archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 19
Jaargang 15
13 september 2018
Nummer 20 verschijnt op
27 september 2018
Vermaak en Genot > Poëtisch delen printen terug
Poëzie op Pootjes in café Maaart Willem Minderhout

1517VG Poezie op pootjesIk was per ongeluk tot de finale van de strijd om de Poëzie op Pootjes-bokaal 2018 doorgedrongen, in het Haagse café Maaart. De bokaal ging aan mijn neus voorbij, maar ik bied u ter verstrooiing mijn voordracht aan.

Lieve aanwezigen,
Volgens de aankondiging word van mij verwacht een ‘voordracht’ te houden. Om er achter te komen wat een voordrachtskunstenaar is, heb ik even gegoogeld. Ik kwam dit citaat van Geert Van Istendael tegen: ‘Hij was toch zo mooi, met zijn ernstige ogen en zijn strak achterover getrokken haar. En zo verstandig. En hij sprak altijd zo beschaafd, net een voordrachtskunstenaar'. Ik hoop dat ik enigszins aan dat beeld kan voldoen.

Geheel onverwachts ben ik deze finale binnengerold. Ik ben namelijk helemaal geen dichter. Althans, dat hangt natuurlijk van de definitie af. Als een dichter iemand is die met grote regelmaat een gedicht produceert en daar wellicht zelfs zijn hoofdwerk van gemaakt heeft, dan val ik buiten de boot. Ik ben namelijk een gelegenheidsdichter. Vooral mijn Sinterklaasgedichten zijn wijd en zijd befaamd, in kleine kring. Ze zijn helaas allemaal verloren gegaan.

Ook Poëzie op Pootjes vormde altijd een goede aanleiding om weer eens iets poëtisch aan het papier toe te vertrouwen. Als Robert-Jan Rueb me vraagt, dan draai ik. Het spel, dames en heren, niet de knikkers. Ik heb me daarbij altijd strikt aan de opdracht gehouden en me toegelegd op het onder woorden brengen van het ‘Den Haag-gevoel’. In de voorronde stond ik wat dat betreft wat alleen, al was er een mededingster die haar fijnbesnaarde gevoelsleven gekoppeld had aan de windsnelheid en de luchtvochtigheidsgraad in Kijkduin.

Misschien heb ik daarom wel gewonnen met mijn kleine gedichtencyclus over verdwenen Haagse plekken die een belangrijke rol speelden in het leven des dichters. Ik voelde me echter wel lichtelijk ongemakkelijk over deze onverwachte zegepraal met mijn haastig in elkaar gezette schetsjes. Deze keer moest ik van RJ een ‘voordracht’ produceren met en over ‘echte poëzie’. De vraag is echter wat dat precies is.

Zoals De Genestet, die overigens nooit in het Laakkwartier heeft gewoond, al schreef:

Een bladvulling wilt gij gaan schrijven,
Hier voor dit slecht gevulde blad?...
Och ~ 'k zou het maar wit laten blijven!
Daar wordt genoeg papier beklad.


De Genestet rijmt er lustig op los. Maar wie rijmt er nog, behalve tussen half november en 5 december? Veel belangrijker is ritme. Dat heb ik geleerd van mijn leraar Grieks. Dat is ook ongeveer het enige wat ik van mijn leraar Grieks geleerd heb.

Geef me mijn jas en mijn tas
Want ik ga mij verhangen.


Zo legde de heer Van Weele mij de Griekse hexameter uit. Een lekker ritme dat het nog steeds goed doet.

De grote Rotterdamse dichter – Sebastiaan Vaandrager – trok zich daar echter niets van aan.

De kroketten in dit restaurant
Zijn aan de kleine kant.


Iedere keer dat ik dat op de muur van Restaurant New York zie staan denk ik: ’in die tweede regel ontbreekt iets, ‘Zijn nogal aan de kleine kant’ zou veel beter klinken’. Maar juist daardoor werkt het en laat het een onuitwisbare indruk achter. Het citaat komt overigens uit Vaandragers gedicht ’Made in Madurodam’, dus er zit gelukkig een Haags tintje aan.

Onwillekeurig vraag ik mij nu af welk formaat de kroketten in Maaart hebben.

Sommige dichters schrijven zich hun hele leven de blubber. Als er uiteindelijk iets overblijft is dat vaak niet meer dan een zin. ‘k Ben Brahman, maar we zitten zonder meid’; ‘alles van waarde is weerloos’; ‘kom vanavond met verhalen hoe de oorlog is verdwenen’; ‘paukeslag boem’; ‘een nieuwe lente en een nieuw geluid’; ‘ik ween om bloemen in de knop gebroken’; ‘iedereen zoop en naaide’; ‘magistrale stralende zon’; ‘ik ben de Blauwbilgorgel’.

