archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 19
Jaargang 15
13 september 2018
Nummer 20 verschijnt op
27 september 2018
Beschouwingen > Brief uit ... delen printen terug
Made in Holland, nu in Leeuwarden Dik Kruithof

1517BS Made in Holland1Het is natuurlijk opmerkelijk dat het Princessehof in Leeuwarden de Culturele Hoofstad viert met een tentoonstelling die Made in Holland heet. Je zou toch denken dat ze wat extra aandacht zouden besteden aan bijvoorbeeld Makkumer aardewerk of Harlinger tegels, maar nee, het gaat over Delfts blauw, Boerenbont uit Maastricht, Art Nouveau uit Gouda en andere plaatsen en Dutch Design.
Voor de hand liggende verklaring is natuurlijk dat zo'n tentoonstelling meer voorbereiding kost dan het traject om Culturele Hoofdstad te worden. En het is een prachtige en afwisselende tentoonstelling met onverwachte verrassingen over vier Nederlandse succesverhalen.

Dat Delfts blauw is ontstaan als Hollandse namaak van na 1600 uit China ingevoerd porselein zullen veel mensen wel weten. Dat het kwalitatief steeds beter is geworden door de verbeterde techniek in Delft kun je hier goed zien. Maar dat Delfts blauw met de Oostzeehandel tot ver in Oost-Europa werd verkocht en dat er vooral in Polen ontzettend veel vraag naar was heb ik nooit geweten. Bij de voorbereiding van deze tentoonstelling kwam naar voren dat het Museum van Gdansk, vroeger Danzig, een grote verzameling heeft en voor het eerst is een deel daarvan in ons land te zien.

Dan is ook te zien dat het niet de allermooiste stukken waren die daarheen verkocht werden, maar opmerkelijk is wel dat het wordt aangevuld met aandoenlijk namaak Delfts blauw uit Poolse bronnen. Er hangt een foto van de ontvangsthal van een Pools herenhuis met wanden die volledig bekleed waren met Delfts blauwe tegels.

Omstreeks 1700 was het vakmanschap in Delft op zijn hoogtepunt. Indrukwekkende stukken zijn er uit die periode te zien: prachtige grote potten en vazen, maar ook spectaculaire bloemenhouders, eigenlijk een opstapeling van kleine vaasjes. Beschilderde tegels werden op grote schaal geƫxporteerd. Er is een indrukwekkend tegeltableau te zien van een jachttafereel, bestaande uit maar liefst 585 tegels en gemaakt voor een koopmansfamilie in Lissabon.

Maastricht is het tweede succesverhaal. Petrus Regout (1801-1876), zoon van een handelaar in aardewerk richtte in de jaren dertig en veertig van de negentiende eeuw een aantal bedrijven op, waaronder de succesvolle aardewerkfabriek De Sphinx, die uitgroeide tot een van de grootste producenten van aardewerk ter1517BS Made in Holland2 wereld. Hij gebruikte Engelse producten als voorbeeld, maar zijn handelsmerk werden de kleurige beschilderingen met bloemen. Iedereen kent natuurlijk het gewone boerenbont maar op deze tentoonstelling wordt duidelijk dat er veel meer varianten waren. Ik telde zo al meer dan veertig varianten met veel meer kleuren dan het boerenbont dat ik van vroeger ken.

Regout was in zijn latere jaren vooral de koopman en dat is mooi te zien in de aanpassingen die hij deed in de modellen en decors om de Japanse en de Islamitische markt te veroveren door zijn actieve deelname aan handelsmissies. In 1858 maakte hij aardewerk voor Japan, waarin rekening gehouden werd met de hoeveelheden die horen bij het sake drinken. Door contractbreuk werd het commercieel geen succes, maar zijn aardewerk wordt in Japan nog bewaard en gekoesterd.

De derde succesperiode van keramiek uit Holland kwam na de wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs. Het optimisme van de nieuwe eeuw werd uitgedrukt in Art Nouveau en met keramiek had Nederland veel succes. Er waren zeven aardewerkfabrieken aanwezig, waarvan De Porceleyne Fles uit Delft het goed deed met vernieuwd Delfts blauw en met Jacoba-aardewerk. Nieuweling Rozenburg uit Den Haag deed het geweldig met het eierschaalporselein, dat zo dun was dat het licht doorliet. De sierlijke vazen en ander serviesgoed waren versierd met bloemen en dieren in een stijl die toen opkwam. Het eierschaalporselein was overigens zo kwetsbaar dat op de volgende tentoonstelling in Turijn ruim dertig exemplaren sprongen door de extreme hitte. Van Rozeburg is er ook nog een mooi en groot stel Vredesvazen te zien uit het Vredespaleis in Den Haag.

Op de wereldtentoonstelling in St Louis in 1904 had De Distel uit Amsterdam veel succes met roomwit geglazuurd aardewerk met natuurmotieven. De hele getoonde collectie zou gekocht zijn door het nationaal museum in Tokio. De grote successen waren toen voorbij, alleen de  Plateelbakkerij Zuid Holland uit Gouda had op de wereldtentoonstelling in San Francisco 1915 nog een keer veel succes met matplateel aardewerk. Gouda Pottery werd een begrip in Amerika.  

Een prachtige tentoonstelling, zelfs zonder het eigentijdse slotstuk Dutch Design dat ik vanwege vermoeidheid moest laten lopen.

