archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 19
Jaargang 17
17 september 2020
Nummer 20 verschijnt op
1 oktober 2020
Bezigheden > Koken delen printen terug
Je lekker laten verwennen Maeve van der Steen

1717BZ VerwenVolop in de lockdown-tijd, toen restaurantbezoek nog een verre droom leek, reserveerde ik een paar dagen vakantie in de buitenlucht op de Sallandse Heuvelrug. De Fletcher-hotels verleidden ons met ‘veilig in een restaurant eten’. In een restaurant eten in mei 2020, kon dat echt? Ja dat kon, alles verantwoord en op afstand. Het werd uiteindelijk juni maar des te langer hadden we voorpret. Voor het eerst weer in de metro, voor het eerst sinds maanden in de trein, en daarna in de bus, alles met mondkapje op.

Wat een genot om in de vrije natuur te zijn. Wel meteen een flink stuk lopen vanaf de bushalte, want Fletcher-hotels zitten nooit in de buurt van een station, deze keten is eigenlijk alleen geschikt voor automobilisten. Fluitende vogels, rivieren en groene weiden, jeneverstruiken tegenover het terras, ons uitje kon niet meer stuk. En dat ging het ook niet, dankzij het fietsen in het wonderschone coulisselandschap, de aanblik van de schilderachtige koeien in de wei en de zonsondergangen die de bomen oranje kleurden. Wat is ons landje toch wonderschoon.

Toch verheugde ik me stiekem, wandelend over kronkelige paadjes, al op het eten. Wat zou er op de kaart staan? Wat zou het ‘gratis hoofdgerecht’ (inbegrepen in de deal) behelzen? De wijnen die ik had zien staan in het restaurant waren zoals verwacht nogal middle of the road, de usual suspects Merlot en Chardonnay.
Je kon kiezen uit twee tijden voor het diner, zes uur of half acht, je begrijpt dat wij stadsnuffen voor de tweede optie kozen. Gevolg van deze indeling in shifts was dat we om half acht braaf in de rij moesten wachten om naar de tafel begeleid te worden. En dat het voor het keukenpersoneel flink aanpoten was, omdat er ongeveer tegelijkertijd besteld werd.

Mijn verwachtingen waren niet hoog gespannen, maar al met al ging het wel. De Fletcher’s Cuvée Bubbels als aperitief waren aan de zoete kant, maar de Pinot Grigio was prima. Het eten, tja. Knapperige maar te vette frietjes. Sliptongetjes die te lang in de pan hadden gelegen en daardoor een beetje droog waren. Wel grappig: de rauwe spinazie, die onder de visjes lag, was door de warmte een beetje gegaard, lekker.  En zo’n ravigotesausje erbij doet het ook altijd goed. De volgende dag redelijke  – tijd niet gezien! – eendenborst met een glas prima Chianti. Op een zwoele zomeravond op het terras ben je al gauw gelukkig.

Wat er helaas nauwelijks mee door kon was het ontbijt.
Het beloofde juist iets moois te worden, want door de hygiënemaatregelen was er geen buffet, maar werden we ouderwets bediend. De formule was een keus uit drie ontbijten: Engels, Continental of Healthy. Ik nam het laatste. Het middelpunt van dit Healthy Breakfast was twee sneetjes brood met avocado – de eerste dag heerlijk dungesneden brood met een laagje cream cheese onder de avocado, de tweede dag liefdeloos gesneden hompen te donker (dus nep) bruinbrood met een te hoge berg avocado erop. Ernaast weinig aanlokkelijke reepjes rauwe paprika, wortel en selderij, reeds uitgedroogd, de avond ervoor al gesneden? Gelukkig ook een bakje verse fruitsalade. Het dieptepunt was het bijgeleverde bakje met roerei, zo sponzig had ik die nog nooit aangetroffen. Smakeloos en droog. Ik heb ooit eens gezien dat ze in een hotelkeuken kant en klare roerei uit een grote plastic zak in een bak stortten, zou het dat spul geweest zijn?

