archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 17
Jaargang 17
2 juli 2020
Nummer 18 verschijnt op
3 september 2020
Vermaak en Genot > Een omweg waard delen printen terug
In gedachten naar Parijs Katharina Kouwenhoven

1711VG Parijs1Nu kan ik dus ook al niet naar Parijs. Je komt het land niet in en als dat wel kon had je er niets aan om in Parijs te zijn, want de café’s zijn dicht en de restaurants en de musea zijn ook op slot. Wat moet je er dan doen? Ik had een appartement gehuurd, dus ik kon zelf koken, maar dat kan ik thuis ook. In Parijs wil ik buiten de deur eten, in een visrestaurant, in een restaurant met geruite gordijntjes, in het restaurant van Monsieur Pierre, die de lekkerste Cahors schenkt die ik ooit gedronken heb, in het restaurant van dat stokoude vrouwtje dat alles alleen doet en in zomaar een restaurant, waar je toevallig tegenaan loopt.

Ik had me nog niet georiënteerd op de fantastische tijdelijke tentoonstellingen die er altijd zijn, maar wel bedacht naar welke musea ik sowieso zou gaan. Ik ga altijd naar museum Quai Branly, geschonken door oud-president Chirac, dat praktisch alle (in Parijs aanwezige) objecten bevat uit Afrika en Oceanië (van de Aboriginals, de Maori en de Inuit). Alleen museum Dapper, met Afrikaanse kunst, is niet opgegaan in dit museum. De collectie is dus enorm en kun je niet in één bezoek bevatten. Vandaar dat ik steeds terug ga.

Museum Cluny daar ga ik altijd heen. Daar komen de middeleeuwen aan bod en in de kelder bevinden zich Romeinse termen. Van dat museum is altijd een deel gesloten, dat wordt dan gerestaureerd, zodat je de ene keer de termen kunt zien en de andere keer de wereldberoemde tapijten met de eenhoorns. De buurt van museum Cluny was het Romeinse centrum en als je daar rondwandelt tref je overal bordjes die je de weg wijzen naar een Romeins monument. Je gaat ergens een poort onderdoor en  dan sta je zomaar midden in een arena. Asjemenou!

Een ander museum dat ik altijd bezoek is het museum van naïeve kunst. Dat verandert nogal eens van naam, omdat aanduidingen1711VG Parijs2 als ‘naïef’ of ‘primitief’ opgevat kunnen worden als denigrerend. Maar het gaat om kunst van mensen die geen kunstenaar zijn, geen opleiding hebben gehad en vaak een afwijkende maatschappelijke status hebben, zoals psychiatrische patiënt of dakloze o.i.d. Er zijn alleen tijdelijke tentoonstellingen en die zijn bijna altijd fantastisch. Vaak spreekt er een zekere bezetenheid uit het werk, bijvoorbeeld bij iemand die niets anders doet dan autobussen tekenen.

Ik zou deze keer zeker naar de Notre Dame gaan, want ik had de kerk nog niet in gewonde toestand gezien. Daar vlakbij is bovendien de Sainte Chapel, die ik ook altijd bezoek. Deze gotische kapel verkeert geheel in oorspronkelijke staat, met beschilderde muren en pilaren en is een architectonisch juweeltje. En ik moet ook altijd naar de begraafplaats van Montmartre, want die ligt op een heuvel en je moet trap-op trap-af om alles te kunnen bekijken. Er gaat een weg overheen, waaronder gewoon nog begraven wordt.

Er liggen bekende mensen, maar dat interesseert me niet zo, hoewel je aan het protserige graf van de lieveling van Mart Smeets, de zangeres Dalida, niet zomaar voorbij kunt lopen. Ik wilde deze keer ook een paar kleinere begraafplaatsen aan de rand van de stad bezoeken, bijvoorbeeld de piepkleine begraafplaats Parisien de la Chapelle of de begraafplaats Sud de Clichy, die zo romantisch aan het spoor ligt. Wat ook niet mag ontbreken is een wandeling langs het Canal St Martin. Dat kan op de laatste dag, op weg naar het Gare du Nord, want daar ga ik altijd te voet naar toe. Maar het is ook leuk om naar het Gare te lopen via de passages bij de Boulevard Montmartre.

Dit zal er dus allemaal niet van komen. Wat een sof! Gelukkig zit het goed in mijn hoofd en kan het ook volgend jaar.