---------
De plaatjes zijn van de schrijver


© 2018 Dik Kruithof meer Dik Kruithof - meer "Brief uit ..." -
Beschouwingen > Brief uit ...
Made in Holland, nu in Leeuwarden Dik Kruithof
1517BS Made in Holland1Het is natuurlijk opmerkelijk dat het Princessehof in Leeuwarden de Culturele Hoofstad viert met een tentoonstelling die Made in Holland heet. Je zou toch denken dat ze wat extra aandacht zouden besteden aan bijvoorbeeld Makkumer aardewerk of Harlinger tegels, maar nee, het gaat over Delfts blauw, Boerenbont uit Maastricht, Art Nouveau uit Gouda en andere plaatsen en Dutch Design.
Voor de hand liggende verklaring is natuurlijk dat zo'n tentoonstelling meer voorbereiding kost dan het traject om Culturele Hoofdstad te worden. En het is een prachtige en afwisselende tentoonstelling met onverwachte verrassingen over vier Nederlandse succesverhalen.

Dat Delfts blauw is ontstaan als Hollandse namaak van na 1600 uit China ingevoerd porselein zullen veel mensen wel weten. Dat het kwalitatief steeds beter is geworden door de verbeterde techniek in Delft kun je hier goed zien. Maar dat Delfts blauw met de Oostzeehandel tot ver in Oost-Europa werd verkocht en dat er vooral in Polen ontzettend veel vraag naar was heb ik nooit geweten. Bij de voorbereiding van deze tentoonstelling kwam naar voren dat het Museum van Gdansk, vroeger Danzig, een grote verzameling heeft en voor het eerst is een deel daarvan in ons land te zien.

Dan is ook te zien dat het niet de allermooiste stukken waren die daarheen verkocht werden, maar opmerkelijk is wel dat het wordt aangevuld met aandoenlijk namaak Delfts blauw uit Poolse bronnen. Er hangt een foto van de ontvangsthal van een Pools herenhuis met wanden die volledig bekleed waren met Delfts blauwe tegels.

Omstreeks 1700 was het vakmanschap in Delft op zijn hoogtepunt. Indrukwekkende stukken zijn er uit die periode te zien: prachtige grote potten en vazen, maar ook spectaculaire bloemenhouders, eigenlijk een opstapeling van kleine vaasjes. Beschilderde tegels werden op grote schaal geƫxporteerd. Er is een indrukwekkend tegeltableau te zien van een jachttafereel, bestaande uit maar liefst 585 tegels en gemaakt voor een koopmansfamilie in Lissabon.

Maastricht is het tweede succesverhaal. Petrus Regout (1801-1876), zoon van een handelaar in aardewerk richtte in de jaren dertig en veertig van de negentiende eeuw een aantal bedrijven op, waaronder de succesvolle aardewerkfabriek De Sphinx, die uitgroeide tot een van de grootste producenten van aardewerk ter1517BS Made in Holland2 wereld. Hij gebruikte Engelse producten als voorbeeld, maar zijn handelsmerk werden de kleurige beschilderingen met bloemen. Iedereen kent natuurlijk het gewone boerenbont maar op deze tentoonstelling wordt duidelijk dat er veel meer varianten waren. Ik telde zo al meer dan veertig varianten met veel meer kleuren dan het boerenbont dat ik van vroeger ken.

Regout was in zijn latere jaren vooral de koopman en dat is mooi te zien in de aanpassingen die hij deed in de modellen en decors om de Japanse en de Islamitische markt te veroveren door zijn actieve deelname aan handelsmissies. In 1858 maakte hij aardewerk voor Japan, waarin rekening gehouden werd met de hoeveelheden die horen bij het sake drinken. Door contractbreuk werd het commercieel geen succes, maar zijn aardewerk wordt in Japan nog bewaard en gekoesterd.

De derde succesperiode van keramiek uit Holland kwam na de wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs. Het optimisme van de nieuwe eeuw werd uitgedrukt in Art Nouveau en met keramiek had Nederland veel succes. Er waren zeven aardewerkfabrieken aanwezig, waarvan De Porceleyne Fles uit Delft het goed deed met vernieuwd Delfts blauw en met Jacoba-aardewerk. Nieuweling Rozenburg uit Den Haag deed het geweldig met het eierschaalporselein, dat zo dun was dat het licht doorliet. De sierlijke vazen en ander serviesgoed waren versierd met bloemen en dieren in een stijl die toen opkwam. Het eierschaalporselein was overigens zo kwetsbaar dat op de volgende tentoonstelling in Turijn ruim dertig exemplaren sprongen door de extreme hitte. Van Rozeburg is er ook nog een mooi en groot stel Vredesvazen te zien uit het Vredespaleis in Den Haag.

Op de wereldtentoonstelling in St Louis in 1904 had De Distel uit Amsterdam veel succes met roomwit geglazuurd aardewerk met natuurmotieven. De hele getoonde collectie zou gekocht zijn door het nationaal museum in Tokio. De grote successen waren toen voorbij, alleen de  Plateelbakkerij Zuid Holland uit Gouda had op de wereldtentoonstelling in San Francisco 1915 nog een keer veel succes met matplateel aardewerk. Gouda Pottery werd een begrip in Amerika.  

Een prachtige tentoonstelling, zelfs zonder het eigentijdse slotstuk Dutch Design dat ik vanwege vermoeidheid moest laten lopen.

---------
De plaatjes zijn van de schrijver
© 2018 Dik Kruithof
powered by CJ2