archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 1
Jaargang 16
11 oktober 2018
Nummer 2 verschijnt op
25 oktober 2018
Beschouwingen > De verbazing delen printen terug
Niet alles wat kan moet. Toch? Paul Bordewijk

1513VG Niet allesDe komst van Internet betekende de ingrijpendste wijziging in onze manier van communiceren sinds de introductie van de telegraaf. Schriftelijke communicatie vindt vooral per email plaats en nauwelijks meer per brief. Informatie is veel gemakkelijker toegankelijk geworden, niet alleen door talloze websites maar ook door zoekmachines en Wikipedia. De keuzemogelijkheden op je televisiescherm zijn ontzettend uitgebreid. Mensen delen hun opvattingen op Twitter en hun persoonlijk wel en wee op Facebook.

Dat is echter niet in alle opzichten een vooruitgang. In de eerste plaats is het ten koste gegaan van andere vormen van communicatie. Brieven worden minder vaak bezorgd. Er zijn minder plekken waar je een krant kunt kopen. In cafés en restaurants praten mensen niet meer met elkaar, maar turen ze op hun smartphone. Je kunt niet overal meer met contant geld betalen. Dat soort veranderingen is eigen aan elke technologische vernieuwing: de komst van de elektriciteit heeft ons ook beroofd van het romantische gaslicht.

Internet heeft echter ook nieuwe gevaren met zich meegebracht. Hackers kraken de beveiliging van websites of leggen websites plat door een massale inlog met behulp van andermans gekraakte computers. Tegelijkertijd wordt onze privacy bedreigd, zowel door de AIVD als door Facebook. De vraag is hoe daarop te reageren: door Internet te perfectioneren of door minder gebruik te maken van Internet.

Met de opkomst van Internet kwam er meer aandacht voor de beveiliging. Ook als particuliere gebruiker heb je een virusscanner nodig. Cyberaanvallen gaan een rol spelen in de internationale politiek. Daarom wil nu zelfs ons leger zich gaan bezighouden met het bestrijden hiervan.
Bij dat laatste kun je echter allerlei vraagtekens zetten. Er zijn veel klachten dat er te weinig geld voor defensie zou zijn en dan verbaast het dat ons leger dit er ineens bij wil gaan doen. Het roept de vraag op of andere overheidsdiensten daar niet meer voor geëquipeerd zijn, zoals de AIVD. Daar zijn ze heel goed in het terughacken van Russische hackers. Binnen het leger is men al niet goed in het beschermen van de eigen mensen, zowel tegen elkaar als tegen defect wapentuig. De Pr-stunt om Marco Kroon de Militaire Willems Orde toe te kennen is ontaard in een publicitaire ramp. Ik zou zeggen: zorg eerst dat je je eigen zaakjes op orde krijgt. Dijkbewaking is ook geen taak van het leger.

Maar het roept ook nog een andere vraag op. De noodzaak van bescherming tegen cyberaanvallen ontstaat elke keer wanneer een nieuw systeem in gebruik wordt genomen. Moeten dan niet de kosten van beveiliging meegenomen worden in het budget van het nieuwe systeem, in plaats van ze af te wentelen op de belastingbetaler. Kunnen we misschien ook afzien van zo’n nieuw systeem wanneer die kosten te hoog zijn?
En wanneer systemen zo wezenlijk zijn voor het functioneren van de maatschappij dat hun veiligheid van nationaal belang is, moet er dan niet een inspectie komen die daarop toezicht houdt? Moeten we elektriciteitscentrales, bruggen en spoorweginfrastructuur wel met internet verbinden? Wordt dat hele ‘internet of things’ geen ramp? En wie garandeert ons eigenlijk dat de VS niet de besturing kan overnemen van die prachtige JSF’en die Frans Timmermans zo graag wilde kopen?

De vraag of er geen alternatieven zijn die veiliger zijn dan Internet wordt ook zelden gesteld. Overheidsfunctionarissen die China bezoeken krijgen tegenwoordig het advies geen gevoelige informatie op hun laptop te hebben, maar die mee te dragen in de goede oude aktetas, zo een waarmee de Syrische president Assad op zijn werk verschijnt. In plaats van alles maar met Internet te koppelen zouden we ook meer ‘standalone’ computers kunnen gebruiken en communiceren via afgescheiden verbindingen. Het bezwaar daartegen is dat het ‘zo jaren zeventig’ is. Maar elektrische auto’s zijn ook iets van rond 1900.

Internet is heel handig voor openbare informatie. Maar bij alles dat vertrouwelijk moet blijven moet je je de vraag stellen of koppeling aan Internet niet een te groot risico oplevert van hacken. Ik heb me er bij voorbeeld altijd over verbaasd dat sinds 2009 het Staatsblad zoals het op Internet staat de authentieke bron is, en niet de papieren versie. Dat is toch een uitnodiging aan Russische hackers om hier de boel te komen versjteren. Tegelijkertijd zijn we ontzettend bang voor stemmachines die niet eens met Internet verbonden zijn.

