archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 17
Jaargang 17
2 juli 2020
Nummer 18 verschijnt op
3 september 2020
Beschouwingen > Brief uit ... delen printen terug
Het Griekenland van Max van der Stoel Jack Luiten

1716BS vdstoel‘In de kroeg doe je de beste verhalen op.’ Ik hoor het als jonge verslaggever mijn redactiechef in Delft nog zeggen. Hij zei het herhaaldelijk en niet zonder bijbedoeling: zijn favoriete plek voor de redactievergadering was de kroeg om de hoek. Hij lustte wel een slok en bestelde daar dan meestal een jonge jenever en een biertje tegelijk. De vergaderingen duurden soms onnodig lang en nadat het op zo’n vergadering weer eens wat uit de hand was gelopen, vergaderde de redactie voorlopig weer op de plek waar dat hoorde: 'De Redactie'.
Ik heb in de jaren daarna meermaals aan dat ‘kroeg-advies’ van hem teruggedacht. Want er zat een kern van waarheid in. Mensen met iets teveel alcohol in de aderen worden wat loslippig. Ze vertrouwen je soms geheimen toe die je beslist niet door mag vertellen. Aan de bar laten mensen vaak zien wie ze zijn en wat ze nou echt vinden. Vaak ging het om losse flodders, maar een enkele keer stortte iemand zijn hart uit. En dan had je weleens het begin van een goed verhaal.

Eén van die verhalen begon begin deze eeuw met een vakantie op één van de Griekse eilanden (ik meen Levkas). We waren met ‘onze groep’ in het plaatselijk café beland, vlakbij onze appartementen. Kroeg was toch een beter woord. Want de lokaliteit was tamelijk klein, rokerig, goed bezet en (ondanks dat het een vrij nieuwe gelegenheid was) een beetje muf. Maar gezellig en sfeervol. De ‘groep’ bestond uit om en nabij vijftien Hollandse vakantiegangers, groot en klein, die aan het eind van de middag wat gingen drinken. Naarmate het aantal genuttigde alcoholische versnaperingen toenam, raakten we beter in gesprek met de lokale kroegbezoekers.

De meeste lokalo’s waren een stuk ouder dan wij. Ze spraken redelijk goed Engels en dat is in Zuid-Europese landen wel eens anders. Er kwamen meer Grieken aan tafel zitten en al rap kwam ook de Ouzo op tafel. Een gevaarlijk goedje, maar nu we toch binnen waren, konden we tijdens een goed gesprek niet zo maar afhaken. Althans, dit zeiden we tegen onze dames, die het etablissement niet lang daarna verlieten.

De Engelse taal hadden de meeste oudere Grieken geleerd in Amerika, waar ze jarenlang hadden gewerkt in de auto-industrie, of beter gezegd: automobielindustrie. Want in de tijd dat in ons land het DAF-autootje werd geproduceerd, maakten ze aan de andere kant van de oceaan ‘slagschepen’, denk aan: Chevrolet, Ford, Chrysler, Cadillac en Oldsmobile. De stad die de meeste Griekse Ouzodrinkers noemden: Detroit. Die stad groeide in de jaren zestig als kool en telde toen al ruim twee miljoen inwoners. General Motors had daar toen een half miljoen medewerkers, waaronder ook veel Grieken die hun heil elders hadden gezocht, omdat er in eigen land te weinig werk was.
Decennia lang werkten ze zich een slag in de rondte om vervolgens terug te keren naar hun vaderland. Ze hadden dan meestal genoeg geld verdiend om ‘thuis’ een nieuw huis te bouwen en te genieten van een welverdiende oude dag. Het is maar goed dat ik toen die foto niet bij me had waarop een Dafje staat afgebeeld naast een Ford Continental. Het verschil in cultuur, vormgeving en mobiliteit kon je er bij wijze van spreken vanaf scheppen. Van de vakantiegangers bleven er drie over en die genoten van deze onverwachte ontmoeting. Het gesprek verliep vlot, maar er zat bepaald geen lijn in. De onderwerpen vlogen alle kanten op, van voetbal en economie, tot politiek, welvaart en (ook toen al!) Europa. Ja, en Gullit en Van Basten natuurlijk, ze waren jarenlang Nederlands beste exportgezichten. Veel bedrijven hebben er hun voordeel mee gedaan.

Toen gebeurde het. Bij het afscheid, net voordat we de deur achter ons wilden dichttrekken, werd er uit de kroeg geroepen: ‘Doe de groeten aan Van der Stoel’. Dus terug aan tafel bij de Griek die dat had geroepen. En natuurlijk, een laatste drankje dan. De man in kwestie lichtte in alle rust toe wat Max van der Stoel, als Nederlandse parlementariër en als minister van Buitenlandse Zaken, zoal had gedaan om het Griekse kolonelsregime pootje te lichten.

