archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 3
Jaargang 15
9 november 2017
Nummer 4 verschijnt op
30 november 2017
Beschouwingen > Brief uit ... delen printen terug
Uit een Karintisch dagboek Frits Hoorweg

1417BS Karinthië19-6-’17. In de vertrekhal (groot woord, maar vooruit) van Rotterdam Airport word ik onverwacht op m’n schouder getikt. ‘Ben jij niet Frits Hoorweg? Ja, hè, ik herken je aan je manier van praten en die gebaren.’ Ik tast helaas nog in het duister, maar als ze haar voornaam noemt weet ik het ineens weer. Ze is een oud-collega van het ministerie waar ik lange tijd heb gewerkt. Bij nader inzien is ze niet zoveel veranderd, minder dan ik in ieder geval. Haar welbespraaktheid heeft ook nauwelijks onder de jaren geleden. Wij verbasterden haar naam nogal eens tot ‘piranha’, niet omdat ze kwaadaardig was, maar wel brutaal als de beul. Ooit liep ze een keer bij mijn collega Henk binnen (ik zat er toevallig ook) met een bloempotje waarin een zielige cactus de weg omhoog zocht. Haar tekst: ‘Henk, als die van jou er zo uit ziet mag je in de Panorama!’

10-6-’17. We komen pas tegen middernacht in Klagenfurt aan en toch staan er twee auto’s voor ons klaar. Het lijkt een welhaast koninklijke ontvangst. We hebben die te danken aan het feit dat onze aanvoerster, Marianne, hier gewoond heeft, of er in ieder geval zo langdurig heeft gebivakkeerd dat ze daar allerlei bekenden aan over heeft gehouden. Na langdurige knuffelpartijen worden we in de auto geladen en naar ons ‘Frühstückpension’ in Maria Saal gebracht. De volgende ochtend staat een selectie uit het ontvangstcomité weer voor de deur om ons te brengen naar ‘waar we moeten zijn’. Geleidelijk wordt mij duidelijk wat de tegenhanger is van deze ‘koninklijke behandeling’: onze eigen speelruimte is klein. Daar komt nog bij dat de variant van het Duits die hier gesproken wordt voor ons vrijwel onbegrijpelijk is. Het lijkt wel of dat meer zit in de intonatie dan in de gebruikte woorden, hoewel ons verteld wordt dat er ook veel streekeigen idioom is.

11-6-’17. Maria Saal is een mooi, nogal uitgedijd, dorp. Ze zijn hier gewend, zeker aan de randen van het plaatsje, om flinke huizen op een ruim stuk grond te bouwen. De indrukwekkende Dom heeft twee torens, die ook op afstand nauwelijks te missen zijn, hoewel je er in dit heuvelachtige land steeds op een andere manier tegenaan kijkt. Natuurlijk worden er in de kerk missen opgedragen, maar hij blijkt ook regelmatig het startpunt te zijn van andere activiteiten. Op de eerste zondag al gaat de mis moeiteloos over in een Dag voor de Karintische Volkscultuur. Allerlei gezelschappen in uniform, dan wel klederdracht, lopen in kolonne vanuit de kerk door het oude dorp naar iets dat wij ‘Openluchtmuseum’ zouden noemen, maar dat hier ‘Freilichtmuseum’ heet. Daar worden allerlei optredens verzorgd en natuurlijk wordt er ook gegeten en gedronken, gezeten op van die lange houten banken aan dito tafels. Voordat het feest echt los gaat, gebeurt er iets mysterieus op een heuveltje aan de zijkant. Ter afsluiting daarvan vuurt een club in blauwe jasjes gestoken mannen een saluutschot af. Vervolgens worden de geweren kunstig tegen elkaar gezet en gaan de jasjes erover heen.

12-6-’17. In de schaarse momenten die ik voor mijzelf heb lees ik1417BS Karinthie2 een ‘Erzählung’ van Stefan Zweig: ‘Brennendes Geheimnis’. Het verhaal gaat over een jongetje dat nog net niet in de puberteit is. Hij verblijft met z’n moeder in een hotel om aan te sterken, hij is wat ziekelijk. Een baron, die daar toevallig ook een paar dagen is neergestreken, raakt geïnteresseerd in zijn moeder. Om met haar in contact te komen papt deze eerst aan met haar zoon. Deze is daarmee zeer verguld, tot hij merkt dat er iets gaande is dat hij niet begrijpt maar dat er in ieder geval niet op gericht is het hem naar de zin te maken, zoals hij eerst dacht. De enigszins omslachtige schrijfstijl van Zweig is verbluffend effectief bij het inzichtelijk maken van zijn langzaam opstekende woede, die mede gevoed wordt door onbegrip en machteloosheid. Het opmerkelijke is dat het mij geen enkele moeite kost me met de pre-puber te identificeren; dat moet toch aangemerkt worden als een niet geringe prestatie van de schrijver.

