archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 12
Jaargang 18
15 april 2021
Nummer 13 verschijnt op
29 april 2021
Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Volksvertegenwoordigers selecteren * Arie de Jong

1811BS SelectieEen verkiezingsnummer van de Leunstoel, dat ik dat mag beleven! Om te voorkomen dat de schrijvers en dichters van onze Leunstoel kennis zouden nemen van de uitslag op 17 maart, is de inleverdatum precies op die dag gelegd. Dat zorgt ervoor dat we over andere dingen moeten schrijven dan de uitslag, het is niet anders. Ik wil het hebben over de selectie van volksvertegenwoordigers.

Als ervaringsdeskundige (dat zijn we natuurlijk allemaal, als kiezers, maar ik ben ook zes keer ‘passief’ verkozen) ben ik graag bereid iets te melden uit de grabbelton van mijn ervaringen. Dus niet als kiezer, daar kun je overigens ook boeken mee vullen: met de twijfels of ik op mezelf zou stemmen of de twijfel tussen een stem op de lijsttrekker of een voorkeurstem op een lager geplaatste kandidaat. Ik wil me richten op wat ervaringen als verkozen kandidaat, maar eerst iets over het meest onderschatte onderdeel van de gang van zaken bij verkiezingen: de selectie in politieke partijen bij het maken van een kandidatenlijst. Ik ben nu eenmaal bij het selecteren aan twee kanten van de tafel actief geweest.

Wat maakt de selectie vooraf tot zo’n belangrijk onderdeel? Het gaat er vaak amateuristisch aan toe. En dan heb je nog het gemanipuleer van sommige kandidaten om welgezinde mensen in de selectiecommissie te krijgen of andersom, dat mensen die de selectie doen ook zo hun sympathieën en antipathieën hebben. Uit eigen ervaring weet ik ook hoe soms koehandel wordt bedreven in zulke commissies. Het vreemde is dat onze wetgeving wel allerlei bepalingen bevat om het ronselen van stemmen, of omkoping tegen te gaan, maar dat je nergens een woord leest over dit kwetsbare onderdeel van onze democratie.

Mijn eerste ervaring met selectieprocessen in de politiek was toen ik pas 20 jaar oud was. Ik was voorzitter van Boskoop 2000, de samenwerking van PvdA, D’66, PPR, PSP en ‘onafhankelijke progressieve kiezers’ in mijn woonplaats. De klus om te selecteren ging niet alleen over de kwaliteit van de kandidaten, maar je moest ook nog rekening houden met de ‘bloedgroepen’: dat mensen uit verschillende partijen goed gemengd werden. Gelukkig had je toen nog niet de innerlijke dwang om de helft van de lijst uit vrouwen te laten bestaan: die waren helemaal niet in beeld! Ze waren zelden kandidaat, het valt haast niet meer te geloven. Wel was er toen veel geneuzel over de vraag of mensen allochtoon of autochtoon waren, maar dat ging niet over de vraag of iemand in het buitenland was geboren, maar of het een ‘echte’ Boskoper was of ‘import’.

Het werd een heel gedoe om een kandidatenlijst te maken, want de zittende raadsleden (die het prima deden) waren allemaal lid van de PvdA. Het werd helemaal een feest toen die drie aan kop gingen op de nieuwe conceptlijst. Vooral vanuit de PSP-hoek werd geageerd. Dus ging het niet meer om de kwaliteit van de kandidaten, maar om de bloedgroepen. Het heeft lang geduurd voordat ik ging begrijpen (en verafschuwen) dat het in selectieprocessen altijd meer gaat om dat soort etiketten dan om de geschiktheid of kwaliteit van een kandidaat. Als je laat weten dat de lijst ‘evenwichtig’ is opgebouwd (en dan wordt gekeken naar man/vrouw, leeftijd, diversiteit, noem maar op), krijg je applaus, maar als je vertelt dat de volgorde is bepaald door de kwaliteit en geschiktheid, dan ben je tot middernacht bezig met het stemmen over tegenkandidaten. Hoe dan ook, het duurde een paar uur in Boskoop voordat we alle discussie en stemmingen achter de rug hadden, maar de lijst werd ongewijzigd vastgesteld, al liep in de loop van de avond wel iemand uit de PSP-hoek kwaad weg.

