archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 11
Jaargang 17
26 maart 2020
Nummer 12 verschijnt op
9 april 2020
Bezigheden > Mode delen printen terug
Eigen baard is goud waard Bram Schilperoord

1711BZ BaardHet is heus niet zo dat elke vernieuwing aan het merendeel van de mensen voorbijgaat, zoals sceptici beweren. Dat bewijst de populariteit van de gezichtsbeharing bij mannen, die massaal ingang heeft gevonden. Merkwaardig genoeg vooral onder twintigers en dertigers. Een jaar of vijf geleden voorzichtig geïntroduceerd en door mensen die het weten kunnen (trendwatchers en futuristen) geen lang leven beschoren. Nu tel je als (jonge) man niet meer mee als je geen baard draagt, of tenminste een aanzet daartoe hebt middels een stoppelige kin.

Aanvankelijk zag je dat verschijnsel – de aanzet tot een baard – voornamelijk bij mannen met weinig of geen hoofdhaar, zeg maar als een soort compensatie voor het gemis aan hoofdhaar. Maar inmiddels zijn ook mannen die nog een weelderige bos haar op hun hoofd hebben voorzien van een pluizige kinbedekking. Het heeft even geduurd maar zelfs onze koning kon er niet aan ontkomen. Hetgeen hem – dat mag wel eens gezegd worden – uitstekend staat.

Bij een baard hoort een snor en dat is natuurlijk het ergst wat een mannengezicht kan overkomen. De snordrager werd nog niet zo lang geleden vaak bestookt met 'leuke' opmerkingen als poppesnor, zeiksnor, snorbie, afgezakte wenkbrauw. In het ergste geval werd verondersteld dat een hangsnor wellicht een hazenlip zou verbergen. Kortom mannen met snorren deugden niet, of hadden wellicht een lichamelijk gebrek te verbergen. Maar dat is nu allemaal voorbij en zoals het vaak gaat, als iets eenmaal geaccepteerd is doet (bijna) iedereen mee.

Nog veel eerder dan de tegenwoordige mode van het baardje waren er de 'tochtlatten' of 'bakkebaarden', in het Engels 'sideburns'. Een beharing die de oren grotendeels aan het zicht onttrokken. Kaal of grijs, oud of bejaard, rijk of gefortuneerd, iedereen had ze. Maar ook jongeren konden zich er wel in vinden. Prima windvangers ook. ‘Beard or sideburns’ ik geloof dat het begin van alles wel eens de afkeer van de kapsalon geweest kan zijn. De ouderwetse kapsalon met z'n entourage van haarwaters en oudbakken leesmappen. Een bezoek daaraan was voor een heleboel mannen een drieweeks terugkerende kwelling.

Met daarin de kapper, die in meligheid niet voor zijn werkruimte onderdeed, met teksten over weer en verkeer. ‘Is het mes goed? Hoe draagt meneer de scheiding, links of rechts?’ Termen als gedekt model, bijknippen, baard en nek uitscheren klinken me nu nog als dreigementen in de oren. Wat je ook zei tegen zo’n kapper: ‘Niet te kort, dáár niet knippen’, niets hielp. Eenmaal strak vastgebonden onder het laken was het de kapper die uitmaakte hoe er geschoren of geknipt werd. Gaat de conclusie te ver dat de kapper zelf de aanleiding is geweest tot de huidige baard- en snorcultus? Zou toch kunnen?

------
Het plaatje is van Freek de Vries Lentsch


© 2020 Bram Schilperoord meer Bram Schilperoord - meer "Mode"
Bezigheden > Mode
Eigen baard is goud waard Bram Schilperoord
1711BZ BaardHet is heus niet zo dat elke vernieuwing aan het merendeel van de mensen voorbijgaat, zoals sceptici beweren. Dat bewijst de populariteit van de gezichtsbeharing bij mannen, die massaal ingang heeft gevonden. Merkwaardig genoeg vooral onder twintigers en dertigers. Een jaar of vijf geleden voorzichtig geïntroduceerd en door mensen die het weten kunnen (trendwatchers en futuristen) geen lang leven beschoren. Nu tel je als (jonge) man niet meer mee als je geen baard draagt, of tenminste een aanzet daartoe hebt middels een stoppelige kin.

Aanvankelijk zag je dat verschijnsel – de aanzet tot een baard – voornamelijk bij mannen met weinig of geen hoofdhaar, zeg maar als een soort compensatie voor het gemis aan hoofdhaar. Maar inmiddels zijn ook mannen die nog een weelderige bos haar op hun hoofd hebben voorzien van een pluizige kinbedekking. Het heeft even geduurd maar zelfs onze koning kon er niet aan ontkomen. Hetgeen hem – dat mag wel eens gezegd worden – uitstekend staat.

Bij een baard hoort een snor en dat is natuurlijk het ergst wat een mannengezicht kan overkomen. De snordrager werd nog niet zo lang geleden vaak bestookt met 'leuke' opmerkingen als poppesnor, zeiksnor, snorbie, afgezakte wenkbrauw. In het ergste geval werd verondersteld dat een hangsnor wellicht een hazenlip zou verbergen. Kortom mannen met snorren deugden niet, of hadden wellicht een lichamelijk gebrek te verbergen. Maar dat is nu allemaal voorbij en zoals het vaak gaat, als iets eenmaal geaccepteerd is doet (bijna) iedereen mee.

Nog veel eerder dan de tegenwoordige mode van het baardje waren er de 'tochtlatten' of 'bakkebaarden', in het Engels 'sideburns'. Een beharing die de oren grotendeels aan het zicht onttrokken. Kaal of grijs, oud of bejaard, rijk of gefortuneerd, iedereen had ze. Maar ook jongeren konden zich er wel in vinden. Prima windvangers ook. ‘Beard or sideburns’ ik geloof dat het begin van alles wel eens de afkeer van de kapsalon geweest kan zijn. De ouderwetse kapsalon met z'n entourage van haarwaters en oudbakken leesmappen. Een bezoek daaraan was voor een heleboel mannen een drieweeks terugkerende kwelling.

Met daarin de kapper, die in meligheid niet voor zijn werkruimte onderdeed, met teksten over weer en verkeer. ‘Is het mes goed? Hoe draagt meneer de scheiding, links of rechts?’ Termen als gedekt model, bijknippen, baard en nek uitscheren klinken me nu nog als dreigementen in de oren. Wat je ook zei tegen zo’n kapper: ‘Niet te kort, dáár niet knippen’, niets hielp. Eenmaal strak vastgebonden onder het laken was het de kapper die uitmaakte hoe er geschoren of geknipt werd. Gaat de conclusie te ver dat de kapper zelf de aanleiding is geweest tot de huidige baard- en snorcultus? Zou toch kunnen?

------
Het plaatje is van Freek de Vries Lentsch
© 2020 Bram Schilperoord
powered by CJ2