Het relaas van de Griek was gemeend, hij werd zelfs emotioneel toen we echt weggingen. Adressen werden uitgewisseld en ik beloofde hem de groeten over te brengen aan de voormalige minister. Ik had wel eens iets over de vader van Max gelezen, een huisarts in Voorschoten die zich verbonden had met het plaatselijke verzet in de Tweede Wereldoorlog. Verder had ik Max als minister van Buitenlandse Zaken wel eens live bezig gezien tijdens een Europese topconferentie in London.

Van der Stoel was bedachtzaam, erudiet en zelfs een beetje saai. Hij bouwde tijdens zijn lange loopbaan als politicus en internationaal opererende diplomaat een staat van dienst op waar je u tegen zegt. Hij had een afkeer van dictaturen van welke politieke slag dan ook. Schreef op een internationale post ooit een voor de Griekse kolonels vernietigend rapport, waardoor het regime uit de Raad van Europa werd gezet. Het was de tijd dat hij in Griekenland meer waardering genoot dan bij meerdere van zijn politieke trawanten in eigen land.

Begin deze eeuw was hij nog 'hoge vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenland- en veiligheidsbeleid' van de EU. In die hoedanigheid wist iemand uit mijn omgeving, die op het ministerie van Onderwijs werkte, zijn kantooradres te achterhalen. Belofte maakt schuld. Dus ging er een kort briefje richting Max van der Stoel, waarin onze belevenissen in de Griekse kroeg en met name het sluitstuk ervan werden beschreven. Zo kreeg hij de hartelijke groeten van een Griekse eilandbewoner, die zijn inzet voor een democratisch Griekenland nooit was vergeten.
Een week later lag er bij mij thuis een brief in de bus met een kaart en de handtekening van Max van der Stoel. Hij bedankte vriendelijk voor het relaas en besloot met de tekst, dat hij ‘mijn vriend in Griekenland ook de groeten had gedaan’. Naar ik oprecht hoop zal de man onder het schrijven van die groeten een bescheiden glimlach op zijn gezicht hebben gehad.

En mijn redactiechef ... die had in een grijs verleden gewoon gelijk.

-------
Het plaatje is van Han Busstra


© 2020 Jack Luiten meer Jack Luiten - meer "Brief uit ..." -
Beschouwingen > Brief uit ...
Het Griekenland van Max van der Stoel Jack Luiten
1716BS vdstoel‘In de kroeg doe je de beste verhalen op.’ Ik hoor het als jonge verslaggever mijn redactiechef in Delft nog zeggen. Hij zei het herhaaldelijk en niet zonder bijbedoeling: zijn favoriete plek voor de redactievergadering was de kroeg om de hoek. Hij lustte wel een slok en bestelde daar dan meestal een jonge jenever en een biertje tegelijk. De vergaderingen duurden soms onnodig lang en nadat het op zo’n vergadering weer eens wat uit de hand was gelopen, vergaderde de redactie voorlopig weer op de plek waar dat hoorde: 'De Redactie'.
Ik heb in de jaren daarna meermaals aan dat ‘kroeg-advies’ van hem teruggedacht. Want er zat een kern van waarheid in. Mensen met iets teveel alcohol in de aderen worden wat loslippig. Ze vertrouwen je soms geheimen toe die je beslist niet door mag vertellen. Aan de bar laten mensen vaak zien wie ze zijn en wat ze nou echt vinden. Vaak ging het om losse flodders, maar een enkele keer stortte iemand zijn hart uit. En dan had je weleens het begin van een goed verhaal.

Eén van die verhalen begon begin deze eeuw met een vakantie op één van de Griekse eilanden (ik meen Levkas). We waren met ‘onze groep’ in het plaatselijk café beland, vlakbij onze appartementen. Kroeg was toch een beter woord. Want de lokaliteit was tamelijk klein, rokerig, goed bezet en (ondanks dat het een vrij nieuwe gelegenheid was) een beetje muf. Maar gezellig en sfeervol. De ‘groep’ bestond uit om en nabij vijftien Hollandse vakantiegangers, groot en klein, die aan het eind van de middag wat gingen drinken. Naarmate het aantal genuttigde alcoholische versnaperingen toenam, raakten we beter in gesprek met de lokale kroegbezoekers.

De meeste lokalo’s waren een stuk ouder dan wij. Ze spraken redelijk goed Engels en dat is in Zuid-Europese landen wel eens anders. Er kwamen meer Grieken aan tafel zitten en al rap kwam ook de Ouzo op tafel. Een gevaarlijk goedje, maar nu we toch binnen waren, konden we tijdens een goed gesprek niet zo maar afhaken. Althans, dit zeiden we tegen onze dames, die het etablissement niet lang daarna verlieten.

