archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 3
Jaargang 18
19 november 2020
Nummer 4 verschijnt op
3 december 2020
Beschouwingen > Het leven zelf delen printen terug
Het dagboek van een zwaan * Julius Pasgeld

1803BS Zwaan(Memoires van een zwaan, na zijn sterven aangetroffen in een dagboek dat hij onder zijn linkervleugel had geklemd.)

‘Met mijn vader, moeder, broertjes en zusjes groeide ik voorspoedig op rond de waterpartij aan de Duinweg te ’s Gravenhage. Als ik terugdenk aan die tijd is het eerste dat me te binnenschiet een groepje kinderen dat aan de oever van die waterpartij zingend te kennen gaf dat zij op zoek waren naar medereizigers voor een boottocht naar Engeland. Daar voelde ik wel voor. Samen met nog een paar andere witte en zwarte zwanen zwommen wij dus even later naast de boot met de kinderen de Noordzee over naar Engeland. Eenmaal aangekomen bleek echter dat we het land niet in konden, vanwege een grote deur die vlak voor Engeland op slot zat. Na enig speurwerk vond een van de kinderen de sleutel van die deur.

Maar die bleek gebroken te zijn. De zoektocht naar een sleutelmaker leverde niets op. Wel waren er timmerlieden. Maar er was geen ene timmerman die die sleutel maken kon.
‘Laat doorgaan! Laat doorgaan!’, werd er vanaf het land geroepen. ‘De laatsten zullen voorgaan!’.
Zoals je dat tegenwoordig ook wel eens door menslievenden hoort zingen als er een groep migranten wanhopig poogt om ergens aan land te komen.
Maar niets hielp. Onverrichter zake reisden de zwanen en kinderen weer terug naar Den Haag.

Een andere heftige herinnering was een paar jaar later. Ik had in de krant gelezen over een jongen die vaak werd gepest door zijn broers. Toen hij daar zijn beklag over had gedaan bij zijn oma, gaf ze hem de raad de wijde wereld in te trekken om op zoek te gaan naar een witte zwaan. Als hij die had gevonden moest hij wachten totdat iemand anders de zwaan aan zou raken. En dan gauw zeggen: ‘Zwaan, kleef aan!’. Dan zou die persoon aan de zwaan vast blijven zitten’.

Nadat ik een paar tubes Bison-kit in mijn veren had gesmeerd bood ik mij bij die jongen aan als proefzwaan.
Nou, dat heb ik geweten. Al gauw liep die jongen met mij onder zijn arm rond met een hele stoet mensen achter hem aan die aan me vastzaten. Een beetje zoals leden van een popi-jopi-partij tegenwoordig aan elkaar vastklitten.
Met stoet en al geraakten we zo in een stad waar een prinses woonde. Die prinses leed aan een ernstige neerslachtigheid. Geen lachje kon eraf. En niemand wist hoe dat kwam. Ze zat de hele tijd maar te sippen. Of achter haar laptop spelletjes te doen. Tenslotte loofde haar vader een beloning uit voor degene die haar weer kon laten lachen.

En toen gebeurde het dat de prinses tijdens een enorme dip uit het raam van haar paleiskamer keek en die jongen zag lopen met die enorme kluit mensen die allemaal aan mij vastgekleefd zaten. En zie: plotsklaps barst ze uit in een overweldigende lachbui!
Als beloning krijgt die jongen een mooi landgoed en trouwt met de prinses. En ik mag, nadat die jongen met thinner de lijm weer uit m’n veren heeft gehaald, nog een tijdje logeren in de Hofvijver.
Maar de beste herinneringen heb ik toch nog altijd aan mijn vader en mijn moeder. Zoals het zwanen betaamd, bleven ze na hun eerste ontmoeting hun hele leven bij elkaar. Ooievaars en eenden hebben dat ook wel een beetje. Maar de trouw van zwanen is spreekwoordelijk. Daar kunnen mensen een voorbeeld aan nemen.

Nu ben ik oud en op het moment dat ik dit opschrijf der dagen zat. Ik ben op zoek naar een plekje waar ik kan gaan liggen zonder ooit nog verder te hoeven. Een plekje waar niemand me ooit nog kan vinden. En dan hou ik mijn kop aan mijn lange hals net zo lang in het water tot al mijn herinneringen verdwenen zijn.

-------
Katharina Kouwenhoven maakte het plaatje dat de inspiratie vormde voor dit verhaaltje.


