archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 4
Jaargang 18
3 december 2020
Nummer 5 verschijnt op
17 december 2020
Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Echt zo'n dingetje * Peter Schröder

1801BS DingetjeWat weten wij hier best wel van? Was het niet iets in de sixties? Toen de regering alle gegevens van iedere burger wilde registreren? Iets met de Volkstelling? Gegevens over mensen die  in enorme databanken worden gestopt. Waarmee naar hartenlust kan worden geprofileerd, gestigmatiseerd en gediscrimineerd? En is privacy tegenwoordig niet iets waarmee ‘Brussel’ de grote Amerikaanse Techbedrijven als Google en Apple in de weg zit?

Privacy geldt onze persoonlijke levenssfeer. Wat we daaronder verstaan mogen we in hoge mate zelf bepalen. Maar onze persoonlijke levenssfeer is wel wettelijk beschermd. Die bescherming geldt ‘onze’ persoonsgegevens. Persoonsgegevens zijn kenmerken van één individueel persoon: ‘alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon’ (Eng. ‘personal data’).

Eigenlijk kan elk gegeven een persoonlijk kenmerk, een persoonsgegeven zijn: noem maar op, van haarkleur tot IQ, van schooldiploma tot lidmaatschap van een voetbalclub. Onder meer de ‘Registratie, de openbaarmaking of het gebruik van die gegevens, is geregeld In de wet Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)’. Vastgelegde gegevens, de nadruk ligt in de praktijk op gegevens die te vinden zijn in systematische registraties. De burger (het ‘data subject’) mag in hoge mate zelf uitmaken wat er met ‘zijn’ gegevens gebeurt. Dat impliceert onder meer dat hij serieuze toestemming moet geven voor de opslag en het gebruik van die gegevens. (uiteindelijk: of burgers vinden dat ‘hun’ persoonsgegevens achter slot en grendel verdwijnen of dat ze rondgebazuind mogen worden via alle denkbare media).

Gezien de vrijmoedigheid waarmee veel mensen hun privéleven met genoegen aan de grote klok hangen, lijkt de privacy van burgers vandaag de dag geen groot maatschappelijk strijdpunt. Maar het grote belang van bescherming van het gebruik van persoonsgegevens heeft dan ook vooral een indirecte betekenis. Een ‘like’ voor bepaalde dure spullen lijkt van weinig belang, maar als de (fiscale of sociale) recherche er mee aan de slag gaat kan dat dramatisch veranderen. Bescherming van persoonsgegevens heeft vaak een indirecte, verborgen betekenis. Ook zal het niet iedereen duidelijk zijn dat de betekenis van wettelijke  bescherming van persoonsgegevens een systeembetekenis heeft. Het is een kwestie van vertrouwen en dan moet een burger er op kunnen rekenen dat iedereen meedoet: zwakke schakels ontwrichten het systeem. Een privacy-systeem dat verweven is met de praktijk van bewaking (surveillance) en veiligheid (security) van de databases waarin de persoonsgegevens te vinden zijn.

Er is weinig fantasie voor nodig om te beseffen dat gebruik van veel persoonsgegevens onmisbaar is voor het (met ICT georganiseerde) maatschappelijk verkeer. Zonder gebruik van persoonsgegevens geen paspoort, rijbewijs, giraal betalingsverkeer, zonder deugdelijke administratie geen ordelijke bestellingen en verrekening van producten en diensten.
Er is ook weinig fantasie nodig om te beseffen dat onjuist en onwettig gebruik van persoonsgegevens desastreuze gevolgen (van treinbotsingen tot bankroet) kan hebben. Gezien het belang van een kloppende administratie van persoonsgegevens voor burgers, overheid en bedrijfsleven, is er door onze wetgevers hard gewerkt om de rechten en plichten van de burgers, bedrijven en andere organisaties enigszins omvattend en overzichtelijk vast te leggen. Dat levert een hoeveelheid regels en uitzonderingen op in omvangrijke wetboeken, bij het aanzien waarvan gebruikers kunnen worden bevangen door een diepgaande moedeloosheid.

Al gauw is de verzuchting: ‘Is dat nu allemaal echt nodig? Kan het niet wat minder?’. Misschien zouden we wel met minder toe kunnen, ga je gang, doe maar. Bedenk dat de wereld tegenwoordig ingewikkeld is. Blijft wel dat wetgeving voor een ingewikkelde problematiek (die uiteindelijk transparantie beoogt) zich al snel onttrekt aan het zicht van de burgers en het exclusieve domein kan worden van juridische superspecialisten.

