archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 6
Jaargang 19
13 januari 2022
Nummer 7 verschijnt op
27 januari 2022
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept delen printen terug
‘Breek niet het veel kostbaarder hart ... ’ Julius Pasgeld

1904VG Andrée
'... in dien kleine vent!'

‘Straffen en boetes worden almaar hoger. De politie slaat er tegenwoordig te pas en te onpas op los. Hoe zou de grote opvoeder Jan Ligthart (1859-1916) daar indertijd over hebben gedacht?’.

Dat schreef ik in april 2011. Thans is het weer zover. Alweer slaat de politie er in heel Nederland te pas en te onpas op los. Let wel: ik schrijf duidelijk: ‘te pas én te onpas’. Opdat u mij niet bij voorbaat al in een bepaalde hoek plaatst.

Beter laat ik na ruim 100 jaar Jan Ligthart weer even aan het woord:
‘Hij heette Andrée Duveau en was een lekkere kleine blondkop. Hij kreeg voor elk onschuldig vergrijp een dagelijks pak slaag, als hij al niet meerdere malen per dag zo’n pedagogische streling onderging. Nu moet je weten, dat zijn moeder de liefste en zachtaardigste vrouw van de wereld was en dat ze dol van haar eenig kind hield. Maar die liefde deed het ém juist. Ze was bang de kleine deugniet te bederven. Hij moest toch behoorlijk opgevoed worden? En als eenig opvoedmiddel kende ze het klassieke pak slaag. Want zonder slaag wordt een jongen niet groot. En zo werd elke gelegenheid aangegrepen om den ondeugenden blondkop met eere groot te brengen, tenzij moeders hand nog wat pijn deed van de vorige gelegenheid.

Door het scheppen van zulke aangelegenheden werkte Andrée ijverig aan zijn eigen opvoeding mee. Zoo bijvoorbeeld door eerst zijn handjes en zijn schoentjes en zijn kousjes en zijn broekje in een of andere plas goed nat te maken –niet met opzet doch zoo maar vanzelf- en daarna met die natte plunje over de aarde van buurmans land te kruipen, zodat ieder kledingstuk nat en smerig werd. Of door, op een andere keer, door de hals van zijn moeders petroleumkan een eikel in de tuit te werken, hetgeen zijn volhandige moeder pas merken kon, als ze ’s avonds in schemerdonker de lamp moest vullen. Hijzelf was zich van die streken niet bewust want nauwelijks was hij uitgeschreid over de ene tuchtiging of hij liep weer volkomen naïef een andere op met een nieuwe vinding van zijn altijd werkzame brein en steeds vaardige handjes.

De moeder meende stellig dat haar manier van doen zeer prijzenswaardig was. Zo kreeg Andrée veel klappen maar nog meer kussen. “Och jongen, waarom ben je dan ook zo stout!” –en de pasgekastijde bengel werd gezoend, gepakt en geknuffeld dat alle pijn van de laatste afstraffing weggeliefkoosd werd.’

Op dat moment voert Ligthart zichzelf ten tonele en gaat een discussie aan met de moeder. Hij vraagt haar waarom ze Andrée zo slaat.

‘Waarom? Waarom? Om hem gehoorzaamheid te leren. Want hij is vreselijk onverbiedelijk’.
‘Maar verbied hem dan ook niet’, raadt Ligthart haar aan’.
De moeder: ‘Dat is onmogelijk. Dan vernielt hij alles wat los en vast zit. Dan kan ik wel aan de gang blijven. Blijf hier af. Bijf daar af. Die jongen heeft wel een mens alleen nodig om hem na te lopen’.
‘Juist’, zegt Ligthart- én dat moet nu net omgekeerd worden, hij moet ú nalopen’. 
Maar moeder begrijpt er niets van. ‘Kijk, daar zit hij weer aan de naaimachine’, en ze wil hem weer een tik geven om hem dat af te leren.

‘Nee’, zegt Ligthart, ‘Hij moet het juist áánleren’, en hij legt uit dat die ‘schavuit’ alles aan het onderzoeken en het nasnuffelen is en dat daar geen kwaad in schuilt. Maar dat zo’n jongen natuurlijk nog niet weet wat hij moet doen en dat hij daarbij maar van alles aangrijpt en daarbij het liefst de dingen die een beetje effect hebben.
‘U hebt mooi praten’,  verwijt de moeder Ligthart, ‘maar zeg maar eens hoe ik het dan moet doen’. 

‘Niet verbieden maar gebieden. Niet: Andrée blijf af, maar Andre geef aan. Niet: maak dat je wegkomt, maar kom hier, help eens een handje. Niet: een klap omdat hij weer een streek heeft uitgehaald, maar een zoen omdat hij iets weer zo knap heeft gedaan. Maak van die jongen een helper in plaats van een verstoorder. Houd hem bezig met werkjes die hij moet doen in plaats van dat hij afdwaalt naar spelletjes die hij doen wil. Maar wordt niet boos als hij iets verkeerds doet. En sla hem niet. Al breekt hij uw kostbaarste vaas, breek niet het veel kostbaarder hart in dien kleine vent’.

Toch worden de straffen en de boetes almaar hoger.

