archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 5
Jaargang 17
12 december 2019
Nummer 6 verschijnt op
16 januari 2020
Vermaak en Genot > Was er nog wat op de tv? delen printen terug
Tentoonstelling leidt tot documentaire Dik Kruithof

1704VG HannekemaaierOmrop Fryslan rekte in een documentaire naar aanleiding van de tentoonstelling over Hannekemaaiers en lapkepoepen het onderwerp nog wat op. Er werd zelfs een link gelegd met de hedendaagse arbeidsmigratie!

De routes waarlangs de Hollandgänger naar Friesland kwamen waren bekend: de hogere zandruggen langs de grote veengebieden. Daar vind je soms ook een poepekrus, een eenvoudig monument voor een hannekemaaier die, meestal op de terugweg als hij zijn verdiende geld bij zich had, door struikrovers was vermoord. Oorspronkelijk werd er een kruisvormig gat in het landschap achtergelaten, waarvan sommige als een litteken in het landschap bewaard zijn gebleven en in onze tijd tot monument zijn omgebouwd, bij voorbeeld in Kootstertille.

Mooi was ook het familieverhaal van Pilat, welbekend hier van de Meubelwinkel in Twijzel, inmiddels uitgegroeid tot een bekend producent van moderne houten meubelen. Ze worden gemaakt in een eigen bedrijf in Bosnië. De Pilats dachten altijd dat ze uit Frankrijk kwamen, maar toen een van de familieleden dat ging onderzoeken kwam hij in het Duitse Burgsteinfurt uit, zo'n twintig kilometer ten oosten van Enschede. Toen bleek ook dat ze Pilat of Pilot heetten. Daar vonden ze familie en nu is er in elk geval een tweejaarlijkse familiereünie, waar ook de Friezen heengaan.

Het verhaal gaat dat één van de zonen trouwde met een schippersdochter uit Peasens-Moddergat, kleine vissersdorpen aan de uiterste oostkant van het Friese wad. In 1883 verging het grootste deel van de vissersvloot uit het dorp in een vliegende storm, voorbij het Duitse eiland Borkum; 83 bemanningsleden kwamen om. Op de zeedijk bij Peasens-Moddergat staat een monument met de volgende prachtige tekst van Douwe Tamminga: ‘As de dea it skip berint, dan is der gjin ontkommen, o wetter, o wif elemint!1704VG Fryslan De sé hat jown, hat nommen’. Op het monument staat driemaal de naam Pilot. In de documentaire is de familie er op bezoek met Duitse familieleden: ’We zijn gastarbeiders die goed geïntegreerd zijn. Tot voor kort dachten we dat we Friezen waren maar we zijn eigenlijk Duitsers’.

Albert Brenninkmeijer vertelt over zijn opleiding in het hoofdkantoor in Leeuwarden. Het monumentale gebouw staat nog altijd aan de Nieuwestad, in het winkelcentrum van Leeuwarden. Er zit een C&A op de begane grond. Uiteindelijk stapte hij er toch uit om architect te worden. Maar hij kent alle familieverhalen en familietradities en kan die mooi overbrengen. De Brenninkmeijers zijn natuurlijk het mooiste voorbeeld van de lapkepoepen. Begonnen als handelaren in linnen, waarvan er veel uit het Duitse dorpje Mettingen bij Lingen kwamen. Omstreeks 1900 was een behoorlijk deel van de Leeuwarder middenstand die zich met textielwaren bezighield uit die plaats afkomstig.

Vervolgens gaat het over actuele vormen van arbeidsmigratie. In de gemeente Waadhoeke werken enige honderden jongeren uit Oostbloklanden in de glastuinbouw. Ze verdienen per uur drie keer zoveel als thuis en kunnen sparen voor een eigen huis in hun eigen dorp. We zien de verplichtingen die ze aangaan. Ze moeten altijd bereikbaar zijn om de apparatuur in de kassen bij te stellen als er iets mis gaat. We zien hun thuissituatie en de grond die ze soms al gekocht hebben om een huis te bouwen.

Sommigen willen wel blijven: Gregor is een sushibedrijfje begonnen in St Annaparochie en maakt volgens zijn vrienden de lekkerste sushi van Friesland. Een nieuw Brenninkmeijer-imperium in opkomst?

Te zien bij Fryslan Dok op de website van Orop Fryslan.

--------
Het eerste plaatje is van Freek de Vries Lentsch, de foto van de schrijver.


