archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 11
Jaargang 17
26 maart 2020
Nummer 12 verschijnt op
9 april 2020
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept delen printen terug
Griep (1) Frits Hoorweg

1708VG GriepMet een oud-collega van het ministerie zat ik, jaren geleden alweer, te praten over enge ziekten, in het bijzonder over de ontwrichtende werking die ze kunnen hebben op het openbare leven. Een boek met de onheilspellende titel: The coming plague, had diepe indruk op me gemaakt. De schrijfster ervan, Laurie Garrett, beschreef het verwoestende effect dat nieuwe ziekten als Aids en Ebola hebben, vooral in Afrika. Zij voorspelde dat we nog veel meer last van dergelijke nieuwigheden krijgen en dat het Westen er niet van verschoond blijft.

Zij zag daar twee redenen voor. Doordat er meer gereisd wordt, komen mensen vaker met ziekten in aanraking die misschien niet nieuw zijn, maar voor hen wel en daardoor kunnen ze een dramatisch effect hebben. Maar daar komt volgens haar nog bij dat door het grootschalig gebruik van allerlei medicijnen, bacteriën en virussen steeds sneller nieuwe mutanten gaan voortbrengen. Onze klassieke beheersingsmethoden: preventief inenten en controles aan de grenzen, zullen steeds meer te kort schieten. Voor je het weet hebben we iets in huis als de pest, maar dan wel zonder dat we weten wat het is en hoe het zich gedraagt. Laat staan dat we een idee hebben hoe we het moeten controleren.

Mijn gesprekspartner, een deskundige op dit gebied, nam rustig de tijd voor zijn broodje terwijl ik met mijn samenvatting van het boek bezig was. Ook nadat ik klaar was, kauwde hij nog rustig door.
'Is dit allemaal onzin?', vroeg ik beschaamd, omdat ik me blijkbaar voor niks op stang had laten jagen, maar toch ook hoopvol, omdat het misschien allemaal wel mee zou vallen. Hij schudde zijn hoofd en zei toen: 'Griep; griep is waarschijnlijk een grotere bedreiging van de openbare orde dan de ‘plagen’ die mevrouw Garrett voorspelt.'

Vervolgens kreeg ik een klein college over de schade die een griepepidemie kan aanrichten. Griep kan heel snel om zich heen grijpen en daarom kan zelfs een betrekkelijk onschuldige variant binnen korte tijd een verlammende uitwerking hebben op het openbare leven. Ga maar na wat een enorm effect een personeelstekort heeft op de uitvoering van de dienstregeling van de NS. Er is niet zo veel fantasie voor nodig om je een voorstelling te maken van een land waarin de bevoorrading van winkels gaat haperen. Op papier lijkt het of de speelruimte die je hebt enorm is, de meeste goederen die vervoerd worden zijn immers luxe goederen. Door slim prioriteiten te stellen kun je, alweer op papier, er voor zorgen dat de eerste levensbehoeften voorrang krijgen. Maar zo werkt het niet. Het publiek reageert op een geringe afwijking van het normale patroon door te gaan hamsteren.

Laatst bleek dat weer eens toen de aanvoer van melk even haperde,1708VG Flu als gevolg van de uitbraak van mond-en-klauwzeer. Mijn inschatting is dat 5 tot 10% afwijking van het normale patroon al tot grote problemen kan leiden. Plannen maken voor dat soort situaties is heel moeilijk. Veel verder dan een paar globale dingen kom je niet: de bevoegdheid scheppen om in te grijpen, het leger gereed houden en zorgen dat er reservevoorraden zijn. Alles in de hoop dat je er creatief gebruik van kunt maken als het zover is.
Vandaar dat de autoriteiten die over onze volksgezondheid waken er alles aan doen om te voorkomen dat we met z’n allen een ernstige griep krijgen. Nieuwe griepvarianten worden nauwkeurig in de gaten gehouden en onderzocht en zo nodig worden vaccins ontwikkeld.

