archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 15
Jaargang 17
28 mei 2020
Nummer 16 verschijnt op
18 juni 2020
Bezigheden > Galerie delen printen terug
Joan Miró, niet werkelijk surrealist Dik Kruithof

1714BZ Miro‘Joan Miró, geboren in Barcelona op 20 april 1893, overleden in Palma de Mallorca in 1983 was een Spaans schilder, beeldhouwer, graficus en keramist. Hij wordt gezien als een van de grootste surrealisten’ (eerste regel van Wikipedia). ‘Onlangs zei een vriend van je dat je nooit echt een surrealist was. Is dat waar? Miro: 'Het is waar. Ik was niet werkelijk een surrealist. Een Spanjaard hoeft geen surrealist te zijn – hij is al irrationeel. Ik was geïnteresseerd in het idee van peinture-poésie – schilderen als visuele dichtkunst, maar de verhalende kant van het Surrealisme, de kleine verhalen, daar gaf ik niet om’ (fragment uit interview van Barbara Rose met Miro in 1981).  

Joan Miró was gewoon een schilder die al van jongs af aan bij me geweest is, ook in de tijd dat ik niet erg vaak in musea kwam, of anderszins tijd aan kunst besteedde. Hij heeft mij ooit geraakt en dat is nooit weer verdwenen. Al vraag ik mij nu, bladerend in boeken met reproducties, wel af met wat hij mij raakte. Waren het de prachtig verlopende kleurvlakken, waar hij in de jaren dertig subtiel zijn figuren met dunne lijnen neerzette? Of waren het toch de veel ruwere, in elk geval meer uitgesproken en met zware zwarte randen omgeven, figuren uit zijn naoorlogse periode? In elk geval die laatste ook, want ‘De rode Zon vreet de Spin’ uit 1948, heeft jaren op mijn studentenkamers gehangen.   

Miró was de zoon van een goudsmid en begon in 1912 aan een kunstopleiding in Barcelona. Toen hij 27 was ging hij naar Parijs, waar hij lessen volgde en vriendschap sloot met Picasso, Max Ernst, Hans Arp en René Magritte. Ze kwamen onder invloed van het kubisme, maar Miró heeft dat nooit doorgezet. In 1925 ontmoette hij André Breton, de denker van het surrealisme. Hij sloot zich er nooit bij aan, maar Breton noemde hem wel ‘de grootste surrealist van ons allemaal’. Hij werkte met Max Ernst aan decors en kostuums voor een ballet van Diaghilev. Tijdens de Spaanse burgeroorlog verbleef hij in Frankrijk, nadat hij opdrachten had ontvangen van de regering die door Franco verdreven werd. In de Tweede Wereldoorlog ging hij terug naar Spanje, waar hij met drie collega’s de prachtige Barcelonaserie maakte.

Het grote succes kwam na de oorlog. Uit hetzelfde interview: ‘Waarom ging je naar Amerika na de oorlog, in 1947?' 'Het was een idee van mijn agent, Pierre Matisse. Ik was heel blij dat ik naar Amerika kon, want daar had ik succes. In feite hebben de Amerikanen mijn loopbaan gemaakt. Niemand hield van mijn schilderijen in Parijs.’ Hij vertelt dat Hemingway eerder al een schilderij van hem gekocht had, The Farm, waar zijn vrienden in Parijs niets over wilden zeggen (het is uit zijn realistische periode, er staat een redelijk herkenbare boerderij op). Overigens organiseerde Matisses galerie al vanaf 1931 tentoonstellingen van zijn werk in New York.

Er is een prachtig museum, de Fundació Joan Miró, op de berg Montjuich bij Barcelona. Ook is er een museum in Palma de Mallorca. Van de elf overige musea met veel werk van hem die Wikipedia noemt, bevinden zich er zes in Amerika. Naast schilderijen maakte Miró ook grafisch werk (hij kreeg de prijs voor grafische kunst op de Biënnale van Venetië in 1954) en beelden, waarvan er in Barcelona verscheidene zijn te vinden, onder meer in het Parc Joan Miró en bij de Fundació.

In 1979 kreeg hij de eerste gouden medaille van La Generalitat, de hoogste onderscheiding van de Catalaanse regering. Hij overleed in 1983, één van de hele grote schilders van de twintigste eeuw.

