archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 4
Jaargang 16
29 november 2018
Nummer 5 verschijnt op
13 december 2018
Bezigheden > Op de camping delen printen terug
Tiny houses Jack Luiten

1604BZ Tiny houseOp een steenworp afstand van onze woonplek is een camping waar een paar jaar terug een bijzonder huis stond. Het bleek om een Tiny House te gaan, dat werd bewoond door een jong stel en een zoontje. Ze hadden deze, naar eigen zeggen, minimalistische, zelfvoorzienende woning met eigen handen gebouwd. Op wielen, want hun mini-huis was verplaatsbaar. Het begint een rage te worden, mobiel en minimalistisch wonen. Op ’n plek die je voor even aanstaat, tegen minimale kosten. Om vervolgens naar een andere mooie plek te verkassen.

Toen ik ze aansprak over minimalisme kreeg ik een bijzonder antwoord. ‘Minimaliseren leidt ertoe dat je overzicht creëert en efficiënt omgaat met de dingen die je hebt. Dat geeft rust. Wanneer je minder spullen hebt, heb je ook minder om op te ruimen en schoon te maken. Dit tiny house draagt bij aan het intomen van overbodige consumptie. Minder rommel om je heen leidt tot minder gevoeligheid voor marketing en advertenties, je denkt altijd goed na voordat je iets koopt. Bovendien ben je flexibeler. Mocht je willen verhuizen of reizen, dan ben je zo ingepakt. Kortom, minimaliseren leidt tot meer rijkdom aan ervaringen en belevenissen.’ Hun huis van minimale omvang en anderhalve woonlaag wekte onze nieuwsgierigheid. Met zonnepanelen op het dak, stromend water en een eigen keuken en bed hadden ze alles in huis om vrij te leven.

Vlakbij dit mini-huis (met een bijzondere prijs: 70.000 euro) leefden in drie, vier oude caravans enkele Polen en Bulgaren, die in de buurt werk hadden gevonden en die ook minimalistisch wilden wonen, maar dan heel anders. Hun ‘woningen’ waren oude, versleten caravans, misschien wel dertig, veertig jaar oud. De buitenkant flink verweerd en groen uitgeslagen. In de oudste caravan woonden twee Afrikanen, Kofi en Miquel. Ze waren nog relatief jong, tweede helft twintig. en spraken redelijk goed Engels. Ze waren op zoek naar werk. Af en toe gingen we ’s avonds een partijtje met ze voetballen, want op de camping viel niet veel te doen. Ze waren niet alleen atletisch, maar ook bescheiden, beleefd én creatief met koken. De warme maaltijd die zij ons een keer voorzetten zal ons altijd bijblijven. We waren die zomer weliswaar geen vrienden, maar onderhand wel goede bekenden van elkaar geworden.

Op een nazomerdag waren ze weg. Ineens, verdwenen. Net als hun krakkemikkige caravan, die ze naar eigen zeggen een jaar eerder voor een zacht prijsje hadden gekocht. Naar later bleek waren ze midden in de nacht vertrokken, zonder een spoor achter te laten. De campingeigenaar was ook verrast. Ze hadden hun rekening weliswaar netjes betaald maar hun vertrek kwam, zo zei hij het, ‘uit de wolken vallen’. Doorvragen over hun mogelijke bestemming bleek zinloos. ‘Typisch gevalletje van ins Blaue hinein’, zei hij met beide handen in de lucht en met een gezicht van ‘einde discussie’.

We waren teleurgesteld en tegelijk een beetje boos. Je piept er toch niet zo maar tussenuit? De speurtocht op de camping leverde niets op. Ze waren de meeste campinggasten wel opgevallen, maar echt contact, of een gesprek, zo ver was het nooit gekomen. Een week later zelfde rondje gemaakt over dezelfde camping met deels andere kampeergasten. Toen we twee weken later op het punt stonden om de moed op te geven, was er een lichtpuntje: één van de gasten had ze onder het vaatwassen horen praten over .... Calais. Hun reisdoel was dus Great Britain, Kofi had zich meerdere keren heel positief over dat land uitgelaten.

