archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 2
Jaargang 15
26 oktober 2017
Nummer 4 verschijnt op
30 november 2017
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept delen printen terug
Een reisje langs de Rijn Frits Hoorweg

1502VG RijnUit een paar jaartallen die Martin Hendriksma noemt in zijn boek (‘De Rijn, Biografie van een rivier’) maak ik op dat hij er drie jaar aan heeft gewerkt. Niet dat hij zo lang achtereen op reis is geweest. Hij weidt trouwens nauwelijks uit over zijn reisplan of de ontberingen die hij zich moet getroosten. Heel even maar krijg je het idee dat het zo’n boek wordt. In het eerste hoofdstuk, over iemand die de Rijn probeert af te zwemmen, neemt hij zelf ook een duik, om te weten hoe dat is.

Nee, hij strijkt liefst ergens langs de rivier een poosje neer en beschrijft dan wat hij hoort en ziet, haalt geschiedenissen op en probeert interessante mensen te spreken te krijgen. Meestal lukt dat wonderwel. Behalve die ene keer dat hij, onderweg naar een afspraak met een burgemeester, een telefoontje krijgt dat deze verhinderd is. Met een kop vol chagrijn zoekt hij een horecagelegenheid op en vindt die uiteindelijk bij een sportschool. En wie ziet hij daar naar buiten komen? Jawel, de burgemeester in kwestie!

In Straatsburg is hij te gast bij de Secretaris-Generaal van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR), de Nederlander Hans van der Werf. Aan die ontmoeting hangt de schrijver uitgebreide historische beschouwingen op, het ‘kantoor’ van Van der Werf nodigt daartoe uit. Het Kaiserpalast is namelijk opgetrokken voor Kaiser Wilhelm I, in de tijd dat Straatsburg Duits grondgebied was. Maar goed, dat is eigenlijk vooral franje. Het gesprek gaat over de totstandkoming van vrijhandel, althans een grote mate daarvan, op de Rijn. Hoogst interessant, maar wat ik haast nog boeiender vond is wat Van der Werf te zeggen heeft over de plaats van zijn commissie in het Europese bestuurlijke bouwwerk. Je zou toch denken dat deze daar een soort onderafdeling van is, of binnenkort wordt. Maar nee hoor, dat kan zo maar niet!

Het hoofdstuk over de brug bij Remagen is, wat mij betreft, ook een hoogtepunt. Die brug viel begin ’45 vrijwel ongeschonden in handen van de geallieerden. Rondom die verovering zijn de meest fantastische verhalen de wereld in gekomen, voor een deel waar en voor een deel niet. Er is een film over gemaakt en er zijn boeken over geschreven. Het gaat natuurlijk niet aan om alle grappige anekdotes over te schrijven, maar als appetizer toch een aardig detail over het maken van die film. De opnamen vonden voor een groot deel in Tsecho-Slowakije plaats, want het vrije verkeer op de Rijn kon natuurlijk niet worden stilgelegd vanwege zo maar een filmpje. Maar ja, het was dus in de zomer van 1968, op een gegeven moment moesten de opnamen onderbroken worden om de Russen door te laten! Later zijn ze op dezelfde plek toch weer afgemaakt.

Serieuzere kost dient de schrijver op in hoofdstukken die handelen over gedoe met het water, of de waterloop. Zo noemt hij het hoofdstuk dat over Johann Gottfried Tulla gaat ‘Life sucks’. Op het monument dat voor hem is opgericht in Breisach staat dat hij ‘De temmer van de Wilde Rijn’ was. Hij wist voor elkaar te krijgen dat een gebied waar de Rijn met grote regelmaat buiten zijn oevers trad daar voortaan van gevrijwaard werd. Het netto-effect was eigenlijk gewoon dat de rivier werd gekanaliseerd.
Niet iedereen was even blij. Allerlei mensen moesten hun manier van leven en werken aanpassen. Van de weelderige natuur bleef slechts een armzalig troepje over, dat nu nog niet om aan te zien is, volgens Hendriksma. Bovendien kreeg men verderop langs de Rijn periodiek te maken met aanzienlijk hogere waterstanden. Het is een thema dat regelmatig terugkomt in het boek. Als er in de bovenloop van zo’n rivier iets ingrijpends gebeurt dan merkt men dat verderop, met name bij ons.

