archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 17
Jaargang 17
2 juli 2020
Nummer 18 verschijnt op
3 september 2020
Bezigheden > Ontmoetingen delen printen terug
In Bus 24 Frits Hoorweg

1711BZ BusIn de bus was een plekje vrij bij twee tegenover elkaar geplaatste tweezitsbanken. Die zie je steeds minder lijkt het wel, misschien omdat mensen tegenwoordig liefst met hun telefoon bezig zijn. In het compartiment waar ik aanschoof waren een man en een vrouw, tegenover elkaar gezeten, serieus in gesprek. De man legde de vrouw uit waarom Slowaken en Tsjechen veel met elkaar gemeen hebben, maar ook graag ruzie maken. Zij reageerde met interesse. Misschien was de man wel bezig een vraag van haar te beantwoorden.

Ik voelde al gauw de onbedwingbare neiging om me ermee te bemoeien. Het onderwerp bracht een herinnering boven, die ooit enigszins traumatisch was maar nu vooral lachwekkend. Een jaar of vijfentwintig geleden speelde dit zich af. Wij deden in die tijd projecten in Oost-Europa en er was op dat moment sprake van een mogelijke opdracht in het pas verzelfstandigde Slowakije. Voorlichting bij rampen was het thema en het zou wel eens mooi kunnen aansluiten op een vergelijkbare opdracht die we in Tsjechië hadden uitgevoerd. Op ambtelijk niveau zag men er wel wat in en vol goede moed vloog ik naar Bratislava, om een mooie opdracht binnen te slepen.

Naam en functie van de persoon waarmee ik sprak heb ik verdrongen. Hij had duidelijk meer oog voor politieke aspecten dan de ambtenaren waar ik eerder mee had gecommuniceerd. Zodra het hem duidelijk werd dat het ging om iets dat uitgelegd kon worden als een soort replica van wat bij de buren was gebeurd, was het gesprek over. ‘Hartelijk dank voor uw komst naar onze mooie stad!’
Ja, humor hebben die Slowaken wel, dat delen ze graag met hun buren.

Bij de boekhandel
Eigenlijk is dit een inleiding die weinig met het vervolg te maken heeft. Behalve dan dat ik die man uit de bus later weer tegenkwam in de boekwinkel. Daar nam hij de vrijheid (voor wat hoort wat!) mij deelgenoot te maken van iets met meer actualiteitswaarde. Hij (Jacques Duivenvoorden) had z’n best gedaan, samen met anderen, om een bijzonder boekje vertaald en uitgegeven te krijgen. Het gaat om: ‘De schoolmeester’ van Bozena Nemcova uit 1860, toen uitgegeven in Praag. Voor € 9,90 was ik een paar dagen later eigenaar van een prachtig uitgegeven kleinood. Het bevat het ontroerende verhaal van een klein meisje dat erg opziet tegen naar school gaan, maar daar voorbeeldig opgevangen wordt door een fantastische, toegewijde schoolmeester.

De schoolmeester gaat duidelijk uit van nogal modern aandoende inzichten (waarover zo iets meer), maar wat mij vooral zo frappeert is dat hij eigenlijk alles doet. Af en toe staat zijn vrouw hem bij, maar verder is hij de rots in de branding. Niet te vergelijken met zoals het nu bij ons toegaat, lijkt mij. De ene parttimer wordt bij ons al gauw opgevolgd door een andere en dan even later … .
Het kan geen kwaad de consequenties daarvan eens goed tot je te laten doordringen.

In het Onderwijsmuseum
Het boekje werd 8 februari jl. feestelijk gepresenteerd in het Nationaal Onderwijsmuseum in Dordrecht. Spreker was de onderwijshistoricus Dr. Jacques Dane. Hij ging vooral in op de historisch gezien opmerkelijke aspecten van het boekje: de afwezigheid van straffen en de prominentie van enthousiasmeren, de nadruk op aanschouwelijkheid ook. Niet toevallig vooral door een Tsjech (Jan Amos Komensky, wij zijn gewend hem Comenius te noemen) gepropageerd.

Maar waarom deze uitgave?
Interessant, grappig, ontroerend ook wel, maar waarom maakt Jacques Duivenvoorden hier zoveel werk van? Op Internet zie je (of ontstaat de indruk) dat hij consultant is, net als ik was. Zou hij ook opdrachten doen daar?

Via de mail leg ik hem die vraag voor en wat blijkt:

‘Mijn moeder Jirina Duivenvoorden-Krizlova (1924-2016) is in Tsjecho-Slowakije geboren. Mijn ouders hebben1711BZ Bus2 elkaar in de Tweede Wereldoorlog leren kennen, in 1943/1944, in een Duitse wapenfabriek in Emmendingen (vlakbij Freiburg), waar zij beiden als dwangarbeiders te werk waren gesteld. Mijn moeder had een Tsjechische geïllustreerde uitgave en ik verwonderde mij erover dat er geen Nederlandse vertaling was, omdat ik geen Tsjechisch kan lezen en de taal nauwelijks beheers.’

-------
De schoolmeester, Bozena Nemcova, www.uitgeverijdouane.nl
Oorspronkelijke titel: Pan ucitel
Vertaald uit het Tsjechisch door: Irma Pieper
Tsjechische namen horen gesierd te worden met bij ons niet zo gangbare tekens. Het lukt niet om die in onze (wat gedateerde) opmaak te verwerken.