-------
De plaatjes zijn van de schrijfster


© 2020 Katharina Kouwenhoven meer Katharina Kouwenhoven - meer "Een omweg waard" -
Vermaak en Genot > Een omweg waard
In gedachten naar Parijs Katharina Kouwenhoven
1711VG Parijs1Nu kan ik dus ook al niet naar Parijs. Je komt het land niet in en als dat wel kon had je er niets aan om in Parijs te zijn, want de café’s zijn dicht en de restaurants en de musea zijn ook op slot. Wat moet je er dan doen? Ik had een appartement gehuurd, dus ik kon zelf koken, maar dat kan ik thuis ook. In Parijs wil ik buiten de deur eten, in een visrestaurant, in een restaurant met geruite gordijntjes, in het restaurant van Monsieur Pierre, die de lekkerste Cahors schenkt die ik ooit gedronken heb, in het restaurant van dat stokoude vrouwtje dat alles alleen doet en in zomaar een restaurant, waar je toevallig tegenaan loopt.

Ik had me nog niet georiënteerd op de fantastische tijdelijke tentoonstellingen die er altijd zijn, maar wel bedacht naar welke musea ik sowieso zou gaan. Ik ga altijd naar museum Quai Branly, geschonken door oud-president Chirac, dat praktisch alle (in Parijs aanwezige) objecten bevat uit Afrika en Oceanië (van de Aboriginals, de Maori en de Inuit). Alleen museum Dapper, met Afrikaanse kunst, is niet opgegaan in dit museum. De collectie is dus enorm en kun je niet in één bezoek bevatten. Vandaar dat ik steeds terug ga.

Museum Cluny daar ga ik altijd heen. Daar komen de middeleeuwen aan bod en in de kelder bevinden zich Romeinse termen. Van dat museum is altijd een deel gesloten, dat wordt dan gerestaureerd, zodat je de ene keer de termen kunt zien en de andere keer de wereldberoemde tapijten met de eenhoorns. De buurt van museum Cluny was het Romeinse centrum en als je daar rondwandelt tref je overal bordjes die je de weg wijzen naar een Romeins monument. Je gaat ergens een poort onderdoor en  dan sta je zomaar midden in een arena. Asjemenou!

Een ander museum dat ik altijd bezoek is het museum van naïeve kunst. Dat verandert nogal eens van naam, omdat aanduidingen1711VG Parijs2 als ‘naïef’ of ‘primitief’ opgevat kunnen worden als denigrerend. Maar het gaat om kunst van mensen die geen kunstenaar zijn, geen opleiding hebben gehad en vaak een afwijkende maatschappelijke status hebben, zoals psychiatrische patiënt of dakloze o.i.d. Er zijn alleen tijdelijke tentoonstellingen en die zijn bijna altijd fantastisch. Vaak spreekt er een zekere bezetenheid uit het werk, bijvoorbeeld bij iemand die niets anders doet dan autobussen tekenen.

Ik zou deze keer zeker naar de Notre Dame gaan, want ik had de kerk nog niet in gewonde toestand gezien. Daar vlakbij is bovendien de Sainte Chapel, die ik ook altijd bezoek. Deze gotische kapel verkeert geheel in oorspronkelijke staat, met beschilderde muren en pilaren en is een architectonisch juweeltje. En ik moet ook altijd naar de begraafplaats van Montmartre, want die ligt op een heuvel en je moet trap-op trap-af om alles te kunnen bekijken. Er gaat een weg overheen, waaronder gewoon nog begraven wordt.

Er liggen bekende mensen, maar dat interesseert me niet zo, hoewel je aan het protserige graf van de lieveling van Mart Smeets, de zangeres Dalida, niet zomaar voorbij kunt lopen. Ik wilde deze keer ook een paar kleinere begraafplaatsen aan de rand van de stad bezoeken, bijvoorbeeld de piepkleine begraafplaats Parisien de la Chapelle of de begraafplaats Sud de Clichy, die zo romantisch aan het spoor ligt. Wat ook niet mag ontbreken is een wandeling langs het Canal St Martin. Dat kan op de laatste dag, op weg naar het Gare du Nord, want daar ga ik altijd te voet naar toe. Maar het is ook leuk om naar het Gare te lopen via de passages bij de Boulevard Montmartre.

Dit zal er dus allemaal niet van komen. Wat een sof! Gelukkig zit het goed in mijn hoofd en kan het ook volgend jaar.

-------
De plaatjes zijn van de schrijfster
© 2020 Katharina Kouwenhoven
powered by CJ2