Het gekookte eitje van het Continental Breakfast was zo hardgekookt dat de dooier halfgroen was geworden. En het croissantje was wel heel donker gebakken … Kom op jongens, perfectie had ik niet verwacht, maar een beetje meer liefde en aandacht mag toch wel. Ik kreeg heimwee naar een ouderwets Hollands ontbijt met een mandje verschillende soorten brood op tafel, een bakje boter en een glazen potje jam met een zilveren lepel erin.
Hier weer de bekende kleine plastic verpakkingen roomboter en Becel, jam en pindakaas. Kan de milieupolitie daar niet eens iets aan doen? Gelukkig als troostprijs de superschattige minidoosjes hagelslag, die vind ik dan weer zo leuk dat ik er kleptomaan van word.
Samengevat, ik moest denken aan een stukje dat Anita Witzier ooit schreef onder de titel: Hoe moeilijk kan het zijn? (Hoe moeilijk kan het zijn om een ei halfzacht te koken, hoe moeilijk kan het zijn om een boterham te snijden.)

Een heerlijk smeuïg roerei maken is in ieder geval niet moeilijk, je leest het in mijn stukjes ‘Iets drinken?’ en ‘Het ei en ik’.
En een platvis bakken is net zo eenvoudig, scharretjes zijn heerlijk en heel goedkoop!
Verwen jezelf maar eens.

Gebakken schar au naturel.

Per persoon twee kleine scharretjes, gefatsoeneerd door de visboer.
We gaan geen bloem gebruiken en bakken de vissen ‘bloot’ in de pan, net zoals de vissers doen.

Dep de vissen droog met keukenpapier. Strooi er vlak voor het bakken zout op.
Neem een ruime koekenpan – twee als je vier scharretjes bakt – en laat daarin ruim olie met een klontje boter heet worden.
Glijd de vissen voorzichtig in de pan en laat een kant bruin bakken. Niet gaan schuiven, rustig wachten tot de vis makkelijk loslaat. Dan keren en de andere kant een paar minuten laten bakken. Als de randen bruin worden is de vis waarschijnlijk gaar. Je kan checken door naast de graat met een scherp mes een klein stukje in te snijden dan zie je hoe ver ie is. En een beetje op jezelf vertrouwen natuurlijk. De onderkant moet nu ook makkelijk loslaten.

Op een warm bord leggen met een partje citroen. Onverwijld opeten, voorzichtig met de graten.
Gebakken aardappels of friet zijn er natuurlijk fijn bij en een beetje mayonaise gemengd met peterselie en iets ander groens dat er toevallig ligt.

Heel veel plezier deze zomer, uit of thuis.
Als er maar verwend wordt door deze of gene, of jezelf.

------
Het plaatje is van Han Busstra


© 2020 Maeve van der Steen meer Maeve van der Steen - meer "Koken" -
Bezigheden > Koken
Je lekker laten verwennen Maeve van der Steen
1717BZ VerwenVolop in de lockdown-tijd, toen restaurantbezoek nog een verre droom leek, reserveerde ik een paar dagen vakantie in de buitenlucht op de Sallandse Heuvelrug. De Fletcher-hotels verleidden ons met ‘veilig in een restaurant eten’. In een restaurant eten in mei 2020, kon dat echt? Ja dat kon, alles verantwoord en op afstand. Het werd uiteindelijk juni maar des te langer hadden we voorpret. Voor het eerst weer in de metro, voor het eerst sinds maanden in de trein, en daarna in de bus, alles met mondkapje op.

Wat een genot om in de vrije natuur te zijn. Wel meteen een flink stuk lopen vanaf de bushalte, want Fletcher-hotels zitten nooit in de buurt van een station, deze keten is eigenlijk alleen geschikt voor automobilisten. Fluitende vogels, rivieren en groene weiden, jeneverstruiken tegenover het terras, ons uitje kon niet meer stuk. En dat ging het ook niet, dankzij het fietsen in het wonderschone coulisselandschap, de aanblik van de schilderachtige koeien in de wei en de zonsondergangen die de bomen oranje kleurden. Wat is ons landje toch wonderschoon.

Toch verheugde ik me stiekem, wandelend over kronkelige paadjes, al op het eten. Wat zou er op de kaart staan? Wat zou het ‘gratis hoofdgerecht’ (inbegrepen in de deal) behelzen? De wijnen die ik had zien staan in het restaurant waren zoals verwacht nogal middle of the road, de usual suspects Merlot en Chardonnay.
Je kon kiezen uit twee tijden voor het diner, zes uur of half acht, je begrijpt dat wij stadsnuffen voor de tweede optie kozen. Gevolg van deze indeling in shifts was dat we om half acht braaf in de rij moesten wachten om naar de tafel begeleid te worden. En dat het voor het keukenpersoneel flink aanpoten was, omdat er ongeveer tegelijkertijd besteld werd.

