archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 13
Jaargang 15
26 april 2018
Nummer 15 verschijnt op
31 mei 2018
Beschouwingen > Buitenlandse zaken delen printen terug
Het nut van stille diplomatie Willem Minderhout

1513BS Van Der Stoel… en het belang van trivia
Een onbelangrijk detail in een boek kan soms veel losmaken. Zo trof mij in ‘Een dorsvloer vol confetti’ van Franca Treur vooral het zinnetje waarmee zij beschrijft dat de hoofdpersoon via de Laurens Stommesweg Middelburg binnen fietste. Zo fietste ik Middelburg altijd uit. Een B-weg met meidoornhagen, die door de velden voerde. Ik hoor de leeuweriken nog zingen.

Iets dergelijks overkwam me tijdens de eerste bladzijden van de Max van der Stoel-biografie van Anet Bleich. Zij beschreef Max’ geboortehuis op de hoek van de Veurseweg en de Papelaan in Voorschoten. Daar woonde vroeger mijn lief, dus ik ben daar talloze malen uit de bus gestapt.
Dit geboortehuis maakt momenteel deel uit van een supermarkt waar ik ook vele malen boodschappen deed. Een Voorschotense kennis vertelde me dat de supermarktexploitant het huis aanvankelijk had laten slopen, maar omdat het een monumentale status had, moest hij het terugbouwen. Hierdoor is ook een belangrijk oorlogsmonument voor Voorschoten, in tegenstelling tot het huis van Osewoud dat is verdwenen, behouden gebleven. Max’ vader, een huisarts, was de spil in het Voorschotense verzet en het huis was een belangrijke ontmoetingsplaats geweest.

Ook Gerrit Kastein kwam wel eens langs volgens Bleich. Kastein, een leider van het gewapend verzet, kwam laatst weer in het nieuws. Na zijn arrestatie door de SD had hij zich met stoel en al door het raam gegooid van de kamer in het Binnenhof waar hij werd vastgehouden. Deze kamer is momenteel in gebruik bij de SGP-fractie en de legendarische SGP-fractiemedewerker Menno de Bruyne heeft voorgesteld om deze kamer naar Kastein te vernoemen.
Van der Stoel senior moest echter niets hebben van het gewapend verzet van de communist Kastein. Wellicht is dit toch een voorafschaduwing van het optreden van zijn zoon. Ook zoon Max bleef altijd principieel anticommunistisch. Dat was hij al in zijn tijd als bestuurslid van de progressieve studentenvereniging Politeia waarin hij contacten onderhield met andere sociaaldemocratische jongeren in Europa, waaronder Helmut Schmidt. (Een van de mensen die Bleich voor de reconstructie van zijn Politeia-tijd heeft geraadpleegd is Martha Molendijk. Martha ken ik als een uiterst sympathiek Haags Gemeenteraadslid voor de PvdA, als ik weer wat trivia mag spuien.) Van der Stoel verbrak indertijd de vriendschap met de Tsjech Jiri Hajek, die de kant van de communisten koos nadat zij in Tsjechoslovakije de macht overnamen. Een breuk die weer geheeld werd nadat Hajek zich ontpopt had als een van de stuwende krachten achter de Praagse Lente en later Charta '77. Als minister maakte die anti-communistische houding in een door Nieuw Links gedomineerde PvdA zijn positie niet bepaald makkelijk. In het verlengde daarvan was hij ‘atlanticus’: een veiligheidsbeleid zonder samenwerking met de VS was voor hem ondenkbaar. Max werd door de Nieuw Linkse hemelbestormers nogal rechts gevonden.

Anticommunistisch en Atlantisch was in het geval van Van der Stoel echter allesbehalve hetzelfde als kritiekloos achter de VS aan lopen. Keer op keer problematiseerde hij het feit dat de NAVO moeilijk de democratie in de wereld kon beschermen als fascistische dictaturen, zoals destijds Portugal en Griekenland, daar lid van konden zijn.
Bleich noemt Van der Stoel ‘de stille diplomaat’. Dat is, ondanks de hedendaagse twitterdiplomatie van zekere presidenten, bijna een pleonasme te noemen. Buitenlandse politiek is een arena voor schakers die op kousenvoeten hun werk doen, tot het moment aanbreekt waarin het opzetten van een grote muil zo niet noodzakelijk, dan toch nuttig is. Dat is erg lastig in een democratie, want je kunt er als burger alleen maar op vertrouwen dat er achter de schermen veel heilzame dingen gebeuren.
Heeft Bleich die tragiek van de diplomatie mooi verbeeld? Tot op zekere hoogte wel. Het gelaveer van Van der Stoel tussen de Nieuw Linkse Prinzipienreiters als Pronk en vooral Van der Louw enerzijds en de in die tijd nog door uiterst conservatieve jonkheren gedomineerde departement van Buitenlandse Zaken anderzijds, komt goed uit de verf, waarbij vooral de cruciale rol van Den Uyl, die meestal op het laatste moment de kant van Van der Stoel koos, opvalt.