We keken elkaar aan en zonder wat te zeggen wisten we beiden wat we gingen doen. Iemand nareizen die zonder taal of teken verdwijnt, da’s raar, vonden de buren. Wij niet. De volgende middag zaten we in de auto, op weg naar de voormalige ‘Jungle van Calais’, die eind 2016 was ontruimd. Het begon er al donker te worden. Sommige vluchtelingen, die nog altijd hopen de oversteek te kunnen maken, blijven het proberen. Het begon in de voormalige jungle al weer wat drukker te worden, hoorden we in een wegrestaurant nabij deze havenstad.

Het enorme tentenkamp aan de rand van de stad was kort daarvoor ontruimd en platgewalst. Op het grote terrein, grenzend aan het kanaal naar zee, stond vrijwel niets meer overeind. Het was één grote, donkere leegte. De omvang was te overzien door de lichtmasten aan de buitenkanten van het terrein. Wat voorheen een halve stad was, is nu een grote vlakte met hier en daar nog wat tenten en enkele oude caravans, die blijkbaar na de grote ontruiming zijn neergezet.

Op de achtergrond passeerden veerboten en vrachtschepen. Onder water ligt de Kanaaltunnel met een spoorverbinding naar het Britse paradijs. We geloofden het eerst niet, maar het bleek waar: tegen de rand van het terrein, daar stond hij: de versleten en verlaten caravan van Kofi en Miquel. Nu goed zichtbaar in het schijnsel van twee lichtmasten. De wielen waren er onder vandaan gesloopt. Geen twijfel mogelijk, de uitgeleefde caravan was herkenbaar aan de ingedeukte deur en de lichtgroene gordijntjes.

Sinds wanneer de vroegere bewoners Kofi en Miquel op weg waren naar hun nieuwe bestemming is onduidelijk gebleven; misschien een paar dagen ervoor. Ze hebben niets, maar dan ook helemaal niets, achtergelaten. Onze blikken gaan over en weer. Een kwartier later rijden we zwijgend naar huis.

--------
Het plaatje is van Alex Verduijn den Boer


© 2018 Jack Luiten meer Jack Luiten - meer "Op de camping" -
Bezigheden > Op de camping
Tiny houses Jack Luiten
1604BZ Tiny houseOp een steenworp afstand van onze woonplek is een camping waar een paar jaar terug een bijzonder huis stond. Het bleek om een Tiny House te gaan, dat werd bewoond door een jong stel en een zoontje. Ze hadden deze, naar eigen zeggen, minimalistische, zelfvoorzienende woning met eigen handen gebouwd. Op wielen, want hun mini-huis was verplaatsbaar. Het begint een rage te worden, mobiel en minimalistisch wonen. Op ’n plek die je voor even aanstaat, tegen minimale kosten. Om vervolgens naar een andere mooie plek te verkassen.

Toen ik ze aansprak over minimalisme kreeg ik een bijzonder antwoord. ‘Minimaliseren leidt ertoe dat je overzicht creëert en efficiënt omgaat met de dingen die je hebt. Dat geeft rust. Wanneer je minder spullen hebt, heb je ook minder om op te ruimen en schoon te maken. Dit tiny house draagt bij aan het intomen van overbodige consumptie. Minder rommel om je heen leidt tot minder gevoeligheid voor marketing en advertenties, je denkt altijd goed na voordat je iets koopt. Bovendien ben je flexibeler. Mocht je willen verhuizen of reizen, dan ben je zo ingepakt. Kortom, minimaliseren leidt tot meer rijkdom aan ervaringen en belevenissen.’ Hun huis van minimale omvang en anderhalve woonlaag wekte onze nieuwsgierigheid. Met zonnepanelen op het dak, stromend water en een eigen keuken en bed hadden ze alles in huis om vrij te leven.

