archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 1
Jaargang 16
11 oktober 2018
Nummer 2 verschijnt op
25 oktober 2018
Beschouwingen > In de polder delen printen terug
De bende van Klomp (1) Willem Minderhout

1601BS KlompVlak voor de vakantie kreeg ik een bericht dat Leendert Kruizinga ernstig ziek was. We stonden onze koffers te pakken, dus ik dacht dat ik het sturen van een kaartje wel uit kon stellen tot na de vakantie. Toen we weer teruggekomen waren hoorde ik echter dat hij overleden was. Het was de derde collega uit de tijd dat ik bij Openbaar Vervoer Reisinformatie (OVR) werkte, na Chris Keuken en Frank Visee, die op betrekkelijk jonge leeftijd aan kanker overleed. Hoewel ik jarenlang geen contact meer met hem had gehad, besloot ik naar zijn begrafenis te gaan.

De naam OVR wordt voor zover ik weet niet meer gebruikt, maar iedere openbaarvervoerreiziger heeft waarschijnlijk wel eens gebruik gemaakt van https://9292.nl/ . Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die weet waar dat ‘9292’ voor staat, hooguit dat dat ‘toch het telefoonnummer van die OV-informatie is’.
Welaan, dames en heren: 9292 staat voor 2 september 1992. Op die datum liep ik met een van de eerste mobiele telefoons – een enorme bak die ik van PTT Telecom in bruikleen had gekregen – over straat om onmiddellijk op de hoogte gesteld te kunnen worden als er iets fout zou gaan met een van de telefonische informatiecentra die ' geïntegreerde reisinformatie van adres naar adres’ gingen verspreiden via het telefoonnummer 06-9292.

Door een samenloop van omstandigheden was ik bij OVR terechtgekomen. Na mijn studie geschiedenis kwam ik erachter dat er erg weinig personeelsadvertenties te kennen gaven dat men stond te springen om een historicus, maar ik vond een betrekking bij de afdeling vervoersontwikkeling van de Haagse Tramweg Maatschappij. Dat werk beviel me best en het zag er naar uit dat mijn jaarcontract zou worden omgezet in een vaste aanstelling. Mijn toenmalige vrouw was zwanger van ons eerste kind, dus dat was een prettig vooruitzicht. Het was echter crisis en het kabinet kondigde in de Tussenbalans zware bezuinigingen aan, die onder andere het openbaar vervoer troffen. De HTM reageerde daarop door de tijdelijke contracten niet te verlengen. De toenmalige HTM-directeur, de legendarische Jan den Oude, wist mij echter van de ondergang te redden door mij onder te brengen bij het ‘Project GGRI’, ‘geautomatiseerde geïntegreerde reisinformatie’. Ik moest uiteraard eerst door de ballotage.

GGRI werd in de wandelgangen ook wel ‘Gijs geeft reisinformatie’ genoemd, naar de projectleider Gijs Klomp. ‘Geen gemakkelijke man’, had men mij gewaarschuwd. Met Gijs en Leendert, zijn ‘financiële man’, had ik het eerste gesprek. De beruchte Gijs Klomp bleek een krachtige vijftiger te zijn met een imposante grijze kuif, een echt alfa-mannetje. Leendert was zijn tegendeel: een zachte, zeer vriendelijke, slungelachtige man. Blijkbaar ging het gesprek goed, want ik werd aangenomen als ‘project-secretaris’.

Ik moest de overleggen organiseren, notuleren en de projectvoortgang bewaken. En vergaderd werd er! Met het Centrum voor Informatieverwerking van de NS dat het informatiesysteem moest bouwen, met PTT Telecom dat de telefonische informatiecentra moest inrichten en de 06-lijnen moest leveren,  met de openbaarvervoerbedrijven die die informatiecentra gingen exploiteren, met al die telefonistes die de dienst moesten gaan uitvoeren en uiteraard met het ministerie van Verkeer en Waterstaat dat dat allemaal moest gaan betalen.