Waar ik met vragen blijf zitten is bijvoorbeeld het optreden van Van der Stoel tijdens episodes als de massamoorden na de machtsgreep van Suharto in Indonesië. Bleich komt er niet achter wat de schaker Van der Stoel op dat soort momenten echt dacht en ik als lezer dus ook niet. Mijn indruk is dat hij van optreden afzag als hij inschatte dat er niets, behalve het eigen morele gelijk, te winnen was. Zijn zelfverzekerde optreden tegenover machtige spelers als Kissinger als hij dacht dat er wel wat te halen was onderbouwt dat gevoel. Een mooi voorbeeld daarvan is dat hij het voor elkaar kreeg dat mensenrechten een belangrijk onderdeel werden van de Helsinki akkoorden en de Amerikaanse steun die hij regelde voor de Portugese sociaaldemocraten, om op een democratische wijze een communistische omwenteling te voorkomen.

Eigenlijk was de combinatie van de stille diplomaat Van der Stoel en de moralist Pronk best effectief. Bleich noemt het een soort 'good cop' 'bad cop' aanpak. De beide heren blijken dat aspect van hun gespannen samenwerking echter nooit in dat licht bekeken te hebben. 

Wat voor mij echt nieuw is, naast de onthulling dat Van der Stoel aan een geheime organisatie werkte die in geval van bezetting het verzet zou kunnen organiseren, is Bleichs beschrijving van zijn werk als Hoge Commissaris in zake Nationale Minderheden bij de OVSE. Ik heb dat nooit zo gevolgd, maar hij moet daar helemaal in zijn element zijn geweest.
Aan het eind van zijn lange loopbaan redde hij ook nog eens het Oranjehuis door de oude heer Zorreguieta ervan te overtuigen dat hij op de trouwdag van zijn dochter beter thuis kon blijven. Ook hierin staat hij in een lange Nederlandse sociaaldemocratische traditie. De zuinigheid waarmee hij als oude broze heer van twintig euro per week trachtte rond te komen aan het einde van zijn jaren heeft ook een hoog ‘Drees-gehalte’.

Ik betrap me er op dat ik na lezing van deze biografie regelmatig moet denken: ‘Wat zou Van der Stoel gedaan hebben met Polen, Hongarije, Syrië, Trump, Erdogan, Putin …’ . De lijst is eindeloos. En het antwoord blijft uit. Gelukkig ga ik er niet over. Hopelijk doet Stef Blok er enige inspiratie uit op. 

Anet Bleich, De stille diplomaat, Het bewogen leven van Max van der Stoel, 1924 - 2011, Uitgeverij Balans

---------
Het plaatje is van Henk Klaren


© 2018 Willem Minderhout meer Willem Minderhout - meer "Buitenlandse zaken" -
Beschouwingen > Buitenlandse zaken
Het nut van stille diplomatie Willem Minderhout
1513BS Van Der Stoel… en het belang van trivia
Een onbelangrijk detail in een boek kan soms veel losmaken. Zo trof mij in ‘Een dorsvloer vol confetti’ van Franca Treur vooral het zinnetje waarmee zij beschrijft dat de hoofdpersoon via de Laurens Stommesweg Middelburg binnen fietste. Zo fietste ik Middelburg altijd uit. Een B-weg met meidoornhagen, die door de velden voerde. Ik hoor de leeuweriken nog zingen.

Iets dergelijks overkwam me tijdens de eerste bladzijden van de Max van der Stoel-biografie van Anet Bleich. Zij beschreef Max’ geboortehuis op de hoek van de Veurseweg en de Papelaan in Voorschoten. Daar woonde vroeger mijn lief, dus ik ben daar talloze malen uit de bus gestapt.
Dit geboortehuis maakt momenteel deel uit van een supermarkt waar ik ook vele malen boodschappen deed. Een Voorschotense kennis vertelde me dat de supermarktexploitant het huis aanvankelijk had laten slopen, maar omdat het een monumentale status had, moest hij het terugbouwen. Hierdoor is ook een belangrijk oorlogsmonument voor Voorschoten, in tegenstelling tot het huis van Osewoud dat is verdwenen, behouden gebleven. Max’ vader, een huisarts, was de spil in het Voorschotense verzet en het huis was een belangrijke ontmoetingsplaats geweest.