13-6-’17. Die weet het verhaal trouwens ook nog af te ronden met een verrassende, en volstrekt geloofwaardige, climax!

17-6-’17. We hebben inmiddels de Wörthersee rondgevaren en de Weißensee bezocht (heel aardig, zoals min of meer verwacht), maar de Magdalensberg blijkt een verrassing van formaat. In een gidsje las ik dat hier resten van de Kelten en van een Romeinse nederzetting te bewonderen zouden zijn, maar meer dan een enkele bewerkte steen had ik eigenlijk niet verwacht. Het was meer zo dat ik zin had in een ritje naar boven, nu die vreselijke huurauto eindelijk ongeveer doet wat ik wil. Wat blijkt? Er is een heel museum, waarin de resultaten van 40 jaar opgravingen op elegante wijze zijn uitgestald. Het verhaal erbij is dat de Kelten hier aanvankelijk een soort vesting hadden en dat de Romeinen ze daaruit verdreven hebben, aan het begin van onze jaartelling. Waarom ze er voor kozen om zo hoog (ongeveer 1000 meter) te gaan zitten is mij niet helemaal duidelijk. Je zit er relatief veilig misschien, maar macht uitoefenen veronderstelt toch ook een zekere nabijheid.

19-6-’17. De vertrekhal van vliegveld Klagenfurt verdient deze benaming nog minder dan die in Rotterdam. Omdat we de auto hier om 14.00 uur moesten inleveren zijn we min of meer veroordeeld tot een verblijf hier van meer dan vier uur, maar een straf is het allerminst. Er is een klein cafeetje en ook een winkeltje, en er heerst een heerlijke rust. Uit een rekje met folders, over allerlei bezienswaardigheden die we ook nog hadden kunnen bezoeken, vis ik een prachtig boekje over de Alpe Adria Trail. Dat is een lange-afstands-wandeling van 43 etappen! Hij voert je van de Großglockner, door Karinthië en Slovenië, naar Muggia bij Triëst. Om te watertanden! Maar, ik vrees dat het er niet van gaat komen. Tijdens ons verblijf in Maria Saal hebben we precies één poging gedaan enigszins serieus te wandelen. De plaatselijke rondweg bleek echter, vooral door de warmte, een te grote opgave. Gelukkig konden we vanuit het nabij gelegen dorp, waar we terecht waren gekomen, een lift krijgen.

--------
De foto's zijn van de schrijver


© 2017 Frits Hoorweg meer Frits Hoorweg - meer "Brief uit ..." -
Beschouwingen > Brief uit ...
Uit een Karintisch dagboek Frits Hoorweg
1417BS Karinthië19-6-’17. In de vertrekhal (groot woord, maar vooruit) van Rotterdam Airport word ik onverwacht op m’n schouder getikt. ‘Ben jij niet Frits Hoorweg? Ja, hè, ik herken je aan je manier van praten en die gebaren.’ Ik tast helaas nog in het duister, maar als ze haar voornaam noemt weet ik het ineens weer. Ze is een oud-collega van het ministerie waar ik lange tijd heb gewerkt. Bij nader inzien is ze niet zoveel veranderd, minder dan ik in ieder geval. Haar welbespraaktheid heeft ook nauwelijks onder de jaren geleden. Wij verbasterden haar naam nogal eens tot ‘piranha’, niet omdat ze kwaadaardig was, maar wel brutaal als de beul. Ooit liep ze een keer bij mijn collega Henk binnen (ik zat er toevallig ook) met een bloempotje waarin een zielige cactus de weg omhoog zocht. Haar tekst: ‘Henk, als die van jou er zo uit ziet mag je in de Panorama!’

10-6-’17. We komen pas tegen middernacht in Klagenfurt aan en toch staan er twee auto’s voor ons klaar. Het lijkt een welhaast koninklijke ontvangst. We hebben die te danken aan het feit dat onze aanvoerster, Marianne, hier gewoond heeft, of er in ieder geval zo langdurig heeft gebivakkeerd dat ze daar allerlei bekenden aan over heeft gehouden. Na langdurige knuffelpartijen worden we in de auto geladen en naar ons ‘Frühstückpension’ in Maria Saal gebracht. De volgende ochtend staat een selectie uit het ontvangstcomité weer voor de deur om ons te brengen naar ‘waar we moeten zijn’. Geleidelijk wordt mij duidelijk wat de tegenhanger is van deze ‘koninklijke behandeling’: onze eigen speelruimte is klein. Daar komt nog bij dat de variant van het Duits die hier gesproken wordt voor ons vrijwel onbegrijpelijk is. Het lijkt wel of dat meer zit in de intonatie dan in de gebruikte woorden, hoewel ons verteld wordt dat er ook veel streekeigen idioom is.

