archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 1
Jaargang 16
11 oktober 2018
Bezigheden > Op de fiets delen printen terug
De Panne-Knokke Oostende Thomas van der Steen

1515BZ De Panne2Doffe klappen van rubberhamers wekken me. Het moet nog acht uur worden maar stratenmakers schuifelen al op hun knieën over het plein. Meteen speuren mijn ogen naar de daken aan de overkant van de Markt op zoek naar vlaggen. Ah, die van de Carrefour wapperen losjes naar rechts. Gisteren had ik de wind mee naar het zuiden, vandaag naar het noorden; ik tel mijn zegeningen.

Esplanade heet het enorme plein dat aan de voeten van het standbeeld van Leopold I ligt. Precies hier betrad de eerste Koning der Belgen vanuit Calais zijn toekomstig koninkrijk.
Ik stap op de tram om naar die plek te reizen waar ik gister serieus ging fietsen, dan is de hele kust van 67 kilometer fietsend gecovered. De ellenlange tram is zo goed als leeg, er zit een schilder met een emmer verf en een bejaarde man met boodschappentas op schoot. De tocht sleept zich voort langs een eindeloze reeks haltes: Ster der Zee, Lejeunelaan, Zonnebloem, Ysermonde, Y.M.C.A., Belle Vue en eindelijk dan Middelkerke Krokodiel. Na anderhalf uur ben ik eindelijk vrij, verlost van de piepende en knarsende boemel. Reizen met De Lijn leek vooraf een feest maar bleek een straf.

Door ongeduld samengebalde krachten geselen mijn trappers want hier ben ik voor gekomen: fietsen! Voor me strekt zich een leegte. Hier geen rijen appartementen, horeca of winkeltjes. Alleen maar zee, zand en duinen, een verademing. Een vrouw yogaat op het lege strand, een rafelige zwerfhond snuffelt en twee ruiters laten hun paarden door de branding galopperen. Te snel doemt in de verte Oostende op en is de weidsheid over. De boulevard wordt almaar drukker en noodgedwongen moet ik mijn vaart temperen. Op mijn oude Gazelle was mijn kruissnelheid 20 km/u, met de Sensa haal ik er met gemak 28.

Ik stop bij de Wellingtonrenbaan, het hippodroom is kolossaal en ondanks dat het nu verlaten is, beeld ik me de mondaine chic van België er flanerend in. Even verderop staat een indrukwekkend ruiterstandbeeld van Leopold II. De zon voorziet de vorst van een aureool maar de natuur, of onze-lieve-heer, vergist zich. De Congo, het land in het hart van Afrika en zijn persoonlijk bezit, heeft hij leeggeroofd, haar bevolking uitgebuit, gefolterd en, als het moest, vermoord.

Mijn derde stop is de St Petrus-en-Pauluskerk. Door de ingang onder het roosvenster glip ik naar binnen voor een vast ritueel: een kaarsje branden.

Net als in Zeebrugge word ik dwars door een wirwar van industriële bedrijvigheid geleid en het is er even onooglijk. Bij ons in Nederland is alles verder afgelegen of netjes verstopt.
Door het ontbreken van een strandboulevard ben ik genoodzaakt over de Koninklijke Baan te fietsen. Auto’s razen met 100 km/h langs me, met de wind in de rug haal ik 34. In het dorp De Haan/Le Coq zoek ik zoetigheid want aan mijn trillende knieën merk ik dat ik een hypo heb. Bij patissier Staelens scoor ik een eclair en een sierlijk gebakje met frambozen. Op een parkbank tegenover het antieke tramstationnetje (1885) schrok ik de gebakjes gulzig naar binnen.

De snelle koolhydraten doen me weer bruisen van energie. Daadkrachtig spring ik in het zadel en knal ervantussen voor de laatste kilometers. De route gaat nu gelukkig weer dicht langs zee en strand. Blankenberge, Zeebrugge en Heist vliegen voorbij en Knokke verrijst aan de einder. Dat de beau-monde deze badplaats verkiest zie ik aan de auto’s: Porsches, Range Rovers en Jaguars zijn de norm, maar ook een Lamborghini en zelfs een Bugatti zag ik door de straten gaan. Op de parkeerplaats van de golfclub knijp ik voor het laatst in de remmen, de expeditie is gedaan.
Ach België, af en toe zo lelijk, maar toch hou ik van je.