Van de grootste Amerikaanse dichter ooit, Richard Brautigan, ken ik maar één regel uit mijn hoofd: ‘Fuck me like fried potatoes’. Ik heb geen idee wat hij er mee bedoelt en toch weet ik het precies. Bij mij roept het een enorm verlangen op. Gek genoeg niet naar seks, maar naar gebakken aardappelen. Want, dames en heren, wat is er lekkerder dan gebakken aardappelen?

Ook hier denk ik weed’rom aan Maart
Staan gebakken aardap’len hier op de kaart?


Als er toch maar één regel overblijft, waarom zou je dan lange gedichten maken? Onder dat motto heb ik een aantal verzen voor u geschreven, want zo langzamerhand denkt u waarschijnlijk dat u bij ‘Puur Gelul’ bent aanbeland in plaats van bij ‘Poëzie op Pootjes’.

Laat ik beginnen met een paar korte erotische gedichten:

Liefde en Kookwas

Ja, mama, ik vind het milieu ook belangrijk
Maar wat Dirk en ik voor elkaar voelen
Krijg ik er niet uit op dertig graden.


Presidentiele variant

In plaats van haar bij haar poes te grabben
Verzocht hij haar zijn rug te krabben
Zij stemde daar direct mee in
Zij het met lichte tegenzin.


Ik meen hierbij drieduizend jaar liefdespoëzie overbodig gemaakt te hebben, dus kunnen we nu overstappen naar de muziek.

Voor Karel Kanits

Mijn leven lang dacht ik dat haar vader bezig was
Om het productieproces van was voor op het plafond te perfectioneren
Het blijkt echter om zegellak te gaan.
Dat ontdekte ik gisteren.
Wellicht net iets minder absurd.
19th nervous breakdown is ook nog eens het enige nummer
Van de Stones dat aan mijn collectie ontbreekt.


De manier waarop Karel Kanits de essentie van de rockmuziek destilleerde uit de teennagels van Keith Richards is de essentie van de poëzie. Die essentie is extase. Extase in de betekenis van buiten jezelf treden en één worden met het heelal. En het heelal zit in de kleinste dingen. Guido Gezelle hoorde in het geluid van rietpluimen in de wind een lofzang op God. En dat is natuurlijk zo. Luister maar! Alle poëzie is ten diepste religieus. Als u nu denkt: ‘jakkie, bah’, dan moet ik dat wellicht uitleggen. Niet religieus in de zin van rare regels die u opgelegd zouden zijn door een boze oude man op een wolk, maar in de letterlijke betekenis van ‘verbinden’. Door buiten onszelf te treden (extase) verbinden wij ons met de kosmos (religie).

Dat dat kan zonder sterrenkunde gestudeerd te hebben bewijst bijvoorbeeld de voormalige Hagenaar en nu Emir van Emmen Reinier van Delden. Hij ziet de schittering van het heelal in de meest alledaagse details. Ik wil afsluiten met een aan Reinier opgedragen gedicht over het grote genie Leonardo Da Vinci.

Voor Reinier

Die Da Vinci, hè, dat was wel een grote
Alom geacht en bewonderd
En dan die voornaam van hem
Leonardo
LEONARDO!
Dat klinkt als een klok
Hier komt LEONARDO Da Vinci!
Dan kwam er ook iemand binnen
Maar wat ik me nou afvraag:
Zou zijn vriendin hem nou ook Leonardo genoemd hebben?
Oh, was ie meer op mannen?
Zijn vriend dan
Stel je voor: ze worden wakker
En die vriend heeft zin ik koffie
Zou hij dan ‘Leonardo, ga jij even koffie zetten?’ zeggen?
Of zegt hij dan Leo, of Lee of Leetje?
Of Nardo, of Do, of Nardeparrie?
Narretje, misschien?
Of Odranoel, als grapje
Omdat hij als linkshandige in spiegelschrift schreef
Was er eigenlijk al koffie?
En hoe zetten ze het in die tijd?
Of was er geen koffie
En had hij ook geen vriend
En stond hij dan maar op
Om in zijn schuurtje iets uit te gaan vinden
Een helikopter, of zo
Of een beetje schilderen
Je moet toch wat met je tijd
Misschien was het zoiets
Hij is er wel mooi onsterfelijk mee geworden.

Ik dank u voor de aandacht.

