archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 5
Jaargang 17
12 december 2019
Nummer 6 verschijnt op
16 januari 2020
Bezigheden > Ergernissen delen printen terug
Een kater Julius Pasgeld

1704BZ KaterHet is zes uur in de ochtend en ik word wakker met een geweldige kater. Op de een of andere manier komt het niet bij me op dat die ooit zal verdwijnen. De rest van mijn leven zal ik gebukt moeten gaan onder de kwelling van snijdende hoofdpijnen, desastreuze krampen, lamlendigheid en een nauwelijks te bedwingen neiging tot vomeren. Hoe moet dat verder? Hoe kan ik me ooit nog vertonen in kringen waar ik doorgaans was bekleed met misplaatste verantwoordelijkheid?

Geef bedwelmende drank aan wie ten gronde gaat, wijn en bier aan wie bitter en bedroefd zijn; opdat hij drinke en zijn armoede vergete en aan zijn moeite niet meer denke. Spreuken 31:6-7.

Jawel. Maar hoe moet dat dan de volgende ochtend? Daar wordt gemakshalve niet over gerept in de Heilige Schrift. Toen die woorden Gods werden samengesteld was het Hem waarschijnlijk nog niet bekend dat het consumeren van een bevredigende hoeveelheid bedwelmende drank het afsterven van honderdduizenden hersencellen tot gevolg heeft.

De raarste gedachten schieten door mijn hoofd. De wijzers op de wekker lijken zich ook al niet meer te houden aan de solide afspraken van weleer. Soms verplaatsen ze zich van het ene op het andere moment 15 tot 30 minuten zonder dat ik er erg in heb. Dan weer krijg ik het gevoel dat ik in een tijdsbestek van een tiende seconde de zorgen van een half mensenleven heb moeten verwerken.

Ongevraagd herinnert mijn lichaam me onder het motto ‘onkruid vergaat niet’ ineens uiterst ongelegen aan de mogelijkheid tot voortplanting.
De grote Amerikaanse schrijver Philip Roth beschreef de ochtendstijve ooit als ‘het dagelijkse geheugensteuntje voor de man, voor het geval hij van de ene op de andere dag vergeten zou zijn waarom hij op de wereld is’. En inderdaad, het wie, wat, waar en waarom van De Schepping in het algemeen en mijn particuliere rol daarin in het bijzonder, willen maar niet tot me doordringen. Bestaan er eigenlijk ook andere soorten met een ochtendstijve? Olifanten? Vliegende herten? Of hebben dieren geen geheugensteuntje nodig? Daar zou toch eens wetenschappelijk onderzoek naar moeten worden verricht.
Wel weet ik toevallig, dat een pinguïn het maar een keer per jaar doet. Tegen de tijd dat het zover is, zal de gebruiksaanwijzing hem vanzelf wel weer te binnen schieten. Het lieveheersbeestje neukt daarentegen drie keer per dag. Met iedere keer een orgasme van een uur.

Nadat ik eenzaam en alleen gehoor heb gegeven aan de natuur merk ik hoe pover ik afsteek bij het lieveheersbeestje. De ontsnapping van een minimale portie van mijn potentiële onsterfelijkheid draagt in ieder geval niet bij aan mijn gevoel voor eigenwaarde, waar ik juist nu zo om verlegen zit.
Ik verval weer in dromen vol onrustige sferen die zich niet in woorden laten uitdrukken. Hetgeen weer eens bewijst dat er in Den Beginne helemaal geen woord was.

Pas onder de douche word ik gewaar, dat ik kennelijk een stukje heb kunnen lopen. Vraag niet hoe. Maar in de loop van de dag bespeur ik toch een zekere wil tot leven, die mijn lijden overigens slechts ternauwernood overtreft.

Het lijkt me een uitstekend idee om in ieder geval vandaag geen column voor De Leunstoel te schrijven.

------
Het plaatje is van Linda Hulshof
Meer over haar: www.lindahulshof.nl

© 2019 Julius Pasgeld meer Julius Pasgeld - meer "Ergernissen"
Bezigheden > Ergernissen
Een kater Julius Pasgeld
1704BZ KaterHet is zes uur in de ochtend en ik word wakker met een geweldige kater. Op de een of andere manier komt het niet bij me op dat die ooit zal verdwijnen. De rest van mijn leven zal ik gebukt moeten gaan onder de kwelling van snijdende hoofdpijnen, desastreuze krampen, lamlendigheid en een nauwelijks te bedwingen neiging tot vomeren. Hoe moet dat verder? Hoe kan ik me ooit nog vertonen in kringen waar ik doorgaans was bekleed met misplaatste verantwoordelijkheid?

Geef bedwelmende drank aan wie ten gronde gaat, wijn en bier aan wie bitter en bedroefd zijn; opdat hij drinke en zijn armoede vergete en aan zijn moeite niet meer denke. Spreuken 31:6-7.

Jawel. Maar hoe moet dat dan de volgende ochtend? Daar wordt gemakshalve niet over gerept in de Heilige Schrift. Toen die woorden Gods werden samengesteld was het Hem waarschijnlijk nog niet bekend dat het consumeren van een bevredigende hoeveelheid bedwelmende drank het afsterven van honderdduizenden hersencellen tot gevolg heeft.

De raarste gedachten schieten door mijn hoofd. De wijzers op de wekker lijken zich ook al niet meer te houden aan de solide afspraken van weleer. Soms verplaatsen ze zich van het ene op het andere moment 15 tot 30 minuten zonder dat ik er erg in heb. Dan weer krijg ik het gevoel dat ik in een tijdsbestek van een tiende seconde de zorgen van een half mensenleven heb moeten verwerken.

Ongevraagd herinnert mijn lichaam me onder het motto ‘onkruid vergaat niet’ ineens uiterst ongelegen aan de mogelijkheid tot voortplanting.
De grote Amerikaanse schrijver Philip Roth beschreef de ochtendstijve ooit als ‘het dagelijkse geheugensteuntje voor de man, voor het geval hij van de ene op de andere dag vergeten zou zijn waarom hij op de wereld is’. En inderdaad, het wie, wat, waar en waarom van De Schepping in het algemeen en mijn particuliere rol daarin in het bijzonder, willen maar niet tot me doordringen. Bestaan er eigenlijk ook andere soorten met een ochtendstijve? Olifanten? Vliegende herten? Of hebben dieren geen geheugensteuntje nodig? Daar zou toch eens wetenschappelijk onderzoek naar moeten worden verricht.
Wel weet ik toevallig, dat een pinguïn het maar een keer per jaar doet. Tegen de tijd dat het zover is, zal de gebruiksaanwijzing hem vanzelf wel weer te binnen schieten. Het lieveheersbeestje neukt daarentegen drie keer per dag. Met iedere keer een orgasme van een uur.

Nadat ik eenzaam en alleen gehoor heb gegeven aan de natuur merk ik hoe pover ik afsteek bij het lieveheersbeestje. De ontsnapping van een minimale portie van mijn potentiële onsterfelijkheid draagt in ieder geval niet bij aan mijn gevoel voor eigenwaarde, waar ik juist nu zo om verlegen zit.
Ik verval weer in dromen vol onrustige sferen die zich niet in woorden laten uitdrukken. Hetgeen weer eens bewijst dat er in Den Beginne helemaal geen woord was.

Pas onder de douche word ik gewaar, dat ik kennelijk een stukje heb kunnen lopen. Vraag niet hoe. Maar in de loop van de dag bespeur ik toch een zekere wil tot leven, die mijn lijden overigens slechts ternauwernood overtreft.

Het lijkt me een uitstekend idee om in ieder geval vandaag geen column voor De Leunstoel te schrijven.

------
Het plaatje is van Linda Hulshof
Meer over haar: www.lindahulshof.nl
© 2019 Julius Pasgeld
powered by CJ2