archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 1
Jaargang 18
15 oktober 2020
Nummer 2 verschijnt op
29 oktober 2020
Bezigheden > Galerie delen printen terug
Alleen in het museum * Dik Kruithof

1801BZ AlleenAls je liever niet veel andere mensen ontmoet moet je naar het museum gaan, het liefst een klein museum. Ik ging naar het Streekmuseum Het Hert fan Fryslân in Grou, vroeger bekend als Grouw, en er waren geen andere bezoekers. Het museum is gevestigd in de kelder van het oude stadhuis van de gemeente Idaarderadeel, die in 1985 opging in de gemeente Boarnsterhim. In 1994 verhuisde de gemeente naar het hoofdkantoor van de inmiddels failliete houtfabriek Halbertsma en kwam het oude raadhuis in andere handen. Nu is het van een Accountantskantoor dat huur gaat vragen voor de museumruimte en dat kan het museum niet betalen.

Er is dus een sluiting aangekondigd per 1 december, voornaamste reden: het gebrek aan bezoekers en daardoor ook een gebrek aan vrijwilligers. Overigens is het een heel leuk museum, met een mooie historische collectie met de nadruk op de geschiedenis van het dorp Grou (vooral getekend door het water en de vier gebroeders Halbertsma). Drie van de broers zijn de grondleggers van de Friese literatuur, een van de drie bleef in het dorp en werd directeur van het familiebedrijf, de ‘houtsjefabryk’, zoals Halbertsma Grouw in het dorp genoemd werd. De fabriek begon met botervaten, schakelde tijdig over op pallets en deuren, maar ging uiteindelijk na ruim een eeuw ten onder aan vreemde financiers en veranderende marktomstandigheden. De verzameling ‘Rimen en teltsjes’ van de Bruorren Halbertsma was in 1871 het startpunt van de ‘Wester Frisian literature’, zoals Wikipedia dat noemt.   

De waterafdeling gaat van de eendekorf voor de watervogels, langs de weidevogels kievit en grutto en dan langs het eierzoeken naar de boten, de scheepsbouwers en het zeil maken. En het sluit af met de sportieve successen, het Skûtsjesilen, zo verbonden aan Grou dat de eerste wedstrijd van het seizoen hier wordt gevaren, naar de schaatsers en schaatsters, waarvan grote namen uit Grou of omgeving kwamen, zoals Atje Keulen-Deelstra en Ids Postma. Uiteraard ontbreken de schaatsen zelf ook niet.    

Het museum toont ook nog een gedeelte van de rijke collectie van Atje Gaastra, met: porselein, huisraad, letterlappen en zilverwerk. Gevoelig punt in het museum is de1801BZ Alleen2 aandacht voor Sint Piter. Grou is namelijk de enige plaats in Nederland waar Sinterklaas niet komt, maar Sint Piter wel, namelijk op de avond voor zijn verjaardag op 21 februari. De oorsprong van het feest is het Friese Maitiidsfeest (Voorjaarsfeest), maar onder invloed van de kerk is dat omgezet in het Sint Petrusfeest, naar de beschermheilige van het dorp. Omstreeks 1900 is een verhaal bedacht over Sint Piter, die de cadeautjes kwam brengen toen Sinterklaas het dorp Grouw per ongeluk had overgeslagen. Sinds die tijd is het een bloeiende traditie geworden en gebleven, met volgens het museum nog echte traditionele en dus omstreden zwarte pieten. Maar begin oktober kwam het goede nieuws dat ook Grou het traditionele uiterlijk van Swarte Pyt zal veranderen.

En dat dus allemaal als enige en eenzame bezoeker aan Het Hert fan Fryslân op 10 september. De rondgang eindigt met een eerbetoon aan de Amsterdamse architect van het gebouw, Kropholler, de vader van het Nederlandse traditionalisme.

Twee weken later was ik (aanvankelijk) de enige bezoeker in het Visserijmuseum in Zoutkamp, waar een van de oudste vissershuisjes achter het museum herbouwd is, Sigerida’s Hoeske. Met een kaartje erop, dat vanwege de huidige regelingen, maar één bezoeker in het huisje mag zijn. Het was er overigens binnen heel leuk, maar wel erg klein en smal. Maar de twee bezoekers die na mij waren gekomen hielden keurig afstand en toen zij erin waren kon ik weer veilig door het museum terug.

Hoewel het een rustige tijd is en ik in beide musea niet in de rij hoefde te staan is het duidelijk dat wel wordt bijgehouden dat ik er geweest ben. De Museumkaart, onvolprezen voorziening die deze rubriek mogelijk maakt, houdt precies bij waar ik geweest ben. Een overkoepelend museum voor dat soort regelingen bestaat niet. Een zoekopdracht die Privacy en Museum combineert levert in Google ruim 350 antwoorden. Daaruit blijkt alleen maar dat evenveel musea daar een reglement voor hebben, zoals dat hoort. Maar dan zijn er ook ruim 350 verbindingen naar de museumkaart en kan Google Analytics die vast wel koppelen aan andere dingen die ik gedaan heb. Leuk idee overigens.

------
De plaatjes zijn van de schrijver


© 2020 Dik Kruithof meer Dik Kruithof - meer "Galerie" -
Bezigheden > Galerie
Alleen in het museum * Dik Kruithof
1801BZ AlleenAls je liever niet veel andere mensen ontmoet moet je naar het museum gaan, het liefst een klein museum. Ik ging naar het Streekmuseum Het Hert fan Fryslân in Grou, vroeger bekend als Grouw, en er waren geen andere bezoekers. Het museum is gevestigd in de kelder van het oude stadhuis van de gemeente Idaarderadeel, die in 1985 opging in de gemeente Boarnsterhim. In 1994 verhuisde de gemeente naar het hoofdkantoor van de inmiddels failliete houtfabriek Halbertsma en kwam het oude raadhuis in andere handen. Nu is het van een Accountantskantoor dat huur gaat vragen voor de museumruimte en dat kan het museum niet betalen.

Er is dus een sluiting aangekondigd per 1 december, voornaamste reden: het gebrek aan bezoekers en daardoor ook een gebrek aan vrijwilligers. Overigens is het een heel leuk museum, met een mooie historische collectie met de nadruk op de geschiedenis van het dorp Grou (vooral getekend door het water en de vier gebroeders Halbertsma). Drie van de broers zijn de grondleggers van de Friese literatuur, een van de drie bleef in het dorp en werd directeur van het familiebedrijf, de ‘houtsjefabryk’, zoals Halbertsma Grouw in het dorp genoemd werd. De fabriek begon met botervaten, schakelde tijdig over op pallets en deuren, maar ging uiteindelijk na ruim een eeuw ten onder aan vreemde financiers en veranderende marktomstandigheden. De verzameling ‘Rimen en teltsjes’ van de Bruorren Halbertsma was in 1871 het startpunt van de ‘Wester Frisian literature’, zoals Wikipedia dat noemt.   

De waterafdeling gaat van de eendekorf voor de watervogels, langs de weidevogels kievit en grutto en dan langs het eierzoeken naar de boten, de scheepsbouwers en het zeil maken. En het sluit af met de sportieve successen, het Skûtsjesilen, zo verbonden aan Grou dat de eerste wedstrijd van het seizoen hier wordt gevaren, naar de schaatsers en schaatsters, waarvan grote namen uit Grou of omgeving kwamen, zoals Atje Keulen-Deelstra en Ids Postma. Uiteraard ontbreken de schaatsen zelf ook niet.    

Het museum toont ook nog een gedeelte van de rijke collectie van Atje Gaastra, met: porselein, huisraad, letterlappen en zilverwerk. Gevoelig punt in het museum is de1801BZ Alleen2 aandacht voor Sint Piter. Grou is namelijk de enige plaats in Nederland waar Sinterklaas niet komt, maar Sint Piter wel, namelijk op de avond voor zijn verjaardag op 21 februari. De oorsprong van het feest is het Friese Maitiidsfeest (Voorjaarsfeest), maar onder invloed van de kerk is dat omgezet in het Sint Petrusfeest, naar de beschermheilige van het dorp. Omstreeks 1900 is een verhaal bedacht over Sint Piter, die de cadeautjes kwam brengen toen Sinterklaas het dorp Grouw per ongeluk had overgeslagen. Sinds die tijd is het een bloeiende traditie geworden en gebleven, met volgens het museum nog echte traditionele en dus omstreden zwarte pieten. Maar begin oktober kwam het goede nieuws dat ook Grou het traditionele uiterlijk van Swarte Pyt zal veranderen.

En dat dus allemaal als enige en eenzame bezoeker aan Het Hert fan Fryslân op 10 september. De rondgang eindigt met een eerbetoon aan de Amsterdamse architect van het gebouw, Kropholler, de vader van het Nederlandse traditionalisme.

Twee weken later was ik (aanvankelijk) de enige bezoeker in het Visserijmuseum in Zoutkamp, waar een van de oudste vissershuisjes achter het museum herbouwd is, Sigerida’s Hoeske. Met een kaartje erop, dat vanwege de huidige regelingen, maar één bezoeker in het huisje mag zijn. Het was er overigens binnen heel leuk, maar wel erg klein en smal. Maar de twee bezoekers die na mij waren gekomen hielden keurig afstand en toen zij erin waren kon ik weer veilig door het museum terug.

Hoewel het een rustige tijd is en ik in beide musea niet in de rij hoefde te staan is het duidelijk dat wel wordt bijgehouden dat ik er geweest ben. De Museumkaart, onvolprezen voorziening die deze rubriek mogelijk maakt, houdt precies bij waar ik geweest ben. Een overkoepelend museum voor dat soort regelingen bestaat niet. Een zoekopdracht die Privacy en Museum combineert levert in Google ruim 350 antwoorden. Daaruit blijkt alleen maar dat evenveel musea daar een reglement voor hebben, zoals dat hoort. Maar dan zijn er ook ruim 350 verbindingen naar de museumkaart en kan Google Analytics die vast wel koppelen aan andere dingen die ik gedaan heb. Leuk idee overigens.

------
De plaatjes zijn van de schrijver
© 2020 Dik Kruithof
powered by CJ2