archiefvorig nr.lopend nr.

Nummer 19
Jaargang 15
13 september 2018
Nummer 20 verschijnt op
27 september 2018
Beschouwingen > In de polder delen printen terug
De perverse kunstwereld Paul Bordewijk

1517VG KunstWie er ook gelijk heeft, de affaire rond de voormalige directeur van het Stedelijk Museum Beatrix Ruf laat toch vooral zien in wat voor perverse wereld de moderne beeldende kunst is terecht gekomen. Voordat Ruf museumdirecteur werd, gaf zij aankoopadviezen over kunstwerken. Ze ontving een bonus van maar liefst 1 miljoen Zwitserse frank omdat de kunstwerken die een Zwitserse miljonair op haar advies had aangeschaft gigantisch in waarde waren gestegen. Omdat ze die bonus niet meldde bij de Raad van Toezicht van het museum, moest zij aftreden.

Hieruit blijkt op wat voor een belachelijke manier het grootkapitaal zich van de kunstwereld meester heeft meegemaakt. Een kunstverzamelaar die bulkt van het geld, koopt niet de schilderijen die hij zelf mooi, leuk of ontroerend vindt, maar laat zich leiden door de verwachte waardestijging. Dan ben je toch eigenlijk een speculant in plaats van een kunstliefhebber?

Ooit aarzelden mijn ouders tussen een schilderij van Karel Appel en één van Ger Lataster, waarvoor toen ongeveer dezelfde prijs werd gevraagd. Ze kozen dat van Lataster, want dat vonden ze mooier. Ze hadden groot gelijk, maar in mijn hoedanigheid van erfgenaam heb ik dat toch wel betreurd.

Ik denk dat veel kunstkopers ook bang zijn dat wanneer ze hun eigen smaak volgen, ze niet serieus genomen worden door hun omgeving. De schilderijen die jij hebt moeten niet alleen in waarde stijgen, ze moeten ook uitdragen dat jij een persoon van distinctie bent, die kunst en kitsch van elkaar kan onderscheiden. Niet voor niets noemde de Franse socioloog Pierre Bourdieu zijn (overigens onleesbare) studie naar de sociale functie van de kunst La Distinction.

Iemand moet je ervoor behoeden dat je na een veiling met een zigeunerjongetje met een traan op zijn wang thuiskomt. En als je dat zelf niet kunt, schakel je daarbij Beatrix Ruf in. Die zich daar goed voor laat betalen. Gelijk heeft ze!

Wat er anders kan gebeuren zien we in het toneelstuk Art van de Franse schrijfster Yasmina Resa, dat komend seizoen in Nederland wordt opgevoerd (29 maart 2019 in de Leidse Schouwburg). Een kunstliefhebber is apetrots op een monochroom wit schilderij, dat hij voor een kapitaal gekocht heeft. Hij had geen Beatrix Ruf om hem terzijde te staan. Zijn beste vriend vindt het dan ook niets. Daar komt dus ruzie van.

In het geval van de schilderijen waar Ruf over adviseerde is het onduidelijk of de waardestijging zo belangrijk was omdat het alleen om de winst was te doen, of dat de waardestijging de goede smaak van de eigenaar moest bevestigen. Die is dan zijn tijd vooruit geweest: zijn distinctievermogen wordt bevestigd door anderen die inmiddels bereid zijn nog veel meer op tafel te leggen. Zij worden daarbij dan waarschijnlijk weer geadviseerd door collega’s van Beatrix Ruf. We moeten dan maar hopen dat die andere verzamelaars die schilderijen echt mooi vinden en dat het hun niet alleen om de winst te doen is, want anders dreigt voor de schilderijen het lot van tulpenbollen in de zeventiende eeuw.

Waarom krijgen mensen die dit soort advieswerk verrichten een bonus? Kennelijk wordt er niet op vertrouwd dat ze zonder bonus in het vooruitzicht hun best wel zullen doen. Dat roept de vraag op of je iemand wier functioneren zo door de markt wordt ingeschat, wel museumdirecteur moet maken. Spant die zich wel genoeg in als haar salaris toch al vaststaat? En waar zou bij een museumdirecteur een bonus op gebaseerd moeten worden: op het aantal bezoekers, of op de waardeontwikkeling van de schilderijen. Zo langzamerhand verbaas ik me nergens meer over. We zijn in de 21e eeuw, mensen!