Voor de inrichting van die telefonische informatiecentra werd ik uiteindelijk gepromoveerd tot projectleider. Er werden er zes ingericht, waarbij Gijs er goed voor had gezorgd dat alle bloedgroepen – NS, stads- en streekvervoer – er bij betrokken werden. NS exploiteerde centra in Den Haag, Tilburg, Hengelo en Utrecht, de streekvervoerders GADO, de NZH en de stadsvervoerders RET en Stadsbus Maastricht kregen er ook één. Ik reisde dus stad en land af om dat allemaal te coördineren.

Ondertussen werd er hard gewerkt aan het informatiesysteem, dat alle dienstregelingen van spoor, tram en bus moest bevatten. Het systeem was gebaseerd op de NS Reisplanner die de gebroeders Tulp hadden ontwikkeld, maar dan tot de zoveelste macht verheven. Het was pionierswerk.

Omdat het ook nog eens verbonden moest worden aan een bestand met alle straten en wegen van Nederland was een goed GIS-systeem onontbeerlijk. Er waren in die tijd wel al een aantal elektronische stratengidsen op CD verkrijgbaar, maar het was bepaald nog geen ‘Google Maps’. Gijs had ergens in de Achterhoek echter iemand gevonden met een GIS-systeem dat aan de eisen voldeed.

In dit GIS-systeem moesten alle haltes, stations en ‘bijzondere punten’ (stadscentra, musea, etc.) met de exacte coördinaten worden opgenomen. Ook barrières waren een essentieel onderdeel, want als een halte hemelsbreed honderd meter van je aankomstadres ligt, maar er ligt een rivier tussen, dan moet de planner dat wel herkennen. Chris Keuken en Willem Termaat hadden de taak om die data netjes in het systeem te krijgen.

Wonder boven wonder was alles tijdig klaar, het systeem was zo goed mogelijk getest, de telefonisten en (vooral) telefonistes waren opgeleid en klaar voor actie. De knop kon om op 2 september. Onmiddellijk begonnen de telefoons in alle informatiecentra te rinkelen. Het was gelukt! Het was onmiddellijk een succes.

(Wordt vervolgd)

-----
De tekening is van Alex Verduijn den Boer
http://www.verduijndenboer.nl/


© 2018 Willem Minderhout meer Willem Minderhout - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
De bende van Klomp (1) Willem Minderhout
1601BS KlompVlak voor de vakantie kreeg ik een bericht dat Leendert Kruizinga ernstig ziek was. We stonden onze koffers te pakken, dus ik dacht dat ik het sturen van een kaartje wel uit kon stellen tot na de vakantie. Toen we weer teruggekomen waren hoorde ik echter dat hij overleden was. Het was de derde collega uit de tijd dat ik bij Openbaar Vervoer Reisinformatie (OVR) werkte, na Chris Keuken en Frank Visee, die op betrekkelijk jonge leeftijd aan kanker overleed. Hoewel ik jarenlang geen contact meer met hem had gehad, besloot ik naar zijn begrafenis te gaan.

De naam OVR wordt voor zover ik weet niet meer gebruikt, maar iedere openbaarvervoerreiziger heeft waarschijnlijk wel eens gebruik gemaakt van https://9292.nl/ . Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die weet waar dat ‘9292’ voor staat, hooguit dat dat ‘toch het telefoonnummer van die OV-informatie is’.
Welaan, dames en heren: 9292 staat voor 2 september 1992. Op die datum liep ik met een van de eerste mobiele telefoons – een enorme bak die ik van PTT Telecom in bruikleen had gekregen – over straat om onmiddellijk op de hoogte gesteld te kunnen worden als er iets fout zou gaan met een van de telefonische informatiecentra die ' geïntegreerde reisinformatie van adres naar adres’ gingen verspreiden via het telefoonnummer 06-9292.