Vier jaar later woonde ik in Delft, was student en voorzitter van de afdeling Delft van de PvdA. Ik had een nogal sturende rol bij het maken van de kandidatenlijst en ook dat was weer een lastige kwestie. We hadden drie wethouders, die alle drie wilden terugkomen, maar we waren er niet zeker van dat we opnieuw drie wethouders zouden kunnen leveren. Wat te doen? Als we iemand bovenaan zouden zetten kon je later moeilijk om hem of haar heen bij de wethouderkeuze. Ik wilde de keuze graag over de verkiezingen heen tillen als de onderhandelingen tot een goed resultaat hadden geleid en bedacht als oplossing dat de beoogde fractievoorzitter op plaats één werd gezet. Daarna werden de drie zittende wethouders in volgorde van hoe lang ze al wethouder waren op de ontwerplijst gezet. Ik heb het geweten! Met bussen vol kwamen de leden opdagen en een stoet van partijgenoten liet weten dat ze het niet met het voorstel eens waren. Zelden ben ik zo op mijn snufferd gegaan, de lijst werd compleet omgekeerd. Na de verkiezingen bleken we inderdaad maar twee wethouders te kunnen leveren, maar het probleem werd opgelost omdat, voordat de keuze gemaakt kon worden, één daarvan zo ziek werd dat hij niet meer beschikbaar was. Weer een les geleerd: in de politiek lossen dit soort problemen zich vaak vanzelf op. Wat me wel was gelukt: veel nieuwe jonge vrouwen op een verkiesbare plaats. Dank voor het applaus, maar het geeft aan hoe sturend je kunt zijn in de fase van de selectie.

Het werd tijd om zelf eens in beeld te zijn. Vier jaar later, in 1982, wilde ik lid worden van Provinciale Staten. We hadden op dat moment in Zuid-Holland 34 zetels, maar de PvdA stond er beroerd voor in de peilingen op het moment dat de kandidatenlijst moest worden vastgesteld. Het liep ook mis bij de verkiezingen, want we haalden uiteindelijk maar 21 zetels, gevolg van de weerstand onder de kiezers tegen het optreden van Joop den Uyl en Ien Dales; een verlies bij de Statenverkiezingen waardoor vervolgens het kabinet Van Agt II viel. Omdat dit verlies bij de kandidaatstelling al in de lucht hing, was er weinig ruimte voor nieuwe gezichten. Gelukkig zat ik daar wel bij, al werd er heel wat gestemd over het voorstel voordat het met allerlei wijzigingen werd aangenomen.

Na een aantal jaren in Provinciale Staten wilde ik wel in de Tweede Kamer, het was 1989. Heel veel anderen wilden ook in de Tweede Kamer, alleen al bij de PvdA had je honderden nieuwe kandidaten, naast de zittende fractie van wie bijna iedereen door wilde gaan. Dat werd dringen! Toen werden in de PvdA nog lijsten gemaakt per kieskring. In Zuid-Holland één lijst voor de kieskringen Leiden en Dordrecht. Zes zetels waren zeker, de zevende een twijfelgeval (die kregen we ook niet). Ik herinner me nog steeds het selectiegesprek in een zaaltje van Engels in Rotterdam. Daar zat het gehele gewestelijk bestuur, iets van 12 mensen, aan een grote witte tafel in een geheel witte zaal. Als kandidaat zat je aan de andere kant van de tafel tegenover al die nieuwsgierige gezichten. Ik werd op plaats 11 gezet, dus op het oog kansloos, maar tijdens de vergadering voltrok zich het wonder.

Achter mijn rug om had zich een comité gevomd met het doel om mij hogerop te zetten. De strijd spitste zich toe op de positie op de wip, plaats 7. Daar stond al iemand (Peter van Heemst) en er werden nog een stuk of zes kandidaten ingezet vanuit de vergadering, een overvolle zaal in het Groothandelsgebouw in Rotterdam. Bij die tegenkandidaten op plaats 7 was ook een Kamerlid dat niet op de lijst was gezet. Bij de eerste stemming kwamen zij en ik er uit als kandidaten met de meeste stemmen. Bij de herstemming (zelden heb ik zo in spanning gezeten) kreeg ik de meeste stemmen en op die manier zat ik nog geen jaar later in de Tweede Kamer. In het besef hoe zeer dat van toevalligheden aan elkaar hangt.

Ik bespaar de lezer wat er in de dertig jaar daarna allemaal gebeurde. Ik stond nog één keer op de lijst voor de Tweede Kamer en kwam daar met wat vertraging in terug. Ook kwam ik weer in Provinciale Staten en schopte het zelfs korte tijd tot gedeputeerde. Maar daarna zat ik weer voortdurend in selectiecommissies. Ook dit jaar help ik weer mee de kandidatenlijst te maken voor de raadsverkiezingen in Leiden. Prachtig werk.