Ook als privé persoon moet je jezelf afvragen of je wel zoveel met Internet wilt doen. Je ontkomt haast niet meer aan digitaal bankieren, maar moet dan wel allerlei ‘phishing mails’ wegklikken. Internet bedreigt onze privacy. Daarom hebben we in meerderheid tegen de Sleepwet gestemd, maar een oproep van Arjen Lubach om Facebook de deur uit te doen had veel minder succes. Kennelijk vinden we inbreuken op onze privacy niet zo erg, wanneer we er maar zelf over gaan. In plaats van de Sleepwet zou de AIVD gewoon een contract met Facebook moeten sluiten, dat zou minder bezwaren opleveren en misschien nog wel meer informatie ook.

Maar het net sluit zich rond ons. Het wordt lastiger om met contant geld te betalen en via onze bankrekening wordt zichtbaar waar we betaald hebben, hoeveel en waarvoor. Kentekens worden regelmatig gescreend. Gegevens over reizen met het OV worden zeven jaar bewaard. Hoelang zal het nog duren tot de chip in onze identiteitskaart gelezen kan worden door detectoren op elke straathoek? Kan de politie meteen iedereen aanhouden die zo’n kaart niet bij zich heeft.

Intussen zetten allerlei instanties – publiek of privaat – ons steeds meer aan het werk. We moeten tientallen wachtwoorden onthouden en ons door ingewikkelde websites heen worstelen. Steeds minder lukt het om nog een levend mens aan de telefoon te krijgen. Ik ben zo arrogant mijzelf toch wel tot de bovenste helft van de intelligentieverdeling in Nederland te rekenen, maar bij elke nieuwe website breekt mij het klamme zweet uit. Hoe moet het dan vergaan met leeftijdgenoten die niet al vijftig jaar programma’s schrijven, of met moeite MULO A gehaald hebben?

Internet afschaffen is niet haalbaar en hoeft ook niet. Maar iedereen moet wel vrij zijn het al of niet te gebruiken. En het moet daarom mogelijk blijven contant te betalen. Dat is ook heel goed voor de economie wanneer de vijand er in slaagt de sites van onze banken een weekje plat te leggen.

---------
Het plaatje is van Henk Klaren


© 2018 Paul Bordewijk meer Paul Bordewijk - meer "De verbazing" -
Beschouwingen > De verbazing
Niet alles wat kan moet. Toch? Paul Bordewijk
1513VG Niet allesDe komst van Internet betekende de ingrijpendste wijziging in onze manier van communiceren sinds de introductie van de telegraaf. Schriftelijke communicatie vindt vooral per email plaats en nauwelijks meer per brief. Informatie is veel gemakkelijker toegankelijk geworden, niet alleen door talloze websites maar ook door zoekmachines en Wikipedia. De keuzemogelijkheden op je televisiescherm zijn ontzettend uitgebreid. Mensen delen hun opvattingen op Twitter en hun persoonlijk wel en wee op Facebook.

Dat is echter niet in alle opzichten een vooruitgang. In de eerste plaats is het ten koste gegaan van andere vormen van communicatie. Brieven worden minder vaak bezorgd. Er zijn minder plekken waar je een krant kunt kopen. In cafés en restaurants praten mensen niet meer met elkaar, maar turen ze op hun smartphone. Je kunt niet overal meer met contant geld betalen. Dat soort veranderingen is eigen aan elke technologische vernieuwing: de komst van de elektriciteit heeft ons ook beroofd van het romantische gaslicht.

Internet heeft echter ook nieuwe gevaren met zich meegebracht. Hackers kraken de beveiliging van websites of leggen websites plat door een massale inlog met behulp van andermans gekraakte computers. Tegelijkertijd wordt onze privacy bedreigd, zowel door de AIVD als door Facebook. De vraag is hoe daarop te reageren: door Internet te perfectioneren of door minder gebruik te maken van Internet.

Met de opkomst van Internet kwam er meer aandacht voor de beveiliging. Ook als particuliere gebruiker heb je een virusscanner nodig. Cyberaanvallen gaan een rol spelen in de internationale politiek. Daarom wil nu zelfs ons leger zich gaan bezighouden met het bestrijden hiervan.
Bij dat laatste kun je echter allerlei vraagtekens zetten. Er zijn veel klachten dat er te weinig geld voor defensie zou zijn en dan verbaast het dat ons leger dit er ineens bij wil gaan doen. Het roept de vraag op of andere overheidsdiensten daar niet meer voor geëquipeerd zijn, zoals de AIVD. Daar zijn ze heel goed in het terughacken van Russische hackers. Binnen het leger is men al niet goed in het beschermen van de eigen mensen, zowel tegen elkaar als tegen defect wapentuig. De Pr-stunt om Marco Kroon de Militaire Willems Orde toe te kennen is ontaard in een publicitaire ramp. Ik zou zeggen: zorg eerst dat je je eigen zaakjes op orde krijgt. Dijkbewaking is ook geen taak van het leger.