---------
De foto is van Robert-Jan Rueb


© 2018 Willem Minderhout meer Willem Minderhout - meer "Poëtisch" -
Vermaak en Genot > Poëtisch
Poëzie op Pootjes in café Maaart Willem Minderhout
1517VG Poezie op pootjesIk was per ongeluk tot de finale van de strijd om de Poëzie op Pootjes-bokaal 2018 doorgedrongen, in het Haagse café Maaart. De bokaal ging aan mijn neus voorbij, maar ik bied u ter verstrooiing mijn voordracht aan.

Lieve aanwezigen,
Volgens de aankondiging word van mij verwacht een ‘voordracht’ te houden. Om er achter te komen wat een voordrachtskunstenaar is, heb ik even gegoogeld. Ik kwam dit citaat van Geert Van Istendael tegen: ‘Hij was toch zo mooi, met zijn ernstige ogen en zijn strak achterover getrokken haar. En zo verstandig. En hij sprak altijd zo beschaafd, net een voordrachtskunstenaar'. Ik hoop dat ik enigszins aan dat beeld kan voldoen.

Geheel onverwachts ben ik deze finale binnengerold. Ik ben namelijk helemaal geen dichter. Althans, dat hangt natuurlijk van de definitie af. Als een dichter iemand is die met grote regelmaat een gedicht produceert en daar wellicht zelfs zijn hoofdwerk van gemaakt heeft, dan val ik buiten de boot. Ik ben namelijk een gelegenheidsdichter. Vooral mijn Sinterklaasgedichten zijn wijd en zijd befaamd, in kleine kring. Ze zijn helaas allemaal verloren gegaan.

Ook Poëzie op Pootjes vormde altijd een goede aanleiding om weer eens iets poëtisch aan het papier toe te vertrouwen. Als Robert-Jan Rueb me vraagt, dan draai ik. Het spel, dames en heren, niet de knikkers. Ik heb me daarbij altijd strikt aan de opdracht gehouden en me toegelegd op het onder woorden brengen van het ‘Den Haag-gevoel’. In de voorronde stond ik wat dat betreft wat alleen, al was er een mededingster die haar fijnbesnaarde gevoelsleven gekoppeld had aan de windsnelheid en de luchtvochtigheidsgraad in Kijkduin.

Misschien heb ik daarom wel gewonnen met mijn kleine gedichtencyclus over verdwenen Haagse plekken die een belangrijke rol speelden in het leven des dichters. Ik voelde me echter wel lichtelijk ongemakkelijk over deze onverwachte zegepraal met mijn haastig in elkaar gezette schetsjes. Deze keer moest ik van RJ een ‘voordracht’ produceren met en over ‘echte poëzie’. De vraag is echter wat dat precies is.

Zoals De Genestet, die overigens nooit in het Laakkwartier heeft gewoond, al schreef:

Een bladvulling wilt gij gaan schrijven,
Hier voor dit slecht gevulde blad?...
Och ~ 'k zou het maar wit laten blijven!
Daar wordt genoeg papier beklad.


De Genestet rijmt er lustig op los. Maar wie rijmt er nog, behalve tussen half november en 5 december? Veel belangrijker is ritme. Dat heb ik geleerd van mijn leraar Grieks. Dat is ook ongeveer het enige wat ik van mijn leraar Grieks geleerd heb.

Geef me mijn jas en mijn tas
Want ik ga mij verhangen.


Zo legde de heer Van Weele mij de Griekse hexameter uit. Een lekker ritme dat het nog steeds goed doet.

De grote Rotterdamse dichter – Sebastiaan Vaandrager – trok zich daar echter niets van aan.

De kroketten in dit restaurant
Zijn aan de kleine kant.


Iedere keer dat ik dat op de muur van Restaurant New York zie staan denk ik: ’in die tweede regel ontbreekt iets, ‘Zijn nogal aan de kleine kant’ zou veel beter klinken’. Maar juist daardoor werkt het en laat het een onuitwisbare indruk achter. Het citaat komt overigens uit Vaandragers gedicht ’Made in Madurodam’, dus er zit gelukkig een Haags tintje aan.

Onwillekeurig vraag ik mij nu af welk formaat de kroketten in Maaart hebben.

Sommige dichters schrijven zich hun hele leven de blubber. Als er uiteindelijk iets overblijft is dat vaak niet meer dan een zin. ‘k Ben Brahman, maar we zitten zonder meid’; ‘alles van waarde is weerloos’; ‘kom vanavond met verhalen hoe de oorlog is verdwenen’; ‘paukeslag boem’; ‘een nieuwe lente en een nieuw geluid’; ‘ik ween om bloemen in de knop gebroken’; ‘iedereen zoop en naaide’; ‘magistrale stralende zon’; ‘ik ben de Blauwbilgorgel’.