Ook Gerrit Kastein kwam wel eens langs volgens Bleich. Kastein, een leider van het gewapend verzet, kwam laatst weer in het nieuws. Na zijn arrestatie door de SD had hij zich met stoel en al door het raam gegooid van de kamer in het Binnenhof waar hij werd vastgehouden. Deze kamer is momenteel in gebruik bij de SGP-fractie en de legendarische SGP-fractiemedewerker Menno de Bruyne heeft voorgesteld om deze kamer naar Kastein te vernoemen.
Van der Stoel senior moest echter niets hebben van het gewapend verzet van de communist Kastein. Wellicht is dit toch een voorafschaduwing van het optreden van zijn zoon. Ook zoon Max bleef altijd principieel anticommunistisch. Dat was hij al in zijn tijd als bestuurslid van de progressieve studentenvereniging Politeia waarin hij contacten onderhield met andere sociaaldemocratische jongeren in Europa, waaronder Helmut Schmidt. (Een van de mensen die Bleich voor de reconstructie van zijn Politeia-tijd heeft geraadpleegd is Martha Molendijk. Martha ken ik als een uiterst sympathiek Haags Gemeenteraadslid voor de PvdA, als ik weer wat trivia mag spuien.) Van der Stoel verbrak indertijd de vriendschap met de Tsjech Jiri Hajek, die de kant van de communisten koos nadat zij in Tsjechoslovakije de macht overnamen. Een breuk die weer geheeld werd nadat Hajek zich ontpopt had als een van de stuwende krachten achter de Praagse Lente en later Charta '77. Als minister maakte die anti-communistische houding in een door Nieuw Links gedomineerde PvdA zijn positie niet bepaald makkelijk. In het verlengde daarvan was hij ‘atlanticus’: een veiligheidsbeleid zonder samenwerking met de VS was voor hem ondenkbaar. Max werd door de Nieuw Linkse hemelbestormers nogal rechts gevonden.

Anticommunistisch en Atlantisch was in het geval van Van der Stoel echter allesbehalve hetzelfde als kritiekloos achter de VS aan lopen. Keer op keer problematiseerde hij het feit dat de NAVO moeilijk de democratie in de wereld kon beschermen als fascistische dictaturen, zoals destijds Portugal en Griekenland, daar lid van konden zijn.
Bleich noemt Van der Stoel ‘de stille diplomaat’. Dat is, ondanks de hedendaagse twitterdiplomatie van zekere presidenten, bijna een pleonasme te noemen. Buitenlandse politiek is een arena voor schakers die op kousenvoeten hun werk doen, tot het moment aanbreekt waarin het opzetten van een grote muil zo niet noodzakelijk, dan toch nuttig is. Dat is erg lastig in een democratie, want je kunt er als burger alleen maar op vertrouwen dat er achter de schermen veel heilzame dingen gebeuren.
Heeft Bleich die tragiek van de diplomatie mooi verbeeld? Tot op zekere hoogte wel. Het gelaveer van Van der Stoel tussen de Nieuw Linkse Prinzipienreiters als Pronk en vooral Van der Louw enerzijds en de in die tijd nog door uiterst conservatieve jonkheren gedomineerde departement van Buitenlandse Zaken anderzijds, komt goed uit de verf, waarbij vooral de cruciale rol van Den Uyl, die meestal op het laatste moment de kant van Van der Stoel koos, opvalt.

Waar ik met vragen blijf zitten is bijvoorbeeld het optreden van Van der Stoel tijdens episodes als de massamoorden na de machtsgreep van Suharto in Indonesië. Bleich komt er niet achter wat de schaker Van der Stoel op dat soort momenten echt dacht en ik als lezer dus ook niet. Mijn indruk is dat hij van optreden afzag als hij inschatte dat er niets, behalve het eigen morele gelijk, te winnen was. Zijn zelfverzekerde optreden tegenover machtige spelers als Kissinger als hij dacht dat er wel wat te halen was onderbouwt dat gevoel. Een mooi voorbeeld daarvan is dat hij het voor elkaar kreeg dat mensenrechten een belangrijk onderdeel werden van de Helsinki akkoorden en de Amerikaanse steun die hij regelde voor de Portugese sociaaldemocraten, om op een democratische wijze een communistische omwenteling te voorkomen.

Eigenlijk was de combinatie van de stille diplomaat Van der Stoel en de moralist Pronk best effectief. Bleich noemt het een soort 'good cop' 'bad cop' aanpak. De beide heren blijken dat aspect van hun gespannen samenwerking echter nooit in dat licht bekeken te hebben. 

Wat voor mij echt nieuw is, naast de onthulling dat Van der Stoel aan een geheime organisatie werkte die in geval van bezetting het verzet zou kunnen organiseren, is Bleichs beschrijving van zijn werk als Hoge Commissaris in zake Nationale Minderheden bij de OVSE. Ik heb dat nooit zo gevolgd, maar hij moet daar helemaal in zijn element zijn geweest.
Aan het eind van zijn lange loopbaan redde hij ook nog eens het Oranjehuis door de oude heer Zorreguieta ervan te overtuigen dat hij op de trouwdag van zijn dochter beter thuis kon blijven. Ook hierin staat hij in een lange Nederlandse sociaaldemocratische traditie. De zuinigheid waarmee hij als oude broze heer van twintig euro per week trachtte rond te komen aan het einde van zijn jaren heeft ook een hoog ‘Drees-gehalte’.

Ik betrap me er op dat ik na lezing van deze biografie regelmatig moet denken: ‘Wat zou Van der Stoel gedaan hebben met Polen, Hongarije, Syrië, Trump, Erdogan, Putin …’ . De lijst is eindeloos. En het antwoord blijft uit. Gelukkig ga ik er niet over. Hopelijk doet Stef Blok er enige inspiratie uit op. 

Anet Bleich, De stille diplomaat, Het bewogen leven van Max van der Stoel, 1924 - 2011, Uitgeverij Balans

---------
Het plaatje is van Henk Klaren
© 2018 Willem Minderhout
powered by CJ2