archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 15
Jaargang 17
28 mei 2020
Nummer 16 verschijnt op
18 juni 2020
Beschouwingen > Brief uit ... delen printen terug
... Friesland, over Domela Dik Kruithof

1705BC Domela1Enige jaren geleden was er in het (toen nog) Gemeentemuseum in Den Haag een tentoonstelling van Cesar Domela Nieuwenhuis. In een klein achterafje werd even uitgelegd wie zijn vader was en waren beelden te zien van de begrafenis van zijn vader Ferdinand, ongeveer honderd jaar eerder. Het was indrukwekkend om te zien. Even indrukwekkend was het verhaal dat de arbeidersbeweging het nog jarenlang, met centen en stuivers, mogelijk had gemaakt dat Cesar een goede opleiding kon volgen. Dit jaar is het honderd jaar geleden dat Ferdinand Domela Nieuwenhuis is overleden en voor mijn gevoel is er in Nederland niet veel aandacht aan besteed.

Bij ons in Friesland is dat anders: op de bevrijdingsmarkt in Leeuwarden kwam ik, bij de kraam van de anarchisten, een folder tegen met twintig speciale gebeurtenissen gewijd aan Domela, variërend van speciale tentoonstellingen, nieuwe boeken en lezingen tot een audiovisuele productie (intussen de Domela-passie genoemd). En om de unieke plaats van Domela in de Friese geschiedenis te benadrukken kwam er een speciaal nummer uit van Fryslân, het historisch tijdschrift van het Fries genootschap. Speciaal gewijd aan de ‘Profeet van de hoop’, ofwel ‘Us Ferlosser’, zoals hij in de veengebieden rond Heerenveen werd  genoemd. Hij sprak veel over de ellendige toestand waarin de veenarbeiders verkeerden en liet hen zien wat daaraan te doen.  

Johan Frieswijk komt in ‘Fryslân’ met prachtige anekdotes over de betekenis die Domela had voor 'zijn mensen'. De 19-jarige Theunis van der Duin vertelde zijn vriend 'Domela is dea' terwijl de tranen over zijn
wangen liepen. Antje de Boer was honderd toen ze voor de VARA-televisie werd geïnterviewd. Ze was toen net verhuisd naar het rusthuis van Witmarsum. Het portret van Domela had ze niet mogen meenemen: 'want het is hier een katholiek spultsje'. De Groningse Cathrien Eimers vertelt dat het portret bij haar ouders een relikwie was, je mocht er haast niet naar kijken, laat staan het in je handen nemen. Toen haar vader overleed ging haar moeder kleiner wonen en kreeg zij het1705BS Domela2 portret. Op een gegeven moment had ze er genoeg van en haalde het weg. Moe zei direct ‘woar is Domela?’. Toen ze zei dat het zolang op de vliering lag zei Moe: ‘O, god, dat most je voader 'ns waiten!’

Domela was niet alleen onder arbeiders populair, ook bij middenstanders en kleine boeren. Dat bleek in 1888 toen die groepen voor het eerst mochten stemmen, maar de arbeiders nog niet.  Hij werd kandidaat gesteld in het kiesdistrict Schoterland door een alliantie van socialisten en andere progressieven, de Friese Volksbeweging. De liberale kandidaat werd verslagen met 400 stemmen, die hij erbij kreeg in de tweede stemming, van de kiezers van de afgevallen AR-kandidaat. Dat waren proteststemmen tegen de liberalen, die in de Kamer de gelijkstelling van het christelijk onderwijs hadden geblokkeerd. Domela werd daardoor het eerste rode kamerlid en hij deed dat werk volgens de regels, maar het leverde weinig of niets op omdat hij stelselmatig overal buiten werd gehouden. Hij werd ook niet herkozen.

Roel Sluiter, burgemeester van Harlingen en van jongs af aan bewonderaar, hield een lezing over Domela, met de nadruk op de overgang van predikant tot socialistisch voorman. Harlingen was zijn eerste standplaats als dominee na zijn theologiestudie. Zijn vader, die overleed in z’n examenperiode, was ook dominee. De zoon zweefde op de grens van ongeloof in de wonderen uit de bijbel. Na het uitbreken van de Frans-Duitse oorlog hield hij zich naast zijn domineeschap bezig met de Vredesbond, die in Harlingen één van de grootste afdelingen had. Zijn geloof kreeg in Harlingen nog een harde klap door het overlijden van zijn vrouw Johanna, aan kraamvrouwenkoorts na de bevalling van haar tweede kind. Hij werd nog dominee in Beverwijk, en zelfs in Den Haag, maar in 1879 nam hij definitief afscheid van het geloof. Hij was inmiddels vrijdenker geworden en werd later anarchist.