Eén van de laatste hoofdstukken gaat over Jan Sepers van Heerewaarden, lid van de laatste generatie ‘rijnvissers’. De schrijver tekent het verhaal op uit de mond van zijn zoon Gijs. Het vissen op dat deel van de rivier werd beheerst door een gilde, de familie Sepers was één van de vier families die het daarin voor het zeggen hadden. Dat gilde werd tijdens de Franse tijd even afgeschaft, maar het kwam nadien meteen weer terug. Pas aan het begin van de twintigste eeuw hield het op te bestaan, maar toen kwam er iets voor in de plaats (de Compagnie van de Plaat) dat zorgde dat de mate van ‘regulatie’ groot bleef. Het is nu bijna niet meer voor te stellen, maar er werd in die tijd nog op zalm gevist! Door de enorme industrialisatie stroomopwaarts kon dat al snel niet meer en niet zo heel veel later kon er helemaal nergens meer op gevist worden. Inmiddels is de kwaliteit van het water wel weer wat verbeterd, maar vissen op de manier zoals dat toen gebeurde is niet meer aan de orde.

De laatste hoofdstukken gaan over hoe Nederland probeert om overstromingsgevaar in te dammen en over protesten tegen geplande dijkverhogingen. Inmiddels zijn we in een stadium terechtgekomen waarin geprobeerd wordt om al het goede te combineren: het water moet ruimte hebben, de natuur (voor zover dat iets aparts is) net zo en liefst moeten ook de bewoners van schattige dijkhuisjes kunnen doen wat ze willen doen. Het leidt tot de verzuchting of we niet te veel willen combineren en vooral ook of niet te diffuus wordt wie nu eigenlijk eindverantwoordelijke is; een scherpzinnige observatie.

----
Op het afgebeelde plaatje, de boekomslag, een foto uit 1963 met daarop het pontje bij Bronkhorst. ‘Hè, dat zet je toch over de IJssel’, denkt u misschien en ja, dat is zo. Maar daar kun je tegenover stellen dat er voornamelijk Rijnwater door de IJssel stroomt.


© 2017 Frits Hoorweg meer Frits Hoorweg - meer "De wereldliteratuur roept" -
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept
Een reisje langs de Rijn Frits Hoorweg
1502VG RijnUit een paar jaartallen die Martin Hendriksma noemt in zijn boek (‘De Rijn, Biografie van een rivier’) maak ik op dat hij er drie jaar aan heeft gewerkt. Niet dat hij zo lang achtereen op reis is geweest. Hij weidt trouwens nauwelijks uit over zijn reisplan of de ontberingen die hij zich moet getroosten. Heel even maar krijg je het idee dat het zo’n boek wordt. In het eerste hoofdstuk, over iemand die de Rijn probeert af te zwemmen, neemt hij zelf ook een duik, om te weten hoe dat is.

Nee, hij strijkt liefst ergens langs de rivier een poosje neer en beschrijft dan wat hij hoort en ziet, haalt geschiedenissen op en probeert interessante mensen te spreken te krijgen. Meestal lukt dat wonderwel. Behalve die ene keer dat hij, onderweg naar een afspraak met een burgemeester, een telefoontje krijgt dat deze verhinderd is. Met een kop vol chagrijn zoekt hij een horecagelegenheid op en vindt die uiteindelijk bij een sportschool. En wie ziet hij daar naar buiten komen? Jawel, de burgemeester in kwestie!

In Straatsburg is hij te gast bij de Secretaris-Generaal van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR), de Nederlander Hans van der Werf. Aan die ontmoeting hangt de schrijver uitgebreide historische beschouwingen op, het ‘kantoor’ van Van der Werf nodigt daartoe uit. Het Kaiserpalast is namelijk opgetrokken voor Kaiser Wilhelm I, in de tijd dat Straatsburg Duits grondgebied was. Maar goed, dat is eigenlijk vooral franje. Het gesprek gaat over de totstandkoming van vrijhandel, althans een grote mate daarvan, op de Rijn. Hoogst interessant, maar wat ik haast nog boeiender vond is wat Van der Werf te zeggen heeft over de plaats van zijn commissie in het Europese bestuurlijke bouwwerk. Je zou toch denken dat deze daar een soort onderafdeling van is, of binnenkort wordt. Maar nee hoor, dat kan zo maar niet!

