archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 17
Jaargang 16
4 juli 2019
Nummer 18 verschijnt op
29 augustus 2019
Bezigheden > Op de fiets delen printen terug
Naar de Hel en terug Thomas van der Steen

1607BZ Hel1Veel sportliefhebbers hadden 15 juli 2018 in hun agenda rood omcirkeld, dus ik ook. De finale van het WK voetbal in Rusland stond voor die dag gepland, kick-off 5 uur ‘s middags. Eerder die dag zouden de wielrenners van de Tour een etappe in het noorden van Frankrijk rijden. Over veel kasseistroken die ze normaal in de voorjaarsklassieker Parijs-Roubaix, de Hel van het Noorden, tegenkomen. Nou was ik met mijn wielervrienden toch al in de buurt (zie: Kloppen aan de hemelpoort, Jrg 15, Nr 18) en dit was ons plan:

‘s Ochtends in Arras naar de start van de etappe.
Het parcours afsteken naar een brute strook om de slaven van de weg door het stof te zien stuiven.
Gauw naar het gevreesde Bos van Wallers-Arenberg om zelf op de fiets heen en weer over de kasseien te dokkeren, voor de beleving.
Naar Roubaix om de finish naast de Vélodrome te zien.
Café uitzoeken met groot scherm.
Neerzijgen, Kronenbourgs bestellen en samen met Fransen hun team wereldkampioen voetbal zien worden.
Feest.

Het liep anders, over die bijzondere dag later meer in de Leunstoel. Wat me vooral stak was dat we het onbarmhartige bos nooit hebben bereikt.

Maar een nieuwe kans dook op toen ik onderweg was van Luxemburg naar Normandië. Ik verliet de snelweg en reed over D-wegen naar Forêt de Raismes-Saint-Amand-Wallers zoals mijn bos in het Frans heet. Het departement Nord heeft een slechte naam, vooral bij de Fransen zelf. Dat is een overblijfsel uit de tijd van mijnbouw en zware industrie. Degenen die de film Bienvenue chez les Ch’tis hebben gezien kennen de vooroordelen die heersen over Nord. Maar inmiddels zijn de mijnen industrieel erfgoed, de steden opgepoetst, Lille voorop, en ik rij al een uurtje door uitgestrekte bossen.

Bij een oude spoorwegovergang parkeer ik de auto en bevrijd mijn fiets.1607BZ Hel2 Tussen hoge bomen zie ik de 2,4 kilometer lange, kaarsrechte strook liggen. Ik herken onmiddellijk de spoorbrug die aan het begin het pad overspant. Trouée d’Arenberg heet eigenlijk Drève des Boules d’Hérin en is een geplaveide brandgang. In 1980 trapte Bernard Hinault hier in de kou en regen zijn knie kapot waardoor onze eigen Joop dat jaar de Tour won.

Ik zucht een paar keer diep en trek mezelf in gang. De eerste 100 meter gaan boven verwachting, mijn soepele polsen fungeren als schokbrekers en met gemak trotseer ik de grijze stenen. Ik maak extra vaart want hoe harder hoe beter. Maar op het moment dat ik verwacht los te komen van de aarde om over de barbaarse keien te gaan zweven gebeurt dat nadrukkelijk niet. Nee, de veerkracht van mijn polsen bezwijkt, mijn hele lichaam trilt, boven- en ondergebit drummen een solo. Na 500 meter zwenk ik naar rechts, het comfortabele fietspad ernaast lonkt. Ik geef op en voel me een watje.

Ik peddel teleurgesteld verder en neem alleen nog het wedstrijdparcours als er een stelletje met kinderwagen bezit neemt van het geëffende pad. Aan het einde van de strook stap ik af om uit te rusten, ja van wat eigenlijk? Van twee kilometer over een vloeiend bospad fietsen. Er staan nogal wat heren hier op en naast een parkeerplaatsje. Ik overweeg om mijn domper te delen als ik opeens zie dat het een homo-ontmoetingsplaats is. Wat zullen zij balen als in april de godganse wielerwereld hun plekkie inneemt.

Op mijn gemak fiets ik terug en overdenk nog mijn falen. Hoe langer ik erover denk, hoe hoger mijn achting stijgt voor de profs. Na een halve kilometer gaf ik op, zij trotseren er 55.
Ik zie de brug en besluit waardig afscheid te nemen; ik stuur de ‘secteur pavé’ op en hotsebots de Hel uit.