Fryslân, speciaal Domela Nieuwenhuisnummer, nov/dec 2019.
Domela Nieuwenhuismuseum Heerenveen, onderdeel van Museum Heerenveen

-------
De plaatjes zijn van de schrijver


© 2019 Dik Kruithof meer Dik Kruithof - meer "Brief uit ..." -
Beschouwingen > Brief uit ...
... Friesland, over Domela Dik Kruithof
1705BC Domela1Enige jaren geleden was er in het (toen nog) Gemeentemuseum in Den Haag een tentoonstelling van Cesar Domela Nieuwenhuis. In een klein achterafje werd even uitgelegd wie zijn vader was en waren beelden te zien van de begrafenis van zijn vader Ferdinand, ongeveer honderd jaar eerder. Het was indrukwekkend om te zien. Even indrukwekkend was het verhaal dat de arbeidersbeweging het nog jarenlang, met centen en stuivers, mogelijk had gemaakt dat Cesar een goede opleiding kon volgen. Dit jaar is het honderd jaar geleden dat Ferdinand Domela Nieuwenhuis is overleden en voor mijn gevoel is er in Nederland niet veel aandacht aan besteed.

Bij ons in Friesland is dat anders: op de bevrijdingsmarkt in Leeuwarden kwam ik, bij de kraam van de anarchisten, een folder tegen met twintig speciale gebeurtenissen gewijd aan Domela, variërend van speciale tentoonstellingen, nieuwe boeken en lezingen tot een audiovisuele productie (intussen de Domela-passie genoemd). En om de unieke plaats van Domela in de Friese geschiedenis te benadrukken kwam er een speciaal nummer uit van Fryslân, het historisch tijdschrift van het Fries genootschap. Speciaal gewijd aan de ‘Profeet van de hoop’, ofwel ‘Us Ferlosser’, zoals hij in de veengebieden rond Heerenveen werd  genoemd. Hij sprak veel over de ellendige toestand waarin de veenarbeiders verkeerden en liet hen zien wat daaraan te doen.  

Johan Frieswijk komt in ‘Fryslân’ met prachtige anekdotes over de betekenis die Domela had voor 'zijn mensen'. De 19-jarige Theunis van der Duin vertelde zijn vriend 'Domela is dea' terwijl de tranen over zijn
wangen liepen. Antje de Boer was honderd toen ze voor de VARA-televisie werd geïnterviewd. Ze was toen net verhuisd naar het rusthuis van Witmarsum. Het portret van Domela had ze niet mogen meenemen: 'want het is hier een katholiek spultsje'. De Groningse Cathrien Eimers vertelt dat het portret bij haar ouders een relikwie was, je mocht er haast niet naar kijken, laat staan het in je handen nemen. Toen haar vader overleed ging haar moeder kleiner wonen en kreeg zij het1705BS Domela2 portret. Op een gegeven moment had ze er genoeg van en haalde het weg. Moe zei direct ‘woar is Domela?’. Toen ze zei dat het zolang op de vliering lag zei Moe: ‘O, god, dat most je voader 'ns waiten!’

Domela was niet alleen onder arbeiders populair, ook bij middenstanders en kleine boeren. Dat bleek in 1888 toen die groepen voor het eerst mochten stemmen, maar de arbeiders nog niet.  Hij werd kandidaat gesteld in het kiesdistrict Schoterland door een alliantie van socialisten en andere progressieven, de Friese Volksbeweging. De liberale kandidaat werd verslagen met 400 stemmen, die hij erbij kreeg in de tweede stemming, van de kiezers van de afgevallen AR-kandidaat. Dat waren proteststemmen tegen de liberalen, die in de Kamer de gelijkstelling van het christelijk onderwijs hadden geblokkeerd. Domela werd daardoor het eerste rode kamerlid en hij deed dat werk volgens de regels, maar het leverde weinig of niets op omdat hij stelselmatig overal buiten werd gehouden. Hij werd ook niet herkozen.

Roel Sluiter, burgemeester van Harlingen en van jongs af aan bewonderaar, hield een lezing over Domela, met de nadruk op de overgang van predikant tot socialistisch voorman. Harlingen was zijn eerste standplaats als dominee na zijn theologiestudie. Zijn vader, die overleed in z’n examenperiode, was ook dominee. De zoon zweefde op de grens van ongeloof in de wonderen uit de bijbel. Na het uitbreken van de Frans-Duitse oorlog hield hij zich naast zijn domineeschap bezig met de Vredesbond, die in Harlingen één van de grootste afdelingen had. Zijn geloof kreeg in Harlingen nog een harde klap door het overlijden van zijn vrouw Johanna, aan kraamvrouwenkoorts na de bevalling van haar tweede kind. Hij werd nog dominee in Beverwijk, en zelfs in Den Haag, maar in 1879 nam hij definitief afscheid van het geloof. Hij was inmiddels vrijdenker geworden en werd later anarchist.

Fryslân, speciaal Domela Nieuwenhuisnummer, nov/dec 2019.
Domela Nieuwenhuismuseum Heerenveen, onderdeel van Museum Heerenveen

-------
De plaatjes zijn van de schrijver
© 2019 Dik Kruithof
powered by CJ2