--------
Het plaatje is van Henk Klaren


© 2020 Dik Kruithof meer Dik Kruithof - meer "Galerie" -
Bezigheden > Galerie
Joan Miró, niet werkelijk surrealist Dik Kruithof
1714BZ Miro‘Joan Miró, geboren in Barcelona op 20 april 1893, overleden in Palma de Mallorca in 1983 was een Spaans schilder, beeldhouwer, graficus en keramist. Hij wordt gezien als een van de grootste surrealisten’ (eerste regel van Wikipedia). ‘Onlangs zei een vriend van je dat je nooit echt een surrealist was. Is dat waar? Miro: 'Het is waar. Ik was niet werkelijk een surrealist. Een Spanjaard hoeft geen surrealist te zijn – hij is al irrationeel. Ik was geïnteresseerd in het idee van peinture-poésie – schilderen als visuele dichtkunst, maar de verhalende kant van het Surrealisme, de kleine verhalen, daar gaf ik niet om’ (fragment uit interview van Barbara Rose met Miro in 1981).  

Joan Miró was gewoon een schilder die al van jongs af aan bij me geweest is, ook in de tijd dat ik niet erg vaak in musea kwam, of anderszins tijd aan kunst besteedde. Hij heeft mij ooit geraakt en dat is nooit weer verdwenen. Al vraag ik mij nu, bladerend in boeken met reproducties, wel af met wat hij mij raakte. Waren het de prachtig verlopende kleurvlakken, waar hij in de jaren dertig subtiel zijn figuren met dunne lijnen neerzette? Of waren het toch de veel ruwere, in elk geval meer uitgesproken en met zware zwarte randen omgeven, figuren uit zijn naoorlogse periode? In elk geval die laatste ook, want ‘De rode Zon vreet de Spin’ uit 1948, heeft jaren op mijn studentenkamers gehangen.   

Miró was de zoon van een goudsmid en begon in 1912 aan een kunstopleiding in Barcelona. Toen hij 27 was ging hij naar Parijs, waar hij lessen volgde en vriendschap sloot met Picasso, Max Ernst, Hans Arp en René Magritte. Ze kwamen onder invloed van het kubisme, maar Miró heeft dat nooit doorgezet. In 1925 ontmoette hij André Breton, de denker van het surrealisme. Hij sloot zich er nooit bij aan, maar Breton noemde hem wel ‘de grootste surrealist van ons allemaal’. Hij werkte met Max Ernst aan decors en kostuums voor een ballet van Diaghilev. Tijdens de Spaanse burgeroorlog verbleef hij in Frankrijk, nadat hij opdrachten had ontvangen van de regering die door Franco verdreven werd. In de Tweede Wereldoorlog ging hij terug naar Spanje, waar hij met drie collega’s de prachtige Barcelonaserie maakte.

Het grote succes kwam na de oorlog. Uit hetzelfde interview: ‘Waarom ging je naar Amerika na de oorlog, in 1947?' 'Het was een idee van mijn agent, Pierre Matisse. Ik was heel blij dat ik naar Amerika kon, want daar had ik succes. In feite hebben de Amerikanen mijn loopbaan gemaakt. Niemand hield van mijn schilderijen in Parijs.’ Hij vertelt dat Hemingway eerder al een schilderij van hem gekocht had, The Farm, waar zijn vrienden in Parijs niets over wilden zeggen (het is uit zijn realistische periode, er staat een redelijk herkenbare boerderij op). Overigens organiseerde Matisses galerie al vanaf 1931 tentoonstellingen van zijn werk in New York.

Er is een prachtig museum, de Fundació Joan Miró, op de berg Montjuich bij Barcelona. Ook is er een museum in Palma de Mallorca. Van de elf overige musea met veel werk van hem die Wikipedia noemt, bevinden zich er zes in Amerika. Naast schilderijen maakte Miró ook grafisch werk (hij kreeg de prijs voor grafische kunst op de Biënnale van Venetië in 1954) en beelden, waarvan er in Barcelona verscheidene zijn te vinden, onder meer in het Parc Joan Miró en bij de Fundació.

In 1979 kreeg hij de eerste gouden medaille van La Generalitat, de hoogste onderscheiding van de Catalaanse regering. Hij overleed in 1983, één van de hele grote schilders van de twintigste eeuw.

--------
Het plaatje is van Henk Klaren
© 2020 Dik Kruithof
powered by CJ2