Wat me nog wel een dingetje lijkt is het corrumperende effect dat van zo’n bonus uit kan gaan, net als in de financiële wereld waar de museumwereld zo langzamerhand deel van lijkt uit te maken. Voor de waardeontwikkeling van de schilderijen waarover ze geadviseerd heeft, is Beatrix Ruf afhankelijk van collega’s die andere kunstverzamelaars adviseren, of van taxateurs. Waarom zouden die er niet een schepje bovenop doen als tegenprestatie voor een aandeel in de bonus die Mevrouw Ruf ontvangt?

Bij een museumdirecteur liggen nog andere gevaren op de loer. Omdat kopers van kunstwerken niet op hun eigen oordeel durven af te gaan, zijn ze gevoelig voor het argument dat een schilderij ooit in een museum heeft gehangen (of andere schilderijen van dezelfde kunstenaar). Dat draagt dus aanzienlijk bij aan hun waarde. En laat het Stedelijk nu schilderijen in bruikleen gehad hebben van de vroegere opdrachtgever van Beatrix Huf! Die liet ze natuurlijk met de beste bedoelingen ophangen in het museum, maar ze kon zo wel haar eigen bonus opkrikken.

Zo’n situatie lijkt me op zichzelf al niet wenselijk, maar vraagt in ieder geval om maximale transparantie. En die was er dit geval niet, want Ruf meldde het niet bij de Raad van Toezicht, omdat het een opbrengst was van werk vóór zij museumdirecteur werd. Het lijkt mij logisch dat die raad dat niet pikte.

Maar er is hier veel meer aan de hand dan een museumdirecteur die met haar hand in de jampot is betrapt. De hele moderne kunst is verworden tot een giftig mengsel van snobisme, groepsdenken, speculatie en corruptie.

--------
Het plaatje is van Henk Klaren


© 2018 Paul Bordewijk meer Paul Bordewijk - meer "In de polder" -
Beschouwingen > In de polder
De perverse kunstwereld Paul Bordewijk
1517VG KunstWie er ook gelijk heeft, de affaire rond de voormalige directeur van het Stedelijk Museum Beatrix Ruf laat toch vooral zien in wat voor perverse wereld de moderne beeldende kunst is terecht gekomen. Voordat Ruf museumdirecteur werd, gaf zij aankoopadviezen over kunstwerken. Ze ontving een bonus van maar liefst 1 miljoen Zwitserse frank omdat de kunstwerken die een Zwitserse miljonair op haar advies had aangeschaft gigantisch in waarde waren gestegen. Omdat ze die bonus niet meldde bij de Raad van Toezicht van het museum, moest zij aftreden.

Hieruit blijkt op wat voor een belachelijke manier het grootkapitaal zich van de kunstwereld meester heeft meegemaakt. Een kunstverzamelaar die bulkt van het geld, koopt niet de schilderijen die hij zelf mooi, leuk of ontroerend vindt, maar laat zich leiden door de verwachte waardestijging. Dan ben je toch eigenlijk een speculant in plaats van een kunstliefhebber?

Ooit aarzelden mijn ouders tussen een schilderij van Karel Appel en één van Ger Lataster, waarvoor toen ongeveer dezelfde prijs werd gevraagd. Ze kozen dat van Lataster, want dat vonden ze mooier. Ze hadden groot gelijk, maar in mijn hoedanigheid van erfgenaam heb ik dat toch wel betreurd.

Ik denk dat veel kunstkopers ook bang zijn dat wanneer ze hun eigen smaak volgen, ze niet serieus genomen worden door hun omgeving. De schilderijen die jij hebt moeten niet alleen in waarde stijgen, ze moeten ook uitdragen dat jij een persoon van distinctie bent, die kunst en kitsch van elkaar kan onderscheiden. Niet voor niets noemde de Franse socioloog Pierre Bourdieu zijn (overigens onleesbare) studie naar de sociale functie van de kunst La Distinction.

Iemand moet je ervoor behoeden dat je na een veiling met een zigeunerjongetje met een traan op zijn wang thuiskomt. En als je dat zelf niet kunt, schakel je daarbij Beatrix Ruf in. Die zich daar goed voor laat betalen. Gelijk heeft ze!

Wat er anders kan gebeuren zien we in het toneelstuk Art van de Franse schrijfster Yasmina Resa, dat komend seizoen in Nederland wordt opgevoerd (29 maart 2019 in de Leidse Schouwburg). Een kunstliefhebber is apetrots op een monochroom wit schilderij, dat hij voor een kapitaal gekocht heeft. Hij had geen Beatrix Ruf om hem terzijde te staan. Zijn beste vriend vindt het dan ook niets. Daar komt dus ruzie van.

In het geval van de schilderijen waar Ruf over adviseerde is het onduidelijk of de waardestijging zo belangrijk was omdat het alleen om de winst was te doen, of dat de waardestijging de goede smaak van de eigenaar moest bevestigen. Die is dan zijn tijd vooruit geweest: zijn distinctievermogen wordt bevestigd door anderen die inmiddels bereid zijn nog veel meer op tafel te leggen. Zij worden daarbij dan waarschijnlijk weer geadviseerd door collega’s van Beatrix Ruf. We moeten dan maar hopen dat die andere verzamelaars die schilderijen echt mooi vinden en dat het hun niet alleen om de winst te doen is, want anders dreigt voor de schilderijen het lot van tulpenbollen in de zeventiende eeuw.

Waarom krijgen mensen die dit soort advieswerk verrichten een bonus? Kennelijk wordt er niet op vertrouwd dat ze zonder bonus in het vooruitzicht hun best wel zullen doen. Dat roept de vraag op of je iemand wier functioneren zo door de markt wordt ingeschat, wel museumdirecteur moet maken. Spant die zich wel genoeg in als haar salaris toch al vaststaat? En waar zou bij een museumdirecteur een bonus op gebaseerd moeten worden: op het aantal bezoekers, of op de waardeontwikkeling van de schilderijen. Zo langzamerhand verbaas ik me nergens meer over. We zijn in de 21e eeuw, mensen!

Wat me nog wel een dingetje lijkt is het corrumperende effect dat van zo’n bonus uit kan gaan, net als in de financiële wereld waar de museumwereld zo langzamerhand deel van lijkt uit te maken. Voor de waardeontwikkeling van de schilderijen waarover ze geadviseerd heeft, is Beatrix Ruf afhankelijk van collega’s die andere kunstverzamelaars adviseren, of van taxateurs. Waarom zouden die er niet een schepje bovenop doen als tegenprestatie voor een aandeel in de bonus die Mevrouw Ruf ontvangt?

Bij een museumdirecteur liggen nog andere gevaren op de loer. Omdat kopers van kunstwerken niet op hun eigen oordeel durven af te gaan, zijn ze gevoelig voor het argument dat een schilderij ooit in een museum heeft gehangen (of andere schilderijen van dezelfde kunstenaar). Dat draagt dus aanzienlijk bij aan hun waarde. En laat het Stedelijk nu schilderijen in bruikleen gehad hebben van de vroegere opdrachtgever van Beatrix Huf! Die liet ze natuurlijk met de beste bedoelingen ophangen in het museum, maar ze kon zo wel haar eigen bonus opkrikken.

Zo’n situatie lijkt me op zichzelf al niet wenselijk, maar vraagt in ieder geval om maximale transparantie. En die was er dit geval niet, want Ruf meldde het niet bij de Raad van Toezicht, omdat het een opbrengst was van werk vóór zij museumdirecteur werd. Het lijkt mij logisch dat die raad dat niet pikte.

Maar er is hier veel meer aan de hand dan een museumdirecteur die met haar hand in de jampot is betrapt. De hele moderne kunst is verworden tot een giftig mengsel van snobisme, groepsdenken, speculatie en corruptie.

--------
Het plaatje is van Henk Klaren
© 2018 Paul Bordewijk
powered by CJ2