archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 17
Jaargang 17
2 juli 2020
Nummer 18 verschijnt op
3 september 2020
Beschouwingen > In de polder delen printen terug
En dan nu de centjes weer Paul Bordewijk

1714VG Na de coronaDe coronacrisis zet niet alleen ons dagelijks leven op zijn kop, dat gebeurt ook met de overheidsfinanciën. Tientallen jaren hebben we geleerd dat ‘het huishoudboekje op orde moet zijn’, dat wil zeggen dat de uitgaven gedekt moesten worden door de inkomsten en dat iedereen die pleit voor een nieuwe uitgave er ook even bij moet vertellen waar het geld vandaan moet komen. Politieke partijen geven dat ook aan in hun verkiezingsprogramma’s, die vervolgens worden doorgerekend door het Centraal Planbureau.

Daartoe bevatten de verkiezingsprogramma’s afzonderlijke financiële bijlagen, waarin de dekkingsvoorstellen vaak cryptisch geformuleerd worden. Die financiële bijlages worden dan weer gebruikt bij het opstellen van de financiële bijlage bij het regeerakkoord, die zo ongeveer kracht van wet heeft. Zelfs wanneer er bij het opstellen van die bijlage overduidelijk een fout is gemaakt, valt er niet aan te ontkomen. Zoals Ella Vogelaar merkte toen ze te horen kreeg dat de bijdrage van de woningcorporaties aan de stadsvernieuwing (die aan de inkomstenkant was ingeboekt) helaas aan de uitgavenkant niet terug te vinden was.

Maar hoe anders is dat sinds de coronacrisis. Er worden tientallen miljarden beschikbaar gesteld om de nadelen van onze intelligente lockdown voor de economie op te vangen, maar er is geen discussie meer over de dekking daarvan. Er is nog wel discussie of de KLM geld moet krijgen, of dat we die beter failliet kunnen laten gaan, maar de vraag waar die vier miljard vandaan moet komen speelt daarbij geen rol.

Andere omstandigheden leiden tot een ander beleid, dat is heel terecht. Door de coronacrisis gaan mensen minder uitgeven en de uitgaven van de één zijn nu eenmaal de inkomsten van de ander. Door de lockdown zijn allerlei bestedingsmogelijkheden komen te vervallen, zoals uitgaan en op vakantie gaan. Terwijl andere bestedingsmogelijkheden minder aantrekkelijk worden, zoals funshoppen en autorijden. Wie daar een deel van zijn geld aan besteedde, houdt nu over, terwijl degenen die zo geld ontvingen tekort komen. Daarnaast wordt er minder besteed, omdat mensen onzeker zijn over hun financiële positie in de toekomst en daarom liever hun geld in de knip houden. Ook dat leidt weer tot lagere inkomsten van anderen. De snelheid waarmee het geld circuleert vertraagt.

De overheid probeert het wegvallen van inkomsten te compenseren met allerlei uitkeringen. Daarmee worden degenen die geen geld meer verdienen, omdat de activiteiten waarmee ze dat deden zijn stilgelegd, voor een deel gecompenseerd. Maar zo wordt ook bijgedragen aan het draaiend houden van de economie, omdat die mensen daarmee zelf bestedingsmogelijkheden houden. Het is dus zeer gerechtvaardigd dat het kabinet op korte termijn besloten heeft tot die inkomensdervingsregelingen.

De Nederlandse staat kan dat geld gemakkelijk lenen, zelfs op een tienjaarslening krijgt de staat 0,3% per jaar toe. Dat heeft onder meer te maken met het opkoopprogramma van staatsleningen door de centrale banken, waardoor het risico op staatsleningen heel klein is. In feite vergroot de overheid zo de geldhoeveelheid en compenseert zij daarmee de verminderde bestedingen.

Je kunt je afvragen waarom we niet altijd overheidsuitgaven dekken door de geldhoeveelheid te vergroten in plaats van belasting te heffen, maar dan krijgen we steeds meer inflatie. Het is wat er in 1922 en 1923 in Duitsland gebeurde, waardoor de Duitsers nog steeds panisch zijn over geldschepping door de overheid. Op papier werd dat bij de invoering van de euro ook onmogelijk gemaakt, maar de natuur is sterker dan de leer, al heeft het Constitutionele Hof in Karlsruhe zich nog niet gewonnen gegeven.