-----
Het plaatje is van Petra Busstra
Meer informatie: www.petrabusstra.com

© 2021 Arie de Jong meer Arie de Jong - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
Volksvertegenwoordigers selecteren * Arie de Jong
1811BS SelectieEen verkiezingsnummer van de Leunstoel, dat ik dat mag beleven! Om te voorkomen dat de schrijvers en dichters van onze Leunstoel kennis zouden nemen van de uitslag op 17 maart, is de inleverdatum precies op die dag gelegd. Dat zorgt ervoor dat we over andere dingen moeten schrijven dan de uitslag, het is niet anders. Ik wil het hebben over de selectie van volksvertegenwoordigers.

Als ervaringsdeskundige (dat zijn we natuurlijk allemaal, als kiezers, maar ik ben ook zes keer ‘passief’ verkozen) ben ik graag bereid iets te melden uit de grabbelton van mijn ervaringen. Dus niet als kiezer, daar kun je overigens ook boeken mee vullen: met de twijfels of ik op mezelf zou stemmen of de twijfel tussen een stem op de lijsttrekker of een voorkeurstem op een lager geplaatste kandidaat. Ik wil me richten op wat ervaringen als verkozen kandidaat, maar eerst iets over het meest onderschatte onderdeel van de gang van zaken bij verkiezingen: de selectie in politieke partijen bij het maken van een kandidatenlijst. Ik ben nu eenmaal bij het selecteren aan twee kanten van de tafel actief geweest.

Wat maakt de selectie vooraf tot zo’n belangrijk onderdeel? Het gaat er vaak amateuristisch aan toe. En dan heb je nog het gemanipuleer van sommige kandidaten om welgezinde mensen in de selectiecommissie te krijgen of andersom, dat mensen die de selectie doen ook zo hun sympathieën en antipathieën hebben. Uit eigen ervaring weet ik ook hoe soms koehandel wordt bedreven in zulke commissies. Het vreemde is dat onze wetgeving wel allerlei bepalingen bevat om het ronselen van stemmen, of omkoping tegen te gaan, maar dat je nergens een woord leest over dit kwetsbare onderdeel van onze democratie.

Mijn eerste ervaring met selectieprocessen in de politiek was toen ik pas 20 jaar oud was. Ik was voorzitter van Boskoop 2000, de samenwerking van PvdA, D’66, PPR, PSP en ‘onafhankelijke progressieve kiezers’ in mijn woonplaats. De klus om te selecteren ging niet alleen over de kwaliteit van de kandidaten, maar je moest ook nog rekening houden met de ‘bloedgroepen’: dat mensen uit verschillende partijen goed gemengd werden. Gelukkig had je toen nog niet de innerlijke dwang om de helft van de lijst uit vrouwen te laten bestaan: die waren helemaal niet in beeld! Ze waren zelden kandidaat, het valt haast niet meer te geloven. Wel was er toen veel geneuzel over de vraag of mensen allochtoon of autochtoon waren, maar dat ging niet over de vraag of iemand in het buitenland was geboren, maar of het een ‘echte’ Boskoper was of ‘import’.

Het werd een heel gedoe om een kandidatenlijst te maken, want de zittende raadsleden (die het prima deden) waren allemaal lid van de PvdA. Het werd helemaal een feest toen die drie aan kop gingen op de nieuwe conceptlijst. Vooral vanuit de PSP-hoek werd geageerd. Dus ging het niet meer om de kwaliteit van de kandidaten, maar om de bloedgroepen. Het heeft lang geduurd voordat ik ging begrijpen (en verafschuwen) dat het in selectieprocessen altijd meer gaat om dat soort etiketten dan om de geschiktheid of kwaliteit van een kandidaat. Als je laat weten dat de lijst ‘evenwichtig’ is opgebouwd (en dan wordt gekeken naar man/vrouw, leeftijd, diversiteit, noem maar op), krijg je applaus, maar als je vertelt dat de volgorde is bepaald door de kwaliteit en geschiktheid, dan ben je tot middernacht bezig met het stemmen over tegenkandidaten. Hoe dan ook, het duurde een paar uur in Boskoop voordat we alle discussie en stemmingen achter de rug hadden, maar de lijst werd ongewijzigd vastgesteld, al liep in de loop van de avond wel iemand uit de PSP-hoek kwaad weg.

