archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 11
Jaargang 17
26 maart 2020
Nummer 12 verschijnt op
9 april 2020
Beschouwingen > Het leven zelf delen printen terug
Bericht aan de toekomst Arie de Jong

1708BS ToekomstHoewel niet zo helder is waar de grens ligt van ons zonnestelsel, moet een ruimtevaartuig (een Voyager, gelanceerd in 1977) die recent hebben overschreden, na al tientallen jaren onderweg geweest te zijn. In dat ruimtevaartuig bevinden zich allerlei attributen waarmee wezens die dat ruimtevaartuig oppikken een idee kunnen krijgen van de mensheid. Het belangrijkste: een gouden plaat waarop informatie aanwezig is over de mensheid en de cultuur. Zulke gouden platen waren ook al aanwezig op eerdere ruimtevaartuigen (Pioneer 10 en Pioneer 11), gelanceerd in 1972 en 1973, maar het contact daarmee is al lang geleden gestopt. We weten niet eens of het deze raketten gelukt is het zonnestelsel te verlaten.

Zo vliegt de Pioneer 10 in de richting van de ster Aldebaran en moet daar over ongeveer 2 miljoen jaar aankomen. Maar we zullen het nooit weten, of op zijn best over meer dan 2 miljoen jaar. Hoe onzinnig ook op het eerste gezicht, het gaat om een fascinerend fenomeen. De behoefte om aan onbekende, toekomstige wezens te laten weten dat op aarde een mensheid zich had ontwikkeld, hoe deze mensen er uit zagen, naar welke muziek ze luisterden en nog meer van dat soort zaken. Ik spreek in de verleden tijd, want tegen de tijd dat die veronderstelde wezens kennis nemen van al deze informatie, is die miljoenen jaren oud.

Zo is er altijd de behoefte geweest boodschappen te zenden aan de toekomst, overigens meestal bedoeld voor komende mensengeneraties, zeker vanaf het moment dat het schrift werd uitgevonden. Het mooie is: dat heeft een belangrijke en onbedoelde functie gehad. Denk aan de grafschriften van duizenden jaren geleden, waardoor we iets te weten komen van mensen en culturen die er lang geleden waren en soms verder geen enkel spoor hebben achtergelaten.

Misschien wel het meest indrukwekkende bericht aan de toekomst werd afgegeven in het Nieuwe Testament, over de jongste dag en de voorspellingen hoe het einde der tijden zou worden aangekondigd en zich vervolgens zou voltrekken. In de jaren ’60 schreef Harry Mulisch daar een fraaie, zo niet hilarische, parodie op, mede naar aanleiding van de folder aan alle huishoudens in Nederland over wat te doen bij een atoomaanval. ‘Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf tijdens de Jongste Dag’ noemde hij dit werkstuk uit 1961. Het begon met de onheilspellende zin: ‘Aangezien Johannes op Patmos heeft verzuimd de exakte datum voor de Jongste Dag aan te geven, moeten wij helaas elke dag op het ergste voorbereid zijn’.

Wat staat ons op de jongste dag te wachten (en dan volg ik niet Harry Mulisch, maar de primaire bron en wel door de ogen van de lezers van het Woord)? Door de eeuwen heen hebben veel schilders zich dat ook afgevraagd, wat er op de jongste dag zou gebeuren. Toen ik recent de Lakenhal in Leiden bezocht, ben ik weer eens gaan zitten voor het drieluik van Lucas van Leijden. Daar wordt een en ander plastisch afgebeeld. Vooral het rechter paneel heeft altijd grote indruk op me gemaakt. Daar wordt verbeeld wat de mensen overkomt die op de jongste dag de hel ingedreven worden. Die zijn eerst op het1708BS Toekomst2 middenpaneel uit hun graven tevoorschijn gekomen, blijken allemaal ongeveer 30 jaar oud en ongekleed te zijn en worden, vaak als echtpaar, door hulpjes van God en van de duivel naar de rokende muil van de hel geleid. Wat die arme mensen misdaan hebben om eeuwig te moeten branden, blijft uiteraard onduidelijk.

Net zo min als dat duidelijk is waar de eveneens blote dertigers het aan verdiend hebben om geleid te worden op de weg naar de hemel. Wat mij zo fascineert is je in te denken hoe mensen in de 16de eeuw deze beelden hebben ondergaan. Meenden ze beelden te zien van een toekomstige dag, dat ze uit hun graf zouden rijzen en geoordeeld worden: naar de hemel of naar de hel? Of namen ze het met een korreltje zout en genoten ze verder van het leven? Ik vrees toch het eerste, want de goedgelovigheid van de meeste mensen is grenzeloos. Dachten ze echt dat de hel zich pas zou openen op de jongste dag en dan in de vorm van een hellemond? En dat er een legertje helpers van de duivel was die in goede samenwerking met de helpers uit de hemel de opgestane doden met hellebaarden en hooivorken de hel in zou drijven? Absurd.

