archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 17
Jaargang 16
4 juli 2019
Nummer 18 verschijnt op
29 augustus 2019
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept delen printen terug
Wageningen en de wereld Dik Kruithof

1607VG LandbouwboekBertus Mulder heeft een boek geschreven over zijn vriend Jaap Nieuwenhuize. De ondertitel is ‘Wageningen en de wereld’, want Nieuwenhuize heeft gestudeerd in Wageningen. Hij werkte voor de Voedingsbond FNV en voor de internationale vakbeweging voor landarbeiders en werkers in de voedselindustrie en daarna bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Nieuwenhuize werd 1 maart 1980 beleidsmedewerker van de Voedingsbond FNV, die per 1 mei van dat jaar meeging in de fusie van NVV en NKV tot FNV. De vakbeweging had toen al afstand genomen van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, maar was deel blijven uitmaken van het Landbouwschap en het Bosschap. Nieuwenhuize was al snel de vertegenwoordiger van de bond in het Landbouwschap en vanaf 1982 lid van het Dagelijks Bestuur van het Landbouwschap. De natuurlijke achterban van de Voedingsbond werd gevormd door landarbeiders, maar hun aantal was in de loop van de vorige eeuw sterk teruggelopen. Wel waren er veel werknemers in de verwerkende industrie, zoals zuivel en slagerijen en was de Voedingsbond de grootste in de horeca.

Als het Landbouwschap eenstemmig was dan was het voor de minister moeilijk om een ander standpunt in te nemen. Dat gaf de bonden onderhandelingsmacht en dat was maar goed ook, want het was een moeilijke tijd voor de landbouw. De productie was torenhoog gestegen, er waren afzetproblemen en de mestproblematiek diende zich aan.

In 1980 was de eerste zuivelstaking sinds bijna dertig jaar. De vleescoöperatie Coveco dreigde het jaar daarop met inkrimping en dus ontslagen. Vervolgens kwam er een beperking van de melkproductie (1984) en het jaar daarna mestwetgeving, buiten het Landbouwschap om. In 1986 was er weer een zuivelstaking, omdat de arbeiders zich belazerd voelden bij de invoering van de 38-urige werkweek. Ze leverden daarvoor salaris in,1607VG Landbouwboek2 opdat er 800 banen bij zouden komen. Na twee jaar bleek echter dat er netto 1500 banen minder waren. Het werd een harde strijd, waarbij de stakers werden bedreigd door boeren en de rechter ingreep. Uiteindelijk kregen de zuivelarbeiders wat ze wilden hebben. Nieuwenhuize was hierbij betrokken als stakingsleider bij de Domo in Bedum.

Toch deed hij nog van alles naast zijn directe vakbondswerk. Met zijn levenslange vriend uit Wageningen Jan Douwe van der Ploeg spitte hij de geschiedenis van het landbouwbeleid van de linkse partijen door en schreef daarover in het blad De Spil. Hij legde een verband met zijn, uit Wageningen overgebleven, belangstelling voor de ontwikkelingslanden. Hij schreef met zijn Duitse, Franse en Deense collega’s van de landarbeidersbonden het manifest ‘Gegen den Neokonservatismus. Für eine sozialorientierte Agrarpolitik’. Het was bedoeld voor de socialisten in het Europese parlement.

Door het internationale werk voor de Voedingsbond kwam hij ook in contact met de internationale vakbeweging. Daardoor kwam hij in zijn nieuwe werk terecht: secretaris van de internationale bond ECF-IUF in Brussel. Hij pionierde en bouwde het secretariaat uit tot een kenniscentrum. Het kostte hem echter zoveel energie dat hij afzag van een tweede termijn. Daarna werkt hij nog tien jaar bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid, waar hij vooral te maken kreeg met de milieuproblematiek. De nitraatrichtlijn was toen aan de orde.

Wie veel wil weten over de ontwikkeling van het landbouwbeleid in de laatste veertig jaar
krijgt hier een keurige samenvatting. Het boek is ook een mooi eerbetoon aan een van de minder bekende strijders voor een betere samenleving. Prettig geschreven en verkrijgbaar bij Uitgeverij Bornmeer.