----
De plaatjes zijn van de schrijver


© 2019 Thomas van der Steen meer Thomas van der Steen - meer "Op de fiets" -
Bezigheden > Op de fiets
Naar de Hel en terug Thomas van der Steen
1607BZ Hel1Veel sportliefhebbers hadden 15 juli 2018 in hun agenda rood omcirkeld, dus ik ook. De finale van het WK voetbal in Rusland stond voor die dag gepland, kick-off 5 uur ‘s middags. Eerder die dag zouden de wielrenners van de Tour een etappe in het noorden van Frankrijk rijden. Over veel kasseistroken die ze normaal in de voorjaarsklassieker Parijs-Roubaix, de Hel van het Noorden, tegenkomen. Nou was ik met mijn wielervrienden toch al in de buurt (zie: Kloppen aan de hemelpoort, Jrg 15, Nr 18) en dit was ons plan:

‘s Ochtends in Arras naar de start van de etappe.
Het parcours afsteken naar een brute strook om de slaven van de weg door het stof te zien stuiven.
Gauw naar het gevreesde Bos van Wallers-Arenberg om zelf op de fiets heen en weer over de kasseien te dokkeren, voor de beleving.
Naar Roubaix om de finish naast de Vélodrome te zien.
Café uitzoeken met groot scherm.
Neerzijgen, Kronenbourgs bestellen en samen met Fransen hun team wereldkampioen voetbal zien worden.
Feest.

Het liep anders, over die bijzondere dag later meer in de Leunstoel. Wat me vooral stak was dat we het onbarmhartige bos nooit hebben bereikt.

Maar een nieuwe kans dook op toen ik onderweg was van Luxemburg naar Normandië. Ik verliet de snelweg en reed over D-wegen naar Forêt de Raismes-Saint-Amand-Wallers zoals mijn bos in het Frans heet. Het departement Nord heeft een slechte naam, vooral bij de Fransen zelf. Dat is een overblijfsel uit de tijd van mijnbouw en zware industrie. Degenen die de film Bienvenue chez les Ch’tis hebben gezien kennen de vooroordelen die heersen over Nord. Maar inmiddels zijn de mijnen industrieel erfgoed, de steden opgepoetst, Lille voorop, en ik rij al een uurtje door uitgestrekte bossen.

Bij een oude spoorwegovergang parkeer ik de auto en bevrijd mijn fiets.1607BZ Hel2 Tussen hoge bomen zie ik de 2,4 kilometer lange, kaarsrechte strook liggen. Ik herken onmiddellijk de spoorbrug die aan het begin het pad overspant. Trouée d’Arenberg heet eigenlijk Drève des Boules d’Hérin en is een geplaveide brandgang. In 1980 trapte Bernard Hinault hier in de kou en regen zijn knie kapot waardoor onze eigen Joop dat jaar de Tour won.

Ik zucht een paar keer diep en trek mezelf in gang. De eerste 100 meter gaan boven verwachting, mijn soepele polsen fungeren als schokbrekers en met gemak trotseer ik de grijze stenen. Ik maak extra vaart want hoe harder hoe beter. Maar op het moment dat ik verwacht los te komen van de aarde om over de barbaarse keien te gaan zweven gebeurt dat nadrukkelijk niet. Nee, de veerkracht van mijn polsen bezwijkt, mijn hele lichaam trilt, boven- en ondergebit drummen een solo. Na 500 meter zwenk ik naar rechts, het comfortabele fietspad ernaast lonkt. Ik geef op en voel me een watje.

Ik peddel teleurgesteld verder en neem alleen nog het wedstrijdparcours als er een stelletje met kinderwagen bezit neemt van het geëffende pad. Aan het einde van de strook stap ik af om uit te rusten, ja van wat eigenlijk? Van twee kilometer over een vloeiend bospad fietsen. Er staan nogal wat heren hier op en naast een parkeerplaatsje. Ik overweeg om mijn domper te delen als ik opeens zie dat het een homo-ontmoetingsplaats is. Wat zullen zij balen als in april de godganse wielerwereld hun plekkie inneemt.

Op mijn gemak fiets ik terug en overdenk nog mijn falen. Hoe langer ik erover denk, hoe hoger mijn achting stijgt voor de profs. Na een halve kilometer gaf ik op, zij trotseren er 55.
Ik zie de brug en besluit waardig afscheid te nemen; ik stuur de ‘secteur pavé’ op en hotsebots de Hel uit.

----
De plaatjes zijn van de schrijver
© 2019 Thomas van der Steen
powered by CJ2