archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 3
Jaargang 18
19 november 2020
Nummer 4 verschijnt op
3 december 2020
Bezigheden > Ergernissen delen printen terug
Eigentijdse sociologie Carlo van Praag

1803BZ EigentijdsMijn kleindochter, een schat van een kind (ik duld op dit punt geen tegenspraak), heeft dit jaar haar gymnasiumdiploma behaald. Waar blijft de tijd? Onmachtig een studiekeuze te maken heeft zij zich ingeschreven voor een soort brugklas, te weten de studie bèta-gamma van de Universiteit van Amsterdam. Deze opleiding bestaat voor de ene helft uit exacte vakken en voor de andere helft uit sociale wetenschap. De student kan dan later kiezen waar zijn voorliefde naar uitgaat. Aan mijn stand voelde ik mij verplicht mee te doen (afgezien van toetsmomenten natuurlijk) aan het onderdeel sociologie.

Tot de leerstof behoorde een volstrekt onleesbaar stuk van Bourdieu, in het Engels vertaald, maar daarbij standhoudend als monument van Gallisch verbalisme, oneerbiediger gezegd woordkakkerij. Een, helemaal niet zo gecompliceerde, boodschap over kunstappreciatie als middel van een elite om zich te onderscheiden van het klootjesvolk wordt zo zwaarwichtig verpakt dat de beginnende student wel moet denken dat sociologie voor hem of haar te moeilijk is. Was dat de bedoeling van de docent? De spoeling dun houden? Dat is toch meer iets dat je tegenkomst bij sommige medische specialisaties.

Verder constateer ik dat de sociologie aan het verschrompelen is tot kolonialisme- en slavernijkunde. Een artikel van een zekere Guno Jones, elegant getiteld ‘What is New about Dutch Populism? Dutch Colonialism, Hierarchical Citizenship and Contemporary Populist Debates and Policies in the Netherlands’ gepubliceerd in de ‘Journal of Intercultural Studies’ (vol. 37, No. 6, 2016) geeft de universitaire tijdgeest aardig weer. De xenofobe opvattingen van de hedendaagse Nederlandse populisten (die doorsijpelen in het beleid) zijn niet zozeer een gevolg van massa-immigratie van de laatste decennia, maar zij zijn geworteld in een langere imperialistische Nederlandse geschiedenis. Ik formuleer het eenvoudiger dan het er staat, want ook dit artikel is weer een bloemlezing van eigentijds sociologisch jargon, maar de auteur zou het met mijn samenvatting niet oneens zijn. Nederland kent een hiërarchisch systeem waarin klassen van burgerschap kunnen worden onderscheiden, met onze autochtone witte landgenoten, in het bijzonder de mannen, natuurlijk bovenaan. Dit systeem grijpt terug op een indeling die al in het oude Nederlands-Indië bestond. Inderdaad, in Nederlands-Indië bestond een dergelijke formele hiërarchie, maar dat verschijnsel bestaat sinds de invoering van het algemeen kiesrecht in 1919 niet meer in Nederland. De auteur grijpt alles aan wat maar tegen Nederland zou kunnen pleiten. Hij wordt een parade van historische en eigentijdse racistische beleidshandelingen, zonder dat de schrijver zichzelf lastigvalt met mogelijke tegenwerpingen. Vroeger leerden wij dat een dergelijke betoogtrant ‘illustratief redeneren’ heette en dat was onwetenschappelijk.

Jones heeft echter een eigen wetenschapsopvatting. Hij heeft geen belangstelling voor … ‘domesticated, docile agency that conforms to dominant frames of thinking. My interest is in disconcerting, unwanted, unexpected forms of agency that escape the gaze, frames, agendas and aims of the ruling political class and the dominant epistemological order’. Hij is daarentegen geïnteresseerd in ‘an agency that escapes and ironises the politics of ruling Dutch political classes …’

Ik citeer maar een fragmentje uit 13 pagina’s van zulk proza. In dit stukje liggen wel enkele kenmerken van het geheel samengebald. De auteur keert zich tegen de heersende klasse niet als resultaat van zijn onderzoek maar als uitgangspunt daarvan, alsof hij zijn wetenschap in de vroegere Sovjet-Unie bedrijft. Verder keert hij zich, op parmantige wijze, tegen de ‘dominant epistemological order’, met andere woorden tegen de gangbare methoden van kennisverwerving. Zo schep je jezelf ruim baan om op een rommelige manier met de feiten om te springen. Het veelvuldig gebruikte begrip ‘agency’ is van een aantrekkelijke vaagheid. Agency is het Engelse woord voor agentschap, beleidsafdeling, uitvoerende organisatie, of het ook al enigszins vage begrip instantie, maar zoals Jones het woord gebruikt, kan het van alles zijn. Ik vermoed dat het een eigentijdse sociologische modeterm is die nergens voor staat en slechts dient als boodschap aan vakgenoten dat je er bij hoort.

Die Jones is gewoon postdoctoraal onderzoeker aan de Leidse universiteit. Hij bezet geen leerstoel en is, voor zover mij bekend, geen autoriteit in zijn wetenschapsgebied. U zult zich afvragen waarom ik überhaupt aandacht aan hem besteed. Ik op mijn beurt vraag mij af wat de docent van mijn kleindochter bezielde toen hij dit artikel als tentamenstof koos: als voorbeeld van hoe het niet moet? Ik vrees het tegendeel.