Toen ik dat gesprek voerde, was ik mij er nog niet van bewust dat een echt gemene griepepidemie heel veel slachtoffers kan maken. Het onderricht dat ik ter plekke kreeg maakte me weliswaar iets wijzer, maar het drong toch niet erg tot me door hoe erg het kan zijn. Daar was weer een ander boek voor nodig, namelijk Flu, geschreven door Gina Kolata. In 1918, toen de Eerste Wereldoorlog ten einde liep, woedde een griepepidemie die, naar nu wordt geschat, 40 miljoen slachtoffers maakte. De oorlog zelf was ook een slachting geweest, maar had nog niet de helft van dat aantal doden veroorzaakt. De symptomen van de griep worden, in weer een ander boek, als volgt beschreven: 'een heftige neusbloeding, gevolgd door hoge koorts, piepende ademhaling en tenslotte verstikking.'

Het boek van mevrouw Kolata bestaat voor een belangrijk deel uit een beschrijving van de pogingen die jaren later zijn ondernomen om de griepvariant die toen heeft rondgewaard te determineren. In 1918 wist men nog niet genoeg van griep en daarom was er geen doelgericht onderzoek geweest, althans naar onze huidige inzichten. Met de kennis en de middelen van nu zou veel beter onderzoek mogelijk zijn. Als het virus er tenminste nog zou zijn. Hier en daar zijn zelfs lijken opgegraven die in permanent bevroren grond min of meer intact waren gebleven. De onderzoekers hoopten het virus levend aan te treffen en er een DNA-analyse op te kunnen loslaten. Helaas is dat niet gelukt. Door allerlei ander onderzoek heeft men in de loop der jaren echter wel een redelijk vermoeden gekregen van de kenmerken van het virus. Met die kennis gewapend moeten we zien te voorkomen dat hetzelfde, of een soortgelijk virus ons nog eens zo te pakken neemt als toen.
(wordt vervolgd)

-----
Dit epistel en het volgende deel dat in nummer 1709 zal worden geplaatst, dateert uit 2001. Het heeft een tijdlang op de website gestaan van het adviesbureau Hoorweg&Quint. Van verlies aan actualiteitswaarde lijkt nauwelijks sprake.


© 2020 Frits Hoorweg meer Frits Hoorweg - meer "De wereldliteratuur roept" -
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept
Griep (1) Frits Hoorweg
1708VG GriepMet een oud-collega van het ministerie zat ik, jaren geleden alweer, te praten over enge ziekten, in het bijzonder over de ontwrichtende werking die ze kunnen hebben op het openbare leven. Een boek met de onheilspellende titel: The coming plague, had diepe indruk op me gemaakt. De schrijfster ervan, Laurie Garrett, beschreef het verwoestende effect dat nieuwe ziekten als Aids en Ebola hebben, vooral in Afrika. Zij voorspelde dat we nog veel meer last van dergelijke nieuwigheden krijgen en dat het Westen er niet van verschoond blijft.

Zij zag daar twee redenen voor. Doordat er meer gereisd wordt, komen mensen vaker met ziekten in aanraking die misschien niet nieuw zijn, maar voor hen wel en daardoor kunnen ze een dramatisch effect hebben. Maar daar komt volgens haar nog bij dat door het grootschalig gebruik van allerlei medicijnen, bacteriën en virussen steeds sneller nieuwe mutanten gaan voortbrengen. Onze klassieke beheersingsmethoden: preventief inenten en controles aan de grenzen, zullen steeds meer te kort schieten. Voor je het weet hebben we iets in huis als de pest, maar dan wel zonder dat we weten wat het is en hoe het zich gedraagt. Laat staan dat we een idee hebben hoe we het moeten controleren.

Mijn gesprekspartner, een deskundige op dit gebied, nam rustig de tijd voor zijn broodje terwijl ik met mijn samenvatting van het boek bezig was. Ook nadat ik klaar was, kauwde hij nog rustig door.
'Is dit allemaal onzin?', vroeg ik beschaamd, omdat ik me blijkbaar voor niks op stang had laten jagen, maar toch ook hoopvol, omdat het misschien allemaal wel mee zou vallen. Hij schudde zijn hoofd en zei toen: 'Griep; griep is waarschijnlijk een grotere bedreiging van de openbare orde dan de ‘plagen’ die mevrouw Garrett voorspelt.'