Maar het roept ook nog een andere vraag op. De noodzaak van bescherming tegen cyberaanvallen ontstaat elke keer wanneer een nieuw systeem in gebruik wordt genomen. Moeten dan niet de kosten van beveiliging meegenomen worden in het budget van het nieuwe systeem, in plaats van ze af te wentelen op de belastingbetaler. Kunnen we misschien ook afzien van zo’n nieuw systeem wanneer die kosten te hoog zijn?
En wanneer systemen zo wezenlijk zijn voor het functioneren van de maatschappij dat hun veiligheid van nationaal belang is, moet er dan niet een inspectie komen die daarop toezicht houdt? Moeten we elektriciteitscentrales, bruggen en spoorweginfrastructuur wel met internet verbinden? Wordt dat hele ‘internet of things’ geen ramp? En wie garandeert ons eigenlijk dat de VS niet de besturing kan overnemen van die prachtige JSF’en die Frans Timmermans zo graag wilde kopen?

De vraag of er geen alternatieven zijn die veiliger zijn dan Internet wordt ook zelden gesteld. Overheidsfunctionarissen die China bezoeken krijgen tegenwoordig het advies geen gevoelige informatie op hun laptop te hebben, maar die mee te dragen in de goede oude aktetas, zo een waarmee de Syrische president Assad op zijn werk verschijnt. In plaats van alles maar met Internet te koppelen zouden we ook meer ‘standalone’ computers kunnen gebruiken en communiceren via afgescheiden verbindingen. Het bezwaar daartegen is dat het ‘zo jaren zeventig’ is. Maar elektrische auto’s zijn ook iets van rond 1900.

Internet is heel handig voor openbare informatie. Maar bij alles dat vertrouwelijk moet blijven moet je je de vraag stellen of koppeling aan Internet niet een te groot risico oplevert van hacken. Ik heb me er bij voorbeeld altijd over verbaasd dat sinds 2009 het Staatsblad zoals het op Internet staat de authentieke bron is, en niet de papieren versie. Dat is toch een uitnodiging aan Russische hackers om hier de boel te komen versjteren. Tegelijkertijd zijn we ontzettend bang voor stemmachines die niet eens met Internet verbonden zijn.

Ook als privé persoon moet je jezelf afvragen of je wel zoveel met Internet wilt doen. Je ontkomt haast niet meer aan digitaal bankieren, maar moet dan wel allerlei ‘phishing mails’ wegklikken. Internet bedreigt onze privacy. Daarom hebben we in meerderheid tegen de Sleepwet gestemd, maar een oproep van Arjen Lubach om Facebook de deur uit te doen had veel minder succes. Kennelijk vinden we inbreuken op onze privacy niet zo erg, wanneer we er maar zelf over gaan. In plaats van de Sleepwet zou de AIVD gewoon een contract met Facebook moeten sluiten, dat zou minder bezwaren opleveren en misschien nog wel meer informatie ook.

Maar het net sluit zich rond ons. Het wordt lastiger om met contant geld te betalen en via onze bankrekening wordt zichtbaar waar we betaald hebben, hoeveel en waarvoor. Kentekens worden regelmatig gescreend. Gegevens over reizen met het OV worden zeven jaar bewaard. Hoelang zal het nog duren tot de chip in onze identiteitskaart gelezen kan worden door detectoren op elke straathoek? Kan de politie meteen iedereen aanhouden die zo’n kaart niet bij zich heeft.

Intussen zetten allerlei instanties – publiek of privaat – ons steeds meer aan het werk. We moeten tientallen wachtwoorden onthouden en ons door ingewikkelde websites heen worstelen. Steeds minder lukt het om nog een levend mens aan de telefoon te krijgen. Ik ben zo arrogant mijzelf toch wel tot de bovenste helft van de intelligentieverdeling in Nederland te rekenen, maar bij elke nieuwe website breekt mij het klamme zweet uit. Hoe moet het dan vergaan met leeftijdgenoten die niet al vijftig jaar programma’s schrijven, of met moeite MULO A gehaald hebben?

Internet afschaffen is niet haalbaar en hoeft ook niet. Maar iedereen moet wel vrij zijn het al of niet te gebruiken. En het moet daarom mogelijk blijven contant te betalen. Dat is ook heel goed voor de economie wanneer de vijand er in slaagt de sites van onze banken een weekje plat te leggen.

---------
Het plaatje is van Henk Klaren
© 2018 Paul Bordewijk
powered by CJ2