Het vraagstuk van een bericht aan de toekomst doet zich in vol ornaat voor bij de opslag van kernafval. Zoals bekend geeft kernafval nog heel lang gevaarlijke straling af. Althans een deel van dat afval, laten we het niet hebben over het ziekenhuisafval dat bijna net zo zorgvuldig wordt opgeborgen als radioactieve isotopen. De halfwaardetijd van dergelijke isotopen is zo lang dat die nog tienduizenden jaren een gevaar kunnen vormen. Hoe geef je een bericht door aan mensen die pas millennia na ons leven? Dat kan niet, althans dat is ons als mensheid tot nu toe niet goed gelukt. Hoe zeer ook het gebruik van kernenergie aanlokkelijk is in een tijd dat we het gebruik van olie en kolen moeten stoppen, daar zit toch een vervelend probleem.

Ik keer terug naar de berichten die we verzenden met raketten, de verre ruimte in. En die normaal gesproken nergens terecht komen en als dat toch het geval is, dan is het weer onwaarschijnlijk dat, net op dat moment en op die plaats, ‘leven’ is met voldoende intelligentie. Als dat toch zo mocht zijn, dan is het weer uiterst onwaarschijnlijk dat men dezelfde technologie heeft ontwikkeld als wij mensen dat hebben gedaan. Bovendien moeten ze dan ook nog wijs kunnen worden uit de berichten die we hebben verzonden. Kortom: we verspreiden een illusie waar we zelf in geloven. Een probleem waar de mensheid wel vaker aan lijdt.

Tot nu toe is het andere beschavingen in het heelal (als die er al zijn, daar is geen snipper bewijs voor) niet gelukt om enig bericht op de aarde te doen belanden, althans iets dat we als een dergelijk bericht hebben ervaren, laat staan gesnapt. Er is alleen het knagende gevoel dat in een zo oneindige ruimte, met zo idioot veel zonnestelsels en planeten, wij toch niet uniek kunnen zijn.
Misschien moeten we er toch rekening mee houden dat het leven op aarde uniek is. Hoeveel toekomst het heeft? Tsja, dat staat in de sterren geschreven.

-------
De plaatjes zijn van Henk Klaren


© 2020 Arie de Jong meer Arie de Jong - meer "Het leven zelf" -
Beschouwingen > Het leven zelf
Bericht aan de toekomst Arie de Jong
1708BS ToekomstHoewel niet zo helder is waar de grens ligt van ons zonnestelsel, moet een ruimtevaartuig (een Voyager, gelanceerd in 1977) die recent hebben overschreden, na al tientallen jaren onderweg geweest te zijn. In dat ruimtevaartuig bevinden zich allerlei attributen waarmee wezens die dat ruimtevaartuig oppikken een idee kunnen krijgen van de mensheid. Het belangrijkste: een gouden plaat waarop informatie aanwezig is over de mensheid en de cultuur. Zulke gouden platen waren ook al aanwezig op eerdere ruimtevaartuigen (Pioneer 10 en Pioneer 11), gelanceerd in 1972 en 1973, maar het contact daarmee is al lang geleden gestopt. We weten niet eens of het deze raketten gelukt is het zonnestelsel te verlaten.

Zo vliegt de Pioneer 10 in de richting van de ster Aldebaran en moet daar over ongeveer 2 miljoen jaar aankomen. Maar we zullen het nooit weten, of op zijn best over meer dan 2 miljoen jaar. Hoe onzinnig ook op het eerste gezicht, het gaat om een fascinerend fenomeen. De behoefte om aan onbekende, toekomstige wezens te laten weten dat op aarde een mensheid zich had ontwikkeld, hoe deze mensen er uit zagen, naar welke muziek ze luisterden en nog meer van dat soort zaken. Ik spreek in de verleden tijd, want tegen de tijd dat die veronderstelde wezens kennis nemen van al deze informatie, is die miljoenen jaren oud.

Zo is er altijd de behoefte geweest boodschappen te zenden aan de toekomst, overigens meestal bedoeld voor komende mensengeneraties, zeker vanaf het moment dat het schrift werd uitgevonden. Het mooie is: dat heeft een belangrijke en onbedoelde functie gehad. Denk aan de grafschriften van duizenden jaren geleden, waardoor we iets te weten komen van mensen en culturen die er lang geleden waren en soms verder geen enkel spoor hebben achtergelaten.