Van de grootste Amerikaanse dichter ooit, Richard Brautigan, ken ik maar één regel uit mijn hoofd: ‘Fuck me like fried potatoes’. Ik heb geen idee wat hij er mee bedoelt en toch weet ik het precies. Bij mij roept het een enorm verlangen op. Gek genoeg niet naar seks, maar naar gebakken aardappelen. Want, dames en heren, wat is er lekkerder dan gebakken aardappelen?

Ook hier denk ik weed’rom aan Maart
Staan gebakken aardap’len hier op de kaart?


Als er toch maar één regel overblijft, waarom zou je dan lange gedichten maken? Onder dat motto heb ik een aantal verzen voor u geschreven, want zo langzamerhand denkt u waarschijnlijk dat u bij ‘Puur Gelul’ bent aanbeland in plaats van bij ‘Poëzie op Pootjes’.

Laat ik beginnen met een paar korte erotische gedichten:

Liefde en Kookwas

Ja, mama, ik vind het milieu ook belangrijk
Maar wat Dirk en ik voor elkaar voelen
Krijg ik er niet uit op dertig graden.


Presidentiele variant

In plaats van haar bij haar poes te grabben
Verzocht hij haar zijn rug te krabben
Zij stemde daar direct mee in
Zij het met lichte tegenzin.


Ik meen hierbij drieduizend jaar liefdespoëzie overbodig gemaakt te hebben, dus kunnen we nu overstappen naar de muziek.

Voor Karel Kanits

Mijn leven lang dacht ik dat haar vader bezig was
Om het productieproces van was voor op het plafond te perfectioneren
Het blijkt echter om zegellak te gaan.
Dat ontdekte ik gisteren.
Wellicht net iets minder absurd.
19th nervous breakdown is ook nog eens het enige nummer
Van de Stones dat aan mijn collectie ontbreekt.


De manier waarop Karel Kanits de essentie van de rockmuziek destilleerde uit de teennagels van Keith Richards is de essentie van de poëzie. Die essentie is extase. Extase in de betekenis van buiten jezelf treden en één worden met het heelal. En het heelal zit in de kleinste dingen. Guido Gezelle hoorde in het geluid van rietpluimen in de wind een lofzang op God. En dat is natuurlijk zo. Luister maar! Alle poëzie is ten diepste religieus. Als u nu denkt: ‘jakkie, bah’, dan moet ik dat wellicht uitleggen. Niet religieus in de zin van rare regels die u opgelegd zouden zijn door een boze oude man op een wolk, maar in de letterlijke betekenis van ‘verbinden’. Door buiten onszelf te treden (extase) verbinden wij ons met de kosmos (religie).

Dat dat kan zonder sterrenkunde gestudeerd te hebben bewijst bijvoorbeeld de voormalige Hagenaar en nu Emir van Emmen Reinier van Delden. Hij ziet de schittering van het heelal in de meest alledaagse details. Ik wil afsluiten met een aan Reinier opgedragen gedicht over het grote genie Leonardo Da Vinci.

Voor Reinier

Die Da Vinci, hè, dat was wel een grote
Alom geacht en bewonderd
En dan die voornaam van hem
Leonardo
LEONARDO!
Dat klinkt als een klok
Hier komt LEONARDO Da Vinci!
Dan kwam er ook iemand binnen
Maar wat ik me nou afvraag:
Zou zijn vriendin hem nou ook Leonardo genoemd hebben?
Oh, was ie meer op mannen?
Zijn vriend dan
Stel je voor: ze worden wakker
En die vriend heeft zin ik koffie
Zou hij dan ‘Leonardo, ga jij even koffie zetten?’ zeggen?
Of zegt hij dan Leo, of Lee of Leetje?
Of Nardo, of Do, of Nardeparrie?
Narretje, misschien?
Of Odranoel, als grapje
Omdat hij als linkshandige in spiegelschrift schreef
Was er eigenlijk al koffie?
En hoe zetten ze het in die tijd?
Of was er geen koffie
En had hij ook geen vriend
En stond hij dan maar op
Om in zijn schuurtje iets uit te gaan vinden
Een helikopter, of zo
Of een beetje schilderen
Je moet toch wat met je tijd
Misschien was het zoiets
Hij is er wel mooi onsterfelijk mee geworden.

Ik dank u voor de aandacht.

---------
De foto is van Robert-Jan Rueb
© 2018 Willem Minderhout
powered by CJ2