Het hoofdstuk over de brug bij Remagen is, wat mij betreft, ook een hoogtepunt. Die brug viel begin ’45 vrijwel ongeschonden in handen van de geallieerden. Rondom die verovering zijn de meest fantastische verhalen de wereld in gekomen, voor een deel waar en voor een deel niet. Er is een film over gemaakt en er zijn boeken over geschreven. Het gaat natuurlijk niet aan om alle grappige anekdotes over te schrijven, maar als appetizer toch een aardig detail over het maken van die film. De opnamen vonden voor een groot deel in Tsecho-Slowakije plaats, want het vrije verkeer op de Rijn kon natuurlijk niet worden stilgelegd vanwege zo maar een filmpje. Maar ja, het was dus in de zomer van 1968, op een gegeven moment moesten de opnamen onderbroken worden om de Russen door te laten! Later zijn ze op dezelfde plek toch weer afgemaakt.

Serieuzere kost dient de schrijver op in hoofdstukken die handelen over gedoe met het water, of de waterloop. Zo noemt hij het hoofdstuk dat over Johann Gottfried Tulla gaat ‘Life sucks’. Op het monument dat voor hem is opgericht in Breisach staat dat hij ‘De temmer van de Wilde Rijn’ was. Hij wist voor elkaar te krijgen dat een gebied waar de Rijn met grote regelmaat buiten zijn oevers trad daar voortaan van gevrijwaard werd. Het netto-effect was eigenlijk gewoon dat de rivier werd gekanaliseerd.
Niet iedereen was even blij. Allerlei mensen moesten hun manier van leven en werken aanpassen. Van de weelderige natuur bleef slechts een armzalig troepje over, dat nu nog niet om aan te zien is, volgens Hendriksma. Bovendien kreeg men verderop langs de Rijn periodiek te maken met aanzienlijk hogere waterstanden. Het is een thema dat regelmatig terugkomt in het boek. Als er in de bovenloop van zo’n rivier iets ingrijpends gebeurt dan merkt men dat verderop, met name bij ons.

Eén van de laatste hoofdstukken gaat over Jan Sepers van Heerewaarden, lid van de laatste generatie ‘rijnvissers’. De schrijver tekent het verhaal op uit de mond van zijn zoon Gijs. Het vissen op dat deel van de rivier werd beheerst door een gilde, de familie Sepers was één van de vier families die het daarin voor het zeggen hadden. Dat gilde werd tijdens de Franse tijd even afgeschaft, maar het kwam nadien meteen weer terug. Pas aan het begin van de twintigste eeuw hield het op te bestaan, maar toen kwam er iets voor in de plaats (de Compagnie van de Plaat) dat zorgde dat de mate van ‘regulatie’ groot bleef. Het is nu bijna niet meer voor te stellen, maar er werd in die tijd nog op zalm gevist! Door de enorme industrialisatie stroomopwaarts kon dat al snel niet meer en niet zo heel veel later kon er helemaal nergens meer op gevist worden. Inmiddels is de kwaliteit van het water wel weer wat verbeterd, maar vissen op de manier zoals dat toen gebeurde is niet meer aan de orde.

De laatste hoofdstukken gaan over hoe Nederland probeert om overstromingsgevaar in te dammen en over protesten tegen geplande dijkverhogingen. Inmiddels zijn we in een stadium terechtgekomen waarin geprobeerd wordt om al het goede te combineren: het water moet ruimte hebben, de natuur (voor zover dat iets aparts is) net zo en liefst moeten ook de bewoners van schattige dijkhuisjes kunnen doen wat ze willen doen. Het leidt tot de verzuchting of we niet te veel willen combineren en vooral ook of niet te diffuus wordt wie nu eigenlijk eindverantwoordelijke is; een scherpzinnige observatie.

----
Op het afgebeelde plaatje, de boekomslag, een foto uit 1963 met daarop het pontje bij Bronkhorst. ‘Hè, dat zet je toch over de IJssel’, denkt u misschien en ja, dat is zo. Maar daar kun je tegenover stellen dat er voornamelijk Rijnwater door de IJssel stroomt.
© 2017 Frits Hoorweg
powered by CJ2