Misschien wel het meest indrukwekkende bericht aan de toekomst werd afgegeven in het Nieuwe Testament, over de jongste dag en de voorspellingen hoe het einde der tijden zou worden aangekondigd en zich vervolgens zou voltrekken. In de jaren ’60 schreef Harry Mulisch daar een fraaie, zo niet hilarische, parodie op, mede naar aanleiding van de folder aan alle huishoudens in Nederland over wat te doen bij een atoomaanval. ‘Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf tijdens de Jongste Dag’ noemde hij dit werkstuk uit 1961. Het begon met de onheilspellende zin: ‘Aangezien Johannes op Patmos heeft verzuimd de exakte datum voor de Jongste Dag aan te geven, moeten wij helaas elke dag op het ergste voorbereid zijn’.

Wat staat ons op de jongste dag te wachten (en dan volg ik niet Harry Mulisch, maar de primaire bron en wel door de ogen van de lezers van het Woord)? Door de eeuwen heen hebben veel schilders zich dat ook afgevraagd, wat er op de jongste dag zou gebeuren. Toen ik recent de Lakenhal in Leiden bezocht, ben ik weer eens gaan zitten voor het drieluik van Lucas van Leijden. Daar wordt een en ander plastisch afgebeeld. Vooral het rechter paneel heeft altijd grote indruk op me gemaakt. Daar wordt verbeeld wat de mensen overkomt die op de jongste dag de hel ingedreven worden. Die zijn eerst op het1708BS Toekomst2 middenpaneel uit hun graven tevoorschijn gekomen, blijken allemaal ongeveer 30 jaar oud en ongekleed te zijn en worden, vaak als echtpaar, door hulpjes van God en van de duivel naar de rokende muil van de hel geleid. Wat die arme mensen misdaan hebben om eeuwig te moeten branden, blijft uiteraard onduidelijk.

Net zo min als dat duidelijk is waar de eveneens blote dertigers het aan verdiend hebben om geleid te worden op de weg naar de hemel. Wat mij zo fascineert is je in te denken hoe mensen in de 16de eeuw deze beelden hebben ondergaan. Meenden ze beelden te zien van een toekomstige dag, dat ze uit hun graf zouden rijzen en geoordeeld worden: naar de hemel of naar de hel? Of namen ze het met een korreltje zout en genoten ze verder van het leven? Ik vrees toch het eerste, want de goedgelovigheid van de meeste mensen is grenzeloos. Dachten ze echt dat de hel zich pas zou openen op de jongste dag en dan in de vorm van een hellemond? En dat er een legertje helpers van de duivel was die in goede samenwerking met de helpers uit de hemel de opgestane doden met hellebaarden en hooivorken de hel in zou drijven? Absurd.

Het vraagstuk van een bericht aan de toekomst doet zich in vol ornaat voor bij de opslag van kernafval. Zoals bekend geeft kernafval nog heel lang gevaarlijke straling af. Althans een deel van dat afval, laten we het niet hebben over het ziekenhuisafval dat bijna net zo zorgvuldig wordt opgeborgen als radioactieve isotopen. De halfwaardetijd van dergelijke isotopen is zo lang dat die nog tienduizenden jaren een gevaar kunnen vormen. Hoe geef je een bericht door aan mensen die pas millennia na ons leven? Dat kan niet, althans dat is ons als mensheid tot nu toe niet goed gelukt. Hoe zeer ook het gebruik van kernenergie aanlokkelijk is in een tijd dat we het gebruik van olie en kolen moeten stoppen, daar zit toch een vervelend probleem.

Ik keer terug naar de berichten die we verzenden met raketten, de verre ruimte in. En die normaal gesproken nergens terecht komen en als dat toch het geval is, dan is het weer onwaarschijnlijk dat, net op dat moment en op die plaats, ‘leven’ is met voldoende intelligentie. Als dat toch zo mocht zijn, dan is het weer uiterst onwaarschijnlijk dat men dezelfde technologie heeft ontwikkeld als wij mensen dat hebben gedaan. Bovendien moeten ze dan ook nog wijs kunnen worden uit de berichten die we hebben verzonden. Kortom: we verspreiden een illusie waar we zelf in geloven. Een probleem waar de mensheid wel vaker aan lijdt.

Tot nu toe is het andere beschavingen in het heelal (als die er al zijn, daar is geen snipper bewijs voor) niet gelukt om enig bericht op de aarde te doen belanden, althans iets dat we als een dergelijk bericht hebben ervaren, laat staan gesnapt. Er is alleen het knagende gevoel dat in een zo oneindige ruimte, met zo idioot veel zonnestelsels en planeten, wij toch niet uniek kunnen zijn.
Misschien moeten we er toch rekening mee houden dat het leven op aarde uniek is. Hoeveel toekomst het heeft? Tsja, dat staat in de sterren geschreven.

-------
De plaatjes zijn van Henk Klaren
© 2020 Arie de Jong
powered by CJ2