Vier jaar later woonde ik in Delft, was student en voorzitter van de afdeling Delft van de PvdA. Ik had een nogal sturende rol bij het maken van de kandidatenlijst en ook dat was weer een lastige kwestie. We hadden drie wethouders, die alle drie wilden terugkomen, maar we waren er niet zeker van dat we opnieuw drie wethouders zouden kunnen leveren. Wat te doen? Als we iemand bovenaan zouden zetten kon je later moeilijk om hem of haar heen bij de wethouderkeuze. Ik wilde de keuze graag over de verkiezingen heen tillen als de onderhandelingen tot een goed resultaat hadden geleid en bedacht als oplossing dat de beoogde fractievoorzitter op plaats één werd gezet. Daarna werden de drie zittende wethouders in volgorde van hoe lang ze al wethouder waren op de ontwerplijst gezet. Ik heb het geweten! Met bussen vol kwamen de leden opdagen en een stoet van partijgenoten liet weten dat ze het niet met het voorstel eens waren. Zelden ben ik zo op mijn snufferd gegaan, de lijst werd compleet omgekeerd. Na de verkiezingen bleken we inderdaad maar twee wethouders te kunnen leveren, maar het probleem werd opgelost omdat, voordat de keuze gemaakt kon worden, één daarvan zo ziek werd dat hij niet meer beschikbaar was. Weer een les geleerd: in de politiek lossen dit soort problemen zich vaak vanzelf op. Wat me wel was gelukt: veel nieuwe jonge vrouwen op een verkiesbare plaats. Dank voor het applaus, maar het geeft aan hoe sturend je kunt zijn in de fase van de selectie.

Het werd tijd om zelf eens in beeld te zijn. Vier jaar later, in 1982, wilde ik lid worden van Provinciale Staten. We hadden op dat moment in Zuid-Holland 34 zetels, maar de PvdA stond er beroerd voor in de peilingen op het moment dat de kandidatenlijst moest worden vastgesteld. Het liep ook mis bij de verkiezingen, want we haalden uiteindelijk maar 21 zetels, gevolg van de weerstand onder de kiezers tegen het optreden van Joop den Uyl en Ien Dales; een verlies bij de Statenverkiezingen waardoor vervolgens het kabinet Van Agt II viel. Omdat dit verlies bij de kandidaatstelling al in de lucht hing, was er weinig ruimte voor nieuwe gezichten. Gelukkig zat ik daar wel bij, al werd er heel wat gestemd over het voorstel voordat het met allerlei wijzigingen werd aangenomen.

Na een aantal jaren in Provinciale Staten wilde ik wel in de Tweede Kamer, het was 1989. Heel veel anderen wilden ook in de Tweede Kamer, alleen al bij de PvdA had je honderden nieuwe kandidaten, naast de zittende fractie van wie bijna iedereen door wilde gaan. Dat werd dringen! Toen werden in de PvdA nog lijsten gemaakt per kieskring. In Zuid-Holland één lijst voor de kieskringen Leiden en Dordrecht. Zes zetels waren zeker, de zevende een twijfelgeval (die kregen we ook niet). Ik herinner me nog steeds het selectiegesprek in een zaaltje van Engels in Rotterdam. Daar zat het gehele gewestelijk bestuur, iets van 12 mensen, aan een grote witte tafel in een geheel witte zaal. Als kandidaat zat je aan de andere kant van de tafel tegenover al die nieuwsgierige gezichten. Ik werd op plaats 11 gezet, dus op het oog kansloos, maar tijdens de vergadering voltrok zich het wonder.

Achter mijn rug om had zich een comité gevomd met het doel om mij hogerop te zetten. De strijd spitste zich toe op de positie op de wip, plaats 7. Daar stond al iemand (Peter van Heemst) en er werden nog een stuk of zes kandidaten ingezet vanuit de vergadering, een overvolle zaal in het Groothandelsgebouw in Rotterdam. Bij die tegenkandidaten op plaats 7 was ook een Kamerlid dat niet op de lijst was gezet. Bij de eerste stemming kwamen zij en ik er uit als kandidaten met de meeste stemmen. Bij de herstemming (zelden heb ik zo in spanning gezeten) kreeg ik de meeste stemmen en op die manier zat ik nog geen jaar later in de Tweede Kamer. In het besef hoe zeer dat van toevalligheden aan elkaar hangt.

Ik bespaar de lezer wat er in de dertig jaar daarna allemaal gebeurde. Ik stond nog één keer op de lijst voor de Tweede Kamer en kwam daar met wat vertraging in terug. Ook kwam ik weer in Provinciale Staten en schopte het zelfs korte tijd tot gedeputeerde. Maar daarna zat ik weer voortdurend in selectiecommissies. Ook dit jaar help ik weer mee de kandidatenlijst te maken voor de raadsverkiezingen in Leiden. Prachtig werk.

-----
Het plaatje is van Petra Busstra
Meer informatie: www.petrabusstra.com
© 2021 Arie de Jong
powered by CJ2