op de 7e verdieping, naast de kathedraal, konden we een heleboel van die koepels zien, maar ik heb alleen die van het museum thuis kunnen brengen.

In het museum voor moderne kunst was toevallig een tentoonstelling van Miro en één van Gonzales, die tot voor kort te zien was in het Gemeentemuseum van Den Haag. Gonzales (1876 – 1972) is bijzonder omdat hij sculpturen van metaal maakte. De benodigde techniek had hij geleerd in de smederij van zijn vader. Smeden en lassen, dat was niet ieders stiel, maar Gonzales kon het en zijn werk is indrukwekkend. De expositie van Miro vormde een dwarsdoorsnee van zijn gehele oeuvre, zowel figuratief werk uit het begin van zijn loopbaan als schilderijen waarin gaten gebrand zijn van bijna aan het eind en van alles er tussenin. Ik viel met mijn neus in de boter, want veel van deze werken kende ik niet.

Vlak naast het museum voor moderne kunst bevindt zich het museum van de prehistorie van Valencia, een gigantisch museum met een enorme collectie, vooral gevonden in allerlei grotten. Het is te veel om in één keer op te kunnen nemen, dwalend van pijlpunt naar pijlpunt.

En dan zijn er nog allerlei prachtige gebouwen, zoals het stadhuis of het keramiekmuseum met zijn barokke voorgevel. Voor mij was de overdekte markt wel het hoogtepunt, een prachtig gebouw van metaal en glas en gigantisch groot. Daar heb ik voor een heel leven saffraan aangeschaft.

Valencia zal ik zeker nog wel eens aandoen, want ik ben er nog lang niet uitgekeken.
------
De plaatjes zijn van de schrijfster
© 2018 Katharina Kouwenhoven
powered by CJ2