De vraag is wat er financieel gaat gebeuren na de coronacrisis. Tot nu toe praten we alleen over een recessie, maar er kan ook een inhaalslag van de bestedingen plaatsvinden. Waardoor de circulatiesnelheid van het geld weer toeneemt. Om dan inflatie te voorkomen zou de overheid de geldhoeveelheid weer moeten beperken, door de belastingen te verhogen en zo de aangegane leningen af te lossen. Dat is nog niet zo eenvoudig. Ik denk dat men er in de praktijk voor zal kiezen om de inflatie te accepteren, waarmee de staatsschuld in reële termen weer slinkt, zoals dat sinds de oorlog voortdurend is gebeurd. Dat is jammer voor de mensen die het geld dat ze nu overhouden op de bank hebben gezet, maar het leidt wel tot meer gelijkheid. Het nadeel hiervan is vooral dat een eenmaal ingezette inflatie de neiging heeft door te zetten, omdat hogere prijzen tot hogere looneisen leiden.

Een andere vraag is hoe politieke partijen in hun verkiezingsprogramma’s van volgend jaar hierop moeten anticiperen. Het lijkt me dat het doorrekenen van financiële bijlagen met intensiveringen en dekkingsmogelijkheden bij deze onzekerheid geen enkele zin heeft. Verkiezingsprogramma’s zouden veel meer de waarden moeten weergeven waarmee politieke partijen zich onderscheiden: de democratische rechtsstaat, maatschappelijke zekerheid, individuele ontplooiing, bezorgdheid om klimaat en milieu, dierenwelzijn, emancipatie van minderheden, wetenschap en cultuur, internationale solidariteit, gehechtheid aan eigen tradities, bescherming van het leven, noem maar op.

Nadeel daarvan is dat soms pas echt blijkt hoeveel je aan een bepaalde waarde hecht uit wat je er financieel voor over hebt. Maar het voordeel kan zijn dat de discussie zich richt op waar het echt om gaat, in plaats van financiële trucjes die weinig mensen doorzien. We hebben wat dat betreft ook geen keuze: die heeft het coronavirus al voor ons gemaakt.

-------
Het plaatje is van Henk Klaren


© 2020 Paul Bordewijk meer Paul Bordewijk - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
En dan nu de centjes weer Paul Bordewijk
1714VG Na de coronaDe coronacrisis zet niet alleen ons dagelijks leven op zijn kop, dat gebeurt ook met de overheidsfinanciën. Tientallen jaren hebben we geleerd dat ‘het huishoudboekje op orde moet zijn’, dat wil zeggen dat de uitgaven gedekt moesten worden door de inkomsten en dat iedereen die pleit voor een nieuwe uitgave er ook even bij moet vertellen waar het geld vandaan moet komen. Politieke partijen geven dat ook aan in hun verkiezingsprogramma’s, die vervolgens worden doorgerekend door het Centraal Planbureau.

Daartoe bevatten de verkiezingsprogramma’s afzonderlijke financiële bijlagen, waarin de dekkingsvoorstellen vaak cryptisch geformuleerd worden. Die financiële bijlages worden dan weer gebruikt bij het opstellen van de financiële bijlage bij het regeerakkoord, die zo ongeveer kracht van wet heeft. Zelfs wanneer er bij het opstellen van die bijlage overduidelijk een fout is gemaakt, valt er niet aan te ontkomen. Zoals Ella Vogelaar merkte toen ze te horen kreeg dat de bijdrage van de woningcorporaties aan de stadsvernieuwing (die aan de inkomstenkant was ingeboekt) helaas aan de uitgavenkant niet terug te vinden was.

Maar hoe anders is dat sinds de coronacrisis. Er worden tientallen miljarden beschikbaar gesteld om de nadelen van onze intelligente lockdown voor de economie op te vangen, maar er is geen discussie meer over de dekking daarvan. Er is nog wel discussie of de KLM geld moet krijgen, of dat we die beter failliet kunnen laten gaan, maar de vraag waar die vier miljard vandaan moet komen speelt daarbij geen rol.