----
Het plaatje is van de schrijver


© 2018 Thomas van der Steen meer Thomas van der Steen - meer "Op de fiets" -
Bezigheden > Op de fiets
De Panne-Knokke Oostende Thomas van der Steen
1515BZ De Panne2Doffe klappen van rubberhamers wekken me. Het moet nog acht uur worden maar stratenmakers schuifelen al op hun knieën over het plein. Meteen speuren mijn ogen naar de daken aan de overkant van de Markt op zoek naar vlaggen. Ah, die van de Carrefour wapperen losjes naar rechts. Gisteren had ik de wind mee naar het zuiden, vandaag naar het noorden; ik tel mijn zegeningen.

Esplanade heet het enorme plein dat aan de voeten van het standbeeld van Leopold I ligt. Precies hier betrad de eerste Koning der Belgen vanuit Calais zijn toekomstig koninkrijk.
Ik stap op de tram om naar die plek te reizen waar ik gister serieus ging fietsen, dan is de hele kust van 67 kilometer fietsend gecovered. De ellenlange tram is zo goed als leeg, er zit een schilder met een emmer verf en een bejaarde man met boodschappentas op schoot. De tocht sleept zich voort langs een eindeloze reeks haltes: Ster der Zee, Lejeunelaan, Zonnebloem, Ysermonde, Y.M.C.A., Belle Vue en eindelijk dan Middelkerke Krokodiel. Na anderhalf uur ben ik eindelijk vrij, verlost van de piepende en knarsende boemel. Reizen met De Lijn leek vooraf een feest maar bleek een straf.

Door ongeduld samengebalde krachten geselen mijn trappers want hier ben ik voor gekomen: fietsen! Voor me strekt zich een leegte. Hier geen rijen appartementen, horeca of winkeltjes. Alleen maar zee, zand en duinen, een verademing. Een vrouw yogaat op het lege strand, een rafelige zwerfhond snuffelt en twee ruiters laten hun paarden door de branding galopperen. Te snel doemt in de verte Oostende op en is de weidsheid over. De boulevard wordt almaar drukker en noodgedwongen moet ik mijn vaart temperen. Op mijn oude Gazelle was mijn kruissnelheid 20 km/u, met de Sensa haal ik er met gemak 28.

Ik stop bij de Wellingtonrenbaan, het hippodroom is kolossaal en ondanks dat het nu verlaten is, beeld ik me de mondaine chic van België er flanerend in. Even verderop staat een indrukwekkend ruiterstandbeeld van Leopold II. De zon voorziet de vorst van een aureool maar de natuur, of onze-lieve-heer, vergist zich. De Congo, het land in het hart van Afrika en zijn persoonlijk bezit, heeft hij leeggeroofd, haar bevolking uitgebuit, gefolterd en, als het moest, vermoord.

Mijn derde stop is de St Petrus-en-Pauluskerk. Door de ingang onder het roosvenster glip ik naar binnen voor een vast ritueel: een kaarsje branden.

Net als in Zeebrugge word ik dwars door een wirwar van industriële bedrijvigheid geleid en het is er even onooglijk. Bij ons in Nederland is alles verder afgelegen of netjes verstopt.
Door het ontbreken van een strandboulevard ben ik genoodzaakt over de Koninklijke Baan te fietsen. Auto’s razen met 100 km/h langs me, met de wind in de rug haal ik 34. In het dorp De Haan/Le Coq zoek ik zoetigheid want aan mijn trillende knieën merk ik dat ik een hypo heb. Bij patissier Staelens scoor ik een eclair en een sierlijk gebakje met frambozen. Op een parkbank tegenover het antieke tramstationnetje (1885) schrok ik de gebakjes gulzig naar binnen.

De snelle koolhydraten doen me weer bruisen van energie. Daadkrachtig spring ik in het zadel en knal ervantussen voor de laatste kilometers. De route gaat nu gelukkig weer dicht langs zee en strand. Blankenberge, Zeebrugge en Heist vliegen voorbij en Knokke verrijst aan de einder. Dat de beau-monde deze badplaats verkiest zie ik aan de auto’s: Porsches, Range Rovers en Jaguars zijn de norm, maar ook een Lamborghini en zelfs een Bugatti zag ik door de straten gaan. Op de parkeerplaats van de golfclub knijp ik voor het laatst in de remmen, de expeditie is gedaan.
Ach België, af en toe zo lelijk, maar toch hou ik van je.

----
Het plaatje is van de schrijver
© 2018 Thomas van der Steen
powered by CJ2