archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 5
Jaargang 17
12 december 2019
Nummer 6 verschijnt op
16 januari 2020
Bezigheden > Ontmoetingen delen printen terug
Vragen die ik niet durfde te stellen Reinier van Delden

1704BZ AubergineEigenlijk zou ik haar een complimentje moeten geven.
Het meisje van de groenteafdeling.
Of meisje.
Een vrouw meer.
Ze sjouwt met kratten.
Trekt aan pallets.
En heeft haar hoofd altijd op onweer staan.

Juist dat schrikt mij dan af.
Dan deins ik een beetje terug.
En durf ik niks te vragen.
Ik heb natuurlijk wel eens wat gevraagd.
Simpelweg omdat ik het niet kon laten.
Ik moest haar toch een beetje uit de tent lokken.
Ik vroeg waar ik de aubergines kon vinden.
Als ik zelf gekeken had, had ik ze ook wel gevonden.
Maar op de een of andere manier floepte ik het er zo uit.

Ze was net met de onderste schappen bezig en rees omhoog.
Ik stond nu tegenover een bouwvakker.
Althans, daar kon ze zo voor doorgaan.
Ze greep mij nog net niet bij mijn strot.
Dat gevoel bekroop mij in ieder geval.
Haar hoofd vuurrood.
Een gezicht dat boekdelen sprak.
En die ingehouden woede.
Maar goed, ze deed toch een poging.

Een poging die toch van een goede opvoeding getuigde.
Ook al ging het niet van harte.
Dus ik met haar mee.
Dat boodschappenmandje achter mij aanslepend.
En ze wees mij waar de aubergines lagen.
Ah, daar liggen ze, zei ik.
Alsof ik verrast was.
En om het nog een beetje aan te dikken, deed ik of ik in een jubelstemming verkeerde.
Ze bleef nog even staan wachten.
Keek mij vervolgens ongeduldig aan.
Want mogelijk had ik nog een vraag.
En in wezen had ik vragen zat.
Vragen die ik alleen niet durfde te stellen.
En het om die reden dan ook maar wijselijk achterwege liet.

------
Het plaatje is van Henk Klaren


© 2019 Reinier van Delden meer Reinier van Delden - meer "Ontmoetingen" -
Bezigheden > Ontmoetingen
Vragen die ik niet durfde te stellen Reinier van Delden
1704BZ AubergineEigenlijk zou ik haar een complimentje moeten geven.
Het meisje van de groenteafdeling.
Of meisje.
Een vrouw meer.
Ze sjouwt met kratten.
Trekt aan pallets.
En heeft haar hoofd altijd op onweer staan.

Juist dat schrikt mij dan af.
Dan deins ik een beetje terug.
En durf ik niks te vragen.
Ik heb natuurlijk wel eens wat gevraagd.
Simpelweg omdat ik het niet kon laten.
Ik moest haar toch een beetje uit de tent lokken.
Ik vroeg waar ik de aubergines kon vinden.
Als ik zelf gekeken had, had ik ze ook wel gevonden.
Maar op de een of andere manier floepte ik het er zo uit.

Ze was net met de onderste schappen bezig en rees omhoog.
Ik stond nu tegenover een bouwvakker.
Althans, daar kon ze zo voor doorgaan.
Ze greep mij nog net niet bij mijn strot.
Dat gevoel bekroop mij in ieder geval.
Haar hoofd vuurrood.
Een gezicht dat boekdelen sprak.
En die ingehouden woede.
Maar goed, ze deed toch een poging.

Een poging die toch van een goede opvoeding getuigde.
Ook al ging het niet van harte.
Dus ik met haar mee.
Dat boodschappenmandje achter mij aanslepend.
En ze wees mij waar de aubergines lagen.
Ah, daar liggen ze, zei ik.
Alsof ik verrast was.
En om het nog een beetje aan te dikken, deed ik of ik in een jubelstemming verkeerde.
Ze bleef nog even staan wachten.
Keek mij vervolgens ongeduldig aan.
Want mogelijk had ik nog een vraag.
En in wezen had ik vragen zat.
Vragen die ik alleen niet durfde te stellen.
En het om die reden dan ook maar wijselijk achterwege liet.

------
Het plaatje is van Henk Klaren
© 2019 Reinier van Delden
powered by CJ2