archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 17
Jaargang 16
4 juli 2019
Nummer 18 verschijnt op
29 augustus 2019
Vermaak en Genot > Naar de film delen printen terug
Onbekend muzikaal talent Hans Knegtmans

1615VG D'AngeloHet eerste wat ik ga doen als ik dit stukje bij de eindredactie heb ingeleverd, is het vierde album van de zwarte toetsenist Michael Eugene Archer aanschaffen. Nooit van gehoord? Dan toch zeker wel zijn artiestennaam D’Angelo? Ook niet? Wat heeft u de laatste 25 jaar dan uitgespookt? Wees gerust. Ik kon, voordat ik de net uitgekomen documentaire Devil’s Pie – D’Angelo had gezien, deze vragen ook niet beantwoorden. Zo wist ik bijvoorbeeld niet dat de zesendertig jaar oude regisseuse Carine Bijlsma de dochter is van twee extreem begaafde klassieke musici: violiste Vera Beths en cellist Anner Bijlsma. Na haar afstuderen aan de filmacademie maakte ze documentaires over dirigent Reinbert de Leeuw en componist Louis Andriessen.

Oké, D’Angelo maakt andere muziek dan zijn twee Nederlandse collega’s. Maar waarlijk muzikale geesten zijn niet eenkennig. Bijlsma was buitengewoon onder de indruk van de drie Amsterdamse optredens die D’Angelo gaf in 2012. Zij kon er niet bij waarom hij na zijn eerste albums (Brown Sugar, 1995 en Voodoo, 2000) geen recentere muziek op de plaat had uitgebracht. Ondernemend als ze is, stuurde ze hem een brief waarin deze en andere zaken uit de muziekscene werden aangesneden. Kennelijk had ze de juiste toon getroffen. Zij werd uitgenodigd om in 2014 de  repetities voor zijn volgende plaat Black Messiah bij te wonen. Vervolgens vergezelde ze D’Angelo en zijn band op hun wereldtournee. Net zo makkelijk.

Wanneer we zien hoe hij zijn impromptu invallen vormgeeft op een manier dat ook zijn bandleden weinig moeite hebben er iets zinnigs mee te doen, wordt niet alleen duidelijk dat de bandleider geniaal is, maar ook dat zijn muzikanten aan een half woord genoeg hebben. En in een minicollege legt hij – ons, niet de muzikanten –  uit dat in veel van zijn muziek de beat net even na de tel komt, in plaats van er bovenop of zelfs iets ervoor. Het staat mij voor de geest dat ooit jazzsaxofonist Hank Mobley iets dergelijk beweerd heeft.

Er was een periode dat D’Angelos belangrijkste gimmick was dat hij tijdens optredens zijn hemd letterlijk liet verscheuren door vrouwelijke fans. Inmiddels is hij een stuk rustiger geworden. Ik heb te weinig verstand van soul, funk, hiphop en R&B om daar iets verstandigs over te schrijven. Daarom ga ik dan ook dat nieuwe album kopen. Daarentegen maakt Archers zelfanalyse invoelbaar dat hij zijn bühne-act na een optreden mee naar huis neemt. Het zou volgens hem goed zijn als D’Angelo op dat moment achterbleef op het toneel, zodat Archer kon overgaan tot de orde van de dag.

O ja, de film eindigt met een ingetogen versie van de voormalige Doris Day-hit Que sera. Wie dit zijdezacht in alle rust vertolkt, moet wel een goed mens zijn.        

------
Het plaatje komt van Filmdepot


© 2019 Hans Knegtmans meer Hans Knegtmans - meer "Naar de film" -
Vermaak en Genot > Naar de film
Onbekend muzikaal talent Hans Knegtmans
1615VG D'AngeloHet eerste wat ik ga doen als ik dit stukje bij de eindredactie heb ingeleverd, is het vierde album van de zwarte toetsenist Michael Eugene Archer aanschaffen. Nooit van gehoord? Dan toch zeker wel zijn artiestennaam D’Angelo? Ook niet? Wat heeft u de laatste 25 jaar dan uitgespookt? Wees gerust. Ik kon, voordat ik de net uitgekomen documentaire Devil’s Pie – D’Angelo had gezien, deze vragen ook niet beantwoorden. Zo wist ik bijvoorbeeld niet dat de zesendertig jaar oude regisseuse Carine Bijlsma de dochter is van twee extreem begaafde klassieke musici: violiste Vera Beths en cellist Anner Bijlsma. Na haar afstuderen aan de filmacademie maakte ze documentaires over dirigent Reinbert de Leeuw en componist Louis Andriessen.

Oké, D’Angelo maakt andere muziek dan zijn twee Nederlandse collega’s. Maar waarlijk muzikale geesten zijn niet eenkennig. Bijlsma was buitengewoon onder de indruk van de drie Amsterdamse optredens die D’Angelo gaf in 2012. Zij kon er niet bij waarom hij na zijn eerste albums (Brown Sugar, 1995 en Voodoo, 2000) geen recentere muziek op de plaat had uitgebracht. Ondernemend als ze is, stuurde ze hem een brief waarin deze en andere zaken uit de muziekscene werden aangesneden. Kennelijk had ze de juiste toon getroffen. Zij werd uitgenodigd om in 2014 de  repetities voor zijn volgende plaat Black Messiah bij te wonen. Vervolgens vergezelde ze D’Angelo en zijn band op hun wereldtournee. Net zo makkelijk.

Wanneer we zien hoe hij zijn impromptu invallen vormgeeft op een manier dat ook zijn bandleden weinig moeite hebben er iets zinnigs mee te doen, wordt niet alleen duidelijk dat de bandleider geniaal is, maar ook dat zijn muzikanten aan een half woord genoeg hebben. En in een minicollege legt hij – ons, niet de muzikanten –  uit dat in veel van zijn muziek de beat net even na de tel komt, in plaats van er bovenop of zelfs iets ervoor. Het staat mij voor de geest dat ooit jazzsaxofonist Hank Mobley iets dergelijk beweerd heeft.

Er was een periode dat D’Angelos belangrijkste gimmick was dat hij tijdens optredens zijn hemd letterlijk liet verscheuren door vrouwelijke fans. Inmiddels is hij een stuk rustiger geworden. Ik heb te weinig verstand van soul, funk, hiphop en R&B om daar iets verstandigs over te schrijven. Daarom ga ik dan ook dat nieuwe album kopen. Daarentegen maakt Archers zelfanalyse invoelbaar dat hij zijn bühne-act na een optreden mee naar huis neemt. Het zou volgens hem goed zijn als D’Angelo op dat moment achterbleef op het toneel, zodat Archer kon overgaan tot de orde van de dag.

O ja, de film eindigt met een ingetogen versie van de voormalige Doris Day-hit Que sera. Wie dit zijdezacht in alle rust vertolkt, moet wel een goed mens zijn.        

------
Het plaatje komt van Filmdepot
© 2019 Hans Knegtmans
powered by CJ2