© 2020 Frits Hoorweg meer Frits Hoorweg - meer "Ontmoetingen" -
Bezigheden > Ontmoetingen
In Bus 24 Frits Hoorweg
1711BZ BusIn de bus was een plekje vrij bij twee tegenover elkaar geplaatste tweezitsbanken. Die zie je steeds minder lijkt het wel, misschien omdat mensen tegenwoordig liefst met hun telefoon bezig zijn. In het compartiment waar ik aanschoof waren een man en een vrouw, tegenover elkaar gezeten, serieus in gesprek. De man legde de vrouw uit waarom Slowaken en Tsjechen veel met elkaar gemeen hebben, maar ook graag ruzie maken. Zij reageerde met interesse. Misschien was de man wel bezig een vraag van haar te beantwoorden.

Ik voelde al gauw de onbedwingbare neiging om me ermee te bemoeien. Het onderwerp bracht een herinnering boven, die ooit enigszins traumatisch was maar nu vooral lachwekkend. Een jaar of vijfentwintig geleden speelde dit zich af. Wij deden in die tijd projecten in Oost-Europa en er was op dat moment sprake van een mogelijke opdracht in het pas verzelfstandigde Slowakije. Voorlichting bij rampen was het thema en het zou wel eens mooi kunnen aansluiten op een vergelijkbare opdracht die we in Tsjechië hadden uitgevoerd. Op ambtelijk niveau zag men er wel wat in en vol goede moed vloog ik naar Bratislava, om een mooie opdracht binnen te slepen.

Naam en functie van de persoon waarmee ik sprak heb ik verdrongen. Hij had duidelijk meer oog voor politieke aspecten dan de ambtenaren waar ik eerder mee had gecommuniceerd. Zodra het hem duidelijk werd dat het ging om iets dat uitgelegd kon worden als een soort replica van wat bij de buren was gebeurd, was het gesprek over. ‘Hartelijk dank voor uw komst naar onze mooie stad!’
Ja, humor hebben die Slowaken wel, dat delen ze graag met hun buren.

Bij de boekhandel
Eigenlijk is dit een inleiding die weinig met het vervolg te maken heeft. Behalve dan dat ik die man uit de bus later weer tegenkwam in de boekwinkel. Daar nam hij de vrijheid (voor wat hoort wat!) mij deelgenoot te maken van iets met meer actualiteitswaarde. Hij (Jacques Duivenvoorden) had z’n best gedaan, samen met anderen, om een bijzonder boekje vertaald en uitgegeven te krijgen. Het gaat om: ‘De schoolmeester’ van Bozena Nemcova uit 1860, toen uitgegeven in Praag. Voor € 9,90 was ik een paar dagen later eigenaar van een prachtig uitgegeven kleinood. Het bevat het ontroerende verhaal van een klein meisje dat erg opziet tegen naar school gaan, maar daar voorbeeldig opgevangen wordt door een fantastische, toegewijde schoolmeester.

De schoolmeester gaat duidelijk uit van nogal modern aandoende inzichten (waarover zo iets meer), maar wat mij vooral zo frappeert is dat hij eigenlijk alles doet. Af en toe staat zijn vrouw hem bij, maar verder is hij de rots in de branding. Niet te vergelijken met zoals het nu bij ons toegaat, lijkt mij. De ene parttimer wordt bij ons al gauw opgevolgd door een andere en dan even later … .
Het kan geen kwaad de consequenties daarvan eens goed tot je te laten doordringen.

In het Onderwijsmuseum
Het boekje werd 8 februari jl. feestelijk gepresenteerd in het Nationaal Onderwijsmuseum in Dordrecht. Spreker was de onderwijshistoricus Dr. Jacques Dane. Hij ging vooral in op de historisch gezien opmerkelijke aspecten van het boekje: de afwezigheid van straffen en de prominentie van enthousiasmeren, de nadruk op aanschouwelijkheid ook. Niet toevallig vooral door een Tsjech (Jan Amos Komensky, wij zijn gewend hem Comenius te noemen) gepropageerd.

Maar waarom deze uitgave?
Interessant, grappig, ontroerend ook wel, maar waarom maakt Jacques Duivenvoorden hier zoveel werk van? Op Internet zie je (of ontstaat de indruk) dat hij consultant is, net als ik was. Zou hij ook opdrachten doen daar?

Via de mail leg ik hem die vraag voor en wat blijkt:

‘Mijn moeder Jirina Duivenvoorden-Krizlova (1924-2016) is in Tsjecho-Slowakije geboren. Mijn ouders hebben1711BZ Bus2 elkaar in de Tweede Wereldoorlog leren kennen, in 1943/1944, in een Duitse wapenfabriek in Emmendingen (vlakbij Freiburg), waar zij beiden als dwangarbeiders te werk waren gesteld. Mijn moeder had een Tsjechische geïllustreerde uitgave en ik verwonderde mij erover dat er geen Nederlandse vertaling was, omdat ik geen Tsjechisch kan lezen en de taal nauwelijks beheers.’

-------
De schoolmeester, Bozena Nemcova, www.uitgeverijdouane.nl
Oorspronkelijke titel: Pan ucitel
Vertaald uit het Tsjechisch door: Irma Pieper
Tsjechische namen horen gesierd te worden met bij ons niet zo gangbare tekens. Het lukt niet om die in onze (wat gedateerde) opmaak te verwerken.
© 2020 Frits Hoorweg
powered by CJ2