© 2020 Carlo van Praag meer Carlo van Praag - meer "Ergernissen" -
Bezigheden > Ergernissen
Eigentijdse sociologie Carlo van Praag
1803BZ EigentijdsMijn kleindochter, een schat van een kind (ik duld op dit punt geen tegenspraak), heeft dit jaar haar gymnasiumdiploma behaald. Waar blijft de tijd? Onmachtig een studiekeuze te maken heeft zij zich ingeschreven voor een soort brugklas, te weten de studie bèta-gamma van de Universiteit van Amsterdam. Deze opleiding bestaat voor de ene helft uit exacte vakken en voor de andere helft uit sociale wetenschap. De student kan dan later kiezen waar zijn voorliefde naar uitgaat. Aan mijn stand voelde ik mij verplicht mee te doen (afgezien van toetsmomenten natuurlijk) aan het onderdeel sociologie.

Tot de leerstof behoorde een volstrekt onleesbaar stuk van Bourdieu, in het Engels vertaald, maar daarbij standhoudend als monument van Gallisch verbalisme, oneerbiediger gezegd woordkakkerij. Een, helemaal niet zo gecompliceerde, boodschap over kunstappreciatie als middel van een elite om zich te onderscheiden van het klootjesvolk wordt zo zwaarwichtig verpakt dat de beginnende student wel moet denken dat sociologie voor hem of haar te moeilijk is. Was dat de bedoeling van de docent? De spoeling dun houden? Dat is toch meer iets dat je tegenkomst bij sommige medische specialisaties.

Verder constateer ik dat de sociologie aan het verschrompelen is tot kolonialisme- en slavernijkunde. Een artikel van een zekere Guno Jones, elegant getiteld ‘What is New about Dutch Populism? Dutch Colonialism, Hierarchical Citizenship and Contemporary Populist Debates and Policies in the Netherlands’ gepubliceerd in de ‘Journal of Intercultural Studies’ (vol. 37, No. 6, 2016) geeft de universitaire tijdgeest aardig weer. De xenofobe opvattingen van de hedendaagse Nederlandse populisten (die doorsijpelen in het beleid) zijn niet zozeer een gevolg van massa-immigratie van de laatste decennia, maar zij zijn geworteld in een langere imperialistische Nederlandse geschiedenis. Ik formuleer het eenvoudiger dan het er staat, want ook dit artikel is weer een bloemlezing van eigentijds sociologisch jargon, maar de auteur zou het met mijn samenvatting niet oneens zijn. Nederland kent een hiërarchisch systeem waarin klassen van burgerschap kunnen worden onderscheiden, met onze autochtone witte landgenoten, in het bijzonder de mannen, natuurlijk bovenaan. Dit systeem grijpt terug op een indeling die al in het oude Nederlands-Indië bestond. Inderdaad, in Nederlands-Indië bestond een dergelijke formele hiërarchie, maar dat verschijnsel bestaat sinds de invoering van het algemeen kiesrecht in 1919 niet meer in Nederland. De auteur grijpt alles aan wat maar tegen Nederland zou kunnen pleiten. Hij wordt een parade van historische en eigentijdse racistische beleidshandelingen, zonder dat de schrijver zichzelf lastigvalt met mogelijke tegenwerpingen. Vroeger leerden wij dat een dergelijke betoogtrant ‘illustratief redeneren’ heette en dat was onwetenschappelijk.

Jones heeft echter een eigen wetenschapsopvatting. Hij heeft geen belangstelling voor … ‘domesticated, docile agency that conforms to dominant frames of thinking. My interest is in disconcerting, unwanted, unexpected forms of agency that escape the gaze, frames, agendas and aims of the ruling political class and the dominant epistemological order’. Hij is daarentegen geïnteresseerd in ‘an agency that escapes and ironises the politics of ruling Dutch political classes …’

Ik citeer maar een fragmentje uit 13 pagina’s van zulk proza. In dit stukje liggen wel enkele kenmerken van het geheel samengebald. De auteur keert zich tegen de heersende klasse niet als resultaat van zijn onderzoek maar als uitgangspunt daarvan, alsof hij zijn wetenschap in de vroegere Sovjet-Unie bedrijft. Verder keert hij zich, op parmantige wijze, tegen de ‘dominant epistemological order’, met andere woorden tegen de gangbare methoden van kennisverwerving. Zo schep je jezelf ruim baan om op een rommelige manier met de feiten om te springen. Het veelvuldig gebruikte begrip ‘agency’ is van een aantrekkelijke vaagheid. Agency is het Engelse woord voor agentschap, beleidsafdeling, uitvoerende organisatie, of het ook al enigszins vage begrip instantie, maar zoals Jones het woord gebruikt, kan het van alles zijn. Ik vermoed dat het een eigentijdse sociologische modeterm is die nergens voor staat en slechts dient als boodschap aan vakgenoten dat je er bij hoort.

Die Jones is gewoon postdoctoraal onderzoeker aan de Leidse universiteit. Hij bezet geen leerstoel en is, voor zover mij bekend, geen autoriteit in zijn wetenschapsgebied. U zult zich afvragen waarom ik überhaupt aandacht aan hem besteed. Ik op mijn beurt vraag mij af wat de docent van mijn kleindochter bezielde toen hij dit artikel als tentamenstof koos: als voorbeeld van hoe het niet moet? Ik vrees het tegendeel.
© 2020 Carlo van Praag
powered by CJ2