Mijn verwachtingen waren niet hoog gespannen, maar al met al ging het wel. De Fletcher’s Cuvée Bubbels als aperitief waren aan de zoete kant, maar de Pinot Grigio was prima. Het eten, tja. Knapperige maar te vette frietjes. Sliptongetjes die te lang in de pan hadden gelegen en daardoor een beetje droog waren. Wel grappig: de rauwe spinazie, die onder de visjes lag, was door de warmte een beetje gegaard, lekker.  En zo’n ravigotesausje erbij doet het ook altijd goed. De volgende dag redelijke  – tijd niet gezien! – eendenborst met een glas prima Chianti. Op een zwoele zomeravond op het terras ben je al gauw gelukkig.

Wat er helaas nauwelijks mee door kon was het ontbijt.
Het beloofde juist iets moois te worden, want door de hygiënemaatregelen was er geen buffet, maar werden we ouderwets bediend. De formule was een keus uit drie ontbijten: Engels, Continental of Healthy. Ik nam het laatste. Het middelpunt van dit Healthy Breakfast was twee sneetjes brood met avocado – de eerste dag heerlijk dungesneden brood met een laagje cream cheese onder de avocado, de tweede dag liefdeloos gesneden hompen te donker (dus nep) bruinbrood met een te hoge berg avocado erop. Ernaast weinig aanlokkelijke reepjes rauwe paprika, wortel en selderij, reeds uitgedroogd, de avond ervoor al gesneden? Gelukkig ook een bakje verse fruitsalade. Het dieptepunt was het bijgeleverde bakje met roerei, zo sponzig had ik die nog nooit aangetroffen. Smakeloos en droog. Ik heb ooit eens gezien dat ze in een hotelkeuken kant en klare roerei uit een grote plastic zak in een bak stortten, zou het dat spul geweest zijn?

Het gekookte eitje van het Continental Breakfast was zo hardgekookt dat de dooier halfgroen was geworden. En het croissantje was wel heel donker gebakken … Kom op jongens, perfectie had ik niet verwacht, maar een beetje meer liefde en aandacht mag toch wel. Ik kreeg heimwee naar een ouderwets Hollands ontbijt met een mandje verschillende soorten brood op tafel, een bakje boter en een glazen potje jam met een zilveren lepel erin.
Hier weer de bekende kleine plastic verpakkingen roomboter en Becel, jam en pindakaas. Kan de milieupolitie daar niet eens iets aan doen? Gelukkig als troostprijs de superschattige minidoosjes hagelslag, die vind ik dan weer zo leuk dat ik er kleptomaan van word.
Samengevat, ik moest denken aan een stukje dat Anita Witzier ooit schreef onder de titel: Hoe moeilijk kan het zijn? (Hoe moeilijk kan het zijn om een ei halfzacht te koken, hoe moeilijk kan het zijn om een boterham te snijden.)

Een heerlijk smeuïg roerei maken is in ieder geval niet moeilijk, je leest het in mijn stukjes ‘Iets drinken?’ en ‘Het ei en ik’.
En een platvis bakken is net zo eenvoudig, scharretjes zijn heerlijk en heel goedkoop!
Verwen jezelf maar eens.

Gebakken schar au naturel.

Per persoon twee kleine scharretjes, gefatsoeneerd door de visboer.
We gaan geen bloem gebruiken en bakken de vissen ‘bloot’ in de pan, net zoals de vissers doen.

Dep de vissen droog met keukenpapier. Strooi er vlak voor het bakken zout op.
Neem een ruime koekenpan – twee als je vier scharretjes bakt – en laat daarin ruim olie met een klontje boter heet worden.
Glijd de vissen voorzichtig in de pan en laat een kant bruin bakken. Niet gaan schuiven, rustig wachten tot de vis makkelijk loslaat. Dan keren en de andere kant een paar minuten laten bakken. Als de randen bruin worden is de vis waarschijnlijk gaar. Je kan checken door naast de graat met een scherp mes een klein stukje in te snijden dan zie je hoe ver ie is. En een beetje op jezelf vertrouwen natuurlijk. De onderkant moet nu ook makkelijk loslaten.

Op een warm bord leggen met een partje citroen. Onverwijld opeten, voorzichtig met de graten.
Gebakken aardappels of friet zijn er natuurlijk fijn bij en een beetje mayonaise gemengd met peterselie en iets ander groens dat er toevallig ligt.

Heel veel plezier deze zomer, uit of thuis.
Als er maar verwend wordt door deze of gene, of jezelf.

------
Het plaatje is van Han Busstra
© 2020 Maeve van der Steen
powered by CJ2