11-6-’17. Maria Saal is een mooi, nogal uitgedijd, dorp. Ze zijn hier gewend, zeker aan de randen van het plaatsje, om flinke huizen op een ruim stuk grond te bouwen. De indrukwekkende Dom heeft twee torens, die ook op afstand nauwelijks te missen zijn, hoewel je er in dit heuvelachtige land steeds op een andere manier tegenaan kijkt. Natuurlijk worden er in de kerk missen opgedragen, maar hij blijkt ook regelmatig het startpunt te zijn van andere activiteiten. Op de eerste zondag al gaat de mis moeiteloos over in een Dag voor de Karintische Volkscultuur. Allerlei gezelschappen in uniform, dan wel klederdracht, lopen in kolonne vanuit de kerk door het oude dorp naar iets dat wij ‘Openluchtmuseum’ zouden noemen, maar dat hier ‘Freilichtmuseum’ heet. Daar worden allerlei optredens verzorgd en natuurlijk wordt er ook gegeten en gedronken, gezeten op van die lange houten banken aan dito tafels. Voordat het feest echt los gaat, gebeurt er iets mysterieus op een heuveltje aan de zijkant. Ter afsluiting daarvan vuurt een club in blauwe jasjes gestoken mannen een saluutschot af. Vervolgens worden de geweren kunstig tegen elkaar gezet en gaan de jasjes erover heen.

12-6-’17. In de schaarse momenten die ik voor mijzelf heb lees ik1417BS Karinthie2 een ‘Erzählung’ van Stefan Zweig: ‘Brennendes Geheimnis’. Het verhaal gaat over een jongetje dat nog net niet in de puberteit is. Hij verblijft met z’n moeder in een hotel om aan te sterken, hij is wat ziekelijk. Een baron, die daar toevallig ook een paar dagen is neergestreken, raakt geïnteresseerd in zijn moeder. Om met haar in contact te komen papt deze eerst aan met haar zoon. Deze is daarmee zeer verguld, tot hij merkt dat er iets gaande is dat hij niet begrijpt maar dat er in ieder geval niet op gericht is het hem naar de zin te maken, zoals hij eerst dacht. De enigszins omslachtige schrijfstijl van Zweig is verbluffend effectief bij het inzichtelijk maken van zijn langzaam opstekende woede, die mede gevoed wordt door onbegrip en machteloosheid. Het opmerkelijke is dat het mij geen enkele moeite kost me met de pre-puber te identificeren; dat moet toch aangemerkt worden als een niet geringe prestatie van de schrijver.

13-6-’17. Die weet het verhaal trouwens ook nog af te ronden met een verrassende, en volstrekt geloofwaardige, climax!

17-6-’17. We hebben inmiddels de Wörthersee rondgevaren en de Weißensee bezocht (heel aardig, zoals min of meer verwacht), maar de Magdalensberg blijkt een verrassing van formaat. In een gidsje las ik dat hier resten van de Kelten en van een Romeinse nederzetting te bewonderen zouden zijn, maar meer dan een enkele bewerkte steen had ik eigenlijk niet verwacht. Het was meer zo dat ik zin had in een ritje naar boven, nu die vreselijke huurauto eindelijk ongeveer doet wat ik wil. Wat blijkt? Er is een heel museum, waarin de resultaten van 40 jaar opgravingen op elegante wijze zijn uitgestald. Het verhaal erbij is dat de Kelten hier aanvankelijk een soort vesting hadden en dat de Romeinen ze daaruit verdreven hebben, aan het begin van onze jaartelling. Waarom ze er voor kozen om zo hoog (ongeveer 1000 meter) te gaan zitten is mij niet helemaal duidelijk. Je zit er relatief veilig misschien, maar macht uitoefenen veronderstelt toch ook een zekere nabijheid.

19-6-’17. De vertrekhal van vliegveld Klagenfurt verdient deze benaming nog minder dan die in Rotterdam. Omdat we de auto hier om 14.00 uur moesten inleveren zijn we min of meer veroordeeld tot een verblijf hier van meer dan vier uur, maar een straf is het allerminst. Er is een klein cafeetje en ook een winkeltje, en er heerst een heerlijke rust. Uit een rekje met folders, over allerlei bezienswaardigheden die we ook nog hadden kunnen bezoeken, vis ik een prachtig boekje over de Alpe Adria Trail. Dat is een lange-afstands-wandeling van 43 etappen! Hij voert je van de Großglockner, door Karinthië en Slovenië, naar Muggia bij Triëst. Om te watertanden! Maar, ik vrees dat het er niet van gaat komen. Tijdens ons verblijf in Maria Saal hebben we precies één poging gedaan enigszins serieus te wandelen. De plaatselijke rondweg bleek echter, vooral door de warmte, een te grote opgave. Gelukkig konden we vanuit het nabij gelegen dorp, waar we terecht waren gekomen, een lift krijgen.

--------
De foto's zijn van de schrijver
© 2017 Frits Hoorweg
powered by CJ2