Andere omstandigheden leiden tot een ander beleid, dat is heel terecht. Door de coronacrisis gaan mensen minder uitgeven en de uitgaven van de één zijn nu eenmaal de inkomsten van de ander. Door de lockdown zijn allerlei bestedingsmogelijkheden komen te vervallen, zoals uitgaan en op vakantie gaan. Terwijl andere bestedingsmogelijkheden minder aantrekkelijk worden, zoals funshoppen en autorijden. Wie daar een deel van zijn geld aan besteedde, houdt nu over, terwijl degenen die zo geld ontvingen tekort komen. Daarnaast wordt er minder besteed, omdat mensen onzeker zijn over hun financiële positie in de toekomst en daarom liever hun geld in de knip houden. Ook dat leidt weer tot lagere inkomsten van anderen. De snelheid waarmee het geld circuleert vertraagt.

De overheid probeert het wegvallen van inkomsten te compenseren met allerlei uitkeringen. Daarmee worden degenen die geen geld meer verdienen, omdat de activiteiten waarmee ze dat deden zijn stilgelegd, voor een deel gecompenseerd. Maar zo wordt ook bijgedragen aan het draaiend houden van de economie, omdat die mensen daarmee zelf bestedingsmogelijkheden houden. Het is dus zeer gerechtvaardigd dat het kabinet op korte termijn besloten heeft tot die inkomensdervingsregelingen.

De Nederlandse staat kan dat geld gemakkelijk lenen, zelfs op een tienjaarslening krijgt de staat 0,3% per jaar toe. Dat heeft onder meer te maken met het opkoopprogramma van staatsleningen door de centrale banken, waardoor het risico op staatsleningen heel klein is. In feite vergroot de overheid zo de geldhoeveelheid en compenseert zij daarmee de verminderde bestedingen.

Je kunt je afvragen waarom we niet altijd overheidsuitgaven dekken door de geldhoeveelheid te vergroten in plaats van belasting te heffen, maar dan krijgen we steeds meer inflatie. Het is wat er in 1922 en 1923 in Duitsland gebeurde, waardoor de Duitsers nog steeds panisch zijn over geldschepping door de overheid. Op papier werd dat bij de invoering van de euro ook onmogelijk gemaakt, maar de natuur is sterker dan de leer, al heeft het Constitutionele Hof in Karlsruhe zich nog niet gewonnen gegeven.

De vraag is wat er financieel gaat gebeuren na de coronacrisis. Tot nu toe praten we alleen over een recessie, maar er kan ook een inhaalslag van de bestedingen plaatsvinden. Waardoor de circulatiesnelheid van het geld weer toeneemt. Om dan inflatie te voorkomen zou de overheid de geldhoeveelheid weer moeten beperken, door de belastingen te verhogen en zo de aangegane leningen af te lossen. Dat is nog niet zo eenvoudig. Ik denk dat men er in de praktijk voor zal kiezen om de inflatie te accepteren, waarmee de staatsschuld in reële termen weer slinkt, zoals dat sinds de oorlog voortdurend is gebeurd. Dat is jammer voor de mensen die het geld dat ze nu overhouden op de bank hebben gezet, maar het leidt wel tot meer gelijkheid. Het nadeel hiervan is vooral dat een eenmaal ingezette inflatie de neiging heeft door te zetten, omdat hogere prijzen tot hogere looneisen leiden.

Een andere vraag is hoe politieke partijen in hun verkiezingsprogramma’s van volgend jaar hierop moeten anticiperen. Het lijkt me dat het doorrekenen van financiële bijlagen met intensiveringen en dekkingsmogelijkheden bij deze onzekerheid geen enkele zin heeft. Verkiezingsprogramma’s zouden veel meer de waarden moeten weergeven waarmee politieke partijen zich onderscheiden: de democratische rechtsstaat, maatschappelijke zekerheid, individuele ontplooiing, bezorgdheid om klimaat en milieu, dierenwelzijn, emancipatie van minderheden, wetenschap en cultuur, internationale solidariteit, gehechtheid aan eigen tradities, bescherming van het leven, noem maar op.

Nadeel daarvan is dat soms pas echt blijkt hoeveel je aan een bepaalde waarde hecht uit wat je er financieel voor over hebt. Maar het voordeel kan zijn dat de discussie zich richt op waar het echt om gaat, in plaats van financiële trucjes die weinig mensen doorzien. We hebben wat dat betreft ook geen keuze: die heeft het coronavirus al voor ons gemaakt.

-------
Het plaatje is van Henk Klaren
© 2020 Paul Bordewijk
powered by CJ2