archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 5
Jaargang 17
12 december 2019
Nummer 6 verschijnt op
16 januari 2020
Bezigheden > Te water delen printen terug
Met Bob op reis Bram Schilperoord

1704BZ BobHet is alweer een tijdje geleden, maar op een dag besloten we op reis te gaan. We zijn Bob (80) en ik, Bram (82). De moeilijkheid was dat we het niet eens waren over het te gebruiken vervoermiddel: fiets, trein of bus. Wat had je nog meer: auto, vliegtuig, boot. De fiets leek mij wel wat, temeer omdat in het havengebied van Amsterdam reuze interessante fietstochten zijn uitgezet. Men kan aldus genieten van 'indrukwekkende bedrijven' en schitterende vergezichten, maar ook padden, 'visdieven' en slechtvalken zijn er te bezichtigen.

Volgens het havenbestuur hebben we hier te maken met één van de top vijf overslaghavens van Europa, waar 'niettemin de padden en visdieven (?) rustig hun gang kunnen gaan'. Interessant genoeg om eens een kijkje te nemen en Bob was er ook wel voor te porren, maar op het fietswrak dat hij aanwees als zijn eigendom zou je niet ver komen. Beide banden bleken leeggelopen en in de roestige fietsketting was geen beweging te krijgen.

Bovendien: wat is er nu eigenlijk te zien in een overslaghaven? Een berg kolen, een lading erts, olietanks, veel meer zou het niet zijn. En wat werd er bedoeld met een visdief? Dat was nog niet ongevaarlijk ook. Nee, als we nu toch naar een haven gingen, waarom zouden we dan niet het zeegat uitgaan?
Twee keer per week liggen er in de stad enorme cruiseschepen voor de wal, 's morgens vroeg meren ze aan, de opvarenden worden de stad in gestuurd en tegen vijven vertrekt het schip weer. Het moest niet moeilijk zijn om aan boord te komen. Er was waarschijnlijk een wacht die je ticket wilde zien, maar zo'n papiertje is makkelijk na te maken.

Vermoedelijk zou niemand het in zijn hoofd halen grand old Bob, met zijn imposante staatsman-uiterlijk, tegen te houden. Mij zou dat moeilijker vallen, maar met een mapje onder mijn arm, in het kielzog van Bob, vertrouwde ik er op ook wel aan boord te kunnen komen. Eenmaal binnen zouden we ons te goed doen in een van de restaurants, daarna op ons gemak een hut uitzoeken en dan wel zien waar we weer aan land zouden gaan. Een fijn plan, maar alles bij elkaar duurde het zo lang voordat wij bij de passagiershaven waren (voornamelijk omdat Bob zijn schoenen niet kon vinden), dat ons schip, de Costa Mediterranea, de trossen al had losgegooid en, om in zeemanstermen te blijven, het ruime sop had gekozen. Pech en een goeie les voor de volgende keer: onthoud altijd waar je schoenen staan.

Teleurgesteld maar niet ontmoedigd, namen we tram 26 richting IJburg, dat immers ook aan het water ligt. Op weg daar naar toe passeerden we een parkje waar een paar kinderen een niet ongevaarlijk spelletje deden: languit op het gras, je benen recht omhoog, waar dan weer een ander kind probeerde op te klimmen. We hebben er nog wat van gezegd, maar ze trokken zich er niets van aan en gingen rustig door met hun waaghalzerij. Na nog zeker twee kilometer voortgesjokt te hebben in dit onontgonnen gebied bereikten we een nederzetting met de merkwaardige naam Blijburg. Een uit verzameld vuilnis en wrakhout opgetrokken uitspanning, waar men zich – het woord zegt het al – kan uit-of-ontspannen.

Uitgeput door emoties en de lange expeditie naar deze oase, bestelden we een kop koffie, die heel niet slecht smaakte. We konden weer lachen en vonden het helemaal niet erg dat we de boot hadden gemist. Want zo spannend is het nu ook weer niet op zo'n cruiseschip, hielden we ons maar voor. Dezelfde tram, 26 dus, bracht ons weer terug in de bewoonde wereld: het Amsterdamse Stationsplein, waar geen visdieven maar wel ander gespuis rondhing. Met de afspraak de volgende keer beter voorbereid op reis te gaan, namen we afscheid.