De Engelse taal hadden de meeste oudere Grieken geleerd in Amerika, waar ze jarenlang hadden gewerkt in de auto-industrie, of beter gezegd: automobielindustrie. Want in de tijd dat in ons land het DAF-autootje werd geproduceerd, maakten ze aan de andere kant van de oceaan ‘slagschepen’, denk aan: Chevrolet, Ford, Chrysler, Cadillac en Oldsmobile. De stad die de meeste Griekse Ouzodrinkers noemden: Detroit. Die stad groeide in de jaren zestig als kool en telde toen al ruim twee miljoen inwoners. General Motors had daar toen een half miljoen medewerkers, waaronder ook veel Grieken die hun heil elders hadden gezocht, omdat er in eigen land te weinig werk was.
Decennia lang werkten ze zich een slag in de rondte om vervolgens terug te keren naar hun vaderland. Ze hadden dan meestal genoeg geld verdiend om ‘thuis’ een nieuw huis te bouwen en te genieten van een welverdiende oude dag. Het is maar goed dat ik toen die foto niet bij me had waarop een Dafje staat afgebeeld naast een Ford Continental. Het verschil in cultuur, vormgeving en mobiliteit kon je er bij wijze van spreken vanaf scheppen. Van de vakantiegangers bleven er drie over en die genoten van deze onverwachte ontmoeting. Het gesprek verliep vlot, maar er zat bepaald geen lijn in. De onderwerpen vlogen alle kanten op, van voetbal en economie, tot politiek, welvaart en (ook toen al!) Europa. Ja, en Gullit en Van Basten natuurlijk, ze waren jarenlang Nederlands beste exportgezichten. Veel bedrijven hebben er hun voordeel mee gedaan.

Toen gebeurde het. Bij het afscheid, net voordat we de deur achter ons wilden dichttrekken, werd er uit de kroeg geroepen: ‘Doe de groeten aan Van der Stoel’. Dus terug aan tafel bij de Griek die dat had geroepen. En natuurlijk, een laatste drankje dan. De man in kwestie lichtte in alle rust toe wat Max van der Stoel, als Nederlandse parlementariër en als minister van Buitenlandse Zaken, zoal had gedaan om het Griekse kolonelsregime pootje te lichten.

Het relaas van de Griek was gemeend, hij werd zelfs emotioneel toen we echt weggingen. Adressen werden uitgewisseld en ik beloofde hem de groeten over te brengen aan de voormalige minister. Ik had wel eens iets over de vader van Max gelezen, een huisarts in Voorschoten die zich verbonden had met het plaatselijke verzet in de Tweede Wereldoorlog. Verder had ik Max als minister van Buitenlandse Zaken wel eens live bezig gezien tijdens een Europese topconferentie in London.

Van der Stoel was bedachtzaam, erudiet en zelfs een beetje saai. Hij bouwde tijdens zijn lange loopbaan als politicus en internationaal opererende diplomaat een staat van dienst op waar je u tegen zegt. Hij had een afkeer van dictaturen van welke politieke slag dan ook. Schreef op een internationale post ooit een voor de Griekse kolonels vernietigend rapport, waardoor het regime uit de Raad van Europa werd gezet. Het was de tijd dat hij in Griekenland meer waardering genoot dan bij meerdere van zijn politieke trawanten in eigen land.

Begin deze eeuw was hij nog 'hoge vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenland- en veiligheidsbeleid' van de EU. In die hoedanigheid wist iemand uit mijn omgeving, die op het ministerie van Onderwijs werkte, zijn kantooradres te achterhalen. Belofte maakt schuld. Dus ging er een kort briefje richting Max van der Stoel, waarin onze belevenissen in de Griekse kroeg en met name het sluitstuk ervan werden beschreven. Zo kreeg hij de hartelijke groeten van een Griekse eilandbewoner, die zijn inzet voor een democratisch Griekenland nooit was vergeten.
Een week later lag er bij mij thuis een brief in de bus met een kaart en de handtekening van Max van der Stoel. Hij bedankte vriendelijk voor het relaas en besloot met de tekst, dat hij ‘mijn vriend in Griekenland ook de groeten had gedaan’. Naar ik oprecht hoop zal de man onder het schrijven van die groeten een bescheiden glimlach op zijn gezicht hebben gehad.

En mijn redactiechef ... die had in een grijs verleden gewoon gelijk.

-------
Het plaatje is van Han Busstra
© 2020 Jack Luiten
powered by CJ2