archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 1
Jaargang 18
15 oktober 2020
Nummer 2 verschijnt op
29 oktober 2020
Beschouwingen > In de polder delen printen terug
Dat is mijn beleid Arie de Jong

1718BS BeleidIn mijn eerste baan had ik het voorrecht op dezelfde verdieping te mogen werken als de directeur van de natte waterstaat, de heer Valken. In de interne correspondentie heette hij niet Valken, maar was N. Als een functionaris en als directeur op de Hoofddirectie van de Waterstaat, het centrale deel van de Rijkswaterstaat, had hij aan één letter genoeg. De N van ‘nat’.

Onder hem ressorteerden hoofdafdelingen en de hoofden daarvan (allen ingenieurs) kenden twee letters. Ik had dan vooral te maken met de hoek waar de havens onder vielen, ik meen dat die werd aangevoerd door de heer Harmsen, ik vermoed dat hij werd geduid met NH. Hij ging er lichtjes onder gebukt dat zijn loopbaan eindigde op deze (toch best mooie) positie, terwijl zijn vader ooit de eerste man van Rijkswaterstaat was geweest. Maar niet iedereen kon deze toppositie bereiken, al kregen we bij onze indiensttreding (nou ja, alleen de ingenieurs; ik behoorde tot die categorie) te horen dat mogelijk iemand van ons de maarschalksstaf in handen zou krijgen.

Terug naar de heer Valken. Dat was echt een heer. Ik herinner me hem terwijl hij schreed, maar dat kan ook hebben gelegen aan mijn perceptie als jonge kracht. Hij was immers veel ouder dan ik (hij had nog net niet mijn grootvader kunnen zijn) en behoorde toe aan een ander tijdperk. Het was iemand die bewust de oorlog had meegemaakt, zal ik maar zeggen. Ik sprak de heer Valken nooit direct, maar was er wel bij als hij aan het einde van de middag binnenwipte bij mijn bestuurlijke baas, de heer Posthumus (die afkomstig was uit de politiek, ooit staatssecretaris was geweest van Verkeer en Waterstaat, en tegen wie ik Siep mocht zeggen) om met hem een borrel te drinken en de vraagstukken van het havenbeleid door te nemen. Als luistervink is mij toen iets eigenaardigs opgevallen aan zijn redeneertrant.

Valken had de opmerkelijke gewoonte om vragen over zijn beleidslijn, of kritiek, af te wimpelen met: ‘Dat is mijn policy.’ Daarmee was de kous af. Het doet sterk denken aan de bekende uitspraak van Lucas van der Land, later uitgevent door Jan Schaefer: ‘Is dit beleid of is er over nagedacht?’

Ik kom hierop, omdat ik bij de coronacrisis, meer nog dan anders, mij heb verbaasd over de stelligheid waarmee bestuurders en ‘deskundigen’ in binnen- en buitenland, soms zelfs de belangrijke wereldleiders, van alles en nog wat te berde hebben gebracht. Daarom vond ik het zo treffend dat onze eigen minister-president, Mark Rutte, liet weten dat hij voor 100% beslissingen moest nemen terwijl er maar zekerheid was voor 50%, of woorden van gelijke strekking. Natuurlijk kun je zeggen dat juist een opportunistische politicus als Mark Rutte de relativering kent van beslissingen en telkens weer accepteert dat hij in onzekerheid een knoop moet doorhakken. Maar zelden laten opportunisten weten dat zij op die manier moeten opereren.

Juist Mark Rutte kan en mag het zich veroorloven om, net als de heer Valken of directeur N, simpelweg te zeggen: ‘Dat is mijn policy.’ Of liever: ‘Dat is mijn beleid.’ En hij mag er dan zelfs nog aan toevoegen, als variant op zijn herhaalde opmerking zich te baseren op de deskundigen: ‘En er is over nagedacht.’