Vlakbij dit mini-huis (met een bijzondere prijs: 70.000 euro) leefden in drie, vier oude caravans enkele Polen en Bulgaren, die in de buurt werk hadden gevonden en die ook minimalistisch wilden wonen, maar dan heel anders. Hun ‘woningen’ waren oude, versleten caravans, misschien wel dertig, veertig jaar oud. De buitenkant flink verweerd en groen uitgeslagen. In de oudste caravan woonden twee Afrikanen, Kofi en Miquel. Ze waren nog relatief jong, tweede helft twintig. en spraken redelijk goed Engels. Ze waren op zoek naar werk. Af en toe gingen we ’s avonds een partijtje met ze voetballen, want op de camping viel niet veel te doen. Ze waren niet alleen atletisch, maar ook bescheiden, beleefd én creatief met koken. De warme maaltijd die zij ons een keer voorzetten zal ons altijd bijblijven. We waren die zomer weliswaar geen vrienden, maar onderhand wel goede bekenden van elkaar geworden.

Op een nazomerdag waren ze weg. Ineens, verdwenen. Net als hun krakkemikkige caravan, die ze naar eigen zeggen een jaar eerder voor een zacht prijsje hadden gekocht. Naar later bleek waren ze midden in de nacht vertrokken, zonder een spoor achter te laten. De campingeigenaar was ook verrast. Ze hadden hun rekening weliswaar netjes betaald maar hun vertrek kwam, zo zei hij het, ‘uit de wolken vallen’. Doorvragen over hun mogelijke bestemming bleek zinloos. ‘Typisch gevalletje van ins Blaue hinein’, zei hij met beide handen in de lucht en met een gezicht van ‘einde discussie’.

We waren teleurgesteld en tegelijk een beetje boos. Je piept er toch niet zo maar tussenuit? De speurtocht op de camping leverde niets op. Ze waren de meeste campinggasten wel opgevallen, maar echt contact, of een gesprek, zo ver was het nooit gekomen. Een week later zelfde rondje gemaakt over dezelfde camping met deels andere kampeergasten. Toen we twee weken later op het punt stonden om de moed op te geven, was er een lichtpuntje: één van de gasten had ze onder het vaatwassen horen praten over .... Calais. Hun reisdoel was dus Great Britain, Kofi had zich meerdere keren heel positief over dat land uitgelaten.

We keken elkaar aan en zonder wat te zeggen wisten we beiden wat we gingen doen. Iemand nareizen die zonder taal of teken verdwijnt, da’s raar, vonden de buren. Wij niet. De volgende middag zaten we in de auto, op weg naar de voormalige ‘Jungle van Calais’, die eind 2016 was ontruimd. Het begon er al donker te worden. Sommige vluchtelingen, die nog altijd hopen de oversteek te kunnen maken, blijven het proberen. Het begon in de voormalige jungle al weer wat drukker te worden, hoorden we in een wegrestaurant nabij deze havenstad.

Het enorme tentenkamp aan de rand van de stad was kort daarvoor ontruimd en platgewalst. Op het grote terrein, grenzend aan het kanaal naar zee, stond vrijwel niets meer overeind. Het was één grote, donkere leegte. De omvang was te overzien door de lichtmasten aan de buitenkanten van het terrein. Wat voorheen een halve stad was, is nu een grote vlakte met hier en daar nog wat tenten en enkele oude caravans, die blijkbaar na de grote ontruiming zijn neergezet.

Op de achtergrond passeerden veerboten en vrachtschepen. Onder water ligt de Kanaaltunnel met een spoorverbinding naar het Britse paradijs. We geloofden het eerst niet, maar het bleek waar: tegen de rand van het terrein, daar stond hij: de versleten en verlaten caravan van Kofi en Miquel. Nu goed zichtbaar in het schijnsel van twee lichtmasten. De wielen waren er onder vandaan gesloopt. Geen twijfel mogelijk, de uitgeleefde caravan was herkenbaar aan de ingedeukte deur en de lichtgroene gordijntjes.

Sinds wanneer de vroegere bewoners Kofi en Miquel op weg waren naar hun nieuwe bestemming is onduidelijk gebleven; misschien een paar dagen ervoor. Ze hebben niets, maar dan ook helemaal niets, achtergelaten. Onze blikken gaan over en weer. Een kwartier later rijden we zwijgend naar huis.

--------
Het plaatje is van Alex Verduijn den Boer
© 2018 Jack Luiten
powered by CJ2