Door een samenloop van omstandigheden was ik bij OVR terechtgekomen. Na mijn studie geschiedenis kwam ik erachter dat er erg weinig personeelsadvertenties te kennen gaven dat men stond te springen om een historicus, maar ik vond een betrekking bij de afdeling vervoersontwikkeling van de Haagse Tramweg Maatschappij. Dat werk beviel me best en het zag er naar uit dat mijn jaarcontract zou worden omgezet in een vaste aanstelling. Mijn toenmalige vrouw was zwanger van ons eerste kind, dus dat was een prettig vooruitzicht. Het was echter crisis en het kabinet kondigde in de Tussenbalans zware bezuinigingen aan, die onder andere het openbaar vervoer troffen. De HTM reageerde daarop door de tijdelijke contracten niet te verlengen. De toenmalige HTM-directeur, de legendarische Jan den Oude, wist mij echter van de ondergang te redden door mij onder te brengen bij het ‘Project GGRI’, ‘geautomatiseerde geïntegreerde reisinformatie’. Ik moest uiteraard eerst door de ballotage.

GGRI werd in de wandelgangen ook wel ‘Gijs geeft reisinformatie’ genoemd, naar de projectleider Gijs Klomp. ‘Geen gemakkelijke man’, had men mij gewaarschuwd. Met Gijs en Leendert, zijn ‘financiële man’, had ik het eerste gesprek. De beruchte Gijs Klomp bleek een krachtige vijftiger te zijn met een imposante grijze kuif, een echt alfa-mannetje. Leendert was zijn tegendeel: een zachte, zeer vriendelijke, slungelachtige man. Blijkbaar ging het gesprek goed, want ik werd aangenomen als ‘project-secretaris’.

Ik moest de overleggen organiseren, notuleren en de projectvoortgang bewaken. En vergaderd werd er! Met het Centrum voor Informatieverwerking van de NS dat het informatiesysteem moest bouwen, met PTT Telecom dat de telefonische informatiecentra moest inrichten en de 06-lijnen moest leveren,  met de openbaarvervoerbedrijven die die informatiecentra gingen exploiteren, met al die telefonistes die de dienst moesten gaan uitvoeren en uiteraard met het ministerie van Verkeer en Waterstaat dat dat allemaal moest gaan betalen.

Voor de inrichting van die telefonische informatiecentra werd ik uiteindelijk gepromoveerd tot projectleider. Er werden er zes ingericht, waarbij Gijs er goed voor had gezorgd dat alle bloedgroepen – NS, stads- en streekvervoer – er bij betrokken werden. NS exploiteerde centra in Den Haag, Tilburg, Hengelo en Utrecht, de streekvervoerders GADO, de NZH en de stadsvervoerders RET en Stadsbus Maastricht kregen er ook één. Ik reisde dus stad en land af om dat allemaal te coördineren.

Ondertussen werd er hard gewerkt aan het informatiesysteem, dat alle dienstregelingen van spoor, tram en bus moest bevatten. Het systeem was gebaseerd op de NS Reisplanner die de gebroeders Tulp hadden ontwikkeld, maar dan tot de zoveelste macht verheven. Het was pionierswerk.

Omdat het ook nog eens verbonden moest worden aan een bestand met alle straten en wegen van Nederland was een goed GIS-systeem onontbeerlijk. Er waren in die tijd wel al een aantal elektronische stratengidsen op CD verkrijgbaar, maar het was bepaald nog geen ‘Google Maps’. Gijs had ergens in de Achterhoek echter iemand gevonden met een GIS-systeem dat aan de eisen voldeed.

In dit GIS-systeem moesten alle haltes, stations en ‘bijzondere punten’ (stadscentra, musea, etc.) met de exacte coördinaten worden opgenomen. Ook barrières waren een essentieel onderdeel, want als een halte hemelsbreed honderd meter van je aankomstadres ligt, maar er ligt een rivier tussen, dan moet de planner dat wel herkennen. Chris Keuken en Willem Termaat hadden de taak om die data netjes in het systeem te krijgen.

Wonder boven wonder was alles tijdig klaar, het systeem was zo goed mogelijk getest, de telefonisten en (vooral) telefonistes waren opgeleid en klaar voor actie. De knop kon om op 2 september. Onmiddellijk begonnen de telefoons in alle informatiecentra te rinkelen. Het was gelukt! Het was onmiddellijk een succes.

(Wordt vervolgd)

-----
De tekening is van Alex Verduijn den Boer
http://www.verduijndenboer.nl/
© 2018 Willem Minderhout
powered by CJ2