--------
Het plaatje is van Coc van Duin
Meer informatie op: http://cocvanduijn.nl/

© 2020 Arie de Jong meer Arie de Jong - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
Dat is mijn beleid Arie de Jong
1718BS BeleidIn mijn eerste baan had ik het voorrecht op dezelfde verdieping te mogen werken als de directeur van de natte waterstaat, de heer Valken. In de interne correspondentie heette hij niet Valken, maar was N. Als een functionaris en als directeur op de Hoofddirectie van de Waterstaat, het centrale deel van de Rijkswaterstaat, had hij aan één letter genoeg. De N van ‘nat’.

Onder hem ressorteerden hoofdafdelingen en de hoofden daarvan (allen ingenieurs) kenden twee letters. Ik had dan vooral te maken met de hoek waar de havens onder vielen, ik meen dat die werd aangevoerd door de heer Harmsen, ik vermoed dat hij werd geduid met NH. Hij ging er lichtjes onder gebukt dat zijn loopbaan eindigde op deze (toch best mooie) positie, terwijl zijn vader ooit de eerste man van Rijkswaterstaat was geweest. Maar niet iedereen kon deze toppositie bereiken, al kregen we bij onze indiensttreding (nou ja, alleen de ingenieurs; ik behoorde tot die categorie) te horen dat mogelijk iemand van ons de maarschalksstaf in handen zou krijgen.

Terug naar de heer Valken. Dat was echt een heer. Ik herinner me hem terwijl hij schreed, maar dat kan ook hebben gelegen aan mijn perceptie als jonge kracht. Hij was immers veel ouder dan ik (hij had nog net niet mijn grootvader kunnen zijn) en behoorde toe aan een ander tijdperk. Het was iemand die bewust de oorlog had meegemaakt, zal ik maar zeggen. Ik sprak de heer Valken nooit direct, maar was er wel bij als hij aan het einde van de middag binnenwipte bij mijn bestuurlijke baas, de heer Posthumus (die afkomstig was uit de politiek, ooit staatssecretaris was geweest van Verkeer en Waterstaat, en tegen wie ik Siep mocht zeggen) om met hem een borrel te drinken en de vraagstukken van het havenbeleid door te nemen. Als luistervink is mij toen iets eigenaardigs opgevallen aan zijn redeneertrant.

Valken had de opmerkelijke gewoonte om vragen over zijn beleidslijn, of kritiek, af te wimpelen met: ‘Dat is mijn policy.’ Daarmee was de kous af. Het doet sterk denken aan de bekende uitspraak van Lucas van der Land, later uitgevent door Jan Schaefer: ‘Is dit beleid of is er over nagedacht?’

Ik kom hierop, omdat ik bij de coronacrisis, meer nog dan anders, mij heb verbaasd over de stelligheid waarmee bestuurders en ‘deskundigen’ in binnen- en buitenland, soms zelfs de belangrijke wereldleiders, van alles en nog wat te berde hebben gebracht. Daarom vond ik het zo treffend dat onze eigen minister-president, Mark Rutte, liet weten dat hij voor 100% beslissingen moest nemen terwijl er maar zekerheid was voor 50%, of woorden van gelijke strekking. Natuurlijk kun je zeggen dat juist een opportunistische politicus als Mark Rutte de relativering kent van beslissingen en telkens weer accepteert dat hij in onzekerheid een knoop moet doorhakken. Maar zelden laten opportunisten weten dat zij op die manier moeten opereren.

Juist Mark Rutte kan en mag het zich veroorloven om, net als de heer Valken of directeur N, simpelweg te zeggen: ‘Dat is mijn policy.’ Of liever: ‘Dat is mijn beleid.’ En hij mag er dan zelfs nog aan toevoegen, als variant op zijn herhaalde opmerking zich te baseren op de deskundigen: ‘En er is over nagedacht.’

--------
Het plaatje is van Coc van Duin
Meer informatie op: http://cocvanduijn.nl/
© 2020 Arie de Jong
powered by CJ2