----------
Het plaatje komt uit de koker van Petra Busstra.
Meer informatie: www.petrabusstra.com


© 2021 Julius Pasgeld meer Julius Pasgeld - meer "De wereldliteratuur roept" -
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept
‘Breek niet het veel kostbaarder hart ... ’ Julius Pasgeld
1904VG Andrée
'... in dien kleine vent!'

‘Straffen en boetes worden almaar hoger. De politie slaat er tegenwoordig te pas en te onpas op los. Hoe zou de grote opvoeder Jan Ligthart (1859-1916) daar indertijd over hebben gedacht?’.

Dat schreef ik in april 2011. Thans is het weer zover. Alweer slaat de politie er in heel Nederland te pas en te onpas op los. Let wel: ik schrijf duidelijk: ‘te pas én te onpas’. Opdat u mij niet bij voorbaat al in een bepaalde hoek plaatst.

Beter laat ik na ruim 100 jaar Jan Ligthart weer even aan het woord:
‘Hij heette Andrée Duveau en was een lekkere kleine blondkop. Hij kreeg voor elk onschuldig vergrijp een dagelijks pak slaag, als hij al niet meerdere malen per dag zo’n pedagogische streling onderging. Nu moet je weten, dat zijn moeder de liefste en zachtaardigste vrouw van de wereld was en dat ze dol van haar eenig kind hield. Maar die liefde deed het ém juist. Ze was bang de kleine deugniet te bederven. Hij moest toch behoorlijk opgevoed worden? En als eenig opvoedmiddel kende ze het klassieke pak slaag. Want zonder slaag wordt een jongen niet groot. En zo werd elke gelegenheid aangegrepen om den ondeugenden blondkop met eere groot te brengen, tenzij moeders hand nog wat pijn deed van de vorige gelegenheid.

Door het scheppen van zulke aangelegenheden werkte Andrée ijverig aan zijn eigen opvoeding mee. Zoo bijvoorbeeld door eerst zijn handjes en zijn schoentjes en zijn kousjes en zijn broekje in een of andere plas goed nat te maken –niet met opzet doch zoo maar vanzelf- en daarna met die natte plunje over de aarde van buurmans land te kruipen, zodat ieder kledingstuk nat en smerig werd. Of door, op een andere keer, door de hals van zijn moeders petroleumkan een eikel in de tuit te werken, hetgeen zijn volhandige moeder pas merken kon, als ze ’s avonds in schemerdonker de lamp moest vullen. Hijzelf was zich van die streken niet bewust want nauwelijks was hij uitgeschreid over de ene tuchtiging of hij liep weer volkomen naïef een andere op met een nieuwe vinding van zijn altijd werkzame brein en steeds vaardige handjes.

De moeder meende stellig dat haar manier van doen zeer prijzenswaardig was. Zo kreeg Andrée veel klappen maar nog meer kussen. “Och jongen, waarom ben je dan ook zo stout!” –en de pasgekastijde bengel werd gezoend, gepakt en geknuffeld dat alle pijn van de laatste afstraffing weggeliefkoosd werd.’

Op dat moment voert Ligthart zichzelf ten tonele en gaat een discussie aan met de moeder. Hij vraagt haar waarom ze Andrée zo slaat.

‘Waarom? Waarom? Om hem gehoorzaamheid te leren. Want hij is vreselijk onverbiedelijk’.
‘Maar verbied hem dan ook niet’, raadt Ligthart haar aan’.
De moeder: ‘Dat is onmogelijk. Dan vernielt hij alles wat los en vast zit. Dan kan ik wel aan de gang blijven. Blijf hier af. Bijf daar af. Die jongen heeft wel een mens alleen nodig om hem na te lopen’.
‘Juist’, zegt Ligthart- én dat moet nu net omgekeerd worden, hij moet ú nalopen’. 
Maar moeder begrijpt er niets van. ‘Kijk, daar zit hij weer aan de naaimachine’, en ze wil hem weer een tik geven om hem dat af te leren.

‘Nee’, zegt Ligthart, ‘Hij moet het juist áánleren’, en hij legt uit dat die ‘schavuit’ alles aan het onderzoeken en het nasnuffelen is en dat daar geen kwaad in schuilt. Maar dat zo’n jongen natuurlijk nog niet weet wat hij moet doen en dat hij daarbij maar van alles aangrijpt en daarbij het liefst de dingen die een beetje effect hebben.
‘U hebt mooi praten’,  verwijt de moeder Ligthart, ‘maar zeg maar eens hoe ik het dan moet doen’. 

‘Niet verbieden maar gebieden. Niet: Andrée blijf af, maar Andre geef aan. Niet: maak dat je wegkomt, maar kom hier, help eens een handje. Niet: een klap omdat hij weer een streek heeft uitgehaald, maar een zoen omdat hij iets weer zo knap heeft gedaan. Maak van die jongen een helper in plaats van een verstoorder. Houd hem bezig met werkjes die hij moet doen in plaats van dat hij afdwaalt naar spelletjes die hij doen wil. Maar wordt niet boos als hij iets verkeerds doet. En sla hem niet. Al breekt hij uw kostbaarste vaas, breek niet het veel kostbaarder hart in dien kleine vent’.

Toch worden de straffen en de boetes almaar hoger.

----------
Het plaatje komt uit de koker van Petra Busstra.
Meer informatie: www.petrabusstra.com
© 2021 Julius Pasgeld
powered by CJ2