--------
Het plaatje is van Petra Busstra
Meer informatie: www.petrabusstra.com

© 2019 Bram Schilperoord meer Bram Schilperoord - meer "Te water"
Bezigheden > Te water
Met Bob op reis Bram Schilperoord
1704BZ BobHet is alweer een tijdje geleden, maar op een dag besloten we op reis te gaan. We zijn Bob (80) en ik, Bram (82). De moeilijkheid was dat we het niet eens waren over het te gebruiken vervoermiddel: fiets, trein of bus. Wat had je nog meer: auto, vliegtuig, boot. De fiets leek mij wel wat, temeer omdat in het havengebied van Amsterdam reuze interessante fietstochten zijn uitgezet. Men kan aldus genieten van 'indrukwekkende bedrijven' en schitterende vergezichten, maar ook padden, 'visdieven' en slechtvalken zijn er te bezichtigen.

Volgens het havenbestuur hebben we hier te maken met één van de top vijf overslaghavens van Europa, waar 'niettemin de padden en visdieven (?) rustig hun gang kunnen gaan'. Interessant genoeg om eens een kijkje te nemen en Bob was er ook wel voor te porren, maar op het fietswrak dat hij aanwees als zijn eigendom zou je niet ver komen. Beide banden bleken leeggelopen en in de roestige fietsketting was geen beweging te krijgen.

Bovendien: wat is er nu eigenlijk te zien in een overslaghaven? Een berg kolen, een lading erts, olietanks, veel meer zou het niet zijn. En wat werd er bedoeld met een visdief? Dat was nog niet ongevaarlijk ook. Nee, als we nu toch naar een haven gingen, waarom zouden we dan niet het zeegat uitgaan?
Twee keer per week liggen er in de stad enorme cruiseschepen voor de wal, 's morgens vroeg meren ze aan, de opvarenden worden de stad in gestuurd en tegen vijven vertrekt het schip weer. Het moest niet moeilijk zijn om aan boord te komen. Er was waarschijnlijk een wacht die je ticket wilde zien, maar zo'n papiertje is makkelijk na te maken.

Vermoedelijk zou niemand het in zijn hoofd halen grand old Bob, met zijn imposante staatsman-uiterlijk, tegen te houden. Mij zou dat moeilijker vallen, maar met een mapje onder mijn arm, in het kielzog van Bob, vertrouwde ik er op ook wel aan boord te kunnen komen. Eenmaal binnen zouden we ons te goed doen in een van de restaurants, daarna op ons gemak een hut uitzoeken en dan wel zien waar we weer aan land zouden gaan. Een fijn plan, maar alles bij elkaar duurde het zo lang voordat wij bij de passagiershaven waren (voornamelijk omdat Bob zijn schoenen niet kon vinden), dat ons schip, de Costa Mediterranea, de trossen al had losgegooid en, om in zeemanstermen te blijven, het ruime sop had gekozen. Pech en een goeie les voor de volgende keer: onthoud altijd waar je schoenen staan.

Teleurgesteld maar niet ontmoedigd, namen we tram 26 richting IJburg, dat immers ook aan het water ligt. Op weg daar naar toe passeerden we een parkje waar een paar kinderen een niet ongevaarlijk spelletje deden: languit op het gras, je benen recht omhoog, waar dan weer een ander kind probeerde op te klimmen. We hebben er nog wat van gezegd, maar ze trokken zich er niets van aan en gingen rustig door met hun waaghalzerij. Na nog zeker twee kilometer voortgesjokt te hebben in dit onontgonnen gebied bereikten we een nederzetting met de merkwaardige naam Blijburg. Een uit verzameld vuilnis en wrakhout opgetrokken uitspanning, waar men zich – het woord zegt het al – kan uit-of-ontspannen.

Uitgeput door emoties en de lange expeditie naar deze oase, bestelden we een kop koffie, die heel niet slecht smaakte. We konden weer lachen en vonden het helemaal niet erg dat we de boot hadden gemist. Want zo spannend is het nu ook weer niet op zo'n cruiseschip, hielden we ons maar voor. Dezelfde tram, 26 dus, bracht ons weer terug in de bewoonde wereld: het Amsterdamse Stationsplein, waar geen visdieven maar wel ander gespuis rondhing. Met de afspraak de volgende keer beter voorbereid op reis te gaan, namen we afscheid.

--------
Het plaatje is van Petra Busstra
Meer informatie: www.petrabusstra.com
© 2019 Bram Schilperoord
powered by CJ2