© 2020 Julius Pasgeld meer Julius Pasgeld - meer "Het leven zelf"
Beschouwingen > Het leven zelf
Het dagboek van een zwaan * Julius Pasgeld
1803BS Zwaan(Memoires van een zwaan, na zijn sterven aangetroffen in een dagboek dat hij onder zijn linkervleugel had geklemd.)

‘Met mijn vader, moeder, broertjes en zusjes groeide ik voorspoedig op rond de waterpartij aan de Duinweg te ’s Gravenhage. Als ik terugdenk aan die tijd is het eerste dat me te binnenschiet een groepje kinderen dat aan de oever van die waterpartij zingend te kennen gaf dat zij op zoek waren naar medereizigers voor een boottocht naar Engeland. Daar voelde ik wel voor. Samen met nog een paar andere witte en zwarte zwanen zwommen wij dus even later naast de boot met de kinderen de Noordzee over naar Engeland. Eenmaal aangekomen bleek echter dat we het land niet in konden, vanwege een grote deur die vlak voor Engeland op slot zat. Na enig speurwerk vond een van de kinderen de sleutel van die deur.

Maar die bleek gebroken te zijn. De zoektocht naar een sleutelmaker leverde niets op. Wel waren er timmerlieden. Maar er was geen ene timmerman die die sleutel maken kon.
‘Laat doorgaan! Laat doorgaan!’, werd er vanaf het land geroepen. ‘De laatsten zullen voorgaan!’.
Zoals je dat tegenwoordig ook wel eens door menslievenden hoort zingen als er een groep migranten wanhopig poogt om ergens aan land te komen.
Maar niets hielp. Onverrichter zake reisden de zwanen en kinderen weer terug naar Den Haag.

Een andere heftige herinnering was een paar jaar later. Ik had in de krant gelezen over een jongen die vaak werd gepest door zijn broers. Toen hij daar zijn beklag over had gedaan bij zijn oma, gaf ze hem de raad de wijde wereld in te trekken om op zoek te gaan naar een witte zwaan. Als hij die had gevonden moest hij wachten totdat iemand anders de zwaan aan zou raken. En dan gauw zeggen: ‘Zwaan, kleef aan!’. Dan zou die persoon aan de zwaan vast blijven zitten’.

Nadat ik een paar tubes Bison-kit in mijn veren had gesmeerd bood ik mij bij die jongen aan als proefzwaan.
Nou, dat heb ik geweten. Al gauw liep die jongen met mij onder zijn arm rond met een hele stoet mensen achter hem aan die aan me vastzaten. Een beetje zoals leden van een popi-jopi-partij tegenwoordig aan elkaar vastklitten.
Met stoet en al geraakten we zo in een stad waar een prinses woonde. Die prinses leed aan een ernstige neerslachtigheid. Geen lachje kon eraf. En niemand wist hoe dat kwam. Ze zat de hele tijd maar te sippen. Of achter haar laptop spelletjes te doen. Tenslotte loofde haar vader een beloning uit voor degene die haar weer kon laten lachen.

En toen gebeurde het dat de prinses tijdens een enorme dip uit het raam van haar paleiskamer keek en die jongen zag lopen met die enorme kluit mensen die allemaal aan mij vastgekleefd zaten. En zie: plotsklaps barst ze uit in een overweldigende lachbui!
Als beloning krijgt die jongen een mooi landgoed en trouwt met de prinses. En ik mag, nadat die jongen met thinner de lijm weer uit m’n veren heeft gehaald, nog een tijdje logeren in de Hofvijver.
Maar de beste herinneringen heb ik toch nog altijd aan mijn vader en mijn moeder. Zoals het zwanen betaamd, bleven ze na hun eerste ontmoeting hun hele leven bij elkaar. Ooievaars en eenden hebben dat ook wel een beetje. Maar de trouw van zwanen is spreekwoordelijk. Daar kunnen mensen een voorbeeld aan nemen.

Nu ben ik oud en op het moment dat ik dit opschrijf der dagen zat. Ik ben op zoek naar een plekje waar ik kan gaan liggen zonder ooit nog verder te hoeven. Een plekje waar niemand me ooit nog kan vinden. En dan hou ik mijn kop aan mijn lange hals net zo lang in het water tot al mijn herinneringen verdwenen zijn.

-------
Katharina Kouwenhoven maakte het plaatje dat de inspiratie vormde voor dit verhaaltje.
© 2020 Julius Pasgeld
powered by CJ2