© 2019 Dik Kruithof meer Dik Kruithof - meer "Was er nog wat op de tv?" -
Vermaak en Genot > Was er nog wat op de tv?
Tentoonstelling leidt tot documentaire Dik Kruithof
1704VG HannekemaaierOmrop Fryslan rekte in een documentaire naar aanleiding van de tentoonstelling over Hannekemaaiers en lapkepoepen het onderwerp nog wat op. Er werd zelfs een link gelegd met de hedendaagse arbeidsmigratie!

De routes waarlangs de Hollandgänger naar Friesland kwamen waren bekend: de hogere zandruggen langs de grote veengebieden. Daar vind je soms ook een poepekrus, een eenvoudig monument voor een hannekemaaier die, meestal op de terugweg als hij zijn verdiende geld bij zich had, door struikrovers was vermoord. Oorspronkelijk werd er een kruisvormig gat in het landschap achtergelaten, waarvan sommige als een litteken in het landschap bewaard zijn gebleven en in onze tijd tot monument zijn omgebouwd, bij voorbeeld in Kootstertille.

Mooi was ook het familieverhaal van Pilat, welbekend hier van de Meubelwinkel in Twijzel, inmiddels uitgegroeid tot een bekend producent van moderne houten meubelen. Ze worden gemaakt in een eigen bedrijf in Bosnië. De Pilats dachten altijd dat ze uit Frankrijk kwamen, maar toen een van de familieleden dat ging onderzoeken kwam hij in het Duitse Burgsteinfurt uit, zo'n twintig kilometer ten oosten van Enschede. Toen bleek ook dat ze Pilat of Pilot heetten. Daar vonden ze familie en nu is er in elk geval een tweejaarlijkse familiereünie, waar ook de Friezen heengaan.

Het verhaal gaat dat één van de zonen trouwde met een schippersdochter uit Peasens-Moddergat, kleine vissersdorpen aan de uiterste oostkant van het Friese wad. In 1883 verging het grootste deel van de vissersvloot uit het dorp in een vliegende storm, voorbij het Duitse eiland Borkum; 83 bemanningsleden kwamen om. Op de zeedijk bij Peasens-Moddergat staat een monument met de volgende prachtige tekst van Douwe Tamminga: ‘As de dea it skip berint, dan is der gjin ontkommen, o wetter, o wif elemint!1704VG Fryslan De sé hat jown, hat nommen’. Op het monument staat driemaal de naam Pilot. In de documentaire is de familie er op bezoek met Duitse familieleden: ’We zijn gastarbeiders die goed geïntegreerd zijn. Tot voor kort dachten we dat we Friezen waren maar we zijn eigenlijk Duitsers’.

Albert Brenninkmeijer vertelt over zijn opleiding in het hoofdkantoor in Leeuwarden. Het monumentale gebouw staat nog altijd aan de Nieuwestad, in het winkelcentrum van Leeuwarden. Er zit een C&A op de begane grond. Uiteindelijk stapte hij er toch uit om architect te worden. Maar hij kent alle familieverhalen en familietradities en kan die mooi overbrengen. De Brenninkmeijers zijn natuurlijk het mooiste voorbeeld van de lapkepoepen. Begonnen als handelaren in linnen, waarvan er veel uit het Duitse dorpje Mettingen bij Lingen kwamen. Omstreeks 1900 was een behoorlijk deel van de Leeuwarder middenstand die zich met textielwaren bezighield uit die plaats afkomstig.

Vervolgens gaat het over actuele vormen van arbeidsmigratie. In de gemeente Waadhoeke werken enige honderden jongeren uit Oostbloklanden in de glastuinbouw. Ze verdienen per uur drie keer zoveel als thuis en kunnen sparen voor een eigen huis in hun eigen dorp. We zien de verplichtingen die ze aangaan. Ze moeten altijd bereikbaar zijn om de apparatuur in de kassen bij te stellen als er iets mis gaat. We zien hun thuissituatie en de grond die ze soms al gekocht hebben om een huis te bouwen.

Sommigen willen wel blijven: Gregor is een sushibedrijfje begonnen in St Annaparochie en maakt volgens zijn vrienden de lekkerste sushi van Friesland. Een nieuw Brenninkmeijer-imperium in opkomst?

Te zien bij Fryslan Dok op de website van Orop Fryslan.

--------
Het eerste plaatje is van Freek de Vries Lentsch, de foto van de schrijver.
© 2019 Dik Kruithof
powered by CJ2