-------
De plaatjes zijn van de schrijver


© 2019 Dik Kruithof meer Dik Kruithof - meer "De wereldliteratuur roept" -
Vermaak en Genot > De wereldliteratuur roept
Wageningen en de wereld Dik Kruithof
1607VG LandbouwboekBertus Mulder heeft een boek geschreven over zijn vriend Jaap Nieuwenhuize. De ondertitel is ‘Wageningen en de wereld’, want Nieuwenhuize heeft gestudeerd in Wageningen. Hij werkte voor de Voedingsbond FNV en voor de internationale vakbeweging voor landarbeiders en werkers in de voedselindustrie en daarna bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Nieuwenhuize werd 1 maart 1980 beleidsmedewerker van de Voedingsbond FNV, die per 1 mei van dat jaar meeging in de fusie van NVV en NKV tot FNV. De vakbeweging had toen al afstand genomen van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, maar was deel blijven uitmaken van het Landbouwschap en het Bosschap. Nieuwenhuize was al snel de vertegenwoordiger van de bond in het Landbouwschap en vanaf 1982 lid van het Dagelijks Bestuur van het Landbouwschap. De natuurlijke achterban van de Voedingsbond werd gevormd door landarbeiders, maar hun aantal was in de loop van de vorige eeuw sterk teruggelopen. Wel waren er veel werknemers in de verwerkende industrie, zoals zuivel en slagerijen en was de Voedingsbond de grootste in de horeca.

Als het Landbouwschap eenstemmig was dan was het voor de minister moeilijk om een ander standpunt in te nemen. Dat gaf de bonden onderhandelingsmacht en dat was maar goed ook, want het was een moeilijke tijd voor de landbouw. De productie was torenhoog gestegen, er waren afzetproblemen en de mestproblematiek diende zich aan.

In 1980 was de eerste zuivelstaking sinds bijna dertig jaar. De vleescoöperatie Coveco dreigde het jaar daarop met inkrimping en dus ontslagen. Vervolgens kwam er een beperking van de melkproductie (1984) en het jaar daarna mestwetgeving, buiten het Landbouwschap om. In 1986 was er weer een zuivelstaking, omdat de arbeiders zich belazerd voelden bij de invoering van de 38-urige werkweek. Ze leverden daarvoor salaris in,1607VG Landbouwboek2 opdat er 800 banen bij zouden komen. Na twee jaar bleek echter dat er netto 1500 banen minder waren. Het werd een harde strijd, waarbij de stakers werden bedreigd door boeren en de rechter ingreep. Uiteindelijk kregen de zuivelarbeiders wat ze wilden hebben. Nieuwenhuize was hierbij betrokken als stakingsleider bij de Domo in Bedum.

Toch deed hij nog van alles naast zijn directe vakbondswerk. Met zijn levenslange vriend uit Wageningen Jan Douwe van der Ploeg spitte hij de geschiedenis van het landbouwbeleid van de linkse partijen door en schreef daarover in het blad De Spil. Hij legde een verband met zijn, uit Wageningen overgebleven, belangstelling voor de ontwikkelingslanden. Hij schreef met zijn Duitse, Franse en Deense collega’s van de landarbeidersbonden het manifest ‘Gegen den Neokonservatismus. Für eine sozialorientierte Agrarpolitik’. Het was bedoeld voor de socialisten in het Europese parlement.

Door het internationale werk voor de Voedingsbond kwam hij ook in contact met de internationale vakbeweging. Daardoor kwam hij in zijn nieuwe werk terecht: secretaris van de internationale bond ECF-IUF in Brussel. Hij pionierde en bouwde het secretariaat uit tot een kenniscentrum. Het kostte hem echter zoveel energie dat hij afzag van een tweede termijn. Daarna werkt hij nog tien jaar bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid, waar hij vooral te maken kreeg met de milieuproblematiek. De nitraatrichtlijn was toen aan de orde.

Wie veel wil weten over de ontwikkeling van het landbouwbeleid in de laatste veertig jaar
krijgt hier een keurige samenvatting. Het boek is ook een mooi eerbetoon aan een van de minder bekende strijders voor een betere samenleving. Prettig geschreven en verkrijgbaar bij Uitgeverij Bornmeer.

-------
De plaatjes zijn van de schrijver
© 2019 Dik Kruithof
powered by CJ2