Vervolgens kreeg ik een klein college over de schade die een griepepidemie kan aanrichten. Griep kan heel snel om zich heen grijpen en daarom kan zelfs een betrekkelijk onschuldige variant binnen korte tijd een verlammende uitwerking hebben op het openbare leven. Ga maar na wat een enorm effect een personeelstekort heeft op de uitvoering van de dienstregeling van de NS. Er is niet zo veel fantasie voor nodig om je een voorstelling te maken van een land waarin de bevoorrading van winkels gaat haperen. Op papier lijkt het of de speelruimte die je hebt enorm is, de meeste goederen die vervoerd worden zijn immers luxe goederen. Door slim prioriteiten te stellen kun je, alweer op papier, er voor zorgen dat de eerste levensbehoeften voorrang krijgen. Maar zo werkt het niet. Het publiek reageert op een geringe afwijking van het normale patroon door te gaan hamsteren.

Laatst bleek dat weer eens toen de aanvoer van melk even haperde,1708VG Flu als gevolg van de uitbraak van mond-en-klauwzeer. Mijn inschatting is dat 5 tot 10% afwijking van het normale patroon al tot grote problemen kan leiden. Plannen maken voor dat soort situaties is heel moeilijk. Veel verder dan een paar globale dingen kom je niet: de bevoegdheid scheppen om in te grijpen, het leger gereed houden en zorgen dat er reservevoorraden zijn. Alles in de hoop dat je er creatief gebruik van kunt maken als het zover is.
Vandaar dat de autoriteiten die over onze volksgezondheid waken er alles aan doen om te voorkomen dat we met z’n allen een ernstige griep krijgen. Nieuwe griepvarianten worden nauwkeurig in de gaten gehouden en onderzocht en zo nodig worden vaccins ontwikkeld.

Toen ik dat gesprek voerde, was ik mij er nog niet van bewust dat een echt gemene griepepidemie heel veel slachtoffers kan maken. Het onderricht dat ik ter plekke kreeg maakte me weliswaar iets wijzer, maar het drong toch niet erg tot me door hoe erg het kan zijn. Daar was weer een ander boek voor nodig, namelijk Flu, geschreven door Gina Kolata. In 1918, toen de Eerste Wereldoorlog ten einde liep, woedde een griepepidemie die, naar nu wordt geschat, 40 miljoen slachtoffers maakte. De oorlog zelf was ook een slachting geweest, maar had nog niet de helft van dat aantal doden veroorzaakt. De symptomen van de griep worden, in weer een ander boek, als volgt beschreven: 'een heftige neusbloeding, gevolgd door hoge koorts, piepende ademhaling en tenslotte verstikking.'

Het boek van mevrouw Kolata bestaat voor een belangrijk deel uit een beschrijving van de pogingen die jaren later zijn ondernomen om de griepvariant die toen heeft rondgewaard te determineren. In 1918 wist men nog niet genoeg van griep en daarom was er geen doelgericht onderzoek geweest, althans naar onze huidige inzichten. Met de kennis en de middelen van nu zou veel beter onderzoek mogelijk zijn. Als het virus er tenminste nog zou zijn. Hier en daar zijn zelfs lijken opgegraven die in permanent bevroren grond min of meer intact waren gebleven. De onderzoekers hoopten het virus levend aan te treffen en er een DNA-analyse op te kunnen loslaten. Helaas is dat niet gelukt. Door allerlei ander onderzoek heeft men in de loop der jaren echter wel een redelijk vermoeden gekregen van de kenmerken van het virus. Met die kennis gewapend moeten we zien te voorkomen dat hetzelfde, of een soortgelijk virus ons nog eens zo te pakken neemt als toen.
(wordt vervolgd)

-----
Dit epistel en het volgende deel dat in nummer 1709 zal worden geplaatst, dateert uit 2001. Het heeft een tijdlang op de website gestaan van het adviesbureau Hoorweg&Quint. Van verlies aan actualiteitswaarde lijkt nauwelijks sprake.
© 2020 Frits Hoorweg
powered by CJ2