Er is nogal een ‘belevingsafstand’ tussen de cookies die je gedachteloos aan- en uitzet bij Bol en het misdadige gebruik dat Big Data scharrelaars als Cambridge Analytica en Facebook met hun datamining van jouw Bol- en Rijksmuseumgegevens kunnen maken. Dat verschil brengt ons er makkelijk toe niet goed op te letten en te denken: ‘Laat maar zitten, wat kan het voor kwaad’. Wij, eenvoudige individuen kunnen slecht overzien dat schurken kansen krijgen verkiezingen te beïnvloeden en hun bedrijven monopolies kunnen opbouwen om de concurrenten uit te schakelen. Daarom is het goed dat er wetten zijn waaraan iedereen zich heeft te houden, ook al valt voor gewone burgers niet direct te doorzien welke consequenties fout gebruik van persoonsgegevens kan hebben. In de Verenigde Staten is van gezaghebbende (politieke en wetenschappelijke) kanten regelmatig te horen dat, in een informatiemaatschappij als de onze, privacy een economisch ‘waar’ is (sic!) die door burgers verhandeld zou moeten kunnen worden (aan bedrijven als Google en Amazon). Het probleem wordt dan vooral dat vrijwel niemand meer kan overzien waar, wanneer en hoe  en waartoe verkochte persoonsgegevens worden gebruikt, liefst met AI algoritmen. In de Verenigde Staten zijn gevangenissen soms in handen van private eigenaren (die er belang bij hebben dat de gebouwen goed gevuld blijven).

Beschermt onze regering ons op die manier ongevraagd tegen ons zelf? Nee de regering beschermt hiermee de samenleving als groter geheel. Voor vandaag, maar ook voor morgen. Is dat nog wel democratisch? Jazeker, de AVG is in een langdurig, zorgvuldig proces door onze volksvertegenwoordigers en hun deskundigen tot stand gekomen en is op democratische wijze vatbaar voor aanpassingen. We zouden stevig schrikken als wetten als de AVG er niet meer zouden zijn. Democratie is meer dan het varen op meerderheidsbeslissingen (en de vrijheid van meningsuiting), het wordt geacht beslissingen tot stand te brengen die in de tijd (niet alleen vandaag, maar ook morgen en overmorgen) voldoen en die niet alleen in de grote stad ter zake zijn, maar ook in ‘de provincie’. Dat is inderdaad iets anders dan bij politieke vrienden en kennissen snel een ‘draagvlak’ bij elkaar harken met meldpunten en zegslieden van nieuwe jonge mensen uit de 'sociale media’.

Voor het afschaffen van de slavernij in de Verenigde Staten is nooit voldoende draagvlak geweest, hetzelfde gold voor een tijdige Nederlandse oorlogsverklaring aan Duitsland in 1939.
Voelt u zich gekwetst of verward, dan kunt u nog wat meer van mij verwachten.

-------
Het plaatje is van Han Busstra


© 2020 Peter Schröder meer Peter Schröder - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
Echt zo'n dingetje * Peter Schröder
1801BS DingetjeWat weten wij hier best wel van? Was het niet iets in de sixties? Toen de regering alle gegevens van iedere burger wilde registreren? Iets met de Volkstelling? Gegevens over mensen die  in enorme databanken worden gestopt. Waarmee naar hartenlust kan worden geprofileerd, gestigmatiseerd en gediscrimineerd? En is privacy tegenwoordig niet iets waarmee ‘Brussel’ de grote Amerikaanse Techbedrijven als Google en Apple in de weg zit?

Privacy geldt onze persoonlijke levenssfeer. Wat we daaronder verstaan mogen we in hoge mate zelf bepalen. Maar onze persoonlijke levenssfeer is wel wettelijk beschermd. Die bescherming geldt ‘onze’ persoonsgegevens. Persoonsgegevens zijn kenmerken van één individueel persoon: ‘alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon’ (Eng. ‘personal data’).

Eigenlijk kan elk gegeven een persoonlijk kenmerk, een persoonsgegeven zijn: noem maar op, van haarkleur tot IQ, van schooldiploma tot lidmaatschap van een voetbalclub. Onder meer de ‘Registratie, de openbaarmaking of het gebruik van die gegevens, is geregeld In de wet Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)’. Vastgelegde gegevens, de nadruk ligt in de praktijk op gegevens die te vinden zijn in systematische registraties. De burger (het ‘data subject’) mag in hoge mate zelf uitmaken wat er met ‘zijn’ gegevens gebeurt. Dat impliceert onder meer dat hij serieuze toestemming moet geven voor de opslag en het gebruik van die gegevens. (uiteindelijk: of burgers vinden dat ‘hun’ persoonsgegevens achter slot en grendel verdwijnen of dat ze rondgebazuind mogen worden via alle denkbare media).

Gezien de vrijmoedigheid waarmee veel mensen hun privéleven met genoegen aan de grote klok hangen, lijkt de privacy van burgers vandaag de dag geen groot maatschappelijk strijdpunt. Maar het grote belang van bescherming van het gebruik van persoonsgegevens heeft dan ook vooral een indirecte betekenis. Een ‘like’ voor bepaalde dure spullen lijkt van weinig belang, maar als de (fiscale of sociale) recherche er mee aan de slag gaat kan dat dramatisch veranderen. Bescherming van persoonsgegevens heeft vaak een indirecte, verborgen betekenis. Ook zal het niet iedereen duidelijk zijn dat de betekenis van wettelijke  bescherming van persoonsgegevens een systeembetekenis heeft. Het is een kwestie van vertrouwen en dan moet een burger er op kunnen rekenen dat iedereen meedoet: zwakke schakels ontwrichten het systeem. Een privacy-systeem dat verweven is met de praktijk van bewaking (surveillance) en veiligheid (security) van de databases waarin de persoonsgegevens te vinden zijn.

Er is weinig fantasie voor nodig om te beseffen dat gebruik van veel persoonsgegevens onmisbaar is voor het (met ICT georganiseerde) maatschappelijk verkeer. Zonder gebruik van persoonsgegevens geen paspoort, rijbewijs, giraal betalingsverkeer, zonder deugdelijke administratie geen ordelijke bestellingen en verrekening van producten en diensten.
Er is ook weinig fantasie nodig om te beseffen dat onjuist en onwettig gebruik van persoonsgegevens desastreuze gevolgen (van treinbotsingen tot bankroet) kan hebben. Gezien het belang van een kloppende administratie van persoonsgegevens voor burgers, overheid en bedrijfsleven, is er door onze wetgevers hard gewerkt om de rechten en plichten van de burgers, bedrijven en andere organisaties enigszins omvattend en overzichtelijk vast te leggen. Dat levert een hoeveelheid regels en uitzonderingen op in omvangrijke wetboeken, bij het aanzien waarvan gebruikers kunnen worden bevangen door een diepgaande moedeloosheid.

Al gauw is de verzuchting: ‘Is dat nu allemaal echt nodig? Kan het niet wat minder?’. Misschien zouden we wel met minder toe kunnen, ga je gang, doe maar. Bedenk dat de wereld tegenwoordig ingewikkeld is. Blijft wel dat wetgeving voor een ingewikkelde problematiek (die uiteindelijk transparantie beoogt) zich al snel onttrekt aan het zicht van de burgers en het exclusieve domein kan worden van juridische superspecialisten.

Er is nogal een ‘belevingsafstand’ tussen de cookies die je gedachteloos aan- en uitzet bij Bol en het misdadige gebruik dat Big Data scharrelaars als Cambridge Analytica en Facebook met hun datamining van jouw Bol- en Rijksmuseumgegevens kunnen maken. Dat verschil brengt ons er makkelijk toe niet goed op te letten en te denken: ‘Laat maar zitten, wat kan het voor kwaad’. Wij, eenvoudige individuen kunnen slecht overzien dat schurken kansen krijgen verkiezingen te beïnvloeden en hun bedrijven monopolies kunnen opbouwen om de concurrenten uit te schakelen. Daarom is het goed dat er wetten zijn waaraan iedereen zich heeft te houden, ook al valt voor gewone burgers niet direct te doorzien welke consequenties fout gebruik van persoonsgegevens kan hebben. In de Verenigde Staten is van gezaghebbende (politieke en wetenschappelijke) kanten regelmatig te horen dat, in een informatiemaatschappij als de onze, privacy een economisch ‘waar’ is (sic!) die door burgers verhandeld zou moeten kunnen worden (aan bedrijven als Google en Amazon). Het probleem wordt dan vooral dat vrijwel niemand meer kan overzien waar, wanneer en hoe  en waartoe verkochte persoonsgegevens worden gebruikt, liefst met AI algoritmen. In de Verenigde Staten zijn gevangenissen soms in handen van private eigenaren (die er belang bij hebben dat de gebouwen goed gevuld blijven).

Beschermt onze regering ons op die manier ongevraagd tegen ons zelf? Nee de regering beschermt hiermee de samenleving als groter geheel. Voor vandaag, maar ook voor morgen. Is dat nog wel democratisch? Jazeker, de AVG is in een langdurig, zorgvuldig proces door onze volksvertegenwoordigers en hun deskundigen tot stand gekomen en is op democratische wijze vatbaar voor aanpassingen. We zouden stevig schrikken als wetten als de AVG er niet meer zouden zijn. Democratie is meer dan het varen op meerderheidsbeslissingen (en de vrijheid van meningsuiting), het wordt geacht beslissingen tot stand te brengen die in de tijd (niet alleen vandaag, maar ook morgen en overmorgen) voldoen en die niet alleen in de grote stad ter zake zijn, maar ook in ‘de provincie’. Dat is inderdaad iets anders dan bij politieke vrienden en kennissen snel een ‘draagvlak’ bij elkaar harken met meldpunten en zegslieden van nieuwe jonge mensen uit de 'sociale media’.

Voor het afschaffen van de slavernij in de Verenigde Staten is nooit voldoende draagvlak geweest, hetzelfde gold voor een tijdige Nederlandse oorlogsverklaring aan Duitsland in 1939.
Voelt u zich gekwetst of verward, dan kunt u nog wat meer van mij verwachten.

-------
Het plaatje is van Han Busstra
© 2020 Peter Schröder
powered by CJ2