archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 15
Jaargang 16
30 mei 2019
Nummer 16 verschijnt op
20 juni 2019
Vermaak en Genot > Luister! delen printen terug
Analoog Henk Klaren

1615VG AnaloogEr is niks op tegen een nummer van een andere artiest te spelen (ja, ik weet wel hoe ik een open deur moet intrappen). Het gebeurt ontzettend veel. Het is van alle tijden. In de beginjaren van de popmuziek (toen het nog ‘lichte muziek’ heette) was het in die muzieksoort een uitzondering als uitvoerende vocalisten zelf muziek schreven. Je had singers en je had songwriters. En nu heb je singer/songwriters. Dat is zelfs een apart genre geworden. Rock ‘n Rollbandjes met eigen nummers horen daar weer niet bij.

Ik vind het vrij slim van bandjes of soloartiesten om een stuk of wat covers in het repertoire en op de albums op te nemen. Als consument vind ik dat ook wel wat hebben. Bij de kennismaking met al die nieuwe muziek heb je even een herkenningspunt. En dan is het ook nog interessant om te horen hoe de betreffende uitvoerende zo’n nummer interpreteert. Je moet het natuurlijk wel een beetje doseren, anders word je zo’n coverbandje. Niet dat daar nou écht veel op tegen is. Talloze amateurmuzikanten en talloze bezoekers van hun optredens beleven er veel plezier aan.

Op een heel ander niveau heb je projecten van gevestigde topartiesten die bij wijze van project één of meer albums volspelen met wat je covers zou kunnen noemen. Me and Mr. Johnson van Eric Clapton is een mooi voorbeeld. Robert Johnson was een bluesmuzikant uit het interbellum. Veel van zijn composities zijn klassiek geworden. En Clapton is tenslotte de ‘man of the blues’ zoals Chuck Berry hem aankondigde in de film Hail, Hail Rock ’n Roll.
Billie Joe Armstrong en Norah Jones zongen een album vol met nummers die door de Everly Brothers beroemd zijn geworden. De zes American Recordings van Johnny Cash bevatten maar één of twee nummers van hemzelf. Lang niet alle songs op die – fantastisch mooie – platen kun je overigens als covers typeren. Het zijn klassieken uit wat men het ‘american songbook’ noemt. Hele oude composities, waarvan soms de auteur niet eens bekend is. Dat soort dingen.

Wat die voorbeelden – en veel andere, ik noem alleen al Nanci Griffith met haar Other Voices albums en Solomon Burke met nummers van De Dijk – gemeen hebben is dat ze een eigen, soms nieuwe, interpretatie geven van zo’n liedje. Coverbandjes spelen de nummers zo goed mogelijk na. De betere niet te na gesproken natuurlijk.

Ook The Beatles ontkomen natuurlijk niet aan covers. Op hun eerste album hadden ze er trouwens zelf ook een paar staan. De Stones ook, luister naar hun interpretatie van Love in Vain van eerder genoemde Robert Johnson. Staat op de live elpee Get Yer Ya-Ya’s Out. Maar het gaat nu even over The Beatles. Ella Fitzgerald heeft eens een plaat vol gezongen met Beatlenummers. Dán is eigen interpretatie een gegeven. Ik meen me te herinneren dat haar toenmalige manager daarover iets zei in de trant van: ‘Ella laat die beatle-jongetjes horen hoe je zo’n liedje moet zingen’. Tsja, ‘t is lang geleden.

De Haagse Rêgâhs hebben ook een CD met Beatle-nummers gemaakt. Geestig. En dan heb je natuurlijk de soundtrack van de fraaie film I Am Sam. Het gaat over een verstandelijk ietwat beperkt jongetje, die Beatle-fan is. Om redenen van auteursrecht of zoiets was het niet mogelijk de originele nummers achter de filmbeelden te zetten. En nu heb je dus een soundtrack met ‘diverse artiesten’ bij de credits. Heel geslaagd.

En dan heb je de Analogues … Laatst sprak ik weer wat mensen die dat geweldig vinden. Want: ‘Oh, wat knap’. Knap is het vast wel, ja het zij toegegeven: zeker. Alleen, ik vind het verschrikkelijk. Wat heb je nou aan vijf middelbare heren zonder podiumpresence die Beatle-elpees tot op de laatste noot naspelen op preciés dezelfde instrumenten als die door The Beatles bij de plaatopnamen zijn gebruikt. The Beatles zelf hebben die nummers nooit zó uitgevoerd. Dat ging helemaal niet. En dat was ook niet de bedoeling. Deze lui hebben zich obsessief op een exacte reproductie gestort. Die ze nog live uitvoeren ook. Als ik een plaatje van The Beatles zelf opzet hoor ik dus precies hetzelfde en dan hoef ik die knakkers van de Analogues ook niet te bekijken. Nou ja, ze hebben veel succes, het zij ze gegund.

Écht goeie Beatle-covers zijn er te over. Golden Slumbers door Ben Folds en natuurlijk With a Little Help from my Friends (de Woodstock-uitvoering met de falsetstemmen van Henry McCullough en Chris Stainton). Onvergetelijk. Die speelden The Beatles niet noot voor noot na. Die namen een song van The Beatles en déden er wat mee. Zo moet dat.

Ben Folds - Golden Slumbers

------
De tekening is van Coc van Duijn

Meer informatie op: http://cocvanduijn.nl/

© 2019 Henk Klaren meer Henk Klaren - meer "Luister!" -
Vermaak en Genot > Luister!
Analoog Henk Klaren
1615VG AnaloogEr is niks op tegen een nummer van een andere artiest te spelen (ja, ik weet wel hoe ik een open deur moet intrappen). Het gebeurt ontzettend veel. Het is van alle tijden. In de beginjaren van de popmuziek (toen het nog ‘lichte muziek’ heette) was het in die muzieksoort een uitzondering als uitvoerende vocalisten zelf muziek schreven. Je had singers en je had songwriters. En nu heb je singer/songwriters. Dat is zelfs een apart genre geworden. Rock ‘n Rollbandjes met eigen nummers horen daar weer niet bij.

Ik vind het vrij slim van bandjes of soloartiesten om een stuk of wat covers in het repertoire en op de albums op te nemen. Als consument vind ik dat ook wel wat hebben. Bij de kennismaking met al die nieuwe muziek heb je even een herkenningspunt. En dan is het ook nog interessant om te horen hoe de betreffende uitvoerende zo’n nummer interpreteert. Je moet het natuurlijk wel een beetje doseren, anders word je zo’n coverbandje. Niet dat daar nou écht veel op tegen is. Talloze amateurmuzikanten en talloze bezoekers van hun optredens beleven er veel plezier aan.

Op een heel ander niveau heb je projecten van gevestigde topartiesten die bij wijze van project één of meer albums volspelen met wat je covers zou kunnen noemen. Me and Mr. Johnson van Eric Clapton is een mooi voorbeeld. Robert Johnson was een bluesmuzikant uit het interbellum. Veel van zijn composities zijn klassiek geworden. En Clapton is tenslotte de ‘man of the blues’ zoals Chuck Berry hem aankondigde in de film Hail, Hail Rock ’n Roll.
Billie Joe Armstrong en Norah Jones zongen een album vol met nummers die door de Everly Brothers beroemd zijn geworden. De zes American Recordings van Johnny Cash bevatten maar één of twee nummers van hemzelf. Lang niet alle songs op die – fantastisch mooie – platen kun je overigens als covers typeren. Het zijn klassieken uit wat men het ‘american songbook’ noemt. Hele oude composities, waarvan soms de auteur niet eens bekend is. Dat soort dingen.

Wat die voorbeelden – en veel andere, ik noem alleen al Nanci Griffith met haar Other Voices albums en Solomon Burke met nummers van De Dijk – gemeen hebben is dat ze een eigen, soms nieuwe, interpretatie geven van zo’n liedje. Coverbandjes spelen de nummers zo goed mogelijk na. De betere niet te na gesproken natuurlijk.

Ook The Beatles ontkomen natuurlijk niet aan covers. Op hun eerste album hadden ze er trouwens zelf ook een paar staan. De Stones ook, luister naar hun interpretatie van Love in Vain van eerder genoemde Robert Johnson. Staat op de live elpee Get Yer Ya-Ya’s Out. Maar het gaat nu even over The Beatles. Ella Fitzgerald heeft eens een plaat vol gezongen met Beatlenummers. Dán is eigen interpretatie een gegeven. Ik meen me te herinneren dat haar toenmalige manager daarover iets zei in de trant van: ‘Ella laat die beatle-jongetjes horen hoe je zo’n liedje moet zingen’. Tsja, ‘t is lang geleden.

De Haagse Rêgâhs hebben ook een CD met Beatle-nummers gemaakt. Geestig. En dan heb je natuurlijk de soundtrack van de fraaie film I Am Sam. Het gaat over een verstandelijk ietwat beperkt jongetje, die Beatle-fan is. Om redenen van auteursrecht of zoiets was het niet mogelijk de originele nummers achter de filmbeelden te zetten. En nu heb je dus een soundtrack met ‘diverse artiesten’ bij de credits. Heel geslaagd.

En dan heb je de Analogues … Laatst sprak ik weer wat mensen die dat geweldig vinden. Want: ‘Oh, wat knap’. Knap is het vast wel, ja het zij toegegeven: zeker. Alleen, ik vind het verschrikkelijk. Wat heb je nou aan vijf middelbare heren zonder podiumpresence die Beatle-elpees tot op de laatste noot naspelen op preciés dezelfde instrumenten als die door The Beatles bij de plaatopnamen zijn gebruikt. The Beatles zelf hebben die nummers nooit zó uitgevoerd. Dat ging helemaal niet. En dat was ook niet de bedoeling. Deze lui hebben zich obsessief op een exacte reproductie gestort. Die ze nog live uitvoeren ook. Als ik een plaatje van The Beatles zelf opzet hoor ik dus precies hetzelfde en dan hoef ik die knakkers van de Analogues ook niet te bekijken. Nou ja, ze hebben veel succes, het zij ze gegund.

Écht goeie Beatle-covers zijn er te over. Golden Slumbers door Ben Folds en natuurlijk With a Little Help from my Friends (de Woodstock-uitvoering met de falsetstemmen van Henry McCullough en Chris Stainton). Onvergetelijk. Die speelden The Beatles niet noot voor noot na. Die namen een song van The Beatles en déden er wat mee. Zo moet dat.

Ben Folds - Golden Slumbers

------
De tekening is van Coc van Duijn

Meer informatie op: http://cocvanduijn.nl/
© 2019 Henk Klaren
powered by CJ2