archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 2
Jaargang 15
26 oktober 2017
Nummer 4 verschijnt op
30 november 2017
Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Die nepdiensttijd, dat gaat niet lukken Paul Bordewijk

1502BS Lukt nietHet nieuwe regeerakkoord doet denken aan een boterham met hagelslag. Niet met chocoladehagelslag, want dan zou het een duidelijke kleur hebben. Maar met vruchtenhagel, met korrels in verschillende kleuren. Die korrels zijn ingebracht door verschillende partijen. Zo heeft het CDA de maatschappelijke dienstplicht ingebracht. Dat stond ook in het CDA-verkiezingsprogramma, maar ik herinner mij niet dat er voor de verkiezingen ook maar één discussie over heeft plaats gevonden. Toch zijn er veel bezwaren tegen in te brengen.

Staatsrechtelijk: het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens verbiedt dwangarbeid.

Economisch: de maatschappelijke dienstplicht doorkruist het functioneren van de arbeidsmarkt. In het kader van de maatschappelijke dienstplicht zullen sommige jongeren werk gaan doen dat maatschappelijk minder waardevol is dan wat ze anders zouden doen, terwijl anderen geen baan zullen kunnen krijgen omdat hun werk al door dienstplichtigen wordt gedaan.

En organisatorisch: jaarlijks moeten er arbeidsplaatsen worden gevonden voor 200.000 jongeren. In tijden van grote werkloosheid wordt er steevast geprobeerd voor elke jeugdige werkloze een baan te vinden, maar dat lukt dan voor geen meter. Je kunt ook niet iedereen gebruiken: er zal een regeling moeten komen waarbij zwaar gehandicapten worden afgekeurd en dat roept meteen de vraag op waar de grens ligt. Hoe autistisch moet je zijn om deze dans te ontspringen?

En sommige dienstplichtigen zullen elders onmisbaar blijken. In Tubbergen zullen ze zich afvragen waarom Jacob niet mag blijven helpen op de boerderij maar in plaats daarvan 20 km verderop in het plantsoen moet gaan schoffelen. De uitvoering van de militaire dienstplicht leidde ook al tot veel onrechtvaardigheid. Zelf was ik vrijgesteld wegens mijn onmisbaarheid voor het wetenschappelijk onderzoek, mijn jongere broer werd afgekeurd, en mijn jongste broer werd desondanks vrijgesteld wegens broederdienst. Zo kwam Jan Splinter door de winter!

Ik begrijp daarom niet dat de electorale concurrenten van het CDA en het name de VVD dit punt niet hebben aangegrepen om die partij een vernietigende slag toe te brengen. Het is ook helemaal geen typisch CDA-punt. Traditioneel wil het CDA juist de Staat zoveel mogelijk op afstand zetten, maar hier werd elke Nederlander tot lijfeigene van de Staat gemaakt. Weliswaar gebeurde dat bij de militaire dienstplicht ook, maar daar was het nodig voor onze externe veiligheid, nu gaat het er vooral om de burger te disciplineren. Het is een onderwijsmaatregel.

In plaats van de stok kiest men nu voor de wortel. Er komt geen maatschappelijke dienstplicht, maar wie een maatschappelijke diensttijd van maximaal zes maanden vervult, krijgt een ‘diplomasupplement’ dat bij sollicitaties als een pré moet gelden. De overheid gaat dat zelf doen, met het bedrijfsleven worden daar afspraken over gemaakt. Daarmee is er in ieder geval geen sprake meer van dwangarbeid. Maar andere bezwaren van de maatschappelijke dienstplicht zullen even goed gaan gelden en er duiken nieuwe op.

Gaat dat diplomasupplement werken? Los ervan dat individuele bedrijven niet gebonden zijn aan afspraken met Hans de Boer van VNO-NCW, is het ook maar de vraag of de mensen die bij de overheid feitelijk mensen selecteren zich iets van het diplomasupplement zullen aantrekken. Kun je een procedure beginnen wanneer je gepasseerd wordt door iemand zonder supplement? Ik denk dat men hierbij de maakbaarheid van de overheid sterk overschat. De overheid slaagt er nu ook niet in zijn quotum arbeidsgehandicapten te halen. Toch hebben die ook een pré.

Maar dat diplomasupplement zou wel het motief voor jonge mensen moeten zijn om die maatschappelijke diensttijd te gaan vervullen, anders kun je net zo goed gewoon vrijwilligerswerk doen. Wie voldoende vertrouwen in eigen capaciteiten heeft zal minder voor dat supplement over hebben. Ouders van gehandicapte kinderen daarentegen kunnen in de maatschappelijke diensttijd een strohalm zien om hun kind ergens binnen te krijgen en daarna van die pré te profiteren. Daarmee kan het supplement al snel een stigma worden.

Daar blijft het niet bij. Voor de maatschappelijke diensttijd geldt een maximum van zes maanden. Het minimum staat er niet bij. Wordt dat bepaald door de gemeente of provincie die het project moet goedkeuren? Dat leidt dan tot veel rechtsongelijkheid. Een diensttijd van een half jaar zal in de praktijk ook betekenen dat je een heel jaar kwijt bent, omdat opleidingen nu eenmaal niet op elk moment beginnen. Er is honderd miljoen beschikbaar voor vergoedingen, wanneer de helft van de jongeren zijn diensttijd gaat vervullen, is dat duizend euro per deelnemer. Beetje weinig om een jaar van te leven. Draaien de ouders voor de rest op?

Behalve over de duur van de diensttijd voorzie ik ook eindeloze discussies over andere aspecten. Moet het een aangesloten periode zijn, of mag je het ook verdelen? Mag het parttime? Geldt er ziekte- en ouderschapsverlof? Geldt het bestuurslidmaatschap van een studentenvereniging als maatschappelijke diensttijd? Of het draaiend houden van een gezin waar de ouders dat niet kunnen? Met het antwoord op die vragen dringt de Staat steeds verder de persoonlijke levenssfeer binnen.

Daarnaast ontstaat er natuurlijk een levensgroot verdringingsprobleem. Wie zijn maatschappelijke diensttijd vervult, wordt niet alleen de concurrent van reguliere werknemers, maar ook van alternatief gestraften, van bijstandscliënten die hun tegenprestatie leveren, van socialiserende ex-delinquenten en van echte vrijwilligers. Afhankelijk van de uitvoering worden er ook mensen aan de arbeidsmarkt onttrokken. Dat scheelt in het bbp, in de belastinginkomsten en in de werkgelegenheid. Maar daar zegt het CPB in de doorrekening niets over.

Misschien komt dat omdat het CPB er gewoon niet in gelooft. Dat lijkt me in dit geval heel verstandig!

-------
Het plaatje is van Henk Klaren



© 2017 Paul Bordewijk meer Paul Bordewijk - meer "In de polder"
Beschouwingen > In de polder
Die nepdiensttijd, dat gaat niet lukken Paul Bordewijk
1502BS Lukt nietHet nieuwe regeerakkoord doet denken aan een boterham met hagelslag. Niet met chocoladehagelslag, want dan zou het een duidelijke kleur hebben. Maar met vruchtenhagel, met korrels in verschillende kleuren. Die korrels zijn ingebracht door verschillende partijen. Zo heeft het CDA de maatschappelijke dienstplicht ingebracht. Dat stond ook in het CDA-verkiezingsprogramma, maar ik herinner mij niet dat er voor de verkiezingen ook maar één discussie over heeft plaats gevonden. Toch zijn er veel bezwaren tegen in te brengen.

Staatsrechtelijk: het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens verbiedt dwangarbeid.

Economisch: de maatschappelijke dienstplicht doorkruist het functioneren van de arbeidsmarkt. In het kader van de maatschappelijke dienstplicht zullen sommige jongeren werk gaan doen dat maatschappelijk minder waardevol is dan wat ze anders zouden doen, terwijl anderen geen baan zullen kunnen krijgen omdat hun werk al door dienstplichtigen wordt gedaan.

En organisatorisch: jaarlijks moeten er arbeidsplaatsen worden gevonden voor 200.000 jongeren. In tijden van grote werkloosheid wordt er steevast geprobeerd voor elke jeugdige werkloze een baan te vinden, maar dat lukt dan voor geen meter. Je kunt ook niet iedereen gebruiken: er zal een regeling moeten komen waarbij zwaar gehandicapten worden afgekeurd en dat roept meteen de vraag op waar de grens ligt. Hoe autistisch moet je zijn om deze dans te ontspringen?

En sommige dienstplichtigen zullen elders onmisbaar blijken. In Tubbergen zullen ze zich afvragen waarom Jacob niet mag blijven helpen op de boerderij maar in plaats daarvan 20 km verderop in het plantsoen moet gaan schoffelen. De uitvoering van de militaire dienstplicht leidde ook al tot veel onrechtvaardigheid. Zelf was ik vrijgesteld wegens mijn onmisbaarheid voor het wetenschappelijk onderzoek, mijn jongere broer werd afgekeurd, en mijn jongste broer werd desondanks vrijgesteld wegens broederdienst. Zo kwam Jan Splinter door de winter!

Ik begrijp daarom niet dat de electorale concurrenten van het CDA en het name de VVD dit punt niet hebben aangegrepen om die partij een vernietigende slag toe te brengen. Het is ook helemaal geen typisch CDA-punt. Traditioneel wil het CDA juist de Staat zoveel mogelijk op afstand zetten, maar hier werd elke Nederlander tot lijfeigene van de Staat gemaakt. Weliswaar gebeurde dat bij de militaire dienstplicht ook, maar daar was het nodig voor onze externe veiligheid, nu gaat het er vooral om de burger te disciplineren. Het is een onderwijsmaatregel.

In plaats van de stok kiest men nu voor de wortel. Er komt geen maatschappelijke dienstplicht, maar wie een maatschappelijke diensttijd van maximaal zes maanden vervult, krijgt een ‘diplomasupplement’ dat bij sollicitaties als een pré moet gelden. De overheid gaat dat zelf doen, met het bedrijfsleven worden daar afspraken over gemaakt. Daarmee is er in ieder geval geen sprake meer van dwangarbeid. Maar andere bezwaren van de maatschappelijke dienstplicht zullen even goed gaan gelden en er duiken nieuwe op.

Gaat dat diplomasupplement werken? Los ervan dat individuele bedrijven niet gebonden zijn aan afspraken met Hans de Boer van VNO-NCW, is het ook maar de vraag of de mensen die bij de overheid feitelijk mensen selecteren zich iets van het diplomasupplement zullen aantrekken. Kun je een procedure beginnen wanneer je gepasseerd wordt door iemand zonder supplement? Ik denk dat men hierbij de maakbaarheid van de overheid sterk overschat. De overheid slaagt er nu ook niet in zijn quotum arbeidsgehandicapten te halen. Toch hebben die ook een pré.

Maar dat diplomasupplement zou wel het motief voor jonge mensen moeten zijn om die maatschappelijke diensttijd te gaan vervullen, anders kun je net zo goed gewoon vrijwilligerswerk doen. Wie voldoende vertrouwen in eigen capaciteiten heeft zal minder voor dat supplement over hebben. Ouders van gehandicapte kinderen daarentegen kunnen in de maatschappelijke diensttijd een strohalm zien om hun kind ergens binnen te krijgen en daarna van die pré te profiteren. Daarmee kan het supplement al snel een stigma worden.

Daar blijft het niet bij. Voor de maatschappelijke diensttijd geldt een maximum van zes maanden. Het minimum staat er niet bij. Wordt dat bepaald door de gemeente of provincie die het project moet goedkeuren? Dat leidt dan tot veel rechtsongelijkheid. Een diensttijd van een half jaar zal in de praktijk ook betekenen dat je een heel jaar kwijt bent, omdat opleidingen nu eenmaal niet op elk moment beginnen. Er is honderd miljoen beschikbaar voor vergoedingen, wanneer de helft van de jongeren zijn diensttijd gaat vervullen, is dat duizend euro per deelnemer. Beetje weinig om een jaar van te leven. Draaien de ouders voor de rest op?

Behalve over de duur van de diensttijd voorzie ik ook eindeloze discussies over andere aspecten. Moet het een aangesloten periode zijn, of mag je het ook verdelen? Mag het parttime? Geldt er ziekte- en ouderschapsverlof? Geldt het bestuurslidmaatschap van een studentenvereniging als maatschappelijke diensttijd? Of het draaiend houden van een gezin waar de ouders dat niet kunnen? Met het antwoord op die vragen dringt de Staat steeds verder de persoonlijke levenssfeer binnen.

Daarnaast ontstaat er natuurlijk een levensgroot verdringingsprobleem. Wie zijn maatschappelijke diensttijd vervult, wordt niet alleen de concurrent van reguliere werknemers, maar ook van alternatief gestraften, van bijstandscliënten die hun tegenprestatie leveren, van socialiserende ex-delinquenten en van echte vrijwilligers. Afhankelijk van de uitvoering worden er ook mensen aan de arbeidsmarkt onttrokken. Dat scheelt in het bbp, in de belastinginkomsten en in de werkgelegenheid. Maar daar zegt het CPB in de doorrekening niets over.

Misschien komt dat omdat het CPB er gewoon niet in gelooft. Dat lijkt me in dit geval heel verstandig!

-------
Het plaatje is van Henk Klaren